Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2014, 14812 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2014, 14812 | Overig |
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft, ingevolge artikel 71, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), kennis van de volgende aanvragen ingediend in het kader van de procedure voor bekostiging van tijdelijke nevenvestigingen als bedoeld in artikel 16 van de WVO.
Met uw brief van 1 april 2014 verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 een tijdelijke nevenvestiging, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het betreft een tijdelijke nevenvestiging ten behoeve van de hoofdvestiging van het Christelijk College De Populier, Populierstraat 109, 2526 MK Den Haag (Brinnummer 02GJ).
De tijdelijke nevenvestiging is gevestigd aan de Resedastraat 50, 2565 DC te Den Haag en is gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan de Populierstraat 109, 2526 MK te Den Haag. De tijdelijke nevenvestiging maakt gebruik van de licenties die aan de hoofdvestiging zijn toegekend.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet verder aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan de Resedastraat 50 vermeld als ‘tijdelijke vestiging 02GJ-01’.
Met uw brief van 31 maart 2014 verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 twee tijdelijke nevenvestigingen, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het betreft twee tijdelijke nevenvestigingen ten behoeve van de hoofdvestiging van het Agnieten College, Prinses Julianastraat 66, 8019 AX te Zwolle (Brinnummer 02VT).
De tijdelijke nevenvestigingen zijn gevestigd aan de Koningin Wilhelminastraat 93, 8019 AL te Zwolle en aan de Rieteweg 12, 8041 AK te Zwolle. Beide tijdelijke nevenvestigingen zijn gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan de Prinses Julianastraat 66, 8019 AX te Zwolle en maken gebruik van de licenties die aan de hoofdvestiging zijn toegekend.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet verder aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestigingen met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan de Koningin Wilhelminastraat 93 vermeld als ‘tijdelijke vestiging 02VT-12’ en de tijdelijke nevenvestiging aan de Rieteweg 12 als ‘tijdelijke vestiging 02VT-13.
Met uw brief van 24 maart 2014, kenmerk PV/F&B/060 verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 een tijdelijke nevenvestiging, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het betreft een tijdelijke nevenvestiging ten behoeve van de hoofdvestiging van het Calvijn College gevestigd aan het Klein Frankrijk 19, 4461 ZN te Goes (Brinnummer 03JY).
De tijdelijke nevenvestiging is gevestigd aan de Noordhoeklaan 88, 4464 BB te Goes en is gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan het Klein Frankrijk 19 te Goes. De tijdelijke nevenvestiging maakt gebruik van de licenties die aan de hoofdvestiging zijn toegekend.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet verder aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan het Klein Frankrijk 88 vermeld als ‘tijdelijke vestiging 03JY-07’.
Met uw brieven van 12 december 2013 en 24 maart 2014 verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 een tijdelijke nevenvestiging, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het betreft een tijdelijke nevenvestiging ten behoeve van de hoofdvestiging van Esprit Scholen, gevestigd aan de Burgemeester Hogguerstraat 2, 1064 EB te Amsterdam (Brinnummer 17YS).
De tijdelijke nevenvestiging is gevestigd aan de Schipluidenlaan 12, 1062 HE Amsterdam en is gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan de Burgemeester Hogguerstraat 2 te Amsterdam. Op dit moment is de Schipluidenlaan 12 nog een nevenvestiging (vestigingsnummer 06) van SGM Nieuw-West (Brinnummer 17HB). Deze nevenvestiging zal met ingang van 1 augustus 2014 bij SGM Nieuw-West worden beëindigd. Een verzoek hiertoe heb ik, ondanks toezeggingen van uw kant, tot op heden niet ontvangen.
Aan de tijdelijke nevenvestiging worden dezelfde licenties toegekend die ook op de nevenvestiging van SGM Nieuw West (Brinnummer 17HB) werden aangeboden. Deze licenties zijn -met uitzondering van de vbo afdeling uiterlijke verzorging (vbo-uv)- ook aanwezig op de hoofdvestiging aan de Burgemeester Hogguerstraat 2. De vestigingen van Esprit Scholen beschikken niet over een licentie voor vbo-uv. Deze licentie zal als onderdeel van het Regionaal plan onderwijsvoorzieningen (RPO) Amsterdam met ingang van het schooljaar 2016/2017 worden aangevraagd. Om de leerlingen die het onderwijs aan de Schipluidenlaan 12 volgen niet te duperen ga ik er uitsluitend in het belang van de goede voortgang van het onderwijs bij uitzondering mee akkoord dat de vbo afdeling uv -vooruitlopend op de aanvraag die in het kader van het RPO Amsterdam zal worden gedaan- voor het schooljaar 2014/2015 en 2015/2016 mag worden aangeboden.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan de Schipluidenlaan 12vermeld als ‘tijdelijke vestiging 17YS-19’.
Met uw brief van 19 februari 2014 verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 een tijdelijke nevenvestiging, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
De tijdelijke nevenvestiging is gevestigd aan de Juniusstraat 6, 2625 XZ te Delft en is gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan de Juniusstraat 8 en van de nevenvestiging aan de Van Bleyswijckstraat 72 te Delft. De tijdelijke nevenvestiging maakt gebruik van de licenties die, voor de duur van de renovatie van de Van Bleyswijkstraat 72, aan de hoofdvestiging zijn toegekend.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan de Juniusstraat 6 vermeld als ‘tijdelijke vestiging 20AB-06’.
Een afschrift van deze brief, vergezeld van het Brinmutatieformulier van het Grotius College heb ik aan uw administratiekantoor Merces B.V. te Tiel verzonden.
Met uw brief van 27 maart 2014, kenmerk DocOMO-30265/MP/MP verzoekt u mij om met ingang van 1 augustus 2014 een tijdelijke nevenvestiging, als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het betreft een tijdelijke nevenvestiging ten behoeve van de hoofdvestiging van het Sint Odulphuslyceum gevestigd aan de Noordhoekring 99, 5038 GC te Goes (Brinnummer 21FV).
De tijdelijke nevenvestiging is gevestigd aan de Noordhoekring 182, 5038 GG te Tilburg en is gelegen op een afstand van minder dan drie kilometer hemelsbreed van de hoofdvestiging aan de Noordhoekring 99 te Tilburg. De tijdelijke nevenvestiging maakt gebruik van de licenties die aan de hoofdvestiging zijn toegekend.
Ik heb uw verzoek getoetst aan artikel 71 5e lid van de WVO en het bepaalde in artikel 9 van de ‘Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs’ van 11 juli 2008, kenmerk VO/BenB-2008/26204. Uw melding voldoet verder aan de voorwaarden en ik heb de tijdelijke nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2014 in de Basisregistratie Instellingen (Brin) geregistreerd.
Een overzicht uit Brin van de goedgekeurde situatie heb ik bij deze brief gevoegd. Op het overzicht is de tijdelijke nevenvestiging aan de Noordhoekring 182 vermeld als ‘tijdelijke vestiging 21FV-01.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2014-14812.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.