Burgemeester en wethouders maken op grond van artikel 6.14 van de Wet ruimtelijke
ordening bekend dat de gemeenteraad op 2 september 2013 het in 2011 vastgestelde exploitatieplan
‘Hooghkamer 2011’ gewijzigd heeft vastgesteld. Het besluit volgt op de tussenuitspraak
(bestuurlijke lus) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni
2013 (nr. 20110216/1/T1/R4) over het besluit van 23 juni 2011 tot vaststelling van
het bestemmingsplan en bijbehorend exploitatieplan ‘Hooghkamer 2011’.
Het bestemmingsplan en exploitatieplan ‘Hooghkamer 2011’ zijn opgesteld om de bouw
van ongeveer 850 woningen in Voorhout mogelijk te maken. Het gebied Hooghkamer ligt
globaal tussen de spoorlijn en de Jacoba van Beierenweg in Voorhout.
Bestuurlijke lus
Op het raadsbesluit van 2 september 2013 is afdeling 8.2.2A van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing. Dit betekent dat de Afdeling bestuursrechtspraak de ‘bestuurlijke
lus’ heeft toegepast. De gemeenteraad heeft de opdracht gekregen om het besluit van
23 juni 2011 over het exploitatieplan te herstellen, zonder dat bij de wijziging toepassing
hoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De gehele
procedure hoeft daarom niet opnieuw te worden gedaan.
Wijzigingen ten opzichte van het exploitatieplan van 23 juni 2011
De volgende vier onderdelen van het exploitatieplan ‘Hooghkamer 2011’ zijn aangepast:
De kosten van afkoop van de historische bouwclaim van Heijmans (€ 217.570,–, prijspeil
1-1-2011) behoren niet meer tot de raming van kosten.
De kostenraming van de post ‘voorbelasten’ is beperkt tot alleen de verharding voor
wegen, fietsen, parkeerplaatsen en plaatsen waar duikers waterwegen met elkaar verbinden.
Daarbij is voldoende dat de tijdelijke verhoging in het betreffende deelgebied wordt
beperkt tot 1 m zand in plaats van 1,5 m zand. Hierdoor zijn de kosten van het voorbelasten
in het exploitatieplan teruggebracht van € 1.818.103 tot € 1.019.650,– (prijspeil
1-1-2011).
De exploitatieopzet van het exploitatieplan is zodanig gewijzigd, dat tot de raming
van de kosten in verband met de exploitatie niet langer behoort de BTW op het geluidscherm.
Deze post van € 387.958,– (prijspeil 1-1-2011) staat niet meer in de kostenraming
van het exploitatieplan.
De wijze van toerekening van de te verhalen kosten aan de uit te geven gronden is
inzichtelijker gemaakt. Dit aspect heeft geen gevolg voor de raming van kosten en
opbrengsten.
Beroep
Belanghebbenden die bedenkingen hebben tegen de wijzigingen die met het raadsbesluit
van 2 september 2013 in het exploitatieplan Hooghkamer zijn aangebracht, kunnen van
12 september tot en met 23 oktober 2013 tegen het raadsbesluit van 2 september 2013
beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep
kan alleen betrekking hebben op de wijzigingen die in dit besluit zijn aangebracht
ten opzichte van het exploitatieplan Hooghkamer 2011, vastgesteld op 23 juni 2011.
Degenen die eerder beroep hebben ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van
het exploitatieplan Hooghkamer 2011 van 23 juni 2011, hoeven dat niet opnieuw te doen.
Zij worden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de gelegenheid
gesteld een schriftelijke reactie te geven op het besluit van 2 september 2013.
Het beroepschrift kan worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet worden ondertekend
en tenminste bevatten: naam en adres van indiener, dagtekening, omschrijving van het
besluit waartegen het beroep zich richt en de gronden van het beroep. Omdat op dit
besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing is kunnen ingevolge artikel 1.6a van
deze wet na afloop van de beroepstermijn geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.
Indien beroep is ingesteld, kan tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden
ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Aan zowel het instellen van beroep als het indienen van een verzoek om voorlopige
voorziening zijn kosten verbonden.
Het besluit tot vaststelling treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn,
tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij
de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.