Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 oktober 2013, nr. 432999, houdende vaststelling van het recht voor inschrijving van een notariële akte in het testamentenregister (Regeling recht inschrijving aktes centraal testamentenregister)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet op het centraal testamentenregister;

Besluit:

Artikel 1

Het voor elke inschrijving van een notariële akte in het centraal testamentenregister te betalen recht wordt vastgesteld op € 6,50.

Artikel 2

De notaris draagt het recht af door storting op de daartoe door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aangewezen rekening.

Artikel 3

In afwijking van artikel 1 wordt het recht bij elke inschrijving van een notariële akte:

  • a. in 2012 vastgesteld op € 8,17;

  • b. in 2013 vastgesteld op € 7,50.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014 en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling recht inschrijving aktes centraal testamentenregister.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 oktober 2013

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven.

TOELICHTING

Per in januari 2012 is de Wet op het centraal testamentenregister gewijzigd. Op grond van het oude artikel 4 werd de hoogte en de wijze van inning van het recht voor de inschrijving van een akte in het testamentenregister geregeld bij algemene maatregel van bestuur. Hieraan is invulling gegeven met het Besluit van 5 augustus 1977, houdende regels, bedoeld in artikel 4 van de Wet op het centraal testamentenregister (Stb. 1977, 468). Vanaf 1982 is het tarief ongewijzigd gebleven, zij het dat met de invoering van de euro een omzetting heeft plaatsgevonden tot een tarief van € 8,17. Vorengenoemd besluit is vervallen per 1 januari 2012. Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan het nieuwe artikel 4, tweede lid, van de Wet op het centraal testamentenregister, dat bepaalt dat het tarief en de wijze van inning voor de inschrijving van een akte in het testamentenregister bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. De inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister is in de wet opgedragen aan de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Vanaf 1 januari 2013 is door de KNB een bedrag van € 7,50 gehanteerd. Deze regeling voorziet in de vaststelling van een nieuwe hoogte van het recht en voorziet tevens in de formalisering voor de vanaf 1 januari 2012 gehanteerde tarieven.

Artikel 4, eerste lid, van de Wet op het centraal testamentenregister bepaalt dat ter dekking van de kosten van het testamentenregister voor de inschrijving van een notariële akte een recht wordt geheven. In de praktijk is gebleken dat het huidige tarief hoger ligt dan nodig is om de kosten van het systeem te dekken. Het uitgangspunt is echter dat het recht kostendekkend is. Om het hierdoor ontstane surplus weer naar de burger te laten terugvloeien, wordt het recht tijdelijk zo vastgesteld dat het niet kostendekkend is. De kosten worden de komende jaren deels gedekt door het ontstane positieve saldo. Wanneer het saldo weer het niveau van de reguliere noodzakelijke reserve heeft bereikt, wordt de hoogte van het recht opnieuw vastgesteld.

Deze regeling is afgestemd met de KNB. De KNB heeft aangegeven dat op de datum van inwerkingtreding de benodigde aanpassingen in hun financiële administratie kunnen zijn gerealiseerd.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven.

Naar boven