Regeling van de Minister van Economische Zaken van 17 oktober 2013, nr. WJZ / 13161402, tot wijziging van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen (tijdelijke verhoging borgstellingspercentage en kredietbedragen)

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 19, eerste lid, 30, vierde en vijfde lid en 34, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In hoofdstuk 2 wordt na artikel 2.10 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.11

Op aanvragen om subsidie die voor 1 januari 2015 zijn ingediend en op subsidies die voor die datum zijn verstrekt, blijven de bijlagen 2.1, 2.2 en 2.5, zoals die onmiddellijk voor die datum luidden, van toepassing.

B

In de artikelen 3.12e, tweede lid en 3.12y, tweede lid, en in de bijlagen 3.13, artikel 3, onderdeel f, en 3.14, onderdeel 3, wordt ‘€ 50.000.000’ telkens vervangen door: € 150.000.000.

C

In hoofdstuk 3 wordt na artikel 3.13 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.14

Op aanvragen om subsidie die voor 1 januari 2015 zijn ingediend en op subsidies die voor die datum zijn verstrekt, blijven de artikelen 3.12e en 3.12y en de bijlagen 3.6, 3.13 en 3.14, zoals die onmiddellijk voor die datum luidden, van toepassing.

D

De bijlagen 2.1. en 2.2. worden als volgt gewijzigd:

1. Artikel 3, eerste lid, onderdeel k, wordt telkens als volgt gewijzigd:

a. In subonderdeel 1° wordt ‘, of’ vervangen door een puntkomma.

b. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 2° door ‘, of’ wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 3°. ten minste 33,3 procent bedraagt van het bedrijfsborgstellingskrediet, indien sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet, dat per kalenderjaar het bedrag van € 200.000 niet overschrijdt, indien de Bank bij de melding, bedoeld in artikel 6, heeft aangegeven hiervan gebruik te willen maken;.

2. Artikel 8 wordt telkens als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt ‘€ 1.000.000’ vervangen door: € 1.500.000.

b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. In afwijking van het eerste lid, overschrijdt het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten per kalenderjaar een bedrag van € 200.000 niet, indien de Bank heeft aangegeven van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel 3°, gebruik te maken.

3. In artikel 9, tweede lid, onderdeel c, wordt telkens na ‘een starters-borgstellingskrediet’ een zinsnede ingevoegd, luidende: ‘of een bedrijfsborgstellingskrediet dat per kalenderjaar het bedrag van € 200.000 niet overschrijdt, indien de Bank bij de melding, bedoeld in artikel 6, heeft aangegeven hiervan gebruik te maken’

4. Aan artikel 12 wordt telkens een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedraagt de omvang van de borgstelling ten hoogste drie maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de MKB-ondernemer indien sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel 3°.

E

Bijlage 2.5. wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 3, eerste lid, onderdeel k, wordt als volgt gewijzigd:

a. In subonderdeel 1° wordt ‘, of’ vervangen door een puntkomma.

b. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 2° door ‘, of’ wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 3°. ten minste 33,3 procent bedraagt van het bedrijfsborgstellingskrediet, indien sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet, dat per kalenderjaar het bedrag van € 200.000 niet overschrijdt, indien de kredietverstrekker bij de melding, bedoeld in artikel 6, heeft aangegeven hiervan gebruik te willen maken;.

2. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt ‘€ 1.000.000’ vervangen door: € 1.500.000.

b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. In afwijking van het eerste lid, overschrijdt het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten per kalenderjaar een bedrag van € 200.000 niet, indien de kredietverstrekker heeft aangegeven van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel 3°, gebruik te maken.

3. In artikel 9, tweede lid, onderdeel c, wordt na ‘een starters-borgstellingskrediet’ een zinsnede ingevoegd, luidende: ‘of een bedrijfsborgstellingskrediet, dat per kalenderjaar het bedrag van € 200.000 niet overschrijdt, indien de kredietverstrekker bij de melding, bedoeld in artikel 6, heeft aangegeven hiervan gebruik te maken’

3. Aan artikel 12 wordt telkens een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedraagt de omvang van de borgstelling ten hoogste drie maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte financieringsfaciliteiten van de kredietverstrekker voor de MKB-ondernemer indien sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel 3°.

F

Voor artikel 10.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10.0

Met ingang van 1 januari 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In de artikelen 3.12e, tweede lid en 3.12y, tweede lid, en in de bijlagen 3.6, 3.13, artikel 3, onderdeel f, en 3.14, onderdeel 3, wordt ‘€ 150.000.000’ telkens vervangen door: € 50.000.000.

B

De bijlagen 2.1, 2.2 en 2.5 worden als volgt gewijzigd:

1. Artikel 3 wordt telkens als volgt gewijzigd;

a. In subonderdeel 1° wordt de puntkomma vervangen door: , of.

b. Onder vervanging van ‘, of’ aan het slot van subonderdeel 2° door een puntkomma, vervalt subonderdeel 3°.

2. Artikel 8 wordt telkens als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid, wordt ‘€ 1.500.000’ vervangen door: € 1.000.000.

b. Het zesde lid vervalt.

3. Artikel 12, vierde lid, vervalt telkens.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 oktober 2013, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 oktober 2013

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp.

TOELICHTING

Doel en aanleiding

In de brief van de minister van Economische Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 17 september jl. over ‘Stimulering Ondernemingsfinanciering’ is aangekondigd dat vanwege de aanhoudende problemen die een belangrijk deel van het bedrijfsleven ondervindt bij het aantrekken van financiering, het kabinet een pakket maatregelen neemt om de toegang tot ondernemingsfinanciering voor met name het mkb te vergroten. Een deel van de maatregelen betreft een tijdelijke uitbreiding van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen, onderdelen Borgstelling MKB-kredieten (hierna: BMKB) (hoofdstuk 2), Garantie ondernemingsfinanciering en Garantstelling gericht op bankgaranties (hoofdstuk 2, paragraaf 3 en 3b). Deze tijdelijke uitbreiding, die geldt tot en met 31 december 2014, wordt gerealiseerd met de onderhavige regeling.

BMKB

Op grond van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen kunnen financiers kredieten die zij verstrekken aan MKB-ondernemers onder de werking van de regeling brengen. Hierdoor stelt de Staat zich borg ten behoeve van de financier voor de terugbetaling van deze kredieten (de zogenaamde bedrijfsborgstellingskredieten). Eén van de voorwaarden die de regeling hieraan stelt, is dat de financier gelijktijdig met het verstrekken van een bedrijfsborgstellingskrediet, aan de MKB-ondernemer een ander krediet verstrekt, waarvoor deze borgstelling van de Staat niet geldt. Als hoofdregel geldt dat het bedrijfsborgstellingskrediet ten minste even groot moet zijn als het daarmee gelijktijdig afgesloten andere krediet. Het laatstgenoemde krediet bedraagt daarmee ten minste 100% van het bedrijfsborgstellingskrediet (verhouding 1:1). Een bedrijfsborgstellingskrediet van bijvoorbeeld € 90.000 vereist derhalve een gelijktijdig afgesloten krediet van ten minste € 90.000. De Staat staat borg voor 90% van het bedrijfsborgstellingskrediet (90% van € 90.000). Berekend over het totale krediet van € 180.000, komt dat per saldo neer op 45%. Voor starters en innovatieve mkb bedrijven gelden andere percentages.

De onderhavige uitbreiding van de BMKB voorziet erin dat voor bedrijfsborgstellingskredieten van maximaal € 200.000 het bovengenoemde percentage wordt verlaagd van 100% naar 33,3%. Het kredietbedrag waarvoor de borgstelling niet geldt, bedraagt daarmee ten minste 33,3% van het bedrijfsborgstellingskrediet (verhouding 1:3). Een bedrijfsborgstellingskrediet van bijvoorbeeld € 90.000 vereist derhalve een gelijktijdig afgesloten krediet van nog maar € 30.000. De Staat staat borg voor 90% van het bedrijfsborgstellingskrediet (90% van € 90.000). Berekend over het totale krediet van € 120.000, komt dat neer op 67,5%. Het borgstellingspercentage gaat daarmee voor deze kredieten omhoog van per saldo 45% naar per saldo 67,5%.

Indien de financier aangeeft gebruik te maken van de verruimde faciliteit, mag daarbij het saldo van bestaande en nieuwe bedrijfsborgstellingskredieten aan de MKB-ondernemer maximaal € 200.000 bedragen. Indien bijvoorbeeld het nog uitstaande saldo van een eerder verstrekt bedrijfsborgstellingskrediet € 60.000 bedraagt, waarbij de financier nog geen gebruik heeft kunnen maken van de verruiming, kan de financier een nieuw bedrijfsborgstellingskrediet tot een maximum van € 140.000 onder de verruimde faciliteit brengen. Hij kan dan echter niet tegelijkertijd nog een ander bedrijfsborgstellingskrediet verstrekken onder de voor MKB-ondernemers al bestaande regimes. Indien de financier eenmaal heeft gekozen om gebruik te maken van de tijdelijke verruiming, zal hij in datzelfde kalenderjaar geen bedrijfsborgstellingskredieten kunnen verstrekken aan een MKB-ondernemer, voor zover hierdoor per saldo het maximum van € 200.000 wordt overschreden.

Los daarvan wordt het maximumbedrag dat per MKB-ondernemer aan bedrijfsborgstellingskredieten kan worden verstrekt, verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. Deze verruiming laat onverlet dat voor bepaalde bedrijfsborgstellingkredieten, zoals de hierboven genoemde en voor starters, andere maximumbedragen kunnen gelden.

Met deze tijdelijke uitbreidingen wordt het kleinere bedrijfsleven verder ondersteund bij het verkrijgen van krediet.

Garantie Ondernemingsfinanciering

De Garantie Ondernemingsfinanciering zal worden uitgebreid van financieringen van maximaal € 50 miljoen naar financieringen van maximaal € 150 miljoen. Deze uitbreiding geldt tevens voor de Garantstelling gericht op bankgaranties (hoofdstuk 2, paragraaf 3b van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen). Het huidige financieringsinstrumentarium voorziet niet in een stimulans aan banken voor het verstrekken van krediet in het segment van boven de € 50 miljoen. Bedrijven in dit segment ondervinden momenteel echter wel problemen met het verkrijgen van krediet, terwijl ze niet groot genoeg zijn om zich direct te kunnen wenden tot de (internationale) kapitaalmarkt.

Staatssteun

De onderhavige wijziging van de regeling heeft geen invloed op de verenigbaarheid daarvan met de Europese staatssteunkaders.

Inwerkingtreding en administratieve lasten

Deze regeling treedt in werking op 1 november 2013, dan wel – indien de publicatie van de regeling plaatsvindt na 31 oktober – met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermomenten (Aanwijzing 174 van de aanwijzingen voor de regelgeving). Deze afwijking is gerechtvaardigd en wenselijk, omdat het van belang is voor en in het voordeel van de doelgroep van de regeling dat er op korte termijn verruimingen worden gerealiseerd in de financieringsmogelijkheden voor ondernemingen.

De tijdelijke uitbreiding van de BMKB leidt naar verwachting tot een toename van het aantal gehonoreerde kredietaanvragen van bedrijven waarbij door de kredietverstrekker gebruik wordt gemaakt van de regeling. De daarmee gepaard gaande extra administratieve lasten, die in zijn geheel neerslaan bij de banken, zijn in 2009 door het EIM becijferd op gemiddeld € 380 per (additionele) aanvraag. Indien het aantal additionele aanmeldingen in het kader van de regeling 500 bedraagt, neemt het totaal aan administratieve lasten dus toe met € 190.000. Het EIM heeft in haar rapport van 30 oktober 2009 de administratieve lasten voor de BMKB, gerelateerd aan de totale portefeuille aan openstaande garanties, berekend op 0,02%. Dit bedrag is daarom zo laag omdat deze maatregel aansluit bij de voor de kredietverstrekkers aangesloten bij de regeling bekende, bestaande systematiek voor verstrekking van borgstellingskredieten. De eenmalige administratieve lasten bij de 10 banken, die van de BMKB gebruik maken, zijn verwaarloosbaar. Ook de tijdelijke uitbreiding van de GO leidt naar verwachting tot een toename van het aantal gehonoreerde kredietaanvragen van bedrijven waarbij door de kredietverstrekker gebruik wordt gemaakt van de regeling. De administratieve lastendruk van de GO verandert niet en blijft gelijk op 0,001%. De regelingen brengen geen inhoudelijke nalevingskosten met zich mee.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp.

Naar boven