Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2013, 35904Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 10 december 2013, nr. 462409, houdende instelling van de kwaliteitscommissie Bibob (Instellingsbesluit kwaliteitscommissie Bibob)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Overwegende dat het wenselijk is een externe kwaliteitscommissie Bibob in te stellen om de kwaliteit van de adviezen van het Bureau Bibob, alsmede de zorgvuldigheid waarmee deze tot stand komen, periodiek te toetsen;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Onze Minister:

de Minister van Veiligheid en Justitie;

b. Wet Bibob:

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

c. De directeur:

de directeur van de Dienst Justis, tevens directeur van het Bureau Bibob;

d. Het Bureau:

het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;

e. Adviezen:

de adviezen van het Bureau zoals bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob;

f. De kwaliteitscommissie:

de kwaliteitscommissie Bibob.

Artikel 2. Instelling

Er is een kwaliteitscommissie Bibob.

Artikel 3. Samenstelling

  • 1. De kwaliteitscommissie bestaat uit personen met uiteenlopende deskundigheid en ervaring, bij voorkeur op het terrein van het openbaar bestuur, het bestuursrecht, de politie en het openbaar ministerie.

  • 2. De kwaliteitscommissie kent een voorzitter en maximaal vier overige leden.

  • 3. De kwaliteitscommissie ontvangt ondersteuning van een ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris is geen lid van de kwaliteitscommissie en legt voor de uitvoering van zijn taak verantwoording af aan de voorzitter.

  • 4. Voor aanstelling als voorzitter of als overig lid komen niet in aanmerking:

    • a. ambtenaren of andere personen, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;

    • b. personen tegen wie, in verband met het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden, bezwaren bestaan.

  • 5. De leden van de kwaliteitscommissie worden door Onze Minister benoemd. Deze aanstelling geldt voor een periode van vier jaren, welke periode eenmaal door herbenoeming kan worden verlengd.

  • 6. Aanstelling als lid van de kwaliteitscommissie vindt pas plaats nadat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) op basis van een ingesteld veiligheidsonderzoek (middels een zogeheten B-screening) een ‘Verklaring van geen bezwaar’ heeft afgegeven.

Artikel 4. Ontslag

  • 1. De voorzitter en overige leden van de kwaliteitscommissie kunnen op eigen verzoek door Onze Minister tussentijds worden ontslagen.

  • 2. De leden van de kwaliteitscommissie kunnen tevens ontslagen worden door Onze Minister, wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden, na overleg met de voorzitter.

  • 3. De voorzitter kan tevens ontslagen worden door Onze Minister wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 5. Taken en verantwoordelijkheden

  • 1. De kwaliteitscommissie draagt zorg voor een onafhankelijke, systematische en deskundige toetsing van de kwaliteit van adviezen van het Bureau, met het oog op de doorlopende verbetering van de kwaliteit van die adviezen.

  • 2. Ten behoeve van een systematische, doelmatige en zorgvuldige uitvoering van haar opdracht stelt de kwaliteitscommissie, met inachtneming van dit instellingsbesluit, een protocol en een format voor het toetsen van de kwaliteit van de adviezen vast, alsmede een format voor de rapportage van haar bevindingen. De kwaliteitscommissie zendt het protocol, de formats en de wijzigingen daarvan ter kennisgeving naar de directeur.

  • 3. De kwaliteitscommissie onderzoekt per jaar tenminste tien adviezen. De kwaliteitscommissie betrekt in haar adviezen in ieder geval de wijze van selecteren van gegevens, de onderbouwing van conclusies en aanbevelingen en de samenhang van de onderdelen van de adviezen. De kwaliteitscommissie let er in het bijzonder op of de conclusies en aanbevelingen in voldoende mate steunen op onderliggende informatie.

  • 4. De kwaliteitscommissie rapporteert rechtstreeks aan Onze Minister. Indien de adviezen hiertoe aanleiding geven, doet de kwaliteitscommissie aanbevelingen aan de directeur. Daarnaast brengt de kwaliteitscommissie een jaarverslag uit. De rapportages en het jaarverslag bevatten geen informatie die herleidbaar is tot personen of instanties.

Artikel 6. Werkwijze

De kwaliteitscommissie bepaalt met in achtneming van de overige bepalingen van dit besluit, onafhankelijk van het Bureau haar werkwijze, haar keuze voor de te onderzoeken adviezen en de prioriteit van haar werkzaamheden.

Artikel 7. Bevoegdheden en verplichtingen

  • 1. De leden van de kwaliteitscommissie hebben, conform artikel 20, derde lid, onderdeel e, van de Wet Bibob, toegang tot alle gegevens die door het Bureau zijn gebruikt voor de adviezen die door de kwaliteitscommissie worden beoordeeld. Daarnaast kan de kwaliteitscommissie informatie inwinnen bij de directeur of de teammanager Bibob.

  • 2. De leden van de kwaliteitscommissie, die bij de uitvoering van hun taak de beschikking krijgen over gegevens, zijn conform artikel 28, tweede lid, onderdeel f, van de Wet Bibob verplicht tot geheimhouding van die gegevens.

  • 3. De leden van de kwaliteitscommissie onthouden zich van de beoordeling van adviezen waarin zaken, personen of aangelegenheden voorkomen bij welke zij uit andere hoofde betrokken zijn of kunnen worden.

  • 4. De leden van de kwaliteitscommissie maken hun functies en nevenfuncties openbaar, middels vermelding op de website van de Dienst Justis.

  • 5. De leden van de kwaliteitscommissie, verkerende in een omstandigheid welke een goede taakvervulling van de kwaliteitscommissie kan schaden, doen daarvan onverwijld mededeling aan de voorzitter.

Artikel 8. Vergoeding

  • 1. De voorzitter en overige leden van de kwaliteitscommissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vergoeding per maand op basis van een arbeidsduur van 2 uur per week (arbeidsduurfactor 2/36) respectievelijk 1,5 uur per week (arbeidsduurfactor 1,5/36) van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 2. De voorzitter en overige leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten conform artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit kwaliteitscommissie Bibob.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

TOELICHTING

Algemeen

Met ingang van 20 april 2011 is de tijdelijke kwaliteitscommissie Bibob ingericht met de opdracht om de kwaliteit van de adviezen van het Bureau Bibob alsmede de zorgvuldigheid waarmee deze tot stand komen, te toetsen. Bij brief van dezelfde datum is de Tweede Kamer over deze commissie geïnformeerd, alsmede wie daarin zitting namen. Met deze externe kwaliteitstoetsing werd beoogd op onafhankelijke wijze kwalitatief te laten toetsen hoe de voor het Bureau Bibob toegankelijke broninformatie werd verwerkt tot een Bibob-advies. Het Bureau Bibob brengt op verzoek advies uit aan bestuursorganen. Daarmee werd tegemoet gekomen aan de kritiek van bestuursorganen en advocaten dat de werkwijze onvoldoende inzichtelijk was. De Wet Bibob bood destijds, vanwege het gesloten verstrekkingsregime en de geheimhoudingsplicht, geen mogelijkheid om een externe commissie in te stellen, aangezien de Wet Bibob zeer nauwkeurig voorschrijft wie gerechtigd is tot het inzien van informatie. In beginsel waren dit uitsluitend medewerkers van het Bureau en geen externe partijen. Om ervoor te zorgen dat de leden gerechtigd waren de adviezen in te zien, werd de tijdelijke kwaliteitscommissie toegevoegd aan Bureau Bibob en waren de voorzitter en leden tijdelijk in dienst van het Bureau. De kwaliteitscommissie rapporteerde rechtstreeks aan de Minister van Veiligheid en Justitie en de voorzitter en overige leden waren geen verantwoording verschuldigd aan de directeur van Bureau Bibob. Daarnaast bepaalde de commissie onafhankelijk van het Bureau haar werkwijze, haar keuze van de te onderzoeken adviezen en de prioriteit van haar werkzaamheden. Deze afspraken en waarborgen zijn destijds neergelegd in de ‘Instructie instelling en werkwijze van de Kwaliteitscommissie Bibob’ van 13 mei 2011, welke op de website van de Dienst Justis is gepubliceerd. Zie verder: TK 31 109, nr. 10.

Met ingang van 1 juli 2013 is de Wet Bibob gewijzigd (Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob, zie EK en TK 32 676). In de wet wordt een externe kwaliteitscommissie Bibob niet expliciet genoemd, maar gelet op het bepaalde in artikel 20, derde lid, onderdeel e en artikel 28, tweede lid, onderdeel f, wel mogelijk en wenselijk geacht. Met het onderhavige besluit wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De voorzitter en de overige leden, die met ingang van 20 april 2011, de tijdelijke kwaliteitscommissie vormden, zullen hun werkzaamheden als externe kwaliteitscommissie Bibob voortzetten. Gelet op deze uitzonderlijke situatie strekt artikel 8 ertoe dat het niveau van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt gehandhaafd. Met een nieuwe bezetting van de commissie wordt de vergoeding opnieuw bezien.

Dit besluit houdt in dat de kwaliteitscommissie niet langer onderdeel is van Bureau Bibob en het dienstverband van de voorzitter en de leden wordt beëindigd. De voorzitter en overige leden zullen na instelling, bij separate ministeriële besluiten voor een periode van vier jaren als respectievelijk voorzitter en lid van de kwaliteitscommissie voor een periode van vier jaren, worden benoemd. De tijdelijke kwaliteitscommissie zal tegelijkertijd worden opgeheven. De ‘Instructie instelling en werkwijze van de Kwaliteitscommissie Bibob’ zal worden ingetrokken.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten