Instelling bijzondere luchtverkeersgebieden ten behoeve van de oefening Frisian Flag 2013

9 april 2013

Nr. MLA/076/2013

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 31 augustus 2012;

Gelet op artikel 8 van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Frisian Flag 2013 worden als oefengebied de volgende bijzondere luchtverkeersgebieden (BVG’s) aangewezen, te noemen BVG North Sea East, BVG North Sea West, BVG TMA-A en BVG CAS AREA Frisian Flag. De binnen de begrenzingen van de BVG´s gelegen “Helicopter Routes” (HMR’s) KY04, KY80, KZ02, KZ05, KZ06, KZ07, KZ08 en KZ09 zijn uitgezonderd van de BVG´s met een horizontale afstand van 2 nautische mijlen aan weerszijden van de route tot een hoogte van 3000 voet AMSL. Ook de “Helicopter Protected Zone (HPZ) GOROMAND” is uitgezonderd binnen de laterale begrenzingen van de HPZ vanaf zeeniveau tot een hoogte van 3000 voet AMSL. De binnen de BVG´s gelegen gebieden met de aanduiding EHR 2, EHR 4, EHR 8, EHD 41, EHD 49 en de CTR van de vliegbasis Leeuwarden zijn eveneens uitgezonderd. Tot slot is de TMA-A West (het deel van de TMA-A west van de lijn 52°47'06.73"N 005°08'00.00"E – 52°56'45.00"N 005°08'00.00"E – 53°11'00.00"N 004°51'24.00"E – 53°09'17.00"N 004°40'28.00"E) uitgezonderd van zeeniveau tot FL 055.

  • 2. De BVG’s, genoemd in het eerste lid, worden begrensd door de volgende coördinaten en hoogten:

    BVG North Sea East:

    53°19'39.51"N 004°46'10.31"E – 54°30'00.00"N 004°46'00.00"E – 54°30'00.00"N 004°32'09.45"E – 55°00'00.00"N 005°00'00.00"E – 55°00'00.00"N 006°30'00.00"E – 53°40'00.00"N 006°30'00.00"E – 53°30'00.00"N 005°34'00.00"E – 53°26'24.00"N 005°10'00.00"E – 53°22'29.07"N 004°52'20.47"E, via dit punt in een cirkelboog met een straal van 8 nautische mijlen met als middelpunt 53°15'00.00"N 004°57'00.00"E met de wijzers van de klok terug naar 53°19'39.51"N 004°46'10.31"E, tussen zeeniveau en FL 660 (zie figuur 1);

    BVG North Sea West:

    53°19'39.51"N 004°46'10.31"E – 54°30'00.00"N 004°46'00.00"E – 54°30'00.00"N 004°32'09.45"E – 53°27'54.91"N 003°36'56.03"E – 53°03'20.00"N 003°44'00.00"E – 52°48'19.15"N 004°21'00.00"E – 53°05'00.00"N 004°21'00.00"E – 53°06'10.26"N 004°30'56.00"E – 53°09'17.00"N 004°40'28.00"E – 53°11'06.00"N 004°38'07.51"E, vanaf dit punt in een cirkelboog met een straal van 12 nautische mijlen met als middelpunt 53°15'00.00"N 004°57'00.00"E met de wijzers van de klok naar 53°15'00.00"N 004°37'01.38"E – 53°15'00.00"N 004°43'40.92"E, vanaf dit punt in een cirkelboog met een straal van 8 nautische mijlen met als middelpunt 53°15'00.00"N 004°57'00.00"E terug naar 53°19'39.51"N 004°46'10.31"E, tussen FL 055 en FL 660 (zie figuur 2);

    BVG TMA-A:

    53°09'17.00"N 004°40'28.00"E – 53°11'06.00"N 004°38'07.51"E vanaf dit punt in een cirkelboog met een straal van 12 nautische mijlen met als middelpunt 53°15'00.00"N 004°57'00.00"E met de wijzers van de klok naar 53°15'00.00"N 004°37'01.38"E – 53°15'00.00"N 004°43'40.92"E, vanaf dit punt in een cirkelboog met een straal van 8 nautische mijlen met als middelpunt 53°15'00.00"N 004°57'00.00"E met de wijzers van de klok naar 53°22'29.07"N 004°52'20.47"E – 53°26'24.00"N 005°10'00.00"E – 53°30'00.00"N 005°34'00.00"E – 53°40'00.00"N 006°30'00.00"E – 53°33'38.00"N 006°36'24.00"E – 53°31'22.00"N 006°40'20.00"E – 53°22'53.67"N 006°32'35.08"E – 53°22'26.00"N 006°31'28.00"E – 52°48'02.89"N 005°17'10.78"E- 52°43'30.00"N 004°33'40.00"E – 52°45'25.00"N 004°28'03.00"E 52°48'19.15"N 004°21'00.00"E – 53°05'00.00"N 004°21'00.00"E – 53°06'10.26"N 004°30'56.00"E en terug naar 53°09'17.00"N 004°40'28.00"E, tussen 1200 voet AMSL en FL 660 (zie figuur 3);

    BVG CAS AREA Frisian Flag:

    53°12'24.44"N 006°09'33.07"E – 53°24'37.00"N 006°36'30.00"E – 53°35'37.00"N 006°28'54.00"E – 53°25'56.00"N 005°54'03.00"E en terug naar 53°12'24.44"N 006°09'33.07"E, van grondniveau tot FL 195 (zie figuur 4).

  • 3. De BVG´s, genoemd in het eerste lid, worden ingesteld op de hieronder genoemde dagen en tijdstippen:

    Week 16

    maandag 15 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    dinsdag 16 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    woensdag 17 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    donderdag 18 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 19 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    Week 17

    maandag 22 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    dinsdag 23 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    woensdag 24 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    donderdag 25 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur en van 13:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 26 april 2013 van 9:30 uur tot 12:00 uur lokale tijd.Figuur 1: BVG North Sea East

    Figuur 1: BVG North Sea East

    Figuur 2: BVG North Sea West

    Figuur 2: BVG North Sea West

    Figuur 3: BVG TMA-A

    Figuur 3: BVG TMA-A

    Figuur 4: BVG CAS AREA Frisian Flag

    Figuur 4: BVG CAS AREA Frisian Flag

Artikel 2

Voor het gebruik van de in artikel 1, eerste lid, genoemde BVG´s gelden de volgende regels.

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in de BVG’s is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde (operationele) vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben gekregen van DTACCC Schoenewalde (DCRC Redhawk FA); in het geval van civiele luchtvaartuigen door tussenkomst van AOCS NM LVL;

  • b. DCRC Redhawk FA geeft toestemming aan deelnemende gezagvoerders om de BVG´s binnen te vliegen;

  • c. binnen de BVG´s dienen de deelnemende gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S;

  • d. binnen de BVG’s is het aan eenheden van het NAVO M&G toegestaan control te verlenen aan de deelnemende eenheden; tot de NAVO M&G-eenheden behoren: AOCS NM LGL, NAVO E3A/D/F-vliegtuigen, DCRC Redhawk FA en marine-eenheden met een Air Control-capaciteit;

  • e. binnen de BVG’s North Sea West, North Sea East en TMA-A is het aan NAVO M&G-eenheden toegestaan om Control Service te verlenen conform STANAG 1183, STANAG 3993 en AAP-49;

  • f. het AOCS NM LVL draagt zorg voor het melden van activiteiten in het BVG TMA-A, het BVG North Sea West en de TMA-A West aan Amsterdam ACC en MUAC ten minste 5 minuten voor actueel gebruik; de activering van BVG TMA-A en BVG CAS AREA Frisian Flag wordt daarnaast doorgegeven aan Eelde ATC ten minste 5 minuten voor actueel gebruik; indien niet aan Amsterdam ACC, Eelde ATC en MUAC is gemeld dat de genoemde gebieden actief zijn, gelden de gebruiksregels, verwoord in de respectievelijke Letters of Agreement (LoA); het deactiveren van de BVG’s wordt na het beëindigen van de activiteiten aan vermelde instanties gemeld;

  • g. tot het moment van activering blijven de separatieafspraken, opgenomen in de diverse Letters of Agreement (met MUAC, Schiphol Approach, Eelde ATC en Amsterdam ACC) van kracht; na activering geldt voor de begrenzing van de BVG’s TMA-A, North Sea West en North Sea East dat het aan de oefening deelnemende luchtverkeer tot 2,5 nautische mijlen van de aangegeven begrenzing mag opereren en dat civiel verkeer eveneens een buffer van 2,5 nautische mijlen tot de rand van het betrokken BVG hanteert, zodat een separatie van 5 nautische mijlen is gegarandeerd;

  • h. voor het BVG CAS AREA Frisian Flag geldt dat het deelnemende verkeer mag opereren tot de rand van het BVG; niet deelnemend IFR-verkeer en VFR-verkeer boven FL 65 dient 5 nautische mijlen vrij te worden gehouden van de aangegeven begrenzing van het BVG;

  • i. voor de delen van de BVG’s die zijn gelegen boven de Waddenzee, geldt een minimale vlieghoogte van 1500 voet boven grond of water;

  • j. in afwijking van artikel 9 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen geldt binnen het BVG CAS AREA Frisian Flag voor deelnemende militaire straalvliegtuigen een minimum vlieghoogte van 500 voet boven grond of water; de overige bepalingen van dat artikel blijven onverkort van kracht;

  • k. binnen het BVG CAS AREA Frisian Flag dienen deelnemende gezagvoerders voorts een vlieghoogte van minimaal 1000 voet boven grond of water aan te houden boven het Natura 2000-gebied Lauwersmeer.

Artikel 3

  • 1. Onverminderd artikel 2 mogen niet aan de oefening deelnemende luchtvaartuigen om operationele redenen de BVG´s kruisen of voor andere doeleinden gebruiken na onderling overleg tussen DCRC Redhawk FA en AOCS NM LVL.

  • 2. Ten behoeve van parachutespringactiviteiten op de locaties Texel en Ameland bestaat de mogelijkheid om voor het activeren van een springkolom (met een straal van 2 nautische mijlen en een hoogte van maximaal 10.000 voet AMSL) contact op te nemen met AOCS NM LVL. Afhankelijk van de geplande activiteiten in de BVG’s wordt aan de vliegtuigen ten behoeve van het parachutespringen op en vanaf de genoemde locaties toestemming verleend om, onder nader te stellen voorwaarden, van de springkolommen gebruik te maken.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 15 april 2013 en vervalt op 27 april 2013.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart autoriteit, w.g. S.H.P.M. PellemansKolonel

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienst-verlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De vliegers van de Koninklijke Luchtmacht en bondgenootschappelijke luchtstrijdkrachten dienen te worden getraind in het vliegen in grote samenwerkingsverbanden. De oefening Frisian Flag 2013 is één van de mogelijkheden om dit grootschalige optreden te trainen. Tijdens Frisian Flag 2013 voeren grote aantallen vliegtuigen van verschillende typen complexe scenario’s uit. Het is in het kader van de vliegveiligheid niet wenselijk dat er een mix ontstaat van militaire vliegtuigen in een gesimuleerd gevecht en civiel luchtverkeer. Om deze reden worden gedeeltes van het vluchtinformatiegebied Amsterdam ten behoeve van de bijzondere luchtverkeersactiviteit aangewezen als bijzonder luchtverkeersgebied (BVG).

Binnen de laterale begrenzingen van de BVG´s is een aantal boorplatforms gelegen. Ten einde de bevoorrading van de boorplatforms in het oefengebied te accommoderen zijn de Helicopter Routes en de Helicopter Protected Zone als vermeld uitgezonderd.

Het is mogelijk dat gedurende de omschreven tijden militair luchtverkeer om operationele redenen de BVG’s moet kruisen of gebruiken voor andere doeleinden. Om deze reden is bepaald dat het kan worden toegestaan met niet deelnemende luchtvaartuigen de BVG’s te kruisen dan wel te gebruiken na onderling overleg. Onder deze in artikel 3 omschreven uitzonderingsclausule kunnen ook parachutespringactiviteiten op de locaties Texel en Ameland, waar mogelijk en afhankelijk van weersomstandigheden en oefenscenario, worden geaccommodeerd in een kolom met een straal van 2 nautische mijlen rondom het betrokken vliegveld met een hoogte van maximaal 10.000 voet AMSL.

Naar boven