Vrijstelling minimum vlieghoogte oefengebied Everdingen ten behoeve van oefening Challenge (week 44)

15 oktober 2013

Nr. MLA/209/2013

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de commandant van het Defensie Helikopter Commando van 6 augustus 2013;

Gelet op artikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Challenge (week 44) wordt vrijstelling verleend van de minimum VFR-vlieghoogte binnen het oefengebied Everdingen, een cirkelvormig gebied met een straal van 5 nautische mijlen met als middelpunt coördinaat 51°58'00.00"N 005°10'00.00"E (zie figuur).

  • 2. De vrijstelling, genoemd in het eerste lid, is van kracht op de volgende dagen en tijden:

    Week 44

    dinsdag 29 oktober 2013 van 08:00 uur tot 23:00 uur lokale tijd;

    donderdag 31 oktober 2013 van 08:00 uur tot 23:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 1 november 2013 van 08:00 uur tot 16:00 uur lokale tijd.

Artikel 2

Binnen het oefengebied bedraagt de toegestane minimum vlieghoogte 100 voet of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is. Binnen de oefengebieden gelden voorts de volgende regels:

  • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor helikopters van het Commando Luchtstrijdkrachten;

  • b. vluchten worden uitgevoerd conform zichtvliegvoorschriften;

  • c. aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden;

  • d. vogelconcentratiegebieden (in het Mil AIP ENR 5.6 bird sanctuaries genoemd) dienen te worden vermeden of, indien dat uit operationele noodzaak niet mogelijk is, dient een minimale hoogte van 1.000 voet te worden aangehouden;

  • e. Natura 2000-gebieden dienen te worden vermeden of, indien dat uit operationele noodzaak niet mogelijk is, dient een minimale hoogte van 1000 voet te worden aangehouden;

  • f. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Oefengebied Everdingen

Oefengebied Everdingen

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 2 november 2013.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, w.g. S.H.P.M. Pellemans Kolonel-vlieger

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Op regelmatige basis vinden er oefeningen plaats waarbij grondgebonden eenheden van 11 Luchtmobiele Brigade het gecombineerd opereren met vliegende eenheden van het Defensie Helikopter Commando beoefenen, zo ook in week 44 ter gelegenheid van de oefening ‘Challenge’. In het kader van deze oefening is het noodzakelijk om ten behoeve van aan de oefening deelnemende militaire helikopters binnen het voor de oefening aangewezen oefengebied Everdingen vrijstelling te verlenen van de minimum VFR-vlieghoogte als genoemd in artikel 45 van het Luchtverkeersreglement.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water. In het kader van deze oefening kan in het aangewezen oefengebied zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Dit betekent dat niet continu laag wordt gevlogen.

Naar boven