Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 15 maart 2013, nr. HO&S 494119 houdende vaststelling van de cursusgeldtarieven voor het cursusjaar 2013–2014 (Regeling vaststelling cursusgeldtarieven 2013–2014)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 15, tweede en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000;

Besluit:

Artikel 1. Consumentenprijsindex

Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000, wordt verstaan: de procentuele ontwikkeling die de consumentenprijsindex, reeks ‘alle huishoudens’ in het jaar 2012 heeft ondergaan ten opzichte van het jaar 2011, zoals die ontwikkeling is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en bekendgemaakt is in het Statistisch Bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 2. Hoogte cursusgeldtarieven

De cursusgeldtarieven worden voor het cursusjaar 2013–2014 als volgt vastgesteld:

  • a. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding en de basisberoepsopleiding: € 226 per cursusjaar;

  • b. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 549 per cursusjaar;

  • c. voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van dat diploma: € 0,70 voor elke 45 minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden;

  • d. voor opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede taal I: € 305 per cursusjaar;

  • e. voor opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede taal II: € 549 per cursusjaar.

Artikel 3. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang 1 augustus 2013.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2014.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling cursusgeldtarieven 2013–2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. Bussemaker

TOELICHTING

Algemeen

De cursusgeldtarieven worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex, zo bepaalt artikel 15, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.

In artikel 15, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 is vastgelegd dat bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan.

Artikelsgewijs

Artikel 1

De indexering wordt bepaald door de procentuele wijziging die deze consumentenprijsindex over het kalenderjaar, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Bedoeld indexcijfer over 2012 bedraagt 111,90 en over 2011 109,22. De procentuele ontwikkeling is 2,45 %.

Artikel 2

De cursusgeldtarieven voor het cursusjaar 2012–2013 bedroegen voor:

  • a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding en de basisberoepsopleiding: € 221 per cursusjaar;

  • b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 536 per cursusjaar;

  • c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van dat diploma: € 0,70 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden;

  • d. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede taal I: € 298 per cursusjaar;

  • e. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede taal II: € 536 per cursusjaar.

In het tweede lid van artikel 15 is bepaald dat de cursusgeldtarieven, met uitzondering van het in het in artikel 15, eerste lid, onder c, bedoelde tarief, worden afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.

De in de plaats tredende cursusgeldtarieven, van toepassing voor het cursusjaar 2013–2014, zijn als volgt berekend;

Ad. a. € 221 + 2,45% is € 26,42, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is € 226,

Ad. b. € 536 + 2,45% is € 549,15, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is € 549,

Ad. c. € 0,70 + 2,45% is € 0,701, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is € 0,70,

Ad. d. € 298 + 2,45% is € 305,31, afgerond op het naastbij gelegen gehele gatal is € 305,

Ad. e. € 536 + 2,45% is € 549,15, afgerond op het naastbij gelegen gehele getal is € 549.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. Bussemaker

Naar boven