Huisartsenzorg

Stichting Sociaal Fonds 2013/2016

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 maart 2013 tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Huisartsenzorg inzake Sociaal Fonds

UAW Nr. 11416

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij(en) ter ener zijde: de Landelijke Huisartsen Vereniging en de Vereniging Huisartsenposten Nederland;

Partij(en) ter andere zijde: de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten, ABVAKABO FNV, de Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners en CNV Publieke Zaak.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III en IV is bepaald:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) wordt verstaan onder:

1. werkgever:

de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die (nagenoeg) uitsluitend (een onderdeel van) huisartsenzorg levert, in enigerlei rechtsvorm;

2. werknemer:

degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek met de werkgever heeft;

3. stagiair:

een leerling die vanuit een erkende beroepsopleiding stage loopt en werkt op basis van een schriftelijke stageovereenkomst, conform bijlage 3 van de CAO HZ (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)) en zoals bijgevoegd bij het reglement vergoeding. Een stagiair is geen werknemer in de zin van lid 2 van dit artikel;

4. praktijkbegeleider:

degene die in dienst van de werkgever (stagebieder), als bedoeld in lid 1 van dit artikel en van daaruit de stagiair begeleidt en ondersteunt gedurende de stageperiode;

5. stichting:

de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH);

6. CAO HZ:

de CAO Huisartsenzorg;

7. CAO SSFH:

de CAO Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg;

8. CAO-partijen:

de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) en de werknemersorganisaties waarmee de CAO Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg is overeengekomen, te weten de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten (NVDA), Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak en de Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners (NVvPO);

9. reglement vergoeding:

het reglement vergoeding SSFH;

10. reglement heffing en inning:

het reglement heffing en inning SSFH;

11. bruto loonsom per jaar:

het jaarsalaris te vermeerderen met de eindejaarsuitkering, zoals bepaald in de CAO HZ (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)).

Artikel 2 Werkingssfeer

De CAO SSFH is van toepassing op alle werknemers, met uitzondering van directieleden, huisartsen en huisartsen in opleiding.

Artikel 3 Doel

  • 1. De SSFH heeft ten doel het ontwikkelen en ondersteunen van activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid in de branche huisartsenzorg

  • 2. De stichting tracht dit doel te bereiken door:

    • a) het voeren van overleg, met uitzondering van het cao overleg, ter afstemming van het arbeidsmarktbeleid, scholing en sociaal beleid in de branche huisartsenzorg;

    • b) het voeren van overleg, met uitzondering van het cao overleg, over de inzet van middelen die partijen voor het arbeidsmarktbeleid, scholing en sociaal beleid ter beschikking hebben;

    • c) het initiëren, (laten) uitvoeren en begeleiden van activiteiten en projecten op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid;

    • d) het geheel of gedeeltelijk financieren of subsidiëren van de activiteiten, die nader gespecificeerd zijn in een reglement vergoeding;

    • e) het initiëren en begeleiden van onderzoek op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid voor alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • f) informatie- en communicatievoorziening op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid voor alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • g) het verwerven van middelen voor de financiering van de activiteiten a tot en met f.

Artikel 4 Uitvoering

De uitvoering van het in artikel 3 genoemde doel is opgedragen aan de SSFH en geschiedt volgens de statuten, het reglement vergoeding en het reglement heffing en inning voor de SSFH, die als bijlagen 1 en 2 en 3 aan deze overeenkomst zijn gehecht en daarvan integraal deel uitmaken.

Artikel 5 Verplichtingen werkgever

Werkgevers zijn gehouden de SSFH de noodzakelijke beschikbare gegevens te verstrekken en de bijdragen te betalen, die zij aan de SSFH zijn verschuldigd, overeenkomstig datgene hierover in de statuten en in de bijgevoegde reglementen is bepaald.

Artikel 6 Rechten van werkgever en werknemer

Iedere werkgever en werknemer heeft het recht deel te nemen aan cq gebruik te maken van de door de SSFH gefinancierde of gesubsidieerde activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, en binnen de kaders van deze CAO SSFH.

Artikel 7 Bijdrage

  • 3. Voor de looptijd van de CAO SSFH wordt de stichting gefinancierd uit:

    • a) een bijdrage van de werkgever: tot en met 31 december 2013 bedraagt de algemene werkgeversheffing 0,8% van de brutoloonsom per jaar. Voor de vaststelling van de bruto loonsom wordt de peildatum gehanteerd van 31 december van het daaraan voorafgaande jaar.

    • b) te verwerven subsidies en andere inkomsten.

BIJLAGE 1 FONDS CAO

REGLEMENT HEFFING EN INNING STICHTING SOCIAAL FONDS HUISARTSENZORG

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 2 van de statuten.

Artikel 2 Hoogte der bijdragen

De werkgever:

  • a) is aan de SSFH per werknemer per kalenderjaar een werkgeversbijdrage verschuldigd van 0.8% van de bruto loonsom per jaar, zoals bepaald in de CAO HZ (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)) en vastgelegd in artikel 7, lid 3a, van de CAO SSFH. Voor de vaststelling van de bruto loonsom wordt de peildatum gehanteerd van 31 december van het daaraan vooraf gaande jaar;

  • b) is verplicht vóór 1 mei van het jaar waarover de bijdrage van de werkgever verschuldigd is alle beschikbare gegevens te verstrekken, die door het bestuur voor de vaststelling van de bijdrage noodzakelijk worden geacht. Bij gebreke van verstrekking van de bedoelde gegevens in de voorgaande zin vóór 1 mei, is het bestuur gerechtigd de voor een kalenderjaar verschuldigde bijdrage bij voorschot vast te stellen;

  • c) die nalaat zijn financiële verplichtingen jegens de SSFH op een door het bestuur vastgesteld tijdstip te voldoen, zal voor elke ingaande maand verzuim wegens rentederving het wettelijk rentepercentage, als bedoeld in artikel 6:119 juncto 120 van het Burgerlijk Wetboek, van het niet tijdig betaalde bedrag aan de SSFH verschuldigd zijn, tenzij het bestuur daarvan geheel of gedeeltelijk ontheffing verleent;

  • d) is boven en behalve de in sub c van dit lid bedoelde rentevergoeding in geval van toerekenbare tekortkoming verplicht op de eerste vordering van de SSFH alle kosten te betalen, welke ter invordering van het verschuldigde zijn gemaakt

Artikel 3 Uitvoerder

Het ambtelijk secretariaat zorgt voor uitvoering van dit reglement, al dan niet via derden.

Artikel 4 Werkwijze
  • 1. Een maal per kalenderjaar, te weten voor 1 mei, levert de werkgever voor de bijdrage vaststelling benodigde gegevens aan.

  • 2. Op basis van in lid 1 genoemde gegevens stelt SSFH jaarlijks de hoogte van de bijdrage vast van de heffing. Daartoe ontvangt de werkgever een nota van SSFH die binnen de daarvoor gestelde termijn dient te worden voldaan.

  • 3. Een achterstallig bedrag aan bijdrage wordt vermeerderd met de wettelijke rente, zoals bedoeld in artikel 6:119 en 6:120 van het Burgerlijk Wetboek, vanaf de dag dat de bijdrage was verschuldigd.

  • 4. Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd.

Artikel 5 Onvoorziene gevallen

Het bestuur van de SSFH is bevoegd om in onvoorziene gevallen af te wijken van het bepaalde in dit reglement, mits daarbij niet in strijd wordt gehandeld met de statuten en de CAO SSFH.

BIJLAGE 2 FONDS CAO

REGLEMENT VERGOEDING STICHTING SOCIAAL FONDS HUISARTSENZORG

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

1. stichting:

de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH);

2. CAO HZ:

de CAO Huisartsenzorg;

3. CAO SSFH:

de CAO Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg;

4. werkgever:

de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die (nagenoeg) uitsluitend (een onderdeel van) huisartsenzorg levert, in enigerlei rechtsvorm;

5. werknemer:

degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek met de werkgever heeft;

6. stagiair:

een leerling die vanuit een erkende beroepsopleiding stage loopt en werkt op basis van een schriftelijke stageovereenkomst, conform bijlage 3 van de CAO HZ (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)) en zoals bijgevoegd in bijlage 1. Een stagiair is geen werknemer in de zin van artikel 1 lid 5;

7. stagebieder:

de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die (nagenoeg) uitsluitend (een onderdeel van) huisartsenzorg levert, in enigerlei rechtsvorm, die een stagiair gedurende een stageperiode in de gelegenheid stelt om onder de begeleiding van een praktijkbegeleider een stage te lopen;

8. praktijkbegeleider:

degene die vanuit de werkgever (stagebieder), als bedoeld in artikel 5, lid 1, de stagiair begeleidt en ondersteunt gedurende de stageperiode;

9. stageperiode:

de periode waarin een stagiair praktijkervaring op doet in de branche huisartsenzorg;

10. vergoeding:

een financieel bedrag waarmee SSFH de stagebieder tegemoet komt in de kosten van stagiairs, conform artikel 6.13 van de CAO HZ (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)) en als bedoeld in artikel 7 van dit reglement;

11. reglement:

het reglement vergoeding.

Artikel 2 Doel

Het reglement vergoeding heeft als doel om stagebieders, als bedoeld in artikel 1, lid 7, tegemoet te komen in de kosten van de stagevergoeding van stagiairs.

Artikel 3 Duur
  • 1. De duur van dit reglement is voor onbepaalde tijd.

  • 2. De SSFH stelt de hoogte van de vergoeding opnieuw vast indien het plafond van de beschikbare middelen voor de vergoeding is bereikt. Dit plafond behelst het behalen van een beschikbare financiële ruimte, die door het bestuur in de begroting van enig jaar is vastgesteld.

Artikel 4 Voorwaarden

De vergoeding voor stagiairs wordt uitgekeerd aan de stagebieder voor de duur van de stageperiode van de stagiair. De voorwaarden om voor een vergoeding in aanmerking te komen zijn:

  • a) de stagebieder draagt premie af in het kader van de werkgeversbijdrage conform de vigerende CAO SSFH en heeft geen achterstand in betaling van die premie;

  • b) de stagiair heeft een schriftelijke stageovereenkomst met de stagebieder afgesloten, die als bijlage 1 bij dit reglement is gevoegd;

  • c) de naam van de stagebieder en stagiair zijn opgenomen in de stageovereenkomst;

  • d) de stagebieder bewaart voor de duur van drie jaar de bewijsstukken, als bedoeld in sub b van dit artikel, om in aanmerking te komen voor een vergoeding, waarbij steekproefsgewijs wordt nagegaan of de stagebieder voldoet aan de voorwaarden;

  • e) de vergoeding geldt niet voor leerlingen die in dienstverband werkzaam zijn en daarvoor salaris ontvangen.

Artikel 5 Peildatum

Aanvraagformulieren (bijlage 2) voor vergoeding zijn voor 1 oktober van enig jaar ingediend bij SSFH en betreffen een vergoeding voor het schooljaar, voorafgaand aan de peildatum.

Artikel 6 Vergoedingsmomenten

Wordt aan de voorwaarden, zoals bedoeld in artikel 4 en 5, voldaan dan beoordeelt SSFH of een recht op vergoeding bestaat op basis van een ingevuld aanvraagformulier.

Artikel 7 Vergoeding

Als de stagebieder voldoet aan de voorwaarden, als bedoeld in artikel 4 en 5, dan komt de stagebieder in aanmerking voor het brutobedrag van € 100 per maand, waarbij het naar rato beginsel wordt toegepast voor de stagiair die minder dan 23 uur van de gebruikelijke tijd stage loopt.

Artikel 8 Uitbetaling
  • 1. De vergoeding wordt door SSFH binnen twee maanden na indienen van een complete aanvraag verstrekt.

  • 2. In geval de stagiair voortijdig de stageperiode eindigt, danwel de stagebieder de praktijkbegeleiding voortijdig beëindigt, kan de stagebieder gedeeltelijke vergoeding aanvragen. Deze wordt naar rato verstrekt voor de stagiair. Het resterende deel van de vergoeding wordt niet verstrekt.

Artikel 9 Uitvoering
  • 1. Om in aanmerking te komen voor vergoeding dient de stagebieder voor 1 oktober van enig jaar

    het aanvraagformulier in bij SSFH.

Artikel 10 Aansprakelijkheid

SSFH aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect op welke wijze dan ook voortvloeit uit (de uitvoering van) dit reglement.

Artikel 11 Voorbehouden
  • 1. SSFH behoudt zich het recht voor in te grijpen indien er naar haar oordeel sprake is van onbedoelde financiële bevoordeling van (potentiële) gebruikers van dit reglement.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 januari 2012.

BIJLAGE 1 REGLEMENT VERGOEDING: STAGEOVEREENKOMST

Partijen

[Stagebieder], gevestigd te ([postcode]) [plaatsnaam], vertegenwoordigd door de heer/mevrouw [naam], hierna te

noemen de stagebieder,

en,

De heer/mevrouw [naam], geboren op [geboortedatum], wonende te ([postcode]) [plaatsnaam] aan de [straatnaam],

hierna te noemen de stagiair,

verklaren een stageovereenkomst te zijn aangegaan onder de navolgende voorwaarden:

Artikel 1 Stageperiode

De stagebieder stelt de stagiair in de gelegenheid om in het kader van de opleiding [naam opleiding] aan de [naam onderwijsinstelling] praktische ervaring op te doen gedurende een periode van [begindatum stage] tot en met [einddatum stage].

Artikel 2 Dagelijkse leertijd

De dagelijkse leertijd is voor de stagiair in overeenstemming met de arbeidstijd, welke geldt op de afdeling waar de stagiair geplaatst is en voor zover niet in strijd met de arbeidswetgeving met betrekking tot jeugdigen.

De stagiair zal gedurende [aantal] uren per week aanwezig zijn op door de stagebieder aan te geven tijdstippen.

Hierbij zal rekening worden gehouden met contact- en terugkomdagen en andere mogelijke, relevante schoolactiviteiten van de stagiair, alsmede met schoolvakanties.

Artikel 3 Stagebegeleiding

[naam stagebegeleider] fungeert namens [stagebieder] gedurende de stageperiode als stagebegeleider en is samen met de stagebegeleider van de onderwijsinstelling [naam stagebegeleider onderwijsinstelling] verantwoordelijk voor de begeleiding van de stagiair tijdens de stageperiode.

Artikel 4 Stageplan

De onderwijsinstelling bepaalt het doel van de stage. In onderling overleg bepalen de stagebieder, de onderwijsinstelling en de stagiair de inhoud (leerdoelen en werkzaamheden) van de stage, waarna dit wordt vastgelegd in een stageplan.

De stagebieder draagt de stagiair slechts taken op die passen in het stageplan.

Artikel 5 Stagevergoeding

De stagiair ontvangt een stagevergoeding van € 100 bruto per maand. Bij minder dan (gemiddeld per maand) 23 uur stage per week wordt de vergoeding naar rato van het aantal uren betaald. De wettelijke verplichte inhoudingen zullen door de stagebieder worden ingehouden en afgedragen.

Artikel 6 Vakantie

Aan de stagiair wordt vrij gegeven conform de door de onderwijsinstelling vastgestelde schoolvakanties, tenzij anders is overeengekomen met de stagebieder.

Artikel 7 Reiskosten

Stagiairs in het bezit van een OV-studentenkaart ontvangen geen tegemoetkoming in de reiskosten tussen woonplaats en stageplaats. Stagiairs die niet in het bezit van een OV-studentenkaart ontvangen een tegemoetkoming in de reiskosten tussen woonplaats en stageplaats conform de betreffende bepalingen van de CAO Huisartsenzorg(algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438)..

Artikel 8 Zakelijke kilometers

Stagiairs in het bezit van een OV-studentenkaart ontvangen geen vergoeding in de reiskosten bij dienstreizen.

Stagiairs die niet in het bezit van een OV-studentenkaart ontvangen een vergoeding in de reiskosten bij dienstreizen conform de betreffende bepalingen van de CAO Huisartsenzorg (algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 mei 2012 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SC.8438).

Artikel 9 Ziekte

Als de stagiair ziek wordt tijdens de stageperiode dan moet dit zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de stagebegeleider van [stagebieder], ook als de stagiair die dag niet werkzaam is. Voor een betermelding geldt dezelfde procedure. Bij ziekte vindt gedurende twee weken doorbetaling van de stagevergoeding plaats tot uiterlijk de dag waarop de stage eindigt.

Artikel 10 Geheimhoudingsplicht

De stagiair heeft de verplichting tot geheimhouding.

De geheimhoudingsplicht geldt zowel gedurende de stageperiode als daarna en heeft betrekking op al hetgeen dat direct of indirect verband houdt met de belangen van «stagebieder» en met name alles wat behoort tot de praktijk, de praktijkvoering en de cliënten/patiënten; alles genomen in de ruimste zin.

Artikel 11 Beëindiging stageovereenkomst

De stageovereenkomst eindigt als de overeengekomen stageperiode is afgelopen. Daarnaast kan de stageovereenkomstworden beëindigd als:

  • de stagebieder/stagebegeleider vindt dat de stagiair de algemene regels en individuele afspraken niet (voldoende) nakomt;

  • de stagiair zijn/haar opleiding tijdens de stageperiode afbreekt.

Artikel 12 Aard van de stageovereenkomst

De stageovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 13 Bedrijfseigendommen

Bedrijfseigendommen, alsmede alle correspondentie, aantekeningen, tekeningen enzovoort, moeten voor het einde van de stageperiode door de stagiair worden ingeleverd bij de stagebieder.

Artikel 14 Regels

Op deze stageovereenkomst zijn tevens de geldende wet- en regelgeving van toepassing. De stagiair is bovendien gehouden aan en zal zich gedragen naar de huisregels en geldende protocollen van de praktijk.

Artikel 15 Verklaring stagiair inzake ontvangst van diverse documenten

De stagiair verklaart van de stagebieder te hebben ontvangen:

  • Een ondertekend afschrift van de stageovereenkomst;

  • (huisregels)

  • (personeelshandboek)

  • wat verder van toepassing zou kunnen zijn ...

Ondertekening

Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend te [plaats van vestiging stagebieder] op

[datum]

Voor akkoord,

Stagebieder

Voor akkoord,

Stagiair

BIJLAGE 2 REGLEMENT VERGOEDING: AANVRAAGFORMULIER REGLEMENT VERGOEDING

Gevraagde gegevens

Toelichting

   

Naam aanvrager/stagebieder

Formele naam van de aanvragende rechtspersoon

   

Adres

Het bezoekadres van de aanvrager, geen postadres

   

Postcode/plaats

...

   

KvK nummer

Het nummer van registratie bij de Kamer van Koophandel van de aanvrager

   

Contactpersoon

Naam, voornaam, tussenvoegsel

   

Telefoonnummer

...

   

E-mailadres

...

   

Bankrekeningnummer

Nummer en plaats van de bank

   

Ten name van

...

   

Akkoordverklaring

Verklaring van de aanvrager waarin hij aangeeft alles naar waarheid te hebben ingevuld en akkoord gaat met de bepalingen in het reglement vergoeding

   

Namen stagiair(s) plus

 

naam opleiding

Formele naam van de stagiair(s) waarvoor stagevergoeding wordt aangevraagd en soort opleiding waarvoor de stagiair(s) stage loopt/lopen

BIJLAGE 3 FONDS CAO

STATUTEN STICHTING SOCIAAL FONDS HUISARTSENZORG

Artikel 1 Naam, Zetel en Duur
  • 1. De stichting draagt de naam: Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg, afgekort SSFH.

  • 2. De stichting is gevestigd in Utrecht.

  • 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Artikel 2 Begripsbepalingen
  • 1. Werkgever: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die (nagenoeg) uitsluitend (een onderdeel van) huisartsenzorg levert, in enigerlei rechtsvorm;

  • 2. Werknemer: degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek met de werkgever heeft;

  • 3. Stichting: de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH);

  • 4. CAO HZ: de CAO Huisartsenzorg;

  • 5. CAO SSFH: de CAO Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg;

  • 6. CAO-partijen: de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) en de werknemersorganisaties waarmee de CAO Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg is overeengekomen, te weten de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten (NVDA), Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak en de Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners (NVvPO);

  • 7. Bestuur: het in artikel 5 bedoelde bestuur;

  • 8. Ambtelijk secretaris: de in artikel 6, lid 2 bedoelde ambtelijk secretaris;

  • 9. Reglement: de in artikel 11 bedoelde reglementen;

  • 10. Statuten: de statuten van de SSFH.

Artikel 3 Doel
  • 1. De SSFH heeft ten doel het ontwikkelen en ondersteunen van activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid in de branche huisartsenzorg.

  • 2. De stichting tracht dit doel te bereiken door:

    • a) het voeren van overleg, met uitzondering van het cao overleg, ter afstemming van het arbeidsmarktbeleid, scholing en sociaal beleid in de branche huisartsenzorg;

    • b) het voeren van overleg, met uitzondering van het cao overleg, over de inzet van middelen die partijen voor het arbeidsmarktbeleid, scholing en sociaal beleid ter beschikking hebben;

    • c) het initiëren, (laten) uitvoeren en begeleiden van activiteiten en projecten op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid;

    • d) het geheel of gedeeltelijk financieren of subsidiëren van de activiteiten, die nader gespecificeerd zijn in een reglement;

    • e) het initiëren en begeleiden van onderzoek op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid voor alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • f) informatie- en communicatievoorziening op het terrein van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid voor alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • g) het verwerven van middelen voor de financiering van de activiteiten a tot en met f.

Artikel 4 Geldmiddelen
  • 1. De inkomsten van de SSFH bestaan uit:

    • a) bijdragen van werkgevers;

    • b) bijdragen van werknemers;

    • c) rentebaten;

    • d) schenkingen, legaten en erfstellingen, met dien verstande dat erfstellingen uitsluitend kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;

    • e) subsidies en andere inkomsten.

  • 2. De uitgaven van de stichting bestaan uit:

    • a) de uitgaven voortvloeiende uit de realisering van de doelstellingen als bedoeld in artikel 3;

    • b) de beheerskosten van de stichting.

Artikel 5 Bestuur
  • 1. Het bestuur van de SSFH bestaat uit acht leden, te weten vier werkgeversleden en vier werknemersleden.

  • 2. De werkgeversleden worden benoemd door de werkgeversorganisaties:

    drie werkgeversleden worden benoemd op voordracht van de Landelijke Huisartsen Vereniging, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de LHV en

    één werkgeverslid wordt benoemd op voordracht van de Vereniging Huisartsenposten Nederland, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de VHN.

    Na de oprichting van de SSFH is lid 6 van toepassing.

    De werknemersleden worden benoemd door de werknemersorganisaties:

    één lid wordt benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen NVDA;

    één lid wordt benoemd op voordracht van Abvakabo FNV, gevestigd te Zoetermeer;

    één lid wordt benoemd op voordracht van CNV Publieke Zaak, gevestigd te Den Haag;

    één lid wordt benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners, gevestigd te Wijchen, hierna te noemen NVvPO.

    Na de oprichting van de SSFH is lid 6 van toepassing.

  • 3. Het bestuur kiest uit haar midden een voorzitter en een vicevoorzitter/penningmeester die deze functies voor de duur van één jaar vervullen. Beide functies worden beurtelings paritair door een werkgevers- dan wel een werknemersvertegenwoordiger vervuld, tenzij het bestuur anders besluit.

  • 4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar. Zij zijn terstond één maal herbenoembaar.

  • 5. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur zullen de overblijvende bestuursleden door een meerderheidsbesluit daarin voorzien door het benoemen van een (of meer) opvolger(s) op voordracht van de organisatie die het recht heeft om voor die vacature een bestuurslid voor te dragen met in achtneming van lid 7 van dit artikel.

  • 6. Voor het vervullen van de ontstane vacature(s) stelt het bestuur een competentieprofiel op dat de instemming behoeft van alle werkgevers- en werknemersorganisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3. De organisatie die het recht heeft om een bestuurslid voor te dragen zal hiertoe zo spoedig mogelijk overgaan doch uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van het geaccordeerde competentieprofiel.

  • 7. Een bestuurslid kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de organisatie, die het betreffende bestuurslid heeft benoemd of voorgedragen.

  • 8. Het bestuurslidmaatschap eindigt door:

    • a) overlijden van het bestuurslid;

    • b) het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

    • c) bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);

    • d) bij ontslag op grond van artikel 298, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • e) ontslag door het bestuur.

Artikel 6 Bevoegdheden van het bestuur
  • 1. Het bestuur is gezamenlijk bevoegd tot vertegenwoordiging van de stichting in en buiten rechte.

  • 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de volgende twee gezamenlijk handelende personen: de voorzitter en de vicevoorzitter/penningmeester. Het bestuur stelt een ambtelijk secretaris aan met als taak het ondersteunen en adviseren van het bestuur bij het realiseren van het doel van de stichting.

  • 3. Het bestuur kan besluiten tot verlening van volmacht aan één of meer bestuurders, alsook aan anderen, al dan niet verbonden aan de stichting, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

  • 4. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het bestuur is tevens belast met de zorg voor de uitvoering en handhaving van de statuten en de reglementen alsmede voor het beheer van het fondsvermogen van de stichting.

  • 5. Slechts indien dit uit de statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen, tenzij de statuten anders bepalen.

  • 6. Het bestuur is bevoegd, ter uitvoering van de werkzaamheden verbonden aan het secretariaat en de inning van de werkgeversbijdragen zomede andere door het bestuur te bepalen taken, uit te besteden aan een derde.

  • 7. Het bestuur voorziet in een bestuurders aansprakelijkheidsverzekering. In zoverre deze verzekering niet dekkend is voor een voorkomende aansprakelijkheid van één of meerdere bestuursleden of het bestuur in het geheel, voorziet de stichting in juridische ondersteuning en draagt zij de kosten van deze en de vastgestelde aansprakelijkheid. De genoemde ondersteuning en dekking van kosten geldt niet indien sprake is van opzettelijke nalatigheid en/of strafbare feiten.

Artikel 7 Bestuursvergaderingen
  • 1. Het bestuur vergadert vier maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter, of bij diens afwezigheid de vicevoorzitter/penningmeester, of tenminste twee bestuursleden dit nodig achten.

  • 2. De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit geregeld.

  • 3. Door het bestuur kan aan de bestuursleden voor het bijwonen van vergaderingen en daarmee gelijk te stellen bijeenkomsten een vergoeding worden toegekend.

Artikel 8 Besluitvorming
  • 1. Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven worden besluiten van het bestuur genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat deze besluiten niet kunnen worden genomen ingeval alle bestuurders behorende tot de groep bestuurders voorgedragen door de werkgeversorganisaties dan wel alle bestuurders behorende tot de groep voorgedragen door de werknemersorganisaties hun stem uitbrengen tegen het voorstel.

  • 2. Het bestuur kan slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste vier bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, waaronder ten minste twee bestuurders benoemd door de werkgeversorganisaties en tenminste twee bestuurders benoemd door de werknemersorganisaties.

  • 3. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

  • 4. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  • 5. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk gestemd.

  • 6. De leden van het bestuur zijn bevoegd zich door een daartoe schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het bestuur te doen vertegenwoordigen.

  • 7. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits het desbetreffende voorstel schriftelijk (waaronder begrepen per geëigend telecommunicatiemiddel), aan alle bestuursleden is toegezonden, geen van hen zich binnen een daarbij te stellen termijn van tenminste tien dagen tegen deze wijze van besluitvorming heeft verzet en tenminste de meerderheid van de bestuursleden zich schriftelijk (waaronder begrepen per geëigend telecommunicatiemiddel), vóór het voorstel hebben verklaard. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden een relaas opgemaakt, dat bij de stukken voor de volgende bestuursvergadering wordt gevoegd. Het bepaalde in lid 3, 4 en 5 is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij staking van stemmen het voorstel in de eerstkomende vergadering aan de orde wordt gesteld.

Artikel 9 Jaarverslag, rekening en verantwoording
  • 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

  • 3. Voorafgaand aan ieder boekjaar stelt het bestuur uiterlijk in november een beleidsplan met begroting vast dat is ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen/activiteiten. Het conceptbeleidsplan met begroting wordt voor advies aan de bij de SSFH betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3, voorgelegd, die binnen twee maanden hun advies uitbrengen. De begroting is ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen/activiteiten.

  • 4. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen. Voorts legt het bestuur rekening en verantwoording af van het gevoerde beleid en evalueert haar eigen functioneren in het jaarverslag waarvan de jaarrekening een onderdeel is. De jaarrekening dient volgens de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen/activiteiten te zijn gespecificeerd en gecontroleerd door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid. Uit het jaarverslag waarin opgenomen de accountantsverklaring moet blijken dat de uitgaven conform de bestedingsdoelen zijn gedaan.

  • 5. Het in lid 3 bedoelde beleidsplan met begroting en het in lid 4 bedoelde verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage voor de bij de SSFH betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3 neergelegd:

    • a) ten kantore van de stichting;

    • b) op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaats(en).

  • 6. Het in artikel 4 bedoelde verslag en de accountantsverklaring worden binnen zes maanden naar de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gezonden.

  • 7. Het in lid 4 bedoelde verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag digitaal aan de bij de SSFH betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

  • 8. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

  • 9. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Artikel 10 Statutenwijziging en ontbinding
  • 1. Een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de stichting kan door het bestuur worden genomen met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, lid 1 van deze statuten.

  • 2. Het voorstel voor ontbinding wordt toegezonden aan alle werkgevers- en werknemersorganisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3, die daarover binnen twee maanden besluiten.

  • 3. Na het doorlopen van de procedure in lid 2 van dit artikel zal aan de leden van het bestuur minimaal drie weken voor de dag van de vergadering, waarin een voorstel tot het nemen van een besluit tot statutenwijziging dan wel tot ontbinding zal worden behandeld, gelijktijdig met de agenda van de vergadering, een afschrift worden toegezonden van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging van de statuten of ontbinding van de stichting woordelijk is opgenomen.

  • 4. Een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de stichting kan niet eerder door het bestuur worden genomen dan na een vereiste tweederde meerderheid van alle werkgevers- en werknemersorganisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3. Bij het ontbreken van een tweederde meerderheid wordt het voorstel overgedragen aan de cao-partijen.

Artikel 11 Reglement
  • 1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, waarvan nadere regeling wenselijk wordt geacht.

  • 2. Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 10, lid 1, 3 en 4 van een besluit tot statutenwijziging van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De bepalingen in een reglement mogen niet in strijd zijn met deze statuten, de wet en de CAO HZ.

Artikel 12 Verplichtingen werkgevers, werknemers en gesubsidieerde instellingen
  • 1. De werkgevers en werknemers hebben de inspanningsverplichting alle beschikbare gegevens te verstrekken, die door het bestuur voor een goede naleving van de statuten en de reglementen als bedoeld in artikel 11, lid 1 noodzakelijk worden geacht.

  • 2. Indien SSFH subsidies zal verstrekken dan dient bij een aanvraag om subsidie een begroting van de activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te worden ingezonden. De begroting dient te worden gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen/activiteiten als omschreven in artikel 3.

  • 3. Een subsidieontvangende instelling zal jaarlijks een door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring overleggen over de besteding van de gelden, welke verklaring moet zijn gespecificeerd volgens de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen/activiteiten en een geïntegreerd onderdeel uit moet maken van het (financieel) jaarverslag.

Artikel 13 Vereffening
  • 1. De vereffening geschiedt door het bestuur.

  • 2. De SSFH blijft na ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

  • 3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht.

  • 4. Het bestuur bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de SSFH zal worden gegeven, met dien verstande dat het saldo zal worden bestemd voor een doel, dat het doel van de SSFH zoveel mogelijk nabij komt.

  • 5. De slotrekening van de vereffening alsmede de bestemming van het eventuele saldo behoeven de goedkeuring van de organisaties, genoemd in artikel 5, lid 2, met in achtneming van artikel 5, lid 3.

  • 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de door de vereffenaar(s) aan te wijzen perso(o)n(en).

  • 7. Op de vereffening zijn voorts de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Artikel 14 Beleggingen

Voor zover gelden van de SSFH voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daarvoor te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling. Als het bestuur hiertoe overgaat dient het bestuur als geheel kennis te hebben van de te verhandelen financiële producten.

Artikel 15 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin zowel de wet als de statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

Artikel 16 Slotbepaling

Het eerste boekjaar van de stichting betreft een verlengd boekjaar. Het eerste boekjaar van de stichting loopt vanaf datum oprichting tot en met 31 december 2013.

Dictum II

De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2016.

Dictum III

Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

Dictum IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2017 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 22 maart 2013

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven