Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 15 maart 2013, nr. IENM/BSK-2013/28348, houdende bepalingen inzake het verstrekken van subsidie aan de stichting Knowledge and Development Centre Mainport Schiphol voor de jaren 2013 tot en met 2017 (Subsidieregeling KDC 2013-2017)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. minister:

    Minister van Infrastructuur en Milieu;

    b. KDC:

    de stichting Knowledge and Development Centre Mainport Schiphol;

    c. plan van aanpak:

    plan van aanpak beheer stichting Knowledge and Development Centre Mainport Schiphol voor het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2. Het plan van aanpak wordt aangemerkt als activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2

De minister kan op aanvraag per boekjaar subsidie verstrekken aan KDC voor het beheer en de administratieve ondersteuning van het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s en projecten in het kader van de ontwikkeling van een Gemeenschappelijk Europees Luchtruim en de uitvoering van de Luchtvaartnota en de Luchtruimvisie.

Artikel 3

De artikelen 4:61 tot en met 4:63, 4:65, 4:66, 4:68 en 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

Artikel 4

De voor de jaren 2013, 2014 en 2015 beschikbare subsidie bedraagt in totaal ten hoogste € 130.000. De voor de jaren 2016 en 2017 beschikbare subsidie bedraagt in totaal ten hoogste € 100.000.

Artikel 5

  • 1. KDC richt de subsidieaanvraag aan de minister, ter attentie van de Directeur-Generaal Bereikbaarheid, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend vóór 31 maart van het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie en gaat vergezeld van een ondertekende verklaring zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de-minimissteun als bedoeld in verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Europese Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU 2006, L 379).

Artikel 6

Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten die KDC maakt ten behoeve van het beheer en de administratieve ondersteuning van KDC.

Artikel 7

De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, indien:

  • a. het plan van aanpak naar het oordeel van de minister niet in overeenstemming is met de artikelen 2 of 6;

  • b. niet voldaan wordt aan artikel 5, of

  • c. door KDC vermogen is gevormd met de op basis van de Regeling subsidie KDC 2010-2012 of de onderhavige regeling verstrekte subsidie.

Artikel 8

De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de subsidieaanvraag over de subsidieverlening.

Artikel 9

  • 1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2. In de beschikking tot subsidieverlening wordt tevens de datum vermeld waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.

  • 3. Tegelijkertijd met de beschikking tot subsidieverlening wordt een beschikking tot bevoorschotting gegeven ter hoogte van 100% van de verleende subsidie.

Artikel 10

De subsidie wordt verleend onder de voorwaarden dat:

  • a. er op de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het desbetreffende jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld;

  • b. voor het resterende gedeelte van de begrote kosten van KDC jaarlijks door derden voldoende gelden worden verstrekt.

Artikel 11

Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • a. zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden zal worden voldaan, meldt KDC dit onverwijld schriftelijk bij de minister, ter attentie van de Directeur-Generaal Bereikbaarheid, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag;

  • b. KDC toont desgevraagd, onder overlegging van in de beschikking tot subsidieverlening nader aan te geven bescheiden, aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat voldaan is aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 12

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2018.

  • 3. Deze regeling blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van subsidies, op basis van deze regeling verleend, die voor de vervaldatum zijn verleend en op eventuele bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling KDC 2013-2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld.

BIJLAGE 1 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, DERDE LID

Verklaring de-minimissteun

Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming, evenals aan het eventuele gehele moederconcern waartoe de onderneming behoort,

  • o geen de-minimissteun is verleend.

    • Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande belastingjaren heeft uw onderneming niet eerder de-minimissteun ontvangen.

  • o wel de-minimissteun is verleend maar voor andere kosten dan die waarvoor u nu steun vraagt.

    • Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande belastingjaren heeft uw onderneming eerder de-minimissteun ontvangen voor andere kosten tot een totaal bedrag van € .......

      Indien deze optie op u van toepassing is dient u een kopie waaruit het verlenen van de steun blijkt mee te sturen.

  • o wel de-minimissteun is verleend voor dezelfde kosten als die waarvoor u nu steun vraagt.

    • Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande belastingjaren heeft uw onderneming eerder de-minimissteun ontvangen voor dezelfde kosten tot een totaal bedrag van € ......

      Indien deze optie op u van toepassing is dient u een kopie waaruit het verlenen van de steun blijkt mee te sturen.

  • o eerder andere steun is verleend voor dezelfde kosten als die waarvoor u nu steun vraagt.

    • Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is reeds staatssteun verleend tot een totaal bedrag van € ......

      Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling, beschikking of besluit van de Europese Commissie op .......

      Indien deze optie op u van toepassing is dient u een kopie waaruit het verlenen van de steun blijkt mee te sturen.

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:

...... (Bedrijfsnaam)

...... (Inschrijfnummer KvK)

...... (Naam functionaris en functie)

...... (Adres onderneming)

...... (Postcode en plaatsnaam)

...... (datum)...... (Handtekening)

TOELICHTING

Algemeen

De stichting Knowledge and Development Centre Mainport Schiphol (KDC) is opgericht door de Luchthaven Schiphol (AAS), de luchtvaartmaatschappij KLM en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Doel van deze stichting is het verlenen van ondersteuning aan de mainportontwikkeling van Schiphol door middel van het initiëren, coördineren en uitvoeren van implementatiegericht onderzoek op verzoek van opdrachtgevers. KDC initieert onderzoek naar innovaties in het luchtzijdig gebruik van de mainport Schiphol en effectieve begeleiding op de luchthaven. Dit betreft zowel innovaties om te komen tot stillere vliegroutes met de daarbij behorende procedures en veiligheidstoets, als innovaties waarmee de economische meerwaarde van de luchthaven kan worden versterkt. Experts en faciliteiten benodigd voor het uitvoeren van KDC-projecten leent KDC van de sectorpartners of huurt zij in bij derden. De inrichting en het beheer van KDC zijn erop gericht ondersteuning te bieden bij het verwezenlijken van het doel van de stichting. In het plan van aanpak beheer stichting Knowledge and Development Centre Mainport Schiphol worden de werkzaamheden vermeld die benodigd zijn om te komen tot een efficiënte uitvoering van KDC-onderzoek. Hieronder valt onder andere het beheer van het door alle betrokkenen gebruikte documentatienetwerk, de projectadministratie, beheer van de kenniskaarten en onderhoud aan de website (bedrijfsvoering).

Grondslag

De Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat geeft de grondslag om bij ministeriële regeling subsidie te verstrekken voor activiteiten die passen binnen het verkeer- en vervoerbeleid en het luchtvaart- en luchtverkeerbeleid. De onderhavige regeling voorziet in de grondslag voor subsidieverlening voor de jaren 2013–2017. Deze regeling is qua opzet en inhoud grotendeels identiek aan de Regeling subsidie KDC 2010–2012, die per 1 januari 2013 is vervallen.

De regeling is vormgegeven met inachtneming van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. De systematiek van een aanvraag om subsidie, die gevolgd wordt door een subsidieverlening, waarbij in de verleningbeschikking de datum wordt opgenomen waarop de verlening uiterlijk ambtshalve zal worden vastgesteld, wordt gecontinueerd. KDC behoeft dus geen aanvraag voor subsidievaststelling te doen. Dit draagt bij aan de vermindering van de aan de subsidie verbonden lasten en verplichtingen en sluit aan bij de goede ervaringen met KDC in het proces van subsidieverstrekking in de afgelopen jaren.

Administratieve lasten

De administratieve lasten voor KDC ten gevolge van deze subsidieregeling betreffen uitsluitend de kosten die gemaakt worden met het aanvragen van de subsidie. Hieronder vallen tevens de kosten die zijn gemoeid met het opstellen van een plan van aanpak, alsmede met het onderhouden daarvan.

De jaarlijkse kosten bestaan uit het opstellen c.q. onderhouden van het plan van aanpak (4 uur à € 109,75 per uur) en de aanvraag en verantwoording van de subsidie (16 uur à € 65 per uur). Daarnaast worden ook nog eenmalige kosten gemaakt voor de verificatie van de subsidieaanvraag (8 uur à € 109,75 per uur) en de aanlevering van cijfermateriaal (2 uur à € 65 per uur). In totaal leidt dit tot een bedrag van € 8403. Dit zijn de lasten voor de periode 2013–2017, dus voor de gehele periode van vijf jaar. De administratieve lasten bedragen hiermee 3,6% van het totale maximale subsidiebedrag.

Inwerkingtreding

De onderhavige regeling dient vanaf 1 januari 2013 te gelden. Daar publicatie in de Staatscourant pas na die datum plaatsvindt, is een bepaling van terugwerkende kracht opgenomen. Om de periode van terugwerkende kracht zo kort mogelijk te houden, is er voor gekozen de regeling in werking te laten treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Voor de inwerkingtreding wordt dus afgeweken van het systeem van vaste verandermomenten. Gelet op de continuïteit van de werkzaamheden van KDC en het subsidieproces zou het vasthouden aan de vaste verandermomenten in dit geval tot ongewenste nadelen leiden voor KDC.

Artikelsgewijs

Artikel 3

Artikel 3 verklaart een aantal artikelen van afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing. Het betreft hier bepalingen die inhoudelijk niet strijdig zijn met de reeds eerder aangehaalde Aanwijzingen voor subsidieverstrekking en waarvan het op praktische of beleidsmatige gronden wenselijk wordt geacht dat deze worden voorgeschreven. Zo zal de aanvraag vergezeld dienen te gaan van een begroting en een activiteitenplan om een goed beeld te kunnen krijgen waar de aangevraagde subsidie aan besteed zal worden. Daarnaast dient bijvoorbeeld zeker gesteld te worden dat het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar.

Afdeling 4.2.8 Awb betreft bepalingen inzake per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen. De artikelen die van toepassing worden verklaard gaan over de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening (4:61 tot en met 4:63 en 4:65), de subsidieverlening (4:66) en de verplichtingen van de subsidieontvanger (4:68 en 4:72).

Artikel 4

Het subsidiebedrag dat maximaal beschikbaar is voor de periode 2013–2015 bedraagt € 130.000. Dit bedrag zal dus over de drie jaren verdeeld moeten worden. De precieze verdeling is afhankelijk van de aanvragen die door KDC worden ingediend. Voor de jaren 2016–2017 is maximaal € 100.000 beschikbaar. Ook hier geldt dat dit bedrag weer over de twee jaren moet worden verdeeld, en dat de precieze verdeling afhankelijk is van de aanvragen.

Daarbij moet hetgeen in deze toelichting onder artikel 5 is beschreven inzake verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Europese Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU 2006, L 379, de-minimisverordening) vanzelfsprekend in acht genomen worden.

Artikel 5

Bij het verlenen van subsidies moet rekening worden gehouden met de Europeesrechtelijke kaders inzake staatssteun. Voor de toepassing hiervan is in dit verband de de-minimisverordening van belang. Deze verordening maakt het mogelijk dat ondernemingen in de zin van artikel 87 van het EG-Verdrag voor de zogenaamde de-minimis-steun in aanmerking komen, indien zij voor een periode van drie belastingjaren niet meer aan de-minimissteun hebben ontvangen dan € 200.000.

Om bij de behandeling van de aanvraag te kunnen beoordelen of aan de genoemde voorwaarden is voldaan, is het noodzakelijk dat de aanvrager een verklaring overlegt alvorens de subsidie wordt verleend. Artikel 5, derde lid, bepaalt daarom dat de subsidieaanvraag van een de-minimis verklaring vergezeld dient te gaan.

Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt dat KDC bij de aanvraag tot subsidieverlening ook het plan van aanpak voor het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd dient bij te voegen.

Artikel 7

Artikel 7 bevat de mogelijkheid voor de minister om de subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de activiteiten die in het plan van aanpak worden omschreven niet, of niet geheel, vallen onder de omschrijving van de te subsidiëren activiteiten als opgenomen in deze regeling. Mocht sprake zijn van een gehele of gedeeltelijke weigering dan zal dit uiteraard deugdelijk dienen te worden onderbouwd.

Artikel 11

De in dit artikel opgenomen verplichtingen vloeien voort uit de reeds eerder aangehaalde Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. Met deze bepalingen wordt een effectief toezicht op de uitvoering van de subsidie bewerkstelligd waarbij de lasten voor KDC zo laag mogelijk worden gehouden.

Naast de in onderdeel a van dit artikel opgenomen meldingsplicht voor KDC, zal op basis van artikel 2 van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies1 in de beschikking nog een bijzondere meldingsplicht worden opgenomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld.


X Noot
1

Stb. 2012, 527.

Naar boven