Peilbesluit Grevelingenmeer, Rijkswaterstaat

De minister van Infrastructuur en Milieu maakt ter voldoening aan het bepaalde in de Waterwet en Algemene wet bestuursrecht het navolgende bekend.

Achtergrond

Sinds de afsluiting van de Grevelingen in 1971 is het peilbeheer formeel niet vastgesteld. Het vaststellen daarvan is herhaaldelijk uitgesteld om beslissingen over het beheer niet te doorkruisen. Het is nu de reële verwachting dat binnen afzienbare tijd keuzes over het toekomstige beheer van het Grevelingenmeer zullen worden genomen. Die keuzes kunnen van invloed zijn op het huidige feitelijke peil en het huidige beheer. Het is daarom van belang, gelet op de positie van belangheb-benden rondom het Grevelingenmeer, dat feitelijke peil formeel in een besluit vast te leggen. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is derhalve voornemens om in een besluit vast te leggen dat het peil gedurende het gehele jaar zal fluctueren tussen maximaal NAP -0,10m en minimaal NAP -0,30m. Daarbij zal het middenpeil zoveel mogelijk worden gehouden op NAP -0,20m NAP waarbij tijdens het broedseizoen gestuurd wordt op een middenpeil van NAP -0,26m en in de periode september-februari in drie perioden van drie weken gestuurd wordt op een middenpeil NAP -0,16m. Genoemde peilen zijn exclusief op- en afwaaiing gemeten op de locatie BOM1 in het midden van het meer.

Procedure

Het ontwerp-peilbesluit heeft van 19 oktober 2012 tot en met 29 november 2012 ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze heeft niet geleid tot wijziging van het definitieve peilbesluit.

Terinzagelegging

Het definitieve peilbesluit Grevelingenmeer en de achterliggende documenten liggen ter inzage van 8 februari 2013 tot en met 21 maart 2012. De stukken kunnen tijdens kantooruren worden ingezien op de volgende locaties:

  • Rijkswaterstaat Zeeland, Poelendaelesingel 18 te Middelburg;

  • Rijkswaterstaat Zeeland, Waterdistrict Zeeuwse Delta, Evertsenstraat 98 te Goes.

Beroep

Belanghebbenden die hun zienswijze(n) over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht, of belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij daarover geen zienswijze(n) naar voren hebben gebracht, kunnen van 8 februari 2013 tot en met 21 maart 2013 beroep instellen bij de rechtbank in het rechtsgebied waar zij wonen of gevestigd zijn. (zie hiervoor http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken ).

Het beroepschrift moest zijn ondertekend en ten minste het volgende bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;

  • een opgave van redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Verzoek om voorlopige voorziening

Gelijktijdig met of tijdig na het indienen van beroep kunnen belanghebbenden, bij een spoedeisend belang, een gemotiveerd verzoek doen tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek moet worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank.

Griffierecht

Zowel voor de behandeling van beroep als voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening is de indiener griffierechten verschuldigd. Over de hoogte daarvan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden betaald, ontvangt de indiener nader bericht van de rechtbank.

Nadere informatie

Voor vragen en nadere informatie, inclusief het aanvragen van het peilbesluit, kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat Zeeland, de heer P. Paulus, telefoon 0118-622 626 (0118-622 000).

Middelburg, 7 februari 2013

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, Namens deze, DE DIRECTEUR VAN DE DIRECTIE WATER & SCHEEPVAART, M.J.A. Zeeman (wnd.)

Naar boven