Instelling bijzonder luchtverkeersgebied Breda

13 maart 2013

Nr. MLA/056/2013

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van het hoofd van de afdeling jachtvliegtuig operaties van januari 2013;

Gelet op de artikelen 8 en 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ter bescherming van de militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan de flypast ter gelegenheid van een plechtigheid met militair ceremonieel op de Koninklijke Militaire Academie op woensdag 27 maart 2013 wordt het bijzondere luchtverkeersgebied (BVG) Breda aangewezen, begrensd door de volgende coördinaten en hoogten:

    van 51°37’06.82”N 004°50’32.88”E naar 51°34’55.02”N 004°51’15.72”E, naar 51°33’52.39”N 004°42’33.74’’E, naar 51°36’04.14”N 004°41’50.49”E en terug naar 51°37’06.82”N 004°50’32.88”E, van grondniveau tot 3000 voet AMSL (zie figuur).

  • 2. Aan de gezagvoerders van de militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde flypast wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode zoals gepubliceerd in het MilAIP.

    BVG Breda

    BVG Breda

  • 3. Het BVG Breda, genoemd in het eerste lid, wordt ingesteld op woensdag 27 maart 2013 van 14:30 uur tot 15:30 uur lokale tijd.

Artikel 2

Voor het gebruik van het gebied BVG Breda gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de flypast betrokken vluchten in BVG Breda is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van de luchtverkeersleiding (LVL) van de vliegbasis Gilze Rijen dan wel het AOCS NM;

  • b. aan de flypast deelnemende gezagvoerders, niet-deelnemende militaire gezagvoerders en gezagvoerders van vluchten als genoemd in onderdeel a dienen radiocontact te hebben met de luchtverkeersleiding (LVL) van vliegbasis Gilze Rijen dan wel het AOCS NM LVL voor het binnenvliegen van het BVG Breda en dienen te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de desbetreffende LVL-instantie;

  • c. tijdens het vliegen binnen het BVG Breda dienen de deelnemende gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S;

  • d. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt voor:

    • 1°. jachtvliegtuigen: 1000 voet AMSL;

    • 2°. transportvliegtuigen: 1200 voet AMSL;

    boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 160 meter van het luchtvaartuig;

  • e. alle deelnemende gezagvoerders zijn vóór de vlucht op de hoogte gesteld van de aanwezige obstakels en daarmee verbonden beperkingen in geval van een afwijkend vluchtpad

  • f. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • g. de gezagvoerders stellen zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • h. te allen tijde dienen de vliegers in een zodanige combinatie van hoogte en snelheid te vliegen dat zij in staat zijn om, in geval van een motorstoring, de bebouwing te verlaten;

  • i. niet-deelnemend IFR-luchtverkeer dient 5 nautische mijlen vrij te worden gehouden van het BVG Breda.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 28 maart 2013

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, w.g. C.J. Lorraine Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienst- verlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Op woensdag 27 maart 2013 zal Hare Majesteit de Koningin op de Koninklijke Militaire Academie in Breda een decoratie met de woorden “Kosovo 1999” aanbrengen op het vaandel van de Koninklijke Luchtmacht. Ter opluistering van de ceremonie zal door vliegers van Koninklijke Luchtmacht een flypast worden uitgevoerd boven een deel van de binnenstad van Breda. Ter bescherming van de aan de flypast deelnemende luchtvaartuigen is een bijzonder luchtverkeersgebied ingesteld.

In artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement is het verbod opgenomen een VFR-vlucht uit te voeren beneden minimumvlieghoogtes. Op basis van artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement kan ontheffing worden verleend van dit verbod.

Met deze beschikking wordt de voorwaarde dat de minimumvlieghoogte plaats dient te vinden boven de hoogste hindernis binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig nader ingevuld. Voornoemde afstand van 600 meter wordt met deze beschikking teruggebracht tot 160 meter. De limieten met betrekking tot het benodigde vliegzicht en minimaal benodigde wolkenhoogte zijn dusdanig gekozen dat de afstand tussen de defileerlijn en het obstakel (de Grote Kerk) geen afbreuk doet aan de handhaving van de vliegveiligheid. De minimumvlieghoogtes die gelden voor militaire luchtvaartuigen op grond van het luchtverkeersreglement en de regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten, blijven onverkort van toepassing.

Naar boven