Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2013, 9020Interne regelingen

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 maart 2013, nr. HO&S/485706, houdende instelling van de Commissie voor publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs (Instellingsbesluit Commissie voor publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoeding adviescolleges en Commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. De wet:

de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. De minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

c. De Commissie:

de Commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling

Er is een Commissie voor publiek private samenwerking in het beroepsonderwijs.

Artikel 3. Taak

De Commissie heeft tot taak een advies uit te brengen over wat instellingen in het beroepsonderwijs nodig hebben om hun ambities ten aanzien van publiek-private samenwerking, in het bijzonder, in de vorm van de centres of expertise en de centra voor innovatief vakmanschap, succesvol te kunnen realiseren.

Daarbij wordt in kaart gebracht wat:

  • a. de ervaringen zijn met de centres of expertise en de centra voor innovatief vakmanschap in het beroepsonderwijs;

  • b. de succes- en faalfactoren zijn;

  • c. er nodig is om centres of expertise en centra voor innovatief vakmanschap succesvol te maken.

Artikel 4. Instellingsduur

De Commissie wordt ingesteld voor de periode van 1 maart 2013 tot en met 31 december 2013.

Artikel 5. Leden

  • 1. Tot leden van de Commissie worden benoemd:

    • a. drs. A.F. Van der Touw, tevens voorzitter;

    • b. drs. K. van Rosmalen;

    • c. drs. A. Wintels

  • 2. De leden van de Commissie nemen deel aan de beraadslagingen en besluitvorming zonder last of ruggespraak.

  • 3. De Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. De leden van het secretariaat zijn geen lid van de Commissie. De minister draagt zorg voor het secretariaat.

  • 4. Bij tussentijds vertrek van een lid benoemt de minister een ander lid.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. de Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. Het kan daarbij gaan om experts op de relevante onderwerpen, inclusief (op persoonlijke titel) ambtelijke deskundigen.

Artikel 7 Vergoeding

  • 1. De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

  • 2. De vergoeding van de leden van de commissie bedraagt per vergadering 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 3. De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt per vergadering 130% van de hoogte van de vergoeding die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

  • 4. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

  • 5. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 8. Kosten van de Commissie

  • 1. De kosten van de Commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten wordt verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële en inhoudelijke ondersteuning en

    • b. de kosten voor publicatie van het rapport.

Artikel 9. Informatieplicht

Desgevraagd verstrekt de Commissie aan de minister de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 10. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd, worden niet door de Commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 11. Archiefbescheiden

De Commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie FM&ICT van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met inachtneming van het bepaalde in het Besluit archiefoverdrachten rijksadministratie.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2013.

  • 2. Dit besluit vervalt op 1 juli 2014.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie voor publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. Bussemaker.

TOELICHTING

Het versterken van de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het afnemend werkveld is één van de beleidsdoelen uit de Strategische Agenda voor het Hoger Onderwijs en Onderzoek. Deze versterking leidt immers tot kwaliteitsverbetering. De afgelopen jaren is, onder andere met de centres of expertise in het hbo en centra voor innovatief vakmanschap in het mbo, ervaring opgedaan met publiek private samenwerking. De komende jaren zullen nog meer centres of expertise en centra voor innovatief vakmanschap ontstaan. De vraag is dan ook hoe kan ervoor gezorgd worden dat deze centres en centra succesvol worden gerealiseerd. Om deze vraag te kunnen beantwoorden wordt de Commissie publiek private samenwerking in het beroepsonderwijs ingesteld.

De Commissie kiest haar eigen werkwijze en wordt per 1 maart 2013 ingesteld.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. J. Bussemaker.