Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2013, 8489Overig

Prognose aantal te huisvesten vergunninghouders

20 maart 2013

Nr. 2013-0000115941

Directoraat-generaal Vreemdelingenzaken

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 60b, tweede en vierde lid, van de Huisvestingswet;

Maakt bekend:

  • 1) Het aantal vergunninghouders in wier huisvesting in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013 naar verwachting zal dienen te worden voorzien, als bedoeld in artikel 60b, eerste lid, van de Huisvestingswet en onverminderd eerdere wettelijke taakstellingverplichtingen, wordt bijgesteld van 3.300 personen naar 4.400 personen.

  • 2) Het aantal vergunninghouders in wier huisvesting in de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013 naar verwachting zal dienen te worden voorzien, als bedoeld in artikel 60b, eerste lid, van de Huisvestingswet en onverminderd eerdere wettelijke taakstellingverplichtingen, bedraagt 4.700 personen.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven.

TOELICHTING

Deze bekendmaking betreft een verhoging van de lopende taakstelling van het aantal te huisvesten vergunninghouders in de periode 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013 (Stcrt. 2012, 24563) en de vaststelling van de prognose van het aantal te huisvesten vergunninghouders in de periode 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013.

Hierbij gaat het om de huisvesting van vergunninghouders aan wie op grond van de Vreemdelingenwet 2000 een vergunning voor bepaalde tijd asiel is verleend dan wel van vergunninghouders wier verblijfstitel sinds het tijdstip van de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 onder de reikwijdte van de taakstellingensystematiek van de Huisvestingwet vallen.

De nieuwe prognose is berekend aan de hand van de verwachting van het aantal personen dat een verblijfsvergunning ontvangt. Daarbij is, zoals in de eerdere vaststelling is aangekondigd, tevens rekening gehouden met de vergunningen die zullen worden verleend in het kader van de regeling voor langdurig verblijvende kinderen

Gezien de wettelijke systematiek blijven niet-gerealiseerde taakstellingen uit vorige perioden onverminderd van kracht en dienen de hiermee gemoeid zijnde huisvestingsplaatsen alsnog te worden geleverd. Landelijk is in de afgelopen periodes de achterstand bij het realiseren van de taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders geheel weggewerkt en is zelfs een voorsprong opgebouwd. Dit neemt niet weg dat er nog steeds gemeenten zijn, die een achterstand hebben.