De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 15, tweede en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet
2000;
Besluit:
Artikel 1. Consumentenprijsindex
Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid, van het
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000, wordt verstaan: de procentuele ontwikkeling
die de consumentenprijsindex, reeks ‘alle huishoudens’ in het jaar 2012 heeft ondergaan
ten opzichte van het jaar 2011, zoals die ontwikkeling is berekend door het Centraal
Bureau voor de Statistiek en bekendgemaakt is in het Statistisch Bulletin van het
Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 2. Hoogte cursusgeldtarieven
De cursusgeldtarieven worden voor het cursusjaar 2013–2014 als volgt vastgesteld:
-
a. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding en
de basisberoepsopleiding: € 226 per cursusjaar;
-
b. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding
en de specialistenopleiding: € 549 per cursusjaar;
-
c. voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen
van een diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet
onderwijs, of onderdelen van dat diploma: € 0,70 voor elke 45 minuten onderwijs per
jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden;
-
d. voor opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid,
onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands
als tweede taal I: € 305 per cursusjaar;
-
e. voor opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid,
onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands
als tweede taal II: € 549 per cursusjaar.
Artikel 3. Inwerkingtreding en vervaldatum
Artikel 4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling cursusgeldtarieven 2013–2014.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J. Bussemaker
TOELICHTING
Algemeen
De cursusgeldtarieven worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex,
zo bepaalt artikel 15, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet
2000.
In artikel 15, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 is
vastgelegd dat bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex
wordt verstaan.
Artikelsgewijs
Artikel 1
De indexering wordt bepaald door de procentuele wijziging die deze consumentenprijsindex
over het kalenderjaar, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte
van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Bedoeld indexcijfer over 2012 bedraagt 111,90 en over 2011 109,22. De procentuele
ontwikkeling is 2,45 %.
Artikel 2
De cursusgeldtarieven voor het cursusjaar 2012–2013 bedroegen voor:
-
a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding en de basisberoepsopleiding:
€ 221 per cursusjaar;
-
b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding
en de specialistenopleiding: € 536 per cursusjaar;
-
c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een
diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
of onderdelen van dat diploma: € 0,70 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op
basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor
inschrijving heeft plaatsgevonden;
-
d. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder
c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als
tweede taal I: € 298 per cursusjaar;
-
e. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder
c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als
tweede taal II: € 536 per cursusjaar.
In het tweede lid van artikel 15 is bepaald dat de cursusgeldtarieven, met uitzondering
van het in het in artikel 15, eerste lid, onder c, bedoelde tarief, worden afgerond
op het naastbij gelegen gehele getal.
De in de plaats tredende cursusgeldtarieven, van toepassing voor het cursusjaar 2013–2014,
zijn als volgt berekend;
Ad. a. € 221 + 2,45% is € 26,42, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is
€ 226,
Ad. b. € 536 + 2,45% is € 549,15, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is
€ 549,
Ad. c. € 0,70 + 2,45% is € 0,701, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is
€ 0,70,
Ad. d. € 298 + 2,45% is € 305,31, afgerond op het naastbij gelegen gehele gatal is
€ 305,
Ad. e. € 536 + 2,45% is € 549,15, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is
€ 549.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J. Bussemaker