Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 11 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/272296, houdende wijziging van de Regeling taken Dienst Wegverkeer in verband met de registratie van statische parkeergegevens

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 4b, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Artikel 2, onderdeel r, van de Regeling taken Dienst Wegverkeer komt te luiden:

  • r. het beheren van en het verstrekken van informatie aan daartoe gerechtigde partijen uit een register van:

    • 1°. parkeer- en verblijfsrechten gekoppeld aan individuele kentekens ten behoeve van gemeenten, en

    • 2°. statische parkeergegevens ten behoeve van een ieder.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

TOELICHTING

Om bewuste en optimale mobiliteitskeuzes te kunnen maken is informatie nodig over alle schakels in de mobiliteitsketen. De informatie op maat over waar je kan parkeren voor welke prijs is op dit moment onvolledig en onbetrouwbaar. Dat leidt tot meer autogebruik, onnodige belasting van de wegcapaciteit en het milieu (zeker in stedelijke gebieden), tijdverlies en ergernis. Voor private aanbieders van reisinformatiediensten is het van belang dat de statische data van parkeerplaatsen beschikbaar komen met een goede dekkingsgraad en laagdrempelige toegang. Daartoe geeft onderhavige regeling de Dienst Wegverkeer (RDW) de taak van het verzamelen van statische parkeerdata voor op straat parkeren en slagboomparkeren en het vervolgens publiceren en beheren hiervan. Voor zover het gegevens van overheden betreft, geschiedt publicatie als onderdeel van het open data beleid. Dit vergt een aanpassing van de Regeling taken Dienst Wegverkeer, aangezien de taken van de RDW bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 of andere wetten zijn opgedragen. Die aanpassing vindt bij deze regeling plaats.

De gemeenten Rotterdam, Amsterdam en Utrecht hebben mij gevraagd of de RDW naast het vastleggen en verstrekken van de gegevens over parkeer- en verblijfsrechten een rol kan vervullen bij de registratie van statische parkeergegevens. Daar komt bij dat ook commerciële exploitanten hebben aangegeven dat een betrouwbare overheidsorganisatie voor de uitvoering van deze taken een randvoorwaarde is om samen te werken en parkeerdata te delen.

Het is als alternatief in principe denkbaar dat gemeenten ieder voor zich de statische parkeerdata in digitale vorm publiceren. Dit is echter met name voor kleine gemeenten een relatief grote inspanning en het zou lang duren voor een hoge mate van dekking bereikt zou zijn. Door de RDW de kerntaken van het verzamelen en het publiceren van de statische parkeerdata te geven kunnen de statische parkeerdata aan eenieder ter beschikking worden gesteld en is de continuïteit en kwaliteit voor de langere termijn verzekerd. Ook is standaardisatie die voor de gebruikers van belang is gemakkelijker te realiseren dan wanneer gemeenten dit individueel gaan doen.

Voor private partijen is het belangrijk dat de parkeerdata van de overheid, zoals de parkeertarieven, laagdrempelig en met een goede kwaliteit en actualiteit op een structurele wijze ter beschikking worden gesteld. Door de centrale registratie worden parkeerdata op een efficiënte wijze in een uniform formaat ontsloten. Alle aanbieders van informatiediensten kunnen hier kosteloos gebruik van maken. De informatie is laagdrempeliger toegankelijk bij één loket, zodat innovatief gebruik hiervan zoveel mogelijk wordt gestimuleerd.

Met statische parkeergegevens wordt gedoeld op gegevens van publiek toegankelijke parkeerplaatsen zowel langs de straat als achter een slagboom, bijvoorbeeld een parkeergarage, maar niet de te huren parkeerplaatsen of parkeerplaatsen voor individuele kentekens. In het register worden gegevens opgenomen omtrent bijvoorbeeld de parkeergebieden, en -locaties, in- en uitgangen, capaciteit, openingstijden, tarieven, eventuele restricties (brandstofsoort, doorrijhoogte) en verkooppunten.

Gemeenten hebben de betreffende gegevens verkregen in het kader van de uitoefening van de eigen publiekrechtelijke taken. Daarnaast kunnen particuliere eigenaren gegevens omtrent hun parkeerplaatsen aan de RDW verstrekken voor zover deze informatie al niet in het bezit is van gemeenten.

Bij het opdragen van de taak aan de RDW is het voorstel getoetst aan de Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst Wegverkeer. Voor de parkeerdata van de overheid is geen sprake van marktactiviteiten. Voor de overige data, is de conclusie dat hier sprake is van marktfalen. Private partijen zijn er niet in geslaagd om de verzameling van statische parkeerdata zo te organiseren dat voldoende private en publieke parkeerexploitanten daaraan mee willen werken. Zij willen hun data maar één keer hoeven aanleveren aan een centraal en onafhankelijk loket. De RDW is een publieke organisatie, die deze functie het beste kan vervullen. Het beheer van overheidsdata ten aanzien van voertuigen is een kerncompetentie van de RDW. De RDW is al een bekende en betrouwbare ketenpartner voor de gemeenten gelet op de taken van deze organisatie op het gebied van registratie en verstrekking van gegevens omtrent voertuigen, rijbewijzen, ontheffingen voor speciaal transport en de registratie van parkeer- en verblijfsrechten. De nieuwe taak levert synergie op voor het publiek belang.

De gegevens worden niet verrijkt, maar gepubliceerd volgens een uniform datamodel en publicatiemechanisme. RDW stelt de statische parkeerdata via internet beschikbaar. RDW zal een web tool ontwikkelen waarmee parkeerexploitanten zelf hun data kunnen gaan bijhouden. De gegevens worden aan iedereen gratis en zonder restricties verstrekt voor gebruik door bedrijven en particulieren. Wijzigingen in de gegevens zijn voor iedereen direct beschikbaar. Gemeenten en particuliere parkeerexploitanten blijven zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van correcte data.

Een aantal gemeenten heeft, teneinde de diverse parkeerrechten en de handhaving daarvan centraal te beheren, een gemeenschappelijke infrastructuur ingericht voor de uitvoering van de taken op het gebied van parkeren, het zogenoemde Servicehuis Parkeren (SHPV). Deze Coöperatie betaalt de RDW voor het in stand houden en beheren van het register en voor het verstrekken van de data uit het register.

Ten behoeve van de extra taak voor het publiceren van statische parkeergegevens moet RDW een extra inspanning leveren op functioneel en technisch beheer. Na een eenmalige investering door het ministerie van IenM worden deze kosten met ingang van 2015 door RDW doorberekend aan de gemeenten. Per gemeente gaat het om een gering bedrag. Het op zich nemen van deze nieuwe taak heeft verder geen financiële en slechts zeer beperkte personele gevolgen voor de RDW.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Er is geen sprake van administratieve lasten of bedrijfseffecten. Particuliere eigenaren zijn geenszins verplicht om gegevens omtrent hun parkeerplaatsen aan de RDW te verstrekken. Partijen die nu reeds op eigen initiatief statische parkeerdata verzamelen en aanbieden kunnen dit blijven doen. Ze zullen lagere kosten voor het onderhoud van data hebben, omdat deze door RDW bijgehouden en centraal gepubliceerd worden.

Vaste verandermomenten

Wat betreft de vereiste publicatiedatum wordt afgeweken van het daarvoor geldende zogenaamde vaste verandermoment. Er is immers sprake van voordelen van spoedige inwerkingtreding, zowel voor exploitanten van parkeergegevens, die belang hebben bij terbeschikkingstelling als voor gemeenten die ontzorgd worden in hun open data beleid. In juni 2013 heeft het ministerie het ontsluiten van data over parkeerplaatsen reeds aangekondigd in een persbericht.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven