Corsa reg.nr.: B13.003867
Burgemeester en wethouders van Harderwijk zijn op grond van artikel 18, lid 1, sub d van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd om verkeersbesluiten te nemen.
Het afdelingshoofd Inrichting Openbare Ruimte is namens burgemeester en wethouders van Harderwijk bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten op grond van het mandaatbesluit 2012, zoals is vastgesteld op 20 december 2011, nummer: 11.01046 en zoals sindsdien is gewijzigd.
Overwegingen ten aanzien van het besluit
Op de Westermeenweg nabij de ambulance-ingang van ziekenhuis St. Jansdal bevindt zich een parkeerhaven met een stadsplattegrond. Op de parkeerhaven staan regelmatig langdurig geparkeerde auto's. Daardoor kunnen mensen die even op de plattegrond willen kijken daar hun auto niet kwijt.
Er is geen wettelijk verbod om te mogen parkeren bij een informatiebord of stadsplattegrond. Vaak staan dit soort informatieborden bij de gemeentegrens of nabij de bebouwde komgrens op locaties waar dit soort problemen meestal niet voorkomt.
In dit geval staat het informatiebord vlak bij het ziekenhuis en is de parkeerdruk hoger. Daarom wordt op deze locatie lang geparkeerd. Om mensen de gelegenheid te geven op het informatiebord te kijken en eventueel gedurende een korte tijd te parkeren, is het wenselijk om zogenaamd doelparkeren in te stellen. Deze vorm van parkeren is mogelijk gemaakt door een wetswijziging in 2010. Door het plaatsen van een onderbord met het doel waarvoor geparkeerd mag worden, ontstaat van rechtswege een parkeerverbod voor andere categorieën parkeerders (artikel 24, lid 1, sub d, onderdeel 2 van het RVV en artikel 8, lid 2 sub d, onderdeel 2 van het BABW).
In dit geval zou het plaatsen van een verkeersbord E4 (parkeergelegenheid) met een onderbord met de tekst: “Uitsluitend voor raadplegen plattegrond”.
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
In artikel 12 van het BABW is limitatief opgenomen voor welke verkeerstekens een verkeersbesluit vereist is. In Bijlage 1 van het Reglement en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) staan de verkeersborden genoemd. In dit besluit gaat het om het verkeersbord E4 met onderbord met de tekst: “Uitsluitend voor raadplegen plattegrond”, van Bijlage 1, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Uit het oogpunt van het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan is het noodzakelijk om de voorgestelde maatregel(en) te nemen.
In dit geval is gekozen voor het plaatsen van verkeersbord E4 met een beperking door de tekst op het onderbord: “Uitsluitend voor raadplegen plattegrond”.
Artikel 24 van het BABW vereist dat er voor het nemen van het verkeersbesluit overleg wordt gepleegd met de korpschef van het regionaal politiekorps Noord- en Oost-Gelderland. Namens deze is er overleg gepleegd met de verkeersadviseur van de Politie NoordWest-Veluwe.
BESLUIT
Op grond van voorgaande overwegingen, besluit ik een beperking in het parkeren in te stellen op de parkeerhaven bij de stadsplattegrond op de locatie Westermeenweg nabij de ambulance-ingang van het ziekenhuis, door het plaatsen van een verkeersbord E4 (parkeergelegenheid) met onderbord met de tekst: “Uitsluitend voor raadplegen plattegrond” op grond van het RVV 1990, conform bijgevoegde tekening.
Namens burgemeester en wethouders,
de heer C.E. Krijnen,
afdelingshoofd Inrichting Openbare Ruimte
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u bij het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk gemotiveerd bezwaar maken tegen dit besluit als u belanghebbende bent. U dient uw bezwaarschrift uiterlijk zes weken na de datum van bekendmaking op de elektronische Staatscourant van http://www.officielebekendmakingen.nl/ te sturen naar:
Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking (zie art. 6:16 Awb). De indiener van het bezwaar heeft echter wel de mogelijkheid om een voorlopige voorziening bij de rechtbank te vragen (bijvoorbeeld schorsing).