Medegebruik militaire luchtvaartterreinen ten behoeve van Bristow Helicopters Ltd.

21 december 2012

Nr. MLA/176/2012

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van Bristow Helicopters Ltd., ingediend door tussenkomst van het Kustwachtcentrum, van 24 september 2012;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

  • 1. Op grond van een algemeen maatschappelijk belang (amb) wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig van Bristow Helicopters Ltd. ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het Maritiem Vliegkamp De Kooy.

  • 2. Tevens wordt, ten behoeve van Search and Rescue-taken, aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig van Bristow Helicopters Ltd. ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Eindhoven, Gilze-Rijen, Volkel, Woensdrecht en Leeuwarden op dagen en tijden dat die luchtvaartterreinen zijn opengesteld, zoals gepubliceerd in de Militairy Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airmen (NOTAM).

  • 3. Voor het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden geldt tevens dat, er mee rekening houdend dat alle noodzakelijke ondersteuning, zoals brandweer- en luchtverkeersleidingscapaciteit gedurende het QRA-commitment van de vliegbasis Leeuwarden is zeker gesteld ook buiten de gepubliceerde openstellingtijden ontheffing wordt verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet. Tijdens de in dit lid bedoelde periodes dient de gezagvoerder rekening te houden met een reactietijd van 1 uur met betrekking tot het gereedstellen van de diverse ondersteunende diensten.

Artikel 2

De ontheffing, bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt voor het Maritiem Vliegkamp De Kooy verleend voor maximaal 830 vliegbewegingen per jaar.

Artikel 3

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 6, onderdeel a, en 22 van de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden ten aanzien van het medegebruik van het Maritiem Vliegkamp De Kooy niet van toepassing.

  • 3. De commandanten van het Maritiem Vliegkamp De Kooy en de vliegbasis Leeuwarden kunnen aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van de respectieve militaire luchtvaartterreinen.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en vervalt op 1 november 2014 of zoveel eerder als er voor alle desbetreffende militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 21 december 2012

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, w.g. C.J. Lorraine Commodore

Hoofddorp, 21 december 2012

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze, De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, w.g. A.E. Schurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

In Nederland is er een Opsporings- en Reddingsdienst (SAR-dienst), waarvoor de directeur kustwacht verantwoordelijk is. In dit kader beschikt de directeur kustwacht ten minste over vliegende reddingseenheden van het Commando Luchtstrijdkrachten. Voorts heeft de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Produktie Associatie (NOGEPA) een S-61N helikopter (registratie: G-BDOC of G-BIMU) van Bristow Helicopters Ltd. aan de directeur kustwacht ter beschikking gesteld, die eveneens voor SAR-taken kan worden ingezet. Deze helikopter is in eerste instantie bestemd voor offshore-incidenten.

Genoemde helikopter is gestationeerd op de Luchthaven Den Helder; dit is het civiele gedeelte van het Maritiem Vliegkamp De Kooy. Onderhavige beschikking verleent ontheffing van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet. De ontheffing geldt voor maximaal 830 vliegbewegingen per jaar voor het medegebruik van het MVKK.

In het besluit zijn de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, met uitzondering van de artikelen 6, onder a, en 22, van overeenkomstige toepassing verklaard. De reden voor uitzondering van deze artikelen is de volgende. In artikel 6, onderdeel a, is de verplichting opgenomen een vliegplan in te dienen voor aanvang van de vlucht. Bij een onmiddellijke inzet van de SAR-helikopter, buiten de normale openstellingtijden van het Maritiem Vliegkamp De Kooy, kan niet altijd vooraf een vliegplan worden ingediend. In deze situaties wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd open vliegplan. Artikel 22 stelt dat alleen van het militaire luchtvaartterrein gebruik mag worden gemaakt gedurende normale en bijzondere openstellingtijden. De SAR-helikopter kan echter 24 uur per dag op iedere dag van de week worden ingezet. Dit sluit niet aan op de normale en bijzondere openstellingtijden van het militaire luchtvaartterrein.

Van belang is voorts dat wanneer een helikopter een militair luchtvaartterrein aandoet, de vliegtuigbewegingen worden meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in Kosteneenheden (Ke). De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie aan te nemen dat door deze vliegtuigbewegingen buiten de vastgestelde geluidszones wordt getreden.

Naar boven