Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Dienst Justitiële InrichtingenStaatscourant 2014, 12251Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 17 april 2014, nr. 498187/14/DJI, houdende wijziging van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen in verband met de modernisering van het model voor huisregels voor de penitentiaire inrichtingen

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Besluit:

ARTIKEL I

Het model opgenomen in de bijlage van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen komt als volgt te luiden:

Huisregels (naam penitentiaire inrichting)

Inhoudsopgave

INTRODUCTIE

1

Algemene bepalingen

2

2

De inrichting waar u verblijft

3

2.1

Uw afdeling

3

2.2

Uw verblijfsruimte

3

2.2.1

Meerpersoonscelplaatsing

3

2.3

Dagindeling

3

2.4

Pasgebruik

3

3

Programma-onderdelen

3

3.1

Luchten

3

3.2

Arbeid

4

3.3

Lichamelijke oefening en sport

4

3.4

Onderwijs en vorming (en MI trajecten)

4

3.5

Recreatie

4

3.6

Bibliotheek

4

3.7

Winkel

4

3.8

Bezoek

5

3.8.1

Persoonlijk bezoek

5

3.8.2

Geprivilegieerd bezoek

5

3.8.3

Consulair bezoek

6

3.8.4

Presentatie ambassade/consulaat

6

3.9

Telefoneren

6

3.9.1

Telefoneren met persoonlijke relaties

6

3.9.2

Telefoneren met geprivilegieerde contacten

7

3.10

Contacten met de media

7

4

Verzorging

7

4.1

Geestelijke verzorging

7

4.2

Medische verzorging

8

4.3

Sociale verzorging en hulpverlening in de inrichting

8

4.3.1

Sociale verzorging en hulpverlening

8

4.3.1.1

Nazorg

9

4.3.2

Psycholoog

9

4.3.3

Fasering en vrijhedenbeleid

9

4.3.3.1

Selectie en overplaatsing

9

4.3.3.2

Tijdelijk verlaten van de inrichting

9

4.3.4

Sociaal Cultureel Werk

10

4.3.4.1

Ontspanningskas

10

4.4

Persoonlijke verzorging

10

4.5

Materiële verzorging

10

4.5.1

Voorwerpen in de inrichting

10

4.5.2

Geld

11

4.5.3

Postzaken en correspondentie

11

4.5.4

Boeken, kranten, tijdschriften

12

5

Gedetineerdencommissie

12

6

Controle en geweldgebruik

12

6.1

Identificatie

12

6.2

Onderzoek verblijfsruimte

12

6.3

Urinecontrole

12

6.4

Onderzoek aan kleding of lichaam

13

6.5

Onderzoek in het lichaam

13

6.6

Gedogen geneeskundige behandeling

13

6.7

Mechanische middelen

15

6.8

Geweld en vrijheidsbeperkende middelen

15

7

Ordemaatregelen

15

7.1

Algemeen

15

7.2

Uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten

16

7.3

Afzondering

16

8

Disciplinaire straffen

16

8.1

Algemeen

16

8.2

Straffen die kunnen worden opgelegd

17

8.3

Voorwaardelijke straf

17

9

Schadeclaims

17

9.1

Schadeverhaal op gedetineerde

17

9.1.1

Schade aan rijkseigendommen

17

9.1.2

Kosten door lichamelijk letsel

18

9.2

Aansprakelijkheid inrichting

18

10

Instanties

18

10.1

Commissie van Toezicht

18

10.2

Beklagcommissie

19

10.3

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

19

10.4

Juridisch advies voor gedetineerden

19

11

Verzoek- en bezwaarschriftprocedure

19

11.1

Verzoekschrift

19

11.2

Bezwaarschrift

19

12

Beklag en beroep

20

12.1

Beklag

20

12.2

Beroep

20

13

Informatie, hoor- en mededelingsplicht

21

13.1

Informatieplicht

21

13.2

Hoorplicht

22

13.3

Mededelingplicht

22

13.3.1

Inzage in penitentiair dossier

23

14

Overig

23

14.1

Het ondergaan van een vrijheidsstraf in eigen land

23

14.2

Uitstel of achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling

23

14.2.1

Voorwaardelijke invrijheidstelling

23

14.3

Gratie

24

Trefwoordenlijst (Aan de inrichting, niet bijgevoegd)

Bijlage

I.

Begripsbepalingen

24

Huisregels (naam penitentiaire inrichting)

Introductie

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Voor u liggen de huisregels van de (naam en de plaats van de inrichting).

In de huisregels zijn uw rechten en plichten gegroepeerd per onderwerp opgenomen. Voor een aantal van deze onderwerpen geldt, dat niet alle van belang zijnde regelgeving is opgenomen maar alleen de voor u belangrijkste bepalingen. Zoveel mogelijk is per onderwerp aangegeven waar u desgewenst meer regelgeving over het onderwerp kunt vinden.

U kunt alle voor u van belang zijnde regelgeving raadplegen via de bibliotheek.

Tijdens uw detentie geldt nadrukkelijk dat u uw verantwoordelijkheid kunt nemen om aan uw specifieke situatie te werken om zo succesvol in de samenleving te re-integreren. U zult worden gestimuleerd om uw detentieperiode goed in te vullen. Binnen het voor u geldende regime krijgt u ruimte en mogelijkheden om zich voor te bereiden op een geslaagde resocialisatie.

1 Algemene bepalingen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

.. De directeur is bevoegd om voor zover zulks noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting of een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming aan u bevelen te geven. U bent verplicht deze bevelen op te volgen.

.. Ambtenaren en medewerkers zijn veelal door de directeur gemachtigd tot de uitoefening van de bij of krachtens de wet gegeven bevoegdheden en de naleving van zijn zorgplichten.

.. Het is verboden te roken in: .....

.. De directeur kan u vragen om mee te werken aan oefeningen op het gebied van (brand)veiligheid.

.. Indien u in vrijheid wordt gesteld wordt een door de directeur getekend bewijs van ontslag aan u uitgereikt.

.. De in deze huisregels aan u toegekende rechten worden beperkt indien de rechter-commissaris, het Openbaar Ministerie of de hulpofficier van justitie die de inverzekeringstelling heeft gelast, dit in het belang van het strafrechtelijk onderzoek heeft bevolen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 5

  • Wetboek van Strafvordering; art. 62a en 76

2 De inrichting waar u verblijft
2.1 Uw afdeling

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(regime waaraan de gedetineerde is onderworpen, conform het bepaalde daarover in de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden)

2.2 Uw verblijfsruimte

(Aan de directeur; zaken als inventaris verblijfsruimte, intercom, prikbord, schoonmaken etc. of zaken aangaande de meerpersoonsverblijfsruimten)

2.2.1 Meerpersoonscelplaatsing

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(indien van toepassing: Bij binnenkomst wordt bepaald of u geschikt bent voor plaatsing op een meerpersoonscel.

De directeur kan u een voor de gemeenschappelijke onderbrenging van gedetineerden bestemde verblijfsruimte toewijzen, tenzij u daarvoor ongeschikt wordt geacht.

Ongeschiktheid kan samenhangen met:

  • a. uw psychische gestoordheid;

  • b. uw verslavingsproblematiek;

  • c. uw gezondheidstoestand;

  • d. uw gedragsproblematiek;

  • e. de achtergrond van het door u gepleegde delict;

  • f. de aan u opgelegde beperkingen.

(voorkeur uitspreken voor celgenoot)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 19 lid 3, art. 20 lid 2, art. 21

  • Ministeriële regeling: Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden; art. 11a

2.3 Dagindeling

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(Alleen verplicht voor de inrichting of afdeling die door de minister is aangewezen als een inrichting of afdeling waarin kinderen tot een in die aanwijzing aangegeven leeftijd kunnen worden ondergebracht. De inrichting is verplicht in de huisregels nadere regels te stellen omtrent het verblijf van kinderen in de inrichting. In ieder geval dient in dit geval te worden opgenomen:)

(De kinderen verblijven gedurende het dagprogramma zoveel mogelijk in professionele kinderopvang.)

(Alleen verplicht voor inrichtingen met een regime van algehele gemeenschap)

(Verblijftijd in verblijfsruimte)

Nadere regelgeving(indien van toepassing)

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 12, art. 20, art. 21 en art. 22

2.4 Pasgebruik

(Aan de directeur; bewegingspas ed.)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 28

3 Programmaonderdelen
3.1 Luchten

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht, voor zover uw gezondheid zich daar niet tegen verzet / ten minste een uur netto besteedbare tijd buiten per dag)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 24 lid 2, art. 49 lid 1 en 3 en art. 55 lid 1

3.2 Arbeid

(Op de navolgende onderwerpen en de bepalingen na, aan de directeur, met uitzondering van het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg. Daarvoor geldt: op het eerste en een na laatste onderwerp na, aan de directeur)

U wordt in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan de in de inrichting beschikbare arbeid.

(recht op deelname aan de in de inrichting beschikbare arbeid voor zover de aard van de detentie zich daar niet tegen verzet)

(Alleen verplicht voor de inrichting of afdeling waar gedetineerden verblijven die tot een al dan niet onherroepelijke vrijheidsstraf zijn veroordeeld)

(verplicht tot verrichten van arbeid al dan niet onherroepelijk veroordeelden tot een vrijheidsstraf)

U hoeft geen arbeid te verrichten op de algemeen erkende feestdagen zoals benoemd in de Algemene Termijnenwet en de zondagen. Indien u een religie belijdt op grond waarvan u op een andere dag dan voornoemd geen arbeid wilt verrichten kan de directeur bepalen dat u op die dag niet tot arbeid bent verplicht. U ontvangt in dit geval geen loon over de arbeidsuren die voor u in het dagprogramma zijn opgenomen.

(aangeven wens tot deelname aan arbeid)

(arbeidstijd)

(arbeidsreglement)

(arbeid en ziekte / beloning)

(geen of onvoldoende arbeid beschikbaar / beloning)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 47

  • Algemene Termijnenwet; art. 3

  • Ministeriële regeling; Regeling arbeidsloon gedetineerden

  • Arbeidsreglement, zie bijlage II

3.3 Lichamelijke oefening en sport

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(recht op lichamelijke oefening en het beoefenen van sport gedurende ten minste tweemaal drie kwartier per week, voor zover uw gezondheid zich daar niet tegen verzet; betreft netto besteedbare tijd voor het beoefenen van lichamelijke oefening en/of sport)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 48 lid 2

3.4 Onderwijs en vorming (en MI trajecten)

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(recht op het volgen van onderwijs en deelname aan andere educatieve activiteiten voor zover deze zich verdragen met de aard en de duur van de detentie en de persoon van de gedetineerde)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 48 lid 1 en 4

3.5 Recreatie

(Op het navolgende onderwerp, aan de directeur)

(U heeft recht op deelname aan de recreatie gedurende tenminste zes uren per week voor zover uw gezondheid zich daar niet tegen verzet. In het dagprogramma van uw afdeling staan de tijden vermeld waarop u recreatie heeft.; betreft netto besteedbare recreatietijd)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 49 lid 1 en 2

3.6 Bibliotheek

(Op het navolgende onderwerp en de bepaling na, aan de directeur)

(recht op het wekelijks gebruik maken van een bibliotheekvoorziening. verwijzen naar hoofdstuk 13.1)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 48 lid 1

3.7 Winkel

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(aankoop gebruiksartikelen)

(U heeft, binnen door de directeur te stellen grenzen, recht op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de penitentiaire inrichting te verkrijgen zijn / buitenwinkel)

(aankoop gebruiksartikelen tot maximaal € 100,– in een week, inclusief telefoonkaarten mits voldoende saldo op rekening-courant)

(het bedrag dat u in een week kunt uitgeven voor de aankoop van gebruiksartikelen is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsloon of de loonvervangende financiële tegemoetkoming die u in die week ontvangt)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 44 lid 5

3.8 Bezoek
3.8.1 Persoonlijk bezoek

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

(recht op ten minste een uur bezoek per week)

(aanvraag van persoonlijk bezoek)

(tijd en plaats ontvangen van persoonlijk bezoek)

(toezicht tijdens het persoonlijk bezoek)

(bezoek tussen gedetineerden die in verschillende inrichtingen verblijven; kan slechts plaatsvinden, indien zowel de ontvangende als de zendende inrichting hiermee akkoord gaan / regeling incidenteel verlof van toepassing)

De directeur kan de toelating van een bepaald persoon of van bepaalde personen weigeren indien dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:

  • a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

  • b. de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;

  • c. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten;

  • d. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven.

Deze weigering geldt in beginsel voor een periode van ten hoogste drie maanden. De directeur kan de weigering daarna opnieuw opleggen voor een periode van in beginsel maximaal drie maanden.

Indien u verdacht wordt van, of veroordeeld bent wegens, een terroristisch misdrijf of indien de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij het door u gepleegde misdrijf een weigering van bezoek voor een zo lang mogelijke termijn vergt, dan kan de weigering voor een periode van maximaal twaalf maanden gelden. De directeur kan in deze gevallen de weigering daarna opnieuw opleggen voor een periode van twaalf maanden.

(Alleen verplicht voor inrichtingen waar het recht op bezoek zonder toezicht van toepassing is)

U kunt ten hoogste één keer per maand bezoek zonder toezicht ontvangen indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:

  • a. U verblijft gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden in één of meerdere normaal beveiligde gevangenis(sen);

  • b. het bezoek draagt, naar het oordeel van de directeur, redelijkerwijs bij tot het behoud of het versterken van de banden tussen u en het beoogde bezoek, en is van belang voor de terugkeer van u in de samenleving;

  • c. de band tussen u en het beoogde bezoek is naar het oordeel van de directeur hecht en duurzaam.

Zowel u als degene van wie het bezoek wordt beoogd moet een verzoek om bezoek zonder toezicht indienen bij de directeur. De directeur bepaalt of het bezoek zonder toezicht wordt toegestaan en de duur van het bezoek zonder toezicht. Het bezoek vindt plaats in een vertrek of een andere daartoe geschikt bevonden en ingerichte ruimte in de inrichting. Het bezoek zonder toezicht komt in de plaats van het gebruikelijke bezoek dat u in de desbetreffende week zou hebben ontvangen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 29, art. 38, art. 58

  • Ministeriële regeling; Regeling toelating en weigering bezoek en beperking

telefooncontacten penitentiaire inrichtingen; art. 6

3.8.2 Geprivilegieerd bezoek

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na aan de directeur)

Een aantal personen en instanties, de zogenaamde geprivilegieerde contacten als omschreven in artikel 37 van de Penitentiaire beginselenwet, is gerechtigd om u te bezoeken en in beginsel vrijelijk contact met u te onderhouden.

De Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming of leden daarvan, de Commissie van Toezicht of leden daarvan hebben te allen tijde toegang tot u. Voor de overige geprivilegieerde contacten geldt dat zij u op de hierna genoemde tijdstippen en plaatsen kunnen bezoeken.

U kunt onder regie van de inrichting, mits dit minimaal één dag van tevoren tijdens kantooruren is aangemeld, op iedere werkdag tijdens kantooruren bezoek van uw advocaat ontvangen. Indien u bezoek van uw advocaat wilt ontvangen gedurende het dagdeel of de blokperiode dat u voor de arbeid bent ingedeeld, kan dit niet, tenzij de zaak een spoedeisend karakter heeft en/of de directeur besluit dat u gedurende het dagdeel of de betreffende blokperiode niet aan de arbeid deelneemt. In dat geval heeft u geen recht op loon over dat dagdeel of die blokperiode.

(aanvraag van geprivilegieerd bezoek)

(tijd en plaats ontvangen van geprivilegieerd bezoek)

(toezicht tijdens geprivilegieerd bezoek; in beginsel vrijelijk onderhoud, indien toezichthoudende maatregelen worden opgelegd wordt dit voor het bezoek medegedeeld en zij mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen u en uw geprivilegieerd bezoek bij derden bekend kunnen worden)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 38 lid 7

3.8.3 Consulair bezoek

(Op de navolgende bepaling na, aan de directeur)

Indien u een gedetineerde vreemdeling bent heeft u het recht om contact te maken met uw diplomatieke vertegenwoordiging en om bezoek van consulaire medewerkers te ontvangen. U kunt de directeur van de inrichting verzoeken de consulaire vertegenwoordiger van de staat waarvan u onderdaan bent op de hoogte te stellen van uw detentie. De directeur is verplicht aan uw verzoek gehoor te geven.

Indien u een gedetineerde vreemdeling bent heeft de consulaire ambtenaar het recht u te bezoeken, tenzij u te kennen heeft gegeven daarop geen prijs te stellen. De consulaire ambtenaar dient de directeur hierom schriftelijk te verzoeken. Het bezoek komt niet in de plaats van uw persoonlijk bezoek.

Nadere regelgeving

  • Verdrag van Wenen van 24 april 1963; art. 36

3.8.4 Presentatie ambassade/consulaat

Indien een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, u verzoekt om medewerking te verlenen aan een presentatie bij een ambassade of consulaat, bent u verplicht daaraan medewerking te verlenen.

Nadere regelgeving

  • Vreemdelingenwet 2000; art. 61

3.9 Telefoneren
3.9.1 Telefoneren met persoonlijke relaties

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

U heeft het recht om op de dag van uw insluiting of, indien dit bezwaarlijk is vanwege het late tijdstip van uw insluiting, de daaropvolgende dag de door u opgegeven persoon (door de inrichting) in kennis te (laten) stellen van uw insluiting.

(recht om ten minste eenmaal per week gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting / echter niet met medegedetineerden, behalve met de aantoonbare levenspartner en familie in de eerste en tweede graad niet verblijvend in een EBI)

(tijdstip, plaats en toestel waarmee)

De kosten van de telefoongesprekken zijn voor uw rekening, tenzij de directeur anders bepaalt.

De door u of met u gevoerde telefoongesprekken met uw persoonlijke relaties kunnen in het kader van het houden van toezicht worden opgenomen. De opnamen van deze telefoongesprekken worden ten hoogste acht maanden bewaard. Na het verstrijken van deze periode worden de opnamen gewist.

De directeur kan in het kader van het houden van toezicht bepalen dat de van de telefoongesprekken gemaakte opnamen worden uitgeluisterd. Dit gebeurt alleen indien dit noodzakelijk is met het oog op:

  • a. De vaststelling van de identiteit van de persoon met wie u een telefoongesprek voert;

  • b. De handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

  • c. de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;

  • d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten;

  • e. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven.

(aanvraag gesprek met persoonlijke relatie)

De directeur kan de gelegenheid tot het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken weigeren indien dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:

  • a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

  • b. de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid

  • c. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten;

  • d. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven.

Indien u verdacht wordt van, of veroordeeld bent wegens, een terroristisch misdrijf of indien de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij het door u gepleegde misdrijf een weigering van bezoek voor een zo lang mogelijke termijn vergt, dan kan de weigering voor een periode van maximaal twaalf maanden gelden. De directeur kan in deze gevallen de weigering daarna opnieuw opleggen voor een periode van twaalf maanden.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 39, art. 58

  • Penitentiaire maatregel; art. 23a

  • Ministeriële regeling; Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen; art. 6

3.9.2 Telefoneren met geprivilegieerde contacten

(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)

Indien hiertoe de noodzaak en de gelegenheid bestaan wordt u in staat gesteld telefonisch contact te hebben met de zogenaamde geprivilegieerde contacten zoals bijvoorbeeld uw advocaat of reclasseringsmedewerker.

De kosten van het telefoongesprek zijn voor uw rekening, tenzij de directeur anders bepaalt.

Er wordt geen ander toezicht op de gesprekken uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie u een gesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.

(aanvraag gesprek met geprivilegieerd contact)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 39 lid 4

3.10 Contacten met de media

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan u toestemming geven voor het voeren van een gesprek met een vertegenwoordiger van de media voor zover dit zich verdraagt met de volgende belangen:

  • a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

  • b. de bescherming van de openbare orde en de goede zeden;

  • c. de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen dan uzelf;

  • d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.

De directeur kan met het oog op de bescherming van deze belangen aan de toegang van een vertegenwoordiger van de media tot de inrichting voorwaarden verbinden.

De directeur kan op het contact met een vertegenwoordiger van de media toezicht uitoefenen indien dit noodzakelijk is met het oog op een van de genoemde belangen. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen u en een vertegenwoordiger van de media. Tevoren wordt aan u beiden mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 40 en art. 58

4 Verzorging
4.1 Geestelijke verzorging

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

U heeft het recht uw godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden en te beleven. U wordt in de gelegenheid gesteld persoonlijk contact te onderhouden met de geestelijk verzorger van de godsdienst of levensovertuiging van uw keuze, die aan de inrichting is verbonden. Voorts wordt u in gelegenheid gesteld om in de inrichting te houden godsdienstige bijeenkomsten (zoals kerkdiensten en gebedsdiensten) of levensbeschouwelijke bijeenkomsten (zoals bezinningsbijeenkomsten) van uw keuze bij te wonen, voor zover uw gezondheid zich daartegen niet verzet.

U kunt contact met de geestelijk verzorger van uw keuze aanvragen en deze kan in het kader van de zorg ook contact met u opnemen.

Aan de inrichting zijn verbonden geestelijk verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte, een humanistisch raadsman, een imam, een rabbijn, een pandit en een boeddhistisch geestelijk verzorger.

(aanvragen contact met geestelijk verzorger die aan de inrichting is verbonden)

(aanvragen contact met geestelijk verzorger van geloofsrichting die niet aan de penitentiaire inrichting is verbonden, altijd via geestelijk verzorger verbonden aan de penitentiaire inrichting)

(tijd en plaats; godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten voor zover mogelijk op de algemeen erkende feestdagen, zoals benoemd in de Algemene Termijnenwet, dan wel gelijksoortige dagen en de zondagen)

Ook indien u niet tot enige godsdienstige gezindte behoort of tot een gezindte die deze dagen niet als rustdagen in acht neemt, gelden de algemeen erkende feestdagen zoals benoemd in de Algemene Termijnenwet en de zondagen als rustdag.

Briefwisseling tussen u en de geestelijk verzorger die is verbonden aan de inrichting waar u verblijft is niet aan censuur onderworpen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 41

  • Algemene Termijnenwet; art. 3

  • Penitentiaire maatregel; art. 24 tot en met art. 27

4.2 Medische verzorging

(Op de navolgende bepaling en onderwerpen na, aan de directeur)

Aan de inrichting zijn verbonden ... (bijv. huisarts, tandarts en een psychiater).

(onderzoek bij binnenkomst, met uitzondering van het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg: deelname aan arbeid en sport)

(aanvragen bezoek of ontvangst van huisarts, tandarts, psychiater etc.)

(recht op raadpleging van o.a. eigen huisarts, tandarts en psychiater voor eigen rekening)

(medicijnen)

(ziek- en betermelding)

Als bij u sprake is van een gevaar dat wordt veroorzaakt door een stoornis van uw geestvermogens, kan de directeur op advies van de psychiater besluiten dat u hiervoor moet worden behandeld. Het kan noodzakelijk zijn dat u hiervoor moet worden overgeplaatst naar een bijzondere inrichting of afdeling.

Behandeling vindt alleen met uw toestemming plaats, tenzij er omstandigheden zijn die de behandeling zonder uw toestemming noodzakelijk maken. In paragraaf 6.6 staat beschreven wanneer een onvrijwillige geneeskundige behandeling kan plaatsvinden.

(Enkel verplicht voor de bijzondere inrichting of afdeling bestemd voor de geneeskundige behandeling van de geestelijke gezondheidstoestand)

(vaststellen geneeskundig behandelingsplan, bijvoorbeeld als volgt:

‘De directeur zorgt ervoor dat er onder verantwoordelijkheid van een psychiater zoveel mogelijk met uw instemming een geneeskundig behandelingsplan wordt vastgesteld. Dit plan is erop gericht om het gevaar dat wordt veroorzaakt door een stoornis van uw geestvermogens zodanig weg te nemen dat u niet langer in deze bijzondere inrichting/op deze bijzondere afdeling hoeft te verblijven.’)

Onder gevaar wordt hier verstaan:

  • 1. gevaar voor uzelf, hetgeen onder meer bestaat uit:

    • a. het gevaar dat u zich van het leven zult beroven of dat u zichzelf ernstig lichamelijk letsel zult toebrengen;

    • b. het gevaar dat u maatschappelijk te gronde gaat;

    • c. het gevaar dat u uzelf in ernstige mate zult verwaarlozen;

    • d. het gevaar dat u met hinderlijk gedrag agressie van anderen zult oproepen;

  • 2. gevaar voor een of meer anderen, hetgeen onder meer bestaat uit:

    • a. het gevaar dat u een ander van het leven zult beroven of hem ernstig lichamelijk letsel zult toebrengen;

    • b. het gevaar voor de psychische gezondheid van een ander;

    • c. het gevaar dat u een ander, die aan uw zorg is toevertrouwd, zult verwaarlozen;

  • 3. gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

(wijzigen behandelingsplan, bijvoorbeeld als volgt:

‘Het behandelingsplan kan na overleg met u worden gewijzigd. De wijziging wordt u voor het ingaan van de wijziging meegedeeld.’)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 14, tweede en vierde lid, art. 42, art. 46a tot en met 46c

  • Penitentiaire maatregel; art. 21 tot en met 21b en art. 28 tot en met art. 34

4.3 Sociale verzorging en hulpverlening in de inrichting
4.3.1 Sociale verzorging en hulpverlening

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

Na binnenkomst in de inrichting wordt u door inrichtingsmedewerkers gescreend op persoonlijkheid, (zorg)situatie en problematiek (ISS: instroom, screening en selectie). Op basis van de screening stelt de inrichting een Detentie- en Re-integratieplan (D&R-plan) op. Uw D&R-plan wordt regelmatig besproken in het Multidisciplinair Overleg (MDO). Indien nodig wordt uw situatie besproken in het Psycho-Medisch Overleg (PMO).

Terugkeerfunctionaris

(Enkel verplicht voor de inrichtingen waaraan een terugkeerfunctionaris is verbonden)

De terugkeerfunctionaris functioneert als tussenpersoon bij het maken van afspraken voor ambtelijk bezoek, bijvoorbeeld van de rechtsbijstandverlener, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Vreemdelingenpolitie of de Koninklijke Marechaussee.

Verder kan de terugkeerfunctionaris u bijstaan bij het zoeken naar oplossingen van problemen inzake uw terugkeer op het gebied van de benodigde reisdocumenten, financiën, bagage en relaties.

Wilt u een terugkeerfunctionaris spreken dan kunt u dit aangeven op een aanvraagformulier.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 43

4.3.1.1 Nazorg

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

Binnen tien werkdagen na binnenkomst in de inrichting heeft u een gesprek met een inrichtingsmedewerker. Deze medewerker gaat met u na of er zaken zijn die in verband met uw detentie en de situatie daarna geregeld moeten worden. Het gaat daarbij om de volgende zaken:

  • een geldig identiteitsbewijs;

  • werk en inkomen;

  • huisvesting;

  • schulden;

  • zorg.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 43

4.3.2 Psycholoog

(Aan de directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 43

4.3.3 Fasering en vrijhedenbeleid

(Aan de directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 26, derde lid

4.3.3.1 Selectie en overplaatsing

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(verwijzen naar hoofdstuk 11 van het model huisregels; verzoek- en bezwaarschriftprocedures)

(deelname aan penitentiair programma)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 4, art. 15 en art. 16

  • Penitentiaire maatregel; art. 5 tot en met art. 10

  • Ministeriële regeling; Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden

4.3.3.2 Tijdelijk verlaten van de inrichting

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(incidenteel verlof; wanneer, hoe aanvragen, verwijzen naar de ministeriële regeling Tijdelijk verlaten van de inrichting)

(strafonderbreking; wanneer, hoe aanvragen, verwijzen naar de ministeriële regeling Tijdelijk verlaten van de inrichting)

(Enkel verplicht voor de inrichting waar verlof geen vast onderdeel is van het regime)

(Algemeen Verlof; wanneer, hoe aanvragen, verwijzen naar regeling)

(Enkel verplicht voor de (zeer) beperkt beveiligde inrichting)

(regimesgebonden verlof; wanneer, hoe aanvragen, verwijzen naar regeling)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 26

  • Wetboek van Strafvordering; art. 570b

  • Ministeriële regeling; Tijdelijk verlaten van de inrichting

4.3.4 Sociaal Cultureel Werk

(Aan de directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 48 lid 1

4.3.4.1 Ontspanningskas

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur, met uitzondering van het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg. Daarvoor geldt dat er geen ontspanningskas kan worden ingesteld)

Op verzoek van gedetineerden kan een ontspanningskas worden ingesteld die uitsluitend in stand wordt gehouden door middel van vrijwillige bijdragen van gedetineerden.

Deelname geschiedt door ondertekening van een formulier waarin u zich onder de gestelde voorwaarden daartoe bereid verklaart en akkoord gaat met een periodieke afschrijving van de bepaalde bijdrage van uw rekening-courant.

De hoogte van de bijdrage is voor alle gedetineerden gelijk en wordt vastgesteld door de gedetineerdencommissie (zie hoofdstuk 5). De maximale bijdrage is echter € 1,– per week.

De bestedingen van de ontspanningskas komen, los van het deelnemerschap, ten goede aan alle gedetineerden in de inrichting.

Het beheer van de ontspanningskas geschiedt door de directeur.

De gedetineerdencommissie neemt, in overeenstemming met de directeur, besluiten over de besteding van de gelden.

De gelden kunnen niet worden aangewend voor de aankoop van kapitaalgoederen.

4.4 Persoonlijke verzorging

(Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur)

(voeding, voeding en godsdienst of levensovertuiging, dieet)

(dragen van rijkskleding en eigen kleding / schoeisel: uitgangspunt (met uitzondering van het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg); recht op dragen van eigen kleding tenzij de eigen kleding niet voldoet aan in redelijkheid te stellen eisen)

(linnengoed)

(wasgoed: uitgangspunt (met uitzondering van het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg): wassen geschiedt op eigen risico en voor eigen kosten van de gedetineerde; een algemene geldelijke periodieke heffing is niet toegestaan).

(douchen; minimale frequentie 2 keer per week)

(kapper; aanvraag / kosten: 1 x per zes weken van rijkswege)

(gebruiksartikelen – indien gewenst – verstrekt door de inrichting: in elk geval shampoo, zeep, tandpasta, tandenborstel, kam, toiletpapier en indien van toepassing: scheergerei voor de mannelijke gedetineerde, maandverband voor de vrouwelijke gedetineerde of verzorgingsartikelen voor kinderen)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 44

4.5 Materiële verzorging
4.5.1 Voorwerpen in de inrichting

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

Het is u toegestaan in uw verblijfsruimte kleding en schoeisel die u nodig heeft voor dagelijks gebruik bij u te houden. De directeur bepaalt welke persoonlijke voorwerpen u in uw verblijfsruimte mag houden.

De directeur kan u in elk geval geen toestemming geven om de volgende voorwerpen in uw verblijfsruimte te houden:

  • a. voorwerpen van dezelfde soort als de voorwerpen die deel uitmaken van de van rijkswege verzorgde inventaris van uw verblijfsruimte of de gezamenlijke woon- en werkruimtes van u en uw medegedetineerden;

  • b. zaklantaarns, kaarsen, olielampen, vibrators, sexpoppen, film- en videoapparatuur, verrekijkers, telescopen, fotoapparatuur, zend- en communicatieapparatuur;

  • c. voorwerpen van discriminerende, aanstootgevende of militante aard.

De directeur kan op grond van het belang van de handhaving van de orde of de

(brand)veiligheid in de inrichting, dan wel de beperking van zijn aansprakelijkheid voor de

voorwerpen, bepalen dat u eerder toegestane voorwerpen niet (langer)

in uw verblijfsruimte mag houden.

De directeur kan u toestemming geven om door u gewenste voorwerpen in uw verblijfsruimte te plaatsen dan wel bij u te dragen voor zover dit zich verdraagt met de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting en de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen.

Indien de directeur u toestemming verleent de door u gewenste voorwerpen onder uw berusting te houden, dient u zich te realiseren dat het hier gaat om een gunst en niet om een (verworven) recht. Dit houdt onder meer in dat indien u wordt overgeplaatst naar een andere afdeling of andere inrichting deze voorwerpen niet zonder meer kunnen worden meegenomen. U dient hiertoe wederom een verzoek in te dienen bij de directeur van de afdeling of inrichting waar u wordt geplaatst.

Aan het door u onder uw berusting houden van voorwerpen kan de directeur voorwaarden verbinden die kunnen betreffen het gebruik van en de aansprakelijkheid voor deze voorwerpen.

(in- en uitvoer goederen)

(eigen-risicoverklaring)

In geval van vermissing of beschadiging van een voorwerp dat u met toestemming in uw verblijfsruimte heeft dan wel bij zich draagt, is de directeur aansprakelijk tot een maximaal bedrag van € 500,– per voorwerp. De directeur is niet aansprakelijk indien de vermissing of beschadiging het gevolg is van uw eigen opzet of bewuste roekeloosheid.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 45

  • Penitentiaire maatregel; art. 49

4.5.2 Geld

(Op het navolgende onderwerp en de navolgende bepaling na, aan de directeur)

(geldzaken)

Het is niet toegestaan contant geld in uw bezit te hebben. Uw contante geld wordt op een rekening-courant gezet.

Op uw rekening-courant mag maximaal een bedrag van € 500,– staan. Het is niet toegestaan een negatief saldo te hebben op uw rekening-courant.

Indien bij u of in een voor u bestemde brief vreemde valuta worden aangetroffen, worden deze voor u in de kas bewaard tot uw vertrek. Indien het gaat om euro’s, dan worden deze geboekt op uw rekening-courant, voor zover daarbij het maximaal toegestane saldo van € 500,– niet wordt overschreden. Als het maximaal toegestane saldo is bereikt worden de overige euro’s voor u in de kas bewaard tot uw vertrek.

Op het moment van uw ontslag wordt maximaal € 500,– contant meegegeven.

Het geld dat zich op het moment van uw ontslag in de kas bevindt wordt gestort op:

(per inrichting verschillend)

Wanneer geld wordt overgeschreven naar uw rekening-courant, dan moet de afzender bij de overboeking uw achternaam, uw voorletters en uw registratienummer vermelden. Zonder aanwezigheid van die gegevens wordt de storting niet verwerkt en wordt het geld teruggestort naar de afzender.

Financiële transacties kunnen aanleiding geven tot nader onderzoek.

Een boetebetaling is een financiële transactie. Boetebetalingen, waarbij u direct in vrijheid kunt worden gesteld, moeten voor 12.00 uur bij de bank binnen zijn om dezelfde dag te worden verwerkt.

Indien u geld uit het buitenland ontvangt is dit een financiële transactie.

Wanneer u gebruik maakt van een acceptgirokaart om geld over te maken, worden de kosten daarvan aan u doorberekend.

Indien de financiële administratie een internationale postwissel of bankcheque voor u moet inwisselen is uw handtekening vereist. De verwerking neemt ongeveer drie weken in beslag.

Het is u niet toegestaan geld over te maken naar een andere gedetineerde.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 46

4.5.3 Postzaken en correspondentie

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

U heeft, op de onderstaande beperkingen na, recht om post te ontvangen en te verzenden. Indien u over onvoldoende geld beschikt en niet in de gelegenheid bent inkomsten te verwerven uit arbeid wordt aan u, op uw verzoek, eenmaal per week de port voor ten minste een brief van rijkswege verstrekt.

De directeur is bevoegd enveloppen of andere poststukken, gericht aan u of afkomstig van u te openen en op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken. De directeur mag dit doen in uw afwezigheid, tenzij de enveloppen of andere poststukken afkomstig zijn van of bestemd voor de zogenaamde geprivilegieerde contacten, zoals uw advocaat, de commissie van toezicht of de beklagcommissie. De directeur zal in die gevallen het onderzoek altijd in uw aanwezigheid verrichten.

De directeur is eveneens bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken, gericht aan u of afkomstig van u, toezicht uit te oefenen. Dit geldt niet als de brieven of andere poststukken afkomstig zijn van of gericht zijn aan geprivilegieerde contacten, zoals uw advocaat. Het toezicht houdt onder meer in dat de directeur kan besluiten brieven of andere poststukken te kopiëren. Van de wijze waarop toezicht wordt uitgeoefend, wordt aan u van tevoren mededeling gedaan.

(inrichtingsbeleid uitoefenen toezicht)

De directeur kan de verzending of uitreiking van bepaalde brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen weigeren indien dit noodzakelijk is met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, de voorkoming of opsporing van strafbare feiten of de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven. Dit geldt echter niet voor verzending of uitreiking van brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen gericht aan of afkomstig van geprivilegieerde contacten.

Indien uw post is gericht aan een geprivilegieerd contact dient u dit duidelijk op de envelop of op het poststuk te vermelden.

(wijze van aanbieden; open enveloppe, voorzien van in ieder geval naam en nummer verblijfsruimte, voldoende gefrankeerd)

Het is u niet toegestaan bestellingen te ontvangen van postorderbedrijven en uitgeverijen (anders dan abonnementen op kranten of tijdschriften). Doet u dit toch, dan wordt de bestelling op uw kosten geretourneerd.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 36, art. 37, art. 58

  • Ministeriële regeling; Geprivilegieerde post gedetineerden

4.5.4 Boeken, kranten, tijdschriften

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(alleen rechtstreeks via een uitgever of via het aanbod van de inrichtingswinkel.)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 48

5 Gedetineerdencommissie

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(Gedeco)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 74

6 Controle en geweldgebruik
6.1 Identificatie

(Op het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

(Bij binnenkomst in de inrichting, bij het verlaten van de inrichting, bij het afnemen van DNA in het kader van de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en voor zover dit anderszins noodzakelijk is, stelt de directeur uw identiteit vast aan de hand van uw vingerafdrukken.)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 28

6.2 Onderzoek verblijfsruimte

(Aan de directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 34

6.3 Urinecontrole

(Op het navolgende onderwerp en de bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan een gedetineerde verplichten urine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van wettelijk verboden en andere gedragsbeïnvloedende middelen. Een urinecontrole wordt in ieder geval uitgevoerd in de volgende gevallen:

  • bij de beslissing tot overplaatsing;

  • in geval van verlenen van verlof;

  • bij binnenkomst in de inrichting;

  • bij terugkomst in de inrichting van onbegeleid verlof;

  • bij het vermoeden van gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen. De op deze grond uitgevoerde urinecontrole wordt gevolgd door een vervolg-urinecontrole;

  • na (relationeel) bezoek zonder toezicht;

  • in geval van het vertrek van een gedetineerde naar een vervolgvoorziening zoals bijvoorbeeld een verslavingskliniek.

U heeft het recht om kennis te nemen van de uitslag van het urine-onderzoek. Als u dit wilt, kunt u voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine laten plaatsvinden.

(sancties bij positieve uitslag of weigering van de medewerking)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 30

  • Ministeriële regeling; Urinecontrole penitentiaire inrichtingen

6.4 Onderzoek aan kleding of lichaam

(Op het navolgende onderwerp en de bepalingen na, aan de directeur)

(wanneer en door wie)

Het onderzoek aan het lichaam omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van uw lichaam.

Het onderzoek aan de kleding omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die u bij u draagt of met u meevoert.

Indien u aan uw lichaam wordt onderzocht vindt dit onderzoek altijd in een besloten ruimte plaats. Het onderzoek wordt, voor zover mogelijk, verricht door personen van hetzelfde geslacht als u.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 29

6.5 Onderzoek in het lichaam

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan bepalen dat u in het lichaam wordt onderzocht, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel voor uw gezondheid. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.

Een ambtenaar of medewerker van de inrichting waar u verblijft kan indien onverwijlde tenuitvoerlegging geboden is, een beslissing als voornoemd nemen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 31, art. 57 en art. 58

6.6 Gedogen geneeskundige behandeling: gedwongen geneeskundige behandeling, a-dwangbehandeling en b-dwangbehandeling

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Er zijn drie typen onvrijwillige geneeskundige behandeling:

  • 1. de gedwongen geneeskundige handeling;

  • 2. de a-dwangbehandeling;

  • 3. de b-dwangbehandeling.

De a-dwangbehandeling en de b-dwangbehandeling kunnen alleen worden toegepast indien u verblijft op of wordt overgeplaatst naar een bijzondere afdeling bestemd voor de behandeling van de geestelijke gezondheidstoestand.

Ad 1. Gedwongen geneeskundige handeling (artikel 32 van de Penitentiaire beginselenwet)

De directeur kan u verplichten te gedogen dat ten aanzien van u een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is ter afwending van een gevaar voor de gezondheid of veiligheid van u of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.

De gedwongen geneeskundige handeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

  • de Minister;

  • de commissie van toezicht;

  • de bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, indien de gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van uw geestvermogens.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de gedwongen geneeskundige handeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de gedwongen geneeskundige handeling.

(Maximale duur, opstellen behandelplan ter verbetering van de gezondheidstoestand, mogelijkheid tot voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling)

(Enkel verplicht voor de bijzondere inrichting of afdeling bestemd voor de geneeskundige behandeling van de geestelijke gezondheidstoestand:)

Wanneer u niet wil instemmen met (de wijziging van) uw geneeskundig behandelingsplan, en/of zich tegen de uitvoering van de daarin opgenomen behandelingsmiddelen verzet, kan onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts worden overgegaan tot

  • a-dwangbehandeling, om een langdurig verblijf in/op deze bijzondere inrichting of afdeling te voorkomen;

  • b-dwangbehandeling, om een onmiddellijk dreigend gevaar binnen de inrichting af te wenden.

Ad 2. A-dwangbehandeling (artikel 46e, eerste lid, jo. artikel 46d, onder a, van de Penitentiaire beginselenwet)

De directeur kan schriftelijk beslissen dat ten aanzien van u een a-dwangbehandeling wordt toegepast, indien aannemelijk is dat zonder die geneeskundige behandeling het gevaar dat door een stoornis van uw geestvermogens wordt veroorzaakt niet binnen redelijke termijn kan worden weggenomen. Wat hier onder gevaar wordt verstaan, staat omschreven in paragraaf 4.2.

(door wie, hoe en bij wie bezwaren tegen de voorgenomen beslissing tot a-dwangbehandeling kunnen worden aangevoerd, bezoek maandcommissaris, gelegenheid te worden gehoord, bijvoorbeeld als volgt:

‘Uiterlijk drie dagen vóór het nemen van een beslissing tot a-dwangbehandeling, stelt de directeur de voorzitter van de commissie van toezicht, uw raadsman en eventuele wettelijk vertegenwoordigers, in de gelegenheid om bezwaren tegen de voorgenomen a-dwangbehandeling kenbaar te maken. U wordt bezocht door de maand-commissaris en de directeur stelt u in de gelegenheid te worden gehoord.’)

(afschrift beslissing directeur, met daarin opgenomen eventueel aangevoerde bezwaren, maximale duur a-dwangbehandeling, bijvoorbeeld als volgt:

‘De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt (niet langer dan drie maanden), en welke bezwaren daartegen zijn aangevoerd.’)

De a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

  • de voorzitter van de commissie van toezicht;

  • de raadsman;

  • uw wettelijke vertegenwoordigers;

  • de Minister;

  • de commissie van toezicht en

  • de bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de a-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de a-dwangbehandeling.

Voortzetting a-dwangbehandeling (artikel 46e, vijfde lid, jo. artikel 46d, onder a, van de Penitentiaire beginselenwet)

De directeur kan binnen zes maanden na afloop van de a-dwangbehandeling schriftelijk beslissen tot voortzetting van de a-dwangbehandeling.

(afschrift beslissing directeur, maximale duur voortzetting a-dwangbehandeling, bijvoorbeeld als volgt:

‘De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt (niet langer dan drie maanden).’)

De voortzetting van de a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

  • de Minister;

  • de commissie van toezicht en

  • de bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de a-dwangbehandeling.

Ad. 3 B-dwangbehandeling (artikel 46d, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet)

De directeur kan beslissen dat ten aanzien van u een b-dwangbehandeling wordt toegepast, indien dit naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat binnen de inrichting door een stoornis van uw geestvermogens wordt veroorzaakt af te wenden. Wat hier onder gevaar wordt verstaan, staat omschreven in paragraaf 4.2.

De b-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

  • de commissie van toezicht;

  • de Minister en

  • de bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de b-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de b-dwangbehandeling.

(Maximale duur en mogelijkheid tot voortzetting van de b-dwangbehandeling)

(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragraaf 12.2, onder e, inzake het instellen van rechtstreeks beroep tegen de beslissing tot a-dwangbehandeling)

(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragrafen 12.1 en 12.2, onder a, inzake het doen van beklag en het instellen van beroep naar aanleiding van de beslissingen omtrent b-dwangbehandeling en voortzetting van een a-dwangbehandeling.)

(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragrafen 12.1 en 12.2, onder a, inzake het doen van beklag en het instellen van beroep naar aanleiding van de beslissing omtrent een gedwongen geneeskundige handeling)

(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragraaf 12.2 onder f (nieuw) inzake het instellen van beroep tegen medisch handelen)

Nadere regelgeving

  • enitentiaire beginselenwet; art. 5, art. 14 art. 32art. 46a tot en met art. 46e, art. 57, 58

  • Penitentiaire maatregel; art. 21 tot en met art. 23

6.7 Mechanische middelen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan bepalen dat u tijdens de afzondering door bevestiging van mechanische middelen aan uw lichaam voor een periode van ten hoogste 24 uur in uw bewegingsvrijheid wordt beperkt, indien die beperking noodzakelijk is ter afwending van een van u uitgaand ernstig gevaar voor uw gezondheid of de veiligheid van anderen dan uzelf.

De directeur stelt onverwijld de arts of diens vervanger en de commissie van toezicht van de bevestiging in kennis.

De directeur kan de beslissing tot bevestiging van mechanische middelen aan uw lichaam telkens met ten hoogste 24 uur verlengen. De beslissing tot verlenging wordt genomen na overleg met de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 33, art. 57 en art. 58

  • Ministeriële regeling; Mechanische middelen

6.8 Geweld en vrijheidsbeperkende middelen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur is bevoegd tegen u geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:

  • a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

  • b. de uitvoering van een door de directeur genomen beslissing;

  • c. ter voorkoming dat u zich aan het op u uitgeoefende toezicht onttrekt;

  • d. de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden door de officier van justitie of de rechter-commissaris genomen beslissing.

Naast de directeur is de selectiefunctionaris of een daartoe door hem aangewezen ambtenaar of medewerker bevoegd tegen u geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen:

  • a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing;

  • b. ter voorkoming dat u zich aan het op u uitgeoefende toezicht onttrekt.

Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur dan wel de selectiefunctionaris toekomen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 35

  • Ministeriële regeling; Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen

7 Ordemaatregelen
7.1 Algemeen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur is bevoegd aan u bevelen te geven voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

  • a. de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting;

  • b. een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.

De directeur kan diverse ordemaatregelen opleggen. Een uitdrukkelijke wettelijke voorziening is getroffen ten aanzien van twee ordemaatregelen, die regelmatig voorkomen: de uitsluiting van activiteiten en de plaatsing in afzondering. Het pakket van ordemaatregelen dat de directeur ter beschikking staat is echter groter.

Ordemaatregelen mogen nooit langer duren dan strikt noodzakelijk.

Voor het opleggen van een ordemaatregel is niet vereist dat u zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.

U bent verplicht de aan u gegeven bevelen onverwijld op te volgen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 5

7.2 Uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan u uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten:

  • a. indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is;

  • b. indien dit ter bescherming van u noodzakelijk is;

  • c. in geval van ziekmelding of ziekte van u;

  • d. indien u hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en uitvoerbaar oordeelt.

De uitsluiting van deelname aan een of meer activiteiten op de gronden genoemd onder a of b, duurt ten hoogste twee weken. De directeur kan deze uitsluiting telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot uitsluiting nog bestaat.

Indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitsluiting, bedoeld onder a of b, geboden is, kan een ambtenaar of medewerker u uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten, voor een periode van ten hoogste vijftien uren.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 5, art. 23, art. 57 en art. 58

7.3 Afzondering

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur is bevoegd u in afzondering te plaatsen:

  • a. indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is;

  • b. indien dit ter bescherming van u noodzakelijk is;

  • c. in geval van ziekmelding of ziekte van u;

  • d. indien u hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en uitvoerbaar oordeelt.

De afzondering wordt ten uitvoer gelegd in een afzonderingscel of in een andere verblijfsruimte. Gedurende het verblijf in afzondering neemt u niet deel aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht. De directeur kan contact met de buitenwereld gedurende het verblijf in de afzonderingscel beperken of uitsluiten.

De afzondering op de gronden genoemd onder a of b, duurt ten hoogste twee weken.

De directeur kan de afzondering op de gronden genoemd onder a of b, telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot afzondering nog bestaat.

Indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de afzondering op de gronden vermeld onder a of b, geboden is, kan een ambtenaar of medewerker u voor een periode van ten hoogste vijftien uren in afzondering plaatsen. De directeur wordt van deze plaatsing onverwijld op de hoogte gesteld.

De directeur draagt zorg dat, ingeval de afzondering langer dan vierentwintig uren duurt en ten uitvoer wordt gelegd in een afzonderingscel, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger terstond hiervan in kennis worden gesteld.

Het is mogelijk dat u de tenuitvoerlegging van de afzondering in een andere inrichting of op een andere afdeling moet ondergaan.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 5, art. 24, art. 25, art. 57 en art. 58

  • Ministeriële regeling; Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen

8 Disciplinaire straffen
8.1 Algemeen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Indien u betrokken bent bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming kan de directeur besluiten u een disciplinaire straf op te leggen.

Ook gedragingen door u gepleegd buiten de inrichting kunnen voor een disciplinaire afdoening in aanmerking komen.

Indien een ambtenaar of medewerker constateert dat u betrokken bent bij feiten als voornoemd en hij voornemens is daarover aan de directeur een schriftelijk rapport uit te brengen, deelt hij u dit mede. De directeur beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem dit rapport is uitgebracht.

Indien de directeur de feiten als voornoemd constateert hoeft er geen schriftelijk rapport te worden opgemaakt.

Een straf kan worden opgelegd dan wel ten uitvoer gelegd in een andere inrichting of afdeling dan waar het feit is begaan.

De directeur houdt aantekening:

  • van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan;

  • indien een straf geheel of ten dele wordt herzien.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 50 tot en met art. 55, art. 57 en art. 58

8.2 Straffen die kunnen worden opgelegd

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur kan de navolgende disciplinaire straffen opleggen:

  • a. opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte voor ten hoogste twee weken;

  • b. ontzegging van bezoek voor ten hoogste vier weken, indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen;

  • c. uitsluiting van deelname aan een of meer bepaalde activiteiten voor ten hoogste twee weken;

  • d. weigering, intrekking of beperking van het eerstvolgende verlof;

  • e. geldboete tot een bedrag van ten hoogste tweemaal het in de inrichting of afdeling geldende weekloon.

De directeur bepaalt bij de oplegging van een geldboete tevens door welke andere straf deze zal worden vervangen, ingeval de boete niet binnen de daartoe door hem gestelde termijn is betaald.

De directeur kan meer dan één straf opleggen, met dien verstande dat de straffen genoemd onder a en c slechts kunnen worden opgelegd voor zover zij tezamen niet langer duren dan twee weken.

De oplegging van een straf laat onverlet de mogelijkheid voor de directeur om ter zake van de door u toegebrachte schade met u een regeling te treffen. De hoogte van de regeling is niet aan een wettelijk maximum verbonden.

Geen straf kan worden opgelegd, indien u voor het begaan van het feit of de feiten niet verantwoordelijk kunt worden gesteld.

Indien een straf is opgelegd wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. De directeur kan bepalen dat een straf niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd.

Ad. a Opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte

Indien aan u de disciplinaire straf van opsluiting is opgelegd bent u uitgesloten van het deelnemen aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.

De directeur kan het contact met de buitenwereld gedurende het verblijf in de strafcel beperken of uitsluiten.

De directeur draagt zorg dat, ingeval de opsluiting in een strafcel ten uitvoer wordt gelegd en langer dan vierentwintig uren duurt, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger terstond hiervan in kennis worden gesteld.

Ad. e Geldboete

Met weekloon wordt bedoeld het standaardloon inclusief de normale prestatietoeslagen maar exclusief eventuele toeslagen voor weekeindwerkzaamheden, zoals in de huisdienst.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 50 tot en met art. 55, art. 57 en art. 58

  • Ministeriële regeling; Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen

8.3 Voorwaardelijke straf

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Een straf kan geheel of ten dele voorwaardelijk worden opgelegd. De proeftijd bedraagt ten hoogste drie maanden vanaf het moment van strafoplegging.

De directeur stelt in elk geval als voorwaarde dat u zich onthoudt van het plegen van feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. De directeur kan daarnaast andere voorwaarden stellen aan uw gedrag. De opgelegde voorwaarden worden u schriftelijk medegedeeld.

Bij het overtreden van een voorwaarde binnen de proeftijd kan de directeur bepalen dat de opgelegde voorwaardelijke straf geheel of ten dele ten uitvoer wordt gelegd.

De directeur kan een onvoorwaardelijke straf geheel of ten dele omzetten in een voorwaardelijke straf.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 53, art. 57 en art. 58

9 Schadeclaims
9.1 Schadeverhaal op gedetineerde
9.1.1 Schade aan rijkseigendommen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Indien u schade toebrengt aan rijkseigendommen kunnen de kosten daarvan op u worden verhaald.

Indien er bij het veroorzaken van de schade sprake was van moedwilligheid of achteloosheid kan de directeur ter zake van de door u toegebrachte schade een regeling met u treffen. Het verhaal van de schade is niet aan een maximum gebonden. Met uw toestemming kan de directeur besluiten de schade te verhalen middels uw saldo op uw rekening-courant. De uitvoering van de met u getroffen schaderegeling wordt bij een eventuele overplaatsing overgenomen door de betreffende inrichting.

De mogelijkheid tot het treffen van een regeling laat onverlet de mogelijkheid voor de directeur om aangifte te doen van het door u gepleegde feit bij de daarvoor in aanmerking komende opsporingsinstanties.

Naast voornoemde wegen staat het de directeur eveneens vrij te besluiten een civielrechtelijke procedure tegen u te starten. Dit betekent dat hij u schriftelijk aansprakelijk stelt en bij niet-betaling het kantongerecht of de arrondissementsrechtbank wordt ingeschakeld. De directeur kan aan de president van de rechtbank verlof vragen tot het leggen van conservatoir beslag op bijvoorbeeld uw roerende goederen, waaronder begrepen uw vorderingen. Op deze manier kunnen ook in bewaring genomen bezittingen en uw eigen geld bij de schadevergoeding worden betrokken.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 51 lid 4

  • Wetboek van Strafrecht; art. 15 d

  • Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; art. 700

9.1.2 Kosten door lichamelijk letsel

(Op de navolgende bepaling na, aan de directeur)

Kosten door het Rijk betaald als gevolg van door u aan u zelf moedwillig toegebracht lichamelijk letsel kunnen op u worden verhaald.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 51 lid 4

9.2 Aansprakelijkheid inrichting

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

U bent zelf aansprakelijk voor alle voorwerpen die u bij u of met u draagt of in uw verblijfsruimte heeft geplaatst.

De directeur kan u toestemming verlenen voorwerpen, waarvan het bezit niet is verboden, in uw verblijfsruimte te plaatsen dan wel bij u te hebben. De directeur kan aan de toestemming voorwaarden verbinden die kunnen betreffen het gebruik van en de aansprakelijkheid voor deze voorwerpen. Buiten het geval van opzet of roekeloosheid is de aansprakelijkheid van de Staat voor deze voorwerpen in ieder geval beperkt tot € 500,– per voorwerp, inclusief eventuele gevolgschade.

U dient op deugdelijke wijze te kunnen aantonen dat u schade heeft ondervonden en u bent verplicht dit onmiddellijk na constatering te melden aan .... (in te vullen door de directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 45

  • Penitentiaire maatregel; art. 49

10 Instanties
10.1 Commissie van Toezicht

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

Aan iedere inrichting dan wel afdeling is een Commissie van Toezicht verbonden.

De Commissie van Toezicht draagt zorg voor onder andere de afhandeling van klaagschriften.

De Commissie van Toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de gedetineerden regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Hiertoe treedt een van haar leden bij toerbeurt op als maandcommissaris.

(de maandcommissaris houdt ten minste eenmaal per maand in de inrichting of afdeling spreekuur)

(problemen, klachten ed. voorleggen aan CvT)

(spreekuur maandcommissaris)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 7

  • Penitentiaire maatregel; art. 12 tot en met art. 20

10.2 Beklagcommissie

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De beklagcommissie bestaat uit drie leden van de Commissie van Toezicht en een secretaris.

U kunt bij de beklagcommissie beklag doen over een u betreffende door of namens de directeur genomen beslissing, zie hoofdstuk 12.

De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, uw klaagschrift enkelvoudig afdoen.

De beklagcommissie kan, indien zij uw klacht gegrond acht, onder meer de beslissing van de directeur geheel of gedeeltelijk vernietigen, de directeur opdragen een nieuwe beslissing te nemen of bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 7, art. 60 tot en met art. 68

  • Penitentiaire maatregel; art. 12 tot en met art. 20

10.3 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming kunt u beroep instellen tegen onder andere de uitspraak van de beklagcommissie of tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts.

Zie hoofdstuk 12.2.

10.4 Juridisch advies voor gedetineerden

(Aan de directeur)

11 Verzoek- en bezwaarschriftprocedure
11.1 Verzoekschrift

(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)

U heeft het recht om bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot:

  • a. plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling;

  • b. deelname aan een penitentiair programma.

ad. a.

U kunt bij de selectiefunctionaris alleen een verzoekschrift indienen tot plaatsing of overplaatsing naar een andere inrichting dan wel een afdeling met een bijzondere bestemming (externe differentiatie).

(hoe en bij wie indienen verzoekschrift; kan door tussenkomst directeur)

De selectiefunctionaris stelt u in de gelegenheid uw verzoekschrift schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het verzoekschrift aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.

De selectiefunctionaris stelt u binnen zes weken schriftelijk, gemotiveerd en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal op de hoogte van zijn beslissing.

Indien u het niet eens bent met zijn beslissing kunt u hiertegen beroep instellen (zie hoofdstuk 12.2). De selectiefunctionaris wijst u op de mogelijkheid van het instellen van beroep, de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.

Indien uw verzoekschrift is afgewezen, kunt u zes maanden na deze afwijzing opnieuw een dergelijk verzoekschrift indienen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 18

11.2 Bezwaarschrift

(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)

U heeft het recht om een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing (van de selectiefunctionaris):

  • a. tot plaatsing in of overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling;

  • b. tot beëindiging van uw deelname aan een penitentiair programma.

ad. a.

U kunt bij de selectiefunctionaris alleen een bezwaarschrift indienen tegen zijn beslissing tot plaatsing of overplaatsing naar een andere inrichting dan wel een afdeling met een bijzondere bestemming (externe differentiatie).

U dient het bezwaarschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissing waartegen u bezwaar heeft in te dienen. Indien u uw bezwaarschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat de selectiefunctionaris uw bezwaarschrift niet in behandeling neemt. Slechts wanneer redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het bezwaarschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.

(hoe en bij wie indienen bezwaarschrift; kan door tussenkomst directeur)

De selectiefunctionaris stelt u in de gelegenheid uw bezwaarschrift schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het bezwaarschrift bij voorbaat kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.

De selectiefunctionaris stelt u binnen zes weken schriftelijk, gemotiveerd en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal op de hoogte van zijn beslissing.

Indien u het niet eens bent met zijn beslissing kunt u hiertegen beroep in stellen (zie hoofdstuk 12.2). De selectiefunctionaris wijst u op de mogelijkheid van het instellen van beroep, de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.

Indien u voorafgaande aan de beslissing van de selectiefunctionaris in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen beslissing kenbaar te maken, kunt u tegen de beslissing van de selectiefunctionaris direct beroep instellen. Het indienen van een bezwaarschrift bij de selectiefunctionaris blijft dan achterwege (zie hoofdstuk 12.2).

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 17

12 Beklag en beroep

12.1 Beklag

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

U kunt beklag doen bij de beklagcommissie indien u het niet eens bent met een door of namens de directeur genomen beslissing die u betreft. Indien u zich niet wilt beklagen over een door of namens de directeur genomen beslissing dan kunt u uw klacht voorleggen aan de maandcommissaris (zie 10.1).

In het klaagschrift aan de beklagcommissie dient u zo nauwkeurig mogelijk te vermelden over welke beslissing u klaagt en de redenen waarom u klaagt.

U dient het klaagschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissing waarover u klaagt in te dienen. Indien u uw klaagschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat de beklagcommissie uw klaagschrift niet in behandeling neemt. Slechts wanneer redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het klaagschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.

(hoe en bij wie indienen klaagschrift; kan door tussenkomst directeur)

Schorsing

U kunt de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op uw klaagschrift, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop uw klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk te schorsen.

(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 60 tot en met art. 68

12.2 Beroep

(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)

U kunt beroep instellen:

  • a. tegen de uitspraak van de beklagcommissie;

  • b. tegen de beslissing van de selectiefunctionaris op het bezwaar- of verzoekschrift (zie hoofdstuk 12) voor zover dit betreft een gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring dan wel afwijzing van uw verzoekschrift;

  • c. tegen de beslissing van de selectiefunctionaris, nadat u in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen en u betreffende beslissing van de selectiefunctionaris kenbaar te maken;

  • d. tegen een u betreffende, door de minister genomen, beslissing aangaande verlof en strafonderbreking;

  • e. tegen de beslissing van de directeur tot het verrichten van een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder a. van de Penitentiaire Beginselenwet (a-dwangbehandeling), nadat u in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen beslissing van de directeur kenbaar te maken (zie paragraaf 6.6);

  • f. tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts.

De behandeling van het beroepschrift geschiedt door een beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.

Ad a. Beroep tegen de uitspraak van de beklagcommissie

Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunt u of kan de directeur beroep instellen door het indienen van een met redenen omkleed beroepschrift.

Het beroepschrift dient uiterlijk op de zevende dag na die waarop u mondeling of schriftelijk kennis heeft gekregen van de uitspraak van de beklagcommissie te worden ingediend.

(hoe en bij wie indienen)

Schorsing

Degene die het beroep heeft ingesteld (u of de directeur) kan de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op het beroepschrift, de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk te schorsen.

(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 69 tot en met art. 71

Ad b, c, d, e. Beroep inzake plaatsing, overplaatsing, deelname aan een penitentiair programma, verlof en strafonderbreking, en een a-dwangbehandeling

U kunt beroep instellen door het indienen van een met redenen omkleed beroepschrift.

Het beroepschrift dient uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissingen waartegen u beroep instelt te worden ingediend. Indien u het beroepschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dat wil zeggen dat de beroepscommissie uw beroepschrift niet in behandeling neemt. Alleen indien redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het beroepschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.

(hoe en bij wie indienen; kan door tussenkomst directeur)

Schorsing

U kunt de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op het beroepschrift, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het beroepschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk te schorsen.

(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 72 en art. 73

Ad f. Beroep tegen medisch handelen

U kunt een met redenen omkleed beroepschrift indienen tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts, de verpleegkundige dan wel andere hulpverleners die door de inrichtingsarts bij de zorg aan u waren betrokken, de tandarts en de psychiater.

Voordat u een beroepschrift kunt indienen dient u eerst een schriftelijk verzoek aan de Medisch Adviseur bij het ministerie van Veiligheid en Justitie te richten om te bemiddelen ter zake van de klacht. Dit verzoek dient u uiterlijk op de veertiende dag na die waarop het beklaagde medisch handelen heeft plaatsgevonden in te dienen.

U dient uw verzoek om bemiddeling aan de Medisch Adviseur zo snel mogelijk na het plaatsvinden van de gebeurtenis in te dienen bij het Hoofd Medische Dienst (HMD).

Het HMD zal met u in overleg treden over uw klacht. Als dit gesprek niet tot een oplossing leidt, zal het HMD uw klacht:

  • doorsturen naar de Commissie van Toezicht als uw klacht betrekking heeft op de organisatie van de medische zorg;

  • doorsturen naar de Medisch Adviseur als uw klacht betrekking heeft op medisch handelen.

De Medisch Adviseur streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. De Medisch Adviseur sluit de bemiddeling af met een mededeling van zijn bevindingen aan u, de arts of de verpleegkundige of de andere hulpverlener die bij de zorg aan u was betrokken en de directeur.

Pas indien u het niet eens bent met de mededeling van de Medisch Adviseur kunt u een met redenen omkleed beroepschrift indienen.

Het beroepschrift dient uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de mededeling van de Medisch Adviseur te worden ingediend.

(hoe en bij wie indienen beroepschrift; kan door tussenkomst directeur)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire maatregel; art. 28 tot en met art. 34

13 Informatie, hoor- en mededelingsplicht

13.1 Informatieplicht

(Op de navolgende onderwerpen en bepalingen na, aan de directeur)

Op uw afdeling en in de bibliotheek liggen deze huisregels ter inzage. Op uw verzoek wordt u onverwijld een exemplaar ter inzage verstrekt.

Naast deze huisregels heeft u recht op inzage in de Penitentiaire beginselenwet, de memorie van toelichting op de Penitentiaire beginselenwet, de Penitentiaire maatregel, de nota van toelichting op de Penitentiaire maatregel, de ministeriële regelingen en de hiertoe door de minister aangewezen circulaires.

(waar aanwezig; in ieder geval in de bibliotheek )

(mogelijkheid tot lenen van de Penitentiaire beginselenwet, memorie van toelichting op de Penitentiaire beginselenwet, Penitentiaire maatregel, nota van toelichting op de Penitentiaire maatregel; op verzoek / onverwijld / in elk geval voor min. twee weken met mogelijkheid van verlenging tot zolang de gedetineerde daarover wil beschikken)

(inzage- en leenmogelijkheden voor niet-Nederlandstalige)

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 56

13.2 Hoorplicht

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur stelt u in de gelegenheid te worden gehoord, zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal, alvorens hij op grond van de van de Penitentiaire beginselenwet beslist over:

  • a. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen (bedoeld in artikel 12);

  • b. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk tweede lid);

  • c. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 24, eerste lid, op grond van artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 24, derde lid, en de toepassing van artikel 25);

  • d. de beperking en de intrekking van verlof (bedoeld in artikel 26, derde lid);

  • e. het onderzoek in het lichaam (bedoeld in artikel 31);

  • f. het gedogen van een geneeskundige handeling (bedoeld in artikel 32);

  • g. het verrichten van een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder a (a-dwangbehandeling en de voortzetting van de a-dwangbehandeling) of als bedoeld in artikel 46d, onder b (b-dwangbehandeling);

  • h. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid);

  • i. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid);

  • j. de observatie door middel van een camera (bedoeld in de artikelen 24a, eerste lid, en 51a, eerste lid);

  • k. de oplegging van een disciplinaire straf (bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid).

In de gevallen genoemd onder b, c, d, e, f en h kan het horen achterwege blijven indien de vereiste spoed zich daartegen verzet dan wel indien uw gemoedstoestand daaraan in de weg staat. Indien de noodzaak daartoe is blijven bestaan wordt u zodra mogelijk alsnog gehoord.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 57

13.3 Mededelingplicht

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

U ontvangt van de directeur onverwijld, schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling aangaande zijn beslissing op grond van de van de Penitentiaire beginselenwet inzake:

  • a. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen (bedoeld in artikel 12)

  • b. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk tweede lid);

  • c. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 24, eerste lid, op grond van artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 24, derde lid, en de toepassing van artikel 25);

  • d. de beperking en de intrekking van verlof (bedoeld in artikel 26, derde lid);

  • e. het onderzoek in het lichaam (bedoeld in artikel 31);

  • f. het gedogen van een geneeskundige handeling (bedoeld in artikel 32);

  • g. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid);

  • h. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid);

  • i. de observatie door middel van een camera (bedoeld in de artikelen 24a, eerste lid, en 51a, eerste lid);

  • j. de oplegging van een disciplinaire straf (bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid

  • k. de weigering van verzending of uitreiking van een brief of ander poststuk dan wel van bijgesloten voorwerpen (bedoeld in artikel 36, vierde lid);

  • l. de weigering van de toelating tot de gedetineerde van een bepaald persoon of bepaalde personen (bedoeld in artikel 38, derde lid);

  • m. het verbod van het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoon gesprekken (bedoeld in artikel 39, derde lid);

  • n. de weigering van een contact met een vertegenwoordiger van de media (bedoeld in artikel 40, eerste lid).

In de gevallen, genoemd onder k, l, m en n kan de mededeling achterwege blijven, indien de beslissing van de directeur strekt ter uitvoering van een beperking die aan u is opgelegd ingevolge de artikelen 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.

De directeur wijst u in de mededeling op de mogelijkheid van het instellen van beklag, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden, alsmede op de mogelijkheid tot het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 58

13.3.1 Inzage in penitentiair dossier

(op het navolgende onderwerp na aan de directeur)

(recht op inzage, verwijzing naar recht op kennisneming ingevolge artikel 35 Wet bescherming persoonsgegevens en weigeringsgronden uit art. 43 Wet bescherming persoonsgegevens )

Nadere regelgeving

  • Penitentiaire beginselenwet; art. 59

  • Penitentiaire maatregel; art. 35 tot en met art. 40

  • Wet bescherming persoonsgegevens; art. 35, art. 43

14 Overig

14.1 Het ondergaan van een vrijheidsstraf in eigen land

(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)

Indien u een gedetineerde vreemdeling bent, is het navolgende voor u van belang.

In bepaalde gevallen is het mogelijk om uw straf of strafrestant in uw eigen land te ondergaan. De gevallen waarin dit mogelijk is staan omschreven in de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS) en de wet Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS).

Om u enige informatie te geven over de vraag wanneer u in aanmerking kunt komen voor overbrenging naar uw eigen land en onder welke voorwaarden is er een informatiefolder opgesteld. Deze folder is te verkrijgen in de Nederlandse, Franse, Duitse, Engelse, Spaanse, Turkse, Portugese en Italiaanse taal. Voorts is er een folder beschikbaar ten behoeve van de burgers van Hong Kong. In deze folder is een formulier opgenomen dat u kunt sturen naar de Nederlandse Minister van Veiligheid en Justitie en waarop u kunt aangeven dat u in aanmerking wenst te komen voor overbrenging.

(waar te verkrijgen informatiefolder WETS/WOTS, in elk geval een inzage-exemplaar van elke vertaling in de bibliotheek)

Nadere regelgeving

  • Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen

  • Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

14.2 Uitstel of achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

14.2.1 Voorwaardelijke invrijheidstelling

Indien u een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van meer dan één jaar opgelegd heeft gekregen kunt u alleen onder voorwaarden vervroegd worden vrijgelaten. De algemene voorwaarde daarbij is dat u tijdens uw proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit mag plegen. Er kan u ook een bijzondere voorwaarde worden opgelegd, bijvoorbeeld een alcoholverbod of het volgen van een gedragsinterventie of behandeling. Indien u de voorwaarden niet naleeft, kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen. U moet dan alsnog de rest van uw straf of een deel daarvan uitzitten.

Het Openbaar Ministerie beslist of aan uw voorwaardelijke invrijheidstelling bijzondere voorwaarden worden verbonden. Het Openbaar Ministerie wordt daarbij geadviseerd door de directeur en de reclassering.

Het Openbaar Ministerie kan ook besluiten een vordering tot uitstel, afstel of intrekking (herroeping) van de invrijheidstelling voor te leggen aan de rechter. De rechter neemt daarover een beslissing. Ook bepaalt de rechter of een voorwaardelijke invrijheidstelling (deels) ingetrokken wordt als de voorwaardelijk in vrijheid gestelde een voorwaarde niet heeft nageleefd.

Er zijn situaties waarin u niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit is onder meer het geval indien:

  • u zich aan de tenuitvoerlegging van uw straf onttrekt of een poging hiertoe doet;

  • u zich na aanvang van de tenuitvoerlegging van uw straf ernstig heeft misdragen

  • er bij u nog sprake is van een recidiverisico

  • u niet bereid bent de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling na te leven;

Nadere regelgeving

  • Wetboek van Strafrecht; artikel 15d

14.3 Gratie

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

U kunt de Koning door middel van een zogenaamd gratieverzoek verzoeken om vermindering, verandering of kwijtschelding van een aan u in Nederland onherroepelijk opgelegde straf of maatregel, met uitzondering van een onvoorwaardelijke geldboete tot en met een bedrag van € 340,–.

In bepaalde gevallen kan gratie ook worden verzocht voor straffen die niet in Nederland zijn opgelegd.

Gratie vragen heeft alleen zin wanneer er na de uitspraak van het definitieve vonnis of arrest nieuwe omstandigheden naar voren zijn gekomen die zo belangrijk zijn dat de rechter op grond daarvan misschien tot een andere beslissing zou zijn gekomen of wanneer met de tenuitvoerlegging van de straf geen redelijk doel meer wordt gediend.

Nadere regelgeving

  • Wetboek van Strafvordering; art. 478 en art. 558 en volgende

  • Grondwet; art. 122

  • Gratiewet

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze huisregels wordt verstaan onder:

a. inrichting:

een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;

b. afdeling:

een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet;

c. directeur:

de persoon, bedoeld in artikel 3, derde lid van de Penitentiaire beginselen wet, alsmede diens vervanger of vervangers, bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Penitentiaire beginselenwet;

d. gedetineerde:

een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting plaatsvindt;

e. ambtenaar of medewerker:

een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;

f. selectiefunctionaris:

een persoon belast met de plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;

g. reclasseringswerker:

een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995;

h. rechtsbijstandverlener:

de advocaat of de medewerker van de stichting, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand;

i. commissie van toezicht:

een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;

j. beklagcommissie:

een commissie als bedoeld in artikel 62, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;

k. beroepscommissie:

een commissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet;

l. verblijfsruimte:

de aan een gedetineerde door de directeur ingevolge artikel 16, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet, toegewezen ruimte;

m. penitentiair programma:

een programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet;

n. regime

: het samenstel van de verzorging en activiteiten, bedoeld in hoofdstuk VIII van de Penitentiaire beginselenwet, en de regels die gelden voor gedetineerden in een inrichting of afdeling;

o. activiteiten:

activiteiten als bedoeld in hoofdstuk VIII van de Penitentiaire beginselenwet;

p. vrijheidsstraf:

gevangenisstraf, (vervangende) hechtenis, militaire detentie en (vervangende) jeugddetentie;

q. vrijheidsbenemende maatregel:

voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring, gijzeling, terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging en vrijheidsbeneming die op andere dan de onder p, genoemde gronden plaatsvindt;

r. strafrestant:

het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan, waarbij wordt uitgegaan van de toepassing van de vervroegde invrijheidstelling volgens de daarvoor geldende wettelijke regeling;

s. reclassering:

de stichting alsmede een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onderscheidenlijk onder c, van de Reclasseringsregeling 1995;

t. geprivilegieerd contact:

contacten met; a. leden van het Koninklijk Huis; b. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, leden daarvan, de Nederlandse leden van het Europees Parlement of een commissie uit een van beide parlementen; c. Onze Minister; d. justitiële autoriteiten; e. de Nationale Ombudsman; f. de geneeskundig inspecteurs van de volksgezondheid; g. de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming of leden daarvan; h. de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan; i. uw rechtsbijstandverlener; j. uw reclasseringswerker; k. andere door de Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties;

u. consulair ambtenaar:

de consulair ambtenaar als bedoeld in artikel 1 onder d van het verdrag van Wenen van 24 april 1963.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven.

TOELICHTING

Dit besluit voorziet in de aanpassing van de model huisregels voor de penitentiaire inrichtingen. Deze aanpassing was nodig omdat het vorige model, dat dateert uit 1998 en sedertdien grotendeels ongewijzigd is gebleven, sterk verouderd was. Het model is aangepast aan de actuele regelgeving en werkwijze in de penitentiaire inrichtingen.

De belangrijkste wijzigingen in het model hebben betrekking op de volgende aspecten. In het nieuwe model zijn de in het kader van de programma’s Modernisering Gevangeniswezen (MGW) en Terugdringen Recidive (TR) genomen maatregelen verwerkt. In deze programma’s staan onder meer de persoonsgerichte aanpak, het wijzen van de gedetineerde op zijn eigen verantwoordelijkheid en het streven naar een zo goed mogelijke aansluiting van de detentieperiode op het nazorgtraject centraal.

De wijzigingen vloeien verder voor een belangrijk deel voort uit relevante wijzigingen die sedert 1998 zijn aangebracht in de Penitentiaire beginselenwet en de Penitentiaire maatregel, onder andere met betrekking tot de onvrijwillige geneeskundige behandeling, de toelating en weigering bezoek, de beperking van telefooncontacten en het opnemen van telefoongesprekken in penitentiaire inrichtingen en de selectie en overplaatsing van gedetineerden.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven.