Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren buiten de daglichtperiode, alsmede tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

Datum: 29 januari 2013

Nummer: ILT-2013/3538

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 30 november 2012, ontvangen op 30 november 2012 van Hansa Luftbild Sensorik und Photogrammetrie GmbH, adres: Nevinghof 20, Műnster, Duitsland. Contactpersoon: de heer T.J.M. Sträter, tel. +49 251 2330 203, e-mail: Straeter@hansaluftbild.de;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitvoeren van diverse luchtfotogrammetrie- en laseraltimetrievluchten in opdracht van het rijk, de provincies en gemeenten;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Cessna 210 met registratienummer D-EAOO, Cessna 402 met registratienummer D-IHLB, Cessna 404 met registratienummer D-IDOS, Aero Commander 680 met registratienummer D-IABB en Aero Commander 690 met registratienummer D-IABC, dan wel gelijkwaardige vervangende vliegtuigen, in gebruik bij Hansa Luftbild Sensorik und Photogrammetrie GmbH, waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd.

Artikel 2

VFR-VLUCHTEN BUITEN DE DAGLICHTPERIODE

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt een ontheffing verleend van het verbod om VFR-vluchten uit te voeren buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor IFR-vluchten, aangevuld met verlichting van instrumenten en installaties, navigatielichten, een landingslichtinstallatie, verlichting in de passagiersruimte en een elektrische zaklantaarn voor ieder lid van het stuurhutpersoneel;

  • b. de gezagvoerders beschikken over een geldige CPL met bevoegdverklaring IR;

  • c. vóór de vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend; indien de vlucht plaatsvindt in de CTR’s en/of TMA’s van Schiphol en Rotterdam dient men tijdig te coördineren met de Operationele Helpdesk LVNL, tel.: 020-4062201 (0700-1700 LT); fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl;

  • d. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • e. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven, nageleefd.

Artikel 3

VFR-VLUCHTEN IN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENINGSGEBIEDEN MET KLASSE A

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt een ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van het Luchtverkeersreglement om VFR-vluchten uit te voeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de vluchten worden slechts uitgevoerd indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1500 m en verticaal 300 m bedraagt;

  • c. ten minste 5 werkdagen van tevoren worden vluchtgegevens, de te vliegen route en andere relevante informatie aangeleverd bij de Operationele Helpdesk LVNL, tel.: 020-4062201 (0700-1700 LT); fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl;

  • d. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk LVNL, tel.: 020-4062201 (0700-1700 LT); fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl.

Artikel 4

Aan de gezagvoerders van de vliegtuigen die de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoeren, wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. voor deze vluchten wordt de procedure gevolgd voor ‘Survey projects’, zoals die is gepubliceerd op de site van de Operationele Helpdesk LVNL: http://www.lvnl-ohd.nl/;

  • b. vóór aanvang van een vlucht worden de volgende gegevens ter informatie naar aviation-approvals@ivw.nl (vanaf medio januari 2012 aviation-approvals@ilent.nl) gestuurd:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon

    • het maatschappelijk belang van de opdracht

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving)

    • gewenste vlieghoogten

    • tijdsduur van de opdracht

    • periode waarbinnen de opdracht moet zijn gevlogen;

  • c. de aanvraag wordt pas door de Operationele Helpdesk LVNL in behandeling genomen wanneer deze vergezeld gaat van een ondertekende opdracht(verklaring); deze ondertekende opdracht bevat minimaal de informatie genoemd in onderdeel b; voor het invullen van deze gegevens is een formulier beschikbaar; dit formulier is op te vragen bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • d. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn/haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag; e-mail: indussec@mindef.nl; fax 070-4419204;

  • e. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren.

Artikel 5

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 6

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de desbetreffende opdrachtgevers.

Artikel 7

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 8

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten met een klein en langzaam vliegtuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A waarin normaliter alleen IFR-vluchten worden uitgevoerd door grote en snelle vliegtuigen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 9

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 10

Deze beschikking treedt in werking 1 dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2014, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE SENIOR ADVISEUR IVW/LUCHTVAART, A.E. Schurink-v.d. Klugt

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven