Logo Hardinxveld-GiessendamHardinxveld-Giessendam: verkeersbesluit tot treffen van diverse verkeersmaatregelen in verband met de nieuwbouw van het Wilhelminaviaduct in de Parallelweg te Hardinxveld-giessendam (eindsituatie)

Zaaknr.:HG 19281

GemHG/INTERN/15123

Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam;

gelet op artikel 18, eerste lid, onder d. van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994);

gelet op artikel 2 van de WVW 1994;

mede gelet op de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), de bepalingen van het Besluit Administratieve Bepalingen voor het Wegverkeer (BABW) en overige bepalingen van de WVW 1994;

overwegende:

dat over de Rijksweg A15 een viaduct wordt gebouwd dat de verbinding vormt tussen de Parallelweg en de Koningin Wilhelminalaan in de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

geslotenverklaring

dat op de plaats van het nieuwe viaduct een viaduct aanwezig was;

dat het viaduct met enige regelmaat beschadigd werd door vrachtwagens die de onderkant van het viaduct raakten;

dat de bouwdienst van Rijkswaterstaat een onderzoek heeft verricht naar de veiligheid van het viaduct;

dat is geconcludeerd dat het viaduct niet geheel meer voldoet aan de veiligheidseisen die aan bruggen en viaducten worden gesteld;

dat daarom is besloten door plaatsing van de borden C20 en C21 van het RVV 1990 het Wilhelminaviaduct gesloten te verklaren voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan 10 ton en voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan 30 ton;

dat het nieuwe viaduct hoger is en wel geschikt is voor zwaar vrachtverkeer;

dat met de bouw van het viaduct beide geslotenverklaringen kunnen worden ingetrokken;

fietspad

dat aan beide zijden van het Wilhelminaviaduct een fietspad wordt aangelegd dat aansluit op de bestaande fietspaden langs de Parallelweg en Koningin Wilhelminalaan;

dat aan de oostzijde van de weg het fietspad vanuit de Koningin Wilhelminalaan is ingericht als fietsstrook;

dat aan de oostzijde van de weg het fietspad begint ten zuiden van het viaduct en dat dit derhalve door middel van bebording dient te worden aangegeven;

dat het fietspad aan de westzijde van de weg wel aansluit op een bestaand verplicht fietspad en dat dit derhalve niet door middel van bebording hoeft te worden aangegeven;

dat, ofschoon het Wilhelminaviaduct buiten de bebouwde kom is gelegen, het uit het oogpunt van verkeersveiligheid, niet wenselijk is dat bromfietsen zich op het fietspad begeven;

dat voor alle weggebruikers onduidelijkheid zou kunnen ontstaan wanneer bromfietsers meerdere keren moeten wisselen van positie op de weg;

dat de Parallelweg en het noordelijk deel van de Koningin Wilhelminalaan zijn aangemerkt als erftoegangswegen alwaar een maximumsnelheid geldt van 60 km/h;

dat het snelheidsverschil tussen 50 km/h en 60 km/h beperkt is waardoor het aanvaardbaar is om de bromfietsers op de rijbaan te laten;

dat het snelheidsverschil tussen bromfietsers en fietsers op het fietspad te groot is en uit het verleden is gebleken dat dit vaak leidt tot gevaarlijke verkeerssituaties en ongevallen;

dat het viaduct op dezelfde plaats wordt gebouwd als het oude, gesloopte viaduct, waardoor voor de voordien aanwezige voorrangsregeling geen nieuw verkeersbesluit hoeft te worden genomen;

dat het uit het oogpunt van de verkeersveiligheid en de vrijheid van het verkeer wenselijk is om op het weggedeelte tussen het Wilhelminaviaduct en de Huibjesbrug aan beide zijden van de weg de fietsers een eigen plaats op de weg te geven;

dat dit kan worden gerealiseerd door het aanbrengen van fietssymbolen op het wegdek;

dat de weg te smal is om de fietsstrook geheel af te zonderen van de rijbaan;

dat daarom wordt gekozen voor een onderbroken belijning tussen de fietsstrook en de rijbaan;

dat het betreffende weggedeelte in beheer en onderhoud is bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam en gelegen is buiten de bebouwde kom “Hardinxveld-Giessendam”;

dat op grond van artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgehad met de Districtelijk vakadviseur verkeer van de Politie, Eenheid Rotterdam, District Zuid-Holland-Zuid;

dat voornoemde chef d.d. 11 april 2014 schriftelijk heeft bericht dat tegen voorgenomen verkeersmaatregelen geen bezwaar bestaat;

dat wel aandacht wordt gevraagd voor een aantal punten:

  • 1.het plaatsen van de borden G12 van bijlage 1 van het RVV 1990 aan het einde van de verplichte fietspaden;

  • 2.aandacht wordt gevraagd om in de nabije toekomst de mogelijkheden te onderzoeken om het verplichte fietspad aan de oostelijke zijde verder door te trekken richting het Centrum van Hardinxveld-Giessendam;

dat ten aanzien van de ingebrachte aandachtspunten het volgende wordt overwogen :

  • 1.dat het plaatsen van de borden G12 achterwege kan blijven, omdat het vrijliggende fietspad overgaat in fietsstroken op de rijbaan. Dat het daardoor voor de weggebruikers voldoende duidelijk is dat het verplichte fietspad eindigt;

  • 2.dat het zeker wel de bedoeling is om het genoemde fietspad verder door te trekken als verplicht fietspad. Dat dit juridisch wordt geborgd in het in voorbereiding zijnde verkeersbesluit dat de verkeersmaatregelen regelt rondom de halte Boven-Hardinxveld van de Merwede-Lingelijn;

dat de door de politie ingebrachte aandachtspunten niet leiden tot een wijziging in het besluit;

b e s l u i t e n :

  • 1.door het verwijderen van de borden model C20 van bijlage 1 van het RVV 1990, met voorwaarschuwingsborden, in te trekken het verkeersbesluit van 9 december 2008 (2008-005) door middel waarvan het Wilhelminaviaduct gesloten is verklaard voor motorvoertuigen waarvan de aslast hoger is dan 10 ton;

  • 2.door het verwijderen van de borden model C21 van bijlage 1 van het RVV 1990, met voorwaarschuwingsborden, in te trekken het verkeersbesluit van 9 december 2008 (2008-005) door middel waarvan het Wilhelminaviaduct gesloten is verklaard voor motorvoertuigen en samenstellen van motorvoertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan 30 ton;

  • 3.door het plaatsen van het bord G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 het fietspad aan de oostzijde van het Wilhelminaviaduct aan te wijzen als verplicht fietspad;

  • 4.het fietspad aan de westzijde van het Wilhelminaviaduct aan te wijzen als verplicht fietspad;

  • 5.door het aanbrengen van fietssymbolen op het wegdek en een onderbroken belijning, beide zijden van de rijbaan van de Parallelweg tussen het Wilhelminaviaduct en de Huibjesbrug aan te wijzen als fietsstrook;

  • 6.het verkeersbesluit uit te voeren conform de bij dit besluit behorende situatietekeningen;

  • 7.het verkeersbesluit op de gebruikelijke wijze te publiceren.

Hardinxveld-Giessendam, 30 april 2014

Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam.

Namens dezen,

Afdeling Beleid, Ontwikkeling en Ondersteuning,

mevrouw drs. G.S.L.C. Roomer

B ezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift moet gericht worden aan: Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam, Postbus 175, 3370 AD HARDINXVELD-GIESSENDAM.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

  • a.naam en adres van de indiener;

  • b.de dagtekening;

  • c.een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • d.de gronden van het bezwaar.

Daarnaast kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschriftzijn woonplaats heeft. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Afschrift

Een afschrift van dit besluit is verzonden naar:

  • 1.Politie, Eenheid Rotterdam, bureau Hardinxveld-Giessendam, Postbus 1070, 3300 BB Dordrecht

  • 2.Volker Infra, t.a.v. mevrouw I. Visseren, Postbus 200, 4130 EE Vianen

  • 3.Afdeling ORS, beheerder wegen

  • 4.Afdeling BOO schaduwarchief

Naar boven