Besluit opheffing beperking openbaarheid Ordedienst/Binnenlandse Strijdkrachten en afwikkelingsbureau, 1941–1956

14 november 2013

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 15, derde lid Archiefwet 1995,

Gelet op het besluit van de Minister van Defensie van 14 oktober 2010 (Stcrt. 2010, 16741),

Gehoord de Minister van Defensie,

Besluit:

De beperking aan de openbaarheid van inventarisnummers 1918-4823 in het archief Ordedienst/Binnenlandse Strijdkrachten en afwikkelingsbureau, 1941–1956, toegang 2.13.137, wordt ten aanzien van het P-dossier betreffende een persoon opgeheven, indien, ten genoege van de beheerder van het Nationaal Archief, de algemene rijksarchivaris, is aangetoond dat deze persoon is overleden.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Den Haag, 14 november 2013

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Namens deze: De algemene rijksarchivaris M.J. Berendse.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit bezwaar maken op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen bij de minister van OCW, onder vermelding van ‘Bezwaar’, ter attentie van DUO, Postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit is geplaatst.

TOELICHTING

Bovengenoemd besluit betreft een serie archiefbescheiden die zijn aan te merken als personeelsdossiers. Deze dossiers bevatten alleen gegevens van een persoon, op een enkele uitzondering na. Na de overbrenging van het bovengenoemd archief naar het Nationaal Archief is naar aanleiding van verzoeken om raadpleging de vraag gerezen of de beperking aan de openbaarheid die op deze serie archiefbescheiden is gesteld zou kunnen vervallen als verzoekers kunnen aantonen dat de betrokkene is overleden. Na het overlijden van de persoon vervalt de motivatie voor een beperking met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Om dit mogelijk te maken dient de beperking die was gesteld bij het besluit van de Minister van Defensie van 14 oktober 2010 (Stcrt 2010, 16741) deels opgeheven te worden. Op grond van dit besluit wordt alleen toestemming gegeven tot raadpleging als een verzoeker kan aantonen dat de persoon om wiens dossiers inzage wordt verzocht is overleden. Deze toestemming houdt niet in dat de beperking aan de openbaarheid komt te vervallen. Daarom wordt geen toestemming gegeven tot het maken van kopieën. Door het opheffen van de openbaarheid voor die dossiers waarvan is aangetoond dat de betrokkenen is overleden, is het mogelijk van de archiefbescheiden afschriften te maken.

De minister van OCW heeft gebruikt gemaakt van de bevoegdheid op grond van artikel 15, derde lid van de Archiefwet de beperking deels op te heffen. De minister van Defensie heeft positief geadviseerd over de opheffing van de beperkingen op deze dossiers, in aanmerking genomen dat gedeeltelijke opheffing van de beperking als het gaat om de dossiers waarin bij uitzondering ook gegevens over derden in voorkomen wettelijk verantwoord is.

De beperking geldt nog tot 2027 voor de dossiers van personen, waarvan niet is aangetoond dat deze zijn overleden.

Naar boven