Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 oktober 2013, kenmerk 152108-110428-Z, houdende de aanwijzing van administratie-instellingen bijzondere ziektekosten

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering;

Gezien de voordracht van Zorgverzekeraars Nederland van 2 juli 2013 (B-13-2394-avis1);

Gehoord het College voor Zorgverzekeringen (brief van 16 juli 2013, 0620.2013080548) en de Nederlandse Zorgautoriteit (brief van 18 juli 2013, 49583/64366);

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. AWBZ:

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

b. AWBZ-verzekerde:

degene die verzekerd is ingevolge de AWBZ;

c. indicatiebesluit:

besluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit;

d. AO/IC:

administratieve organisatie en interne controle;

e. zorgautoriteit:

Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg.

Artikel 2

  • 1. Voor een periode van een jaar zijn de rechtspersonen genoemd in bijlage 1 van dit besluit, verbindingskantoren voor de daarachter vermelde regio’s.

  • 2. De regio’s waarvoor de verbindingskantoren zijn aangewezen, omvatten de gemeenten die zijn opgenomen in bijlage 2 van dit besluit.

Artikel 3

Aan de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. een verbindingskantoor is aanspreekpunt voor AWBZ-verzekerden, zorgaanbieders en gemeenten in de regio waarvoor het is aangewezen, draagt zorg voor doelmatige zorginkoop en informatievoorziening die op de regionale situatie is afgestemd en houdt waar mogelijk rekening met bovenregionale zorg;

  • b. een verbindingskantoor beschikt over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie voor zorg in natura intramuraal en extramuraal waarin een verband ligt tussen de indicatiebesluiten van AWBZ-verzekerden, de geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders;

  • c. een verbindingskantoor beschikt over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie voor het persoonsgebonden budget, die is afgestemd op de op grond van artikel 44 van de AWBZ vastgestelde regels voor het persoonsgebonden budget;

  • d. een verbindingskantoor voert op grond van de door de zorgautoriteit, in overeenstemming met het College voor Zorgverzekeringen, opgestelde regels als bedoeld in artikelen 31 en 36, derde lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg, formele en materiële controle uit, waarbij de informatieopvraag wordt opgesteld op basis van risicoanalyses in samenhang met de toepassing van de landelijk geldende AO/IC-regeling. Een verbindingskantoor voert op grond van het door het College voor Zorgverzekeringen opgestelde controleprotocol controles uit op het verstrekte persoonsgebonden budget;

  • e. een verbindingskantoor draagt zorg voor een adequate bestrijding van en informatievoorziening over misbruik en oneigenlijk gebruik in de AWBZ;

  • f. een verbindingskantoor volgt op basis van de bestaande informatie van de zorgaanbieders de financiële positie van die zorgaanbieders en neemt, indien nodig, actie met het oog op gewenste continuïteit van zorgverlening aan cliënten;

  • g. een verbindingskantoor voert voor de AWBZ een landelijk uniforme wachtlijstregistratie uit en levert aan het College voor zorgverzekeringen periodiek betrouwbare informatie over eventuele fricties tussen geïndiceerde zorg en het beschikbare aanbod;

  • h. een verbindingskantoor komt op grond van de Regeling verslaglegging AWBZ tot jaarlijkse verantwoording over de uitvoering van de AWBZ aan de zorgautoriteit door een financieel verslag en een uitvoeringsverslag van de zorgverzekeraar voor de als verbindingskantoor uitgevoerde taken en alle taken die hem zijn opgedragen door de zorgverzekeraars in de mandaat- en volmachtovereenkomst, conform een door de zorgautoriteit aangegeven model.

Artikel 4

Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 kan de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, worden ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn.

BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, EERSTE LID

Als verbindingskantoor aangewezen rechtspersoon

Regio

1

Stichting Zorgkantoor Menzis

Groningen

2

Zorgkantoor Friesland B.V.

Friesland

3

Achmea Zorgkantoor N.V.

Drenthe

4

Achmea Zorgkantoor N.V.

Zwolle

5

Stichting Zorgkantoor Menzis

Twente

6

Agis Zorgverzekeringen N.V.

Apeldoorn, Zutphen e.o.

7

Stichting Zorgkantoor Menzis

Arnhem

8

VGZ Zorgkantoor B.V.

Nijmegen

9

Agis Zorgverzekeringen N.V.

Utrecht

10

Achmea Zorgkantoor N.V.

Flevoland

11

Agis Zorgverzekeringen N.V.

't Gooi

12

Univé Zorgkantoor B.V.

Noord-Holland Noord

13

Achmea Zorgkantoor N.V.

Kennemerland

14

Achmea Zorgkantoor N.V.

Zaanstreek/Waterland

15

Agis Zorgverzekeringen N.V.

Amsterdam

16

OWM Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A.

Amstelland en de Meerlanden

17

OWM Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A.

Zuid-Holland Noord

18

CZ zorgkantoor B.V.

Haaglanden

19

Zorgkantoor DSW B.V.

Delft Westland Oostland

20

Trias Zorgkantoor B.V.

Midden-Holland

21

Achmea Zorgkantoor N.V.

Rotterdam

22

Zorgkantoor DSW B.V.

Nieuwe Waterweg Noord

23

CZ zorgkantoor B.V.

Zuid-Hollandse eilanden

24

Trias Zorgkantoor B.V.

Waardenland

25

CZ zorgkantoor B.V.

Zeeland

26

CZ zorgkantoor B.V.

West-Brabant

27

VGZ Zorgkantoor B.V.

Midden-Brabant

28

VGZ Zorgkantoor B.V.

Noordoost Brabant

29

CZ zorgkantoor B.V.

Zuidoost Brabant

30

VGZ Zorgkantoor B.V.

Noord- en Midden-Limburg

31

CZ zorgkantoor B.V.

Zuid-Limburg

32

Salland Zorgkantoor B.V.

Midden IJssel

BIJLAGE 2 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, TWEEDE LID

Werkgebieden zorgkantoren per 1 januari 2014

  • 1. Groningen

    Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winsum, Zuidhorn

  • 2. Friesland

    Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, de Friese Meren, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Heerenveen, het Bildt, Kollumerland en Nieuwkruisland, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Littenseradiel, Menameradiel, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Weststellingwerf

  • 3. Drenthe

    Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld

  • 4. Zwolle

    Dalfsen, Elburg, Ermelo, Hardenberg, Harderwijk, Hattem, Kampen, Nunspeet, Oldebroek, Ommen, Putten, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle

  • 5. Twente

    Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden

  • 6. Apeldoorn, Zutphen e.o.

    Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Zutphen

  • 7. Arnhem

    Aalten, Arnhem, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Duiven, Ede, Lingewaard, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort, Winterswijk, Zevenaar

  • 8. Nijmegen

    Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Gennep, Groesbeek, Heumen, Lingewaal, Millingen aan de Rijn, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal, Wijchen

  • 9. Utrecht

    Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Nijkerk, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, Zeist

  • 10. Flevoland

    Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Zeewolde

  • 11. ‘t Gooi

    Almere, Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren

  • 12. Noord-Holland Noord

    Alkmaar, Bergen nh, Den Helder, Drechterland, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Langedijk, Medemblik, Opmeer, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel

  • 13. Kennemerland

    Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen, Zandvoort

  • 14. Zaanstreek/Waterland

    Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang

  • 15. Amsterdam

    Amsterdam, Diemen

  • 16. Amstelland en de Meerlanden

    Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn

  • 17. Zuid-Holland Noord

    Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude

  • 18. Haaglanden

    ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer

  • 19. Delft Westland Oostland

    Delft, Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker‑Nootdorp, Westland

  • 20. Midden-Holland

    Bergambacht, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Zuidplas

  • 21. Rotterdam

    Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Rotterdam

  • 22. Nieuwe Waterweg Noord

    Maassluis, Schiedam, Vlaardingen

  • 23. Zuid-Hollandse eilanden

    Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Cromstrijen, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Korendijk, Oud-Beijerland, Ridderkerk, Spijkenisse, Strijen, Westvoorne

  • 24. Waardenland

    Alblasserdam, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Sliedrecht, Zederik, Zwijndrecht

  • 25. Zeeland

    Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen‑Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen

  • 26. West-Brabant

    Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten‑Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert

  • 27. Midden-Brabant

    Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk

  • 28. Noordoost Brabant

    Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Maasdonk, Maasdriel, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, ‘s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint‑Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel, Vught, Zaltbommel

  • 29. Zuidoost Brabant

    Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop‑Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre

  • 30. Noord- en Midden-Limburg

    Beesel, Bergen lb, Echt-Susteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert

  • 31. Zuid-Limburg

    Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal

  • 32. Midden IJssel

    Deventer, Olst-Wijhe, Raalte, Voorst

TOELICHTING

1. Inleiding

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) legt de uitvoering van die wet in handen van de zorgverzekeraars. Op zorgverzekeraars rust de in artikel 6 van de AWBZ geregelde wettelijke plicht om er voor te zorgen dat verzekerden ingevolge de AWBZ de zorg wordt geboden waar deze recht op hebben. De zorgverzekeraars hebben daarbij ook de opdracht een beheerste en doelmatige uitvoering van de AWBZ te waarborgen. Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de AWBZ, kan bij algemene maatregel van bestuur de administratie en controle ten aanzien van bij die maatregel te bepalen zorgaanspraken worden verricht door daarvoor aan te wijzen rechtspersonen. In het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering (hierna: Administratiebesluit) is daaraan uitvoering gegeven. Op basis van dit Administratiebesluit kunnen een centraal administratiekantoor en verbindingskantoren worden aangewezen. Deze verbindingskantoren worden in de praktijk inmiddels aangeduid als zorgkantoren, omdat zij naast administratie- en controletaken, op verzoek van de zorgverzekeraars ook meer op de zorg georiënteerde taken zijn gaan uitvoeren. De aanwijzing vindt plaats op voordracht van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), gehoord het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De huidige aanwijzing van het centraal administratiekantoor en de zorgkantoren loopt af per 31 december 2013. Met de onderhavige aanwijzing worden de zorgkantoren aangewezen die voor de periode tot en met 31 december 2014 de AWBZ zullen uitvoeren. Deze tijdelijkheid houdt ondermeer verband met toekomstige veranderingen in de uitvoering van de langdurige zorg.

Toekomstige veranderingen in de uitvoering

Het kabinet heeft besloten om de langdurige zorg op grond van de AWBZ fundamenteel te hervormen door decentralisatie van taken naar gemeenten, overheveling van onderdelen naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de vorming van een nieuwe wet voor de zwaardere intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg. Bij brief van 25 april jl. is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.

De nieuwe wet voor de langdurige intramurale zorg voor ouderen en gehandicapten, die voorzien is voor 2015, heeft op termijn belangrijke gevolgen voor de uitvoering door zorgkantoren. Het voornemen bestaat om de uitvoering te stroomlijnen door het aantal zorgkantoren en zorgkantoorregio’s op termijn terug te brengen, de zorginkoop meer te uniformeren en de waarborgen voor een doelmatige uitvoering door zorgkantoren te verbeteren.

2. Aanwijzing van zorgkantoren

In het kader van een zorgvuldige voorbereiding hebben – nadat de zorgverzekeraars via ZN tot een voordracht zijn gekomen – het CVZ en de NZa mij geadviseerd over deze voordracht. De onderhavige aanwijzing is in overeenstemming met deze voordracht en de adviezen van het CVZ en de NZa. Op basis van het advies van het CVZ is in bijlage 2 van de aanwijzing een overzicht opgenomen van regio’s waarvoor de zorgkantoren zijn aangewezen en de tot die regio’s behorende gemeenten.

De onderhavige aanwijzing heeft een looptijd van één jaar. Deze tijdelijkheid houdt ondermeer verband met de veranderingen in de langdurige zorg die volgens planning per 2015 worden doorgevoerd.

In het onderstaande wordt nader ingegaan op de aspecten die de zorgkantoren in 2014 acht zullen moeten nemen.

Aandachtspunten uitvoering AWBZ in 2014

De hervorming van de langdurige zorg wordt volgens planning doorgevoerd met ingang van 2015. Voor 2014 betekent dit dat bestaande rechten van cliënten worden gerespecteerd. Met inachtneming van bovenstaande en in lijn met de aanwijzing van zorgkantoren voor afgelopen jaren, zijn ook voor het jaar 2014 de volgende drie prestatievelden van belang:

  • 1. Service aan klanten

  • 2. Zorginkoop en contractering

  • 3. Moderne administratieve organisatie.

Het is van belang dat de continuïteit van de uitvoering van de AWBZ en de kwaliteit van zorg van hoog niveau blijven. Het gaat hierbij om onderstaande afspraken over de uitvoering van de AWBZ:

  • a. Het versterken van de positie van de cliënt en het laten aansluiten van zorg en financiering bij wensen en behoeften van cliënten: tevredenheid van de cliënt over de door de zorgaanbieder geleverde zorg en de bijdrage die deze zorg levert aan kwaliteit van leven en welbevinden, zijn daarbij belangrijke uitgangspunten;

  • b. Keuzevrijheid en diversiteit in wonen: via inkoopbeleid bijdragen aan meer keuzemogelijkheden voor cliënten op het vlak van huisvesting. Bestaande rechten van cliënten dienen daarbij te worden gerespecteerd;

  • c. Verbeteren van kwaliteit in de zorg en het bevorderen van innovatie: bevorderen van ketenzorg over grenzen van cure en care, kleinschalig wonen en innovatieve projecten. Specifiek voor de komende periode van uitvoering van de AWBZ zullen de zorgkantoren, binnen de door de NZa aangescherpte toetsingskaders, ruimte moeten bieden aan nieuwe kleine(re) innovatieve zorgaanbieders. Zij krijgen een reële kans om hun meerwaarde aan te tonen en daarmee op een contract met het zorgkantoor;

  • d. Bestendigen van solidariteit/financiële houdbaarheid: het maken van de omslag naar cliëntgerichte uitvoering;

  • e. Verminderen van bureaucratie door kwaliteit en eenvoud van de uitvoering; helder inkoop- en contracteerbeleid en minimaliseren informatie-uitvraag: door bijvoorbeeld voor gegevens in het kader van de jaarrekening gebruik te maken van de mogelijkheid om in te loggen op digiMV. Ook wordt door zorgkantoren nauw aangesloten bij de landelijke Zorginkoopgids AWBZ 2014 van Zorgverzekeraars Nederland.

De taken behorende tot de drie prestatievelden zijn in het onderstaande artikelsgewijs nader toegelicht. Bij de formulering van deze taken is een balans gezocht tussen uniformiteit van uitvoering door zorgkantoren enerzijds en ruimte voor regionale verschillen anderzijds.

De zorgverzekeraars zullen bovengenoemde aandachtsgebieden opnemen in het mandaat dat en de volmacht die zij de zorgkantoren verlenen.

Om de mogelijkheid van succes te vergroten worden de zorgkantoren geacht, in lijn met de gezamenlijk overeen gekomen spelregels, te participeren in de experimenten regelarme zorginstellingen die vanaf begin 2013 van start zijn gegaan. De randvoorwaarden die aan het experiment zijn verbonden en gelden voor zowel de zorgaanbieders als de zorgkantoren, zijn verwoord in een door VWS opgestelde brief. Op een daartoe strekkend verzoek van de meeste experimenterende instellingen kan bij brief van de staatssecretaris de looptijd van het experiment worden verlengd tot 1 januari 2015.

Monitoring en toezicht

De NZa houdt op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) toezicht op de uitvoering van de AWBZ door zorgkantoren.

De jaarlijkse verantwoording, eventueel aangevuld met gericht toezichtonderzoek, is voor de NZa de basis voor de beoordeling van de prestaties van het zorgkantoor. Bij die beoordeling kan de NZa signaleren op welke punten de taakuitoefening van het zorgkantoor verbetering behoeft. Voor het zorgkantoor zijn deze uitspraken van de NZa bindend. Ook houdt de NZa signaaltoezicht. Waar nodig zet de NZa beschikbare WMG-instrumenten in.

In november 2012 heeft de NZa het samenvattend rapport Uitvoering AWBZ 2011 uitgebracht. In dat rapport heeft de NZa verslag gedaan van de uitvoering van de AWBZ door de afzonderlijke concessiehouders (zorgkantoren), het CAK en de AWBZ-verzekeraars in 2011. Dit aan de hand van prestatie-indicatoren.

Het beeld dat uit het rapport naar voren komt is dat de concessiehouders de AWBZ op onderdelen naar behoren uitvoeren, dat er tal van best practices zijn die als voorbeeld kunnen dienen voor de hele sector, maar dat concessiehouders op bepaalde punten beter moeten presteren. Ook dient nog een derde van het aantal verbeterpunten over 2010 door zorgkantoren te worden opgevolgd. De NZa heeft enkele concessiehouders hiertoe een informatieverplichting opgelegd op grond van artikel 61 van de WMG.

De NZa zal de onderzoeken over 2012 en 2013 zoals gebruikelijk baseren op het (vooraf vastgestelde) normenkader.

3. Artikelsgewijs

Artikel 2

In bijlage 2 bij dit besluit zijn de gemeenten genoemd die deel uit maken van de regio’s waarvoor de verbindingskantoren zijn aangewezen. In dit overzicht is rekening gehouden met drie gemeentelijke herindelingen die per 1 januari 2014 zullen plaatsvinden. Door de samenvoeging van de gemeenten Boskoop, Rijnwoude en Alphen aan den Rijn tot de nieuwe gemeente Alphen aan den Rijn zal de gemeente Boskoop overgaan van de zorgkantoorregio Midden-Holland (Trias) naar de zorgkantoorregio Midden-Holland (Zorg & Zekerheid). De beide betrokken concessiehouders hebben onderling afgesproken dat Trias in 2014 nog als zorgkantoor voor Boskoop zal fungeren. In 2014 zal dan afstemming plaatsvinden over de uitvoering van deze werkzaamheden in 2015.

De beide andere gemeentelijke herindelingen (De Friese Meren en de opheffing Boarnsterhim) spelen zich af binnen de zorgkantoorregio Friesland.

Artikel 3, onderdeel a

In artikel 3, onderdeel a, staat, gelet op de prestatievelden 1 en 2, de voorwaarde dat zorgkantoren aanspreekpunt zijn voor AWBZ-verzekerden, zorgaanbieders en gemeenten in de regio. Dit mede gelet op de wenselijke ketenzorg voor bepaalde doelgroepen en de samenhang met aan de AWBZ rakende gebieden van maatschappelijke zorg. Het zorgkantoor zal verzekerden, zorgaanbieders en gemeenten moeten informeren over de wijze waarop een en ander wordt georganiseerd en hoe contact kan worden opgenomen. Verder is van belang dat het zorgkantoor het inkoopbeleid en de informatievoorziening voor verzekerden afstemt op de regionale behoefte. Bij voorkeur worden mogelijkheden voor meerjarige contracten ontwikkeld. Met het oog op de voorgenomen hervorming van de langdurige zorg is het van belang dat zorgkantoren, gemeenten en zorgaanbieders, afspraken maken over de onderlinge afstemming van het zorgaanbod.

Artikel 3, onderdelen b tot en met h

In artikel 3, onderdelen b tot en met h, zijn aan het zorgkantoor de taken die behoren tot prestatieveld 3, moderne administratieve organisatie, als voorwaarden verbonden aan de aanwijzing.

Een belangrijk onderdeel van de moderne administratieve organisatie is een cliëntvolgende administratie en declaratie. Hierdoor wordt per cliënt duidelijk wat voor zorg geleverd is en hoeveel hiervoor wordt betaald. Bovendien wordt hierdoor de kwaliteit van de gegevensuitwisseling via de AZR, oftewel de AWBZ-brede zorgregistratie, verbeterd. Dit geldt tevens voor het proces van oplegging van de eigen bijdrage door het CAK en de kwaliteit van de wachtlijstgegevens.

Naar aanleiding van het eerder in de toelichting vermelde samenvattend rapport Uitvoering AWBZ 2011 van de NZa en gezien het belang van het bestrijden van zorgfraude, is in artikel 3 de voorwaarde opgenomen dat een verbindingskantoor zorg draagt voor een adequate bestrijding van en informatievoorziening over misbruik en oneigenlijk gebruik in de AWBZ (onderdeel e). In het protocol prestatiemeting AWBZ van de zorgautoriteit voor 2014 zal hieraan nadere invulling worden gegeven.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn.

Naar boven