Instelling bijzonder luchtverkeersgebied Oldebroek ten behoeve van oefening Joint Fires (week 37)

2 september 2013

Nr. MLA/197/2013

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van het hoofd van de Afdeling Jachtvliegtuig Operaties van 19 juni 202;

Gelet op artikel 8 van het Luchtverkeersreglement en artikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Joint Fires (week 37) wordt als oefengebied het bijzondere luchtverkeersgebied (BVG) Oldebroek aangewezen, een gebied begrensd door de volgende coördinaten en hoogten: van 52°20’03”N 005°49’58”E naar 52°24’47”N 005°48’40”E, naar 52°28’26”N 005°58’11”E, naar 52°24’11”N 006°02’42”E en terug naar 52°20’03”N 005°49’58”E, van grondniveau tot FL 065, met uitzondering van het gebied met de aanduiding EHR 3 (zie figuur).

  • 2. Het oefengebied Oldebroek wordt ingesteld op woensdag 11 september 2013 van 09:30 uur tot 11:00 uur lokale tijd en van 14:30 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    BVG Oldebroek

    BVG Oldebroek

Artikel 2

Voor het gebruik van het oefengebied (BVG Oldebroek) gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in het BVG is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. aan de oefening deelnemende gezagvoerders en gezagvoerders van vluchten als genoemd in onderdeel a, dienen radiocontact te hebben met AOCS NM LVL voor het binnenvliegen van het BVG en dienen te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de genoemde LVL-instantie;

  • c. tijdens het vliegen binnen het BVG dienen de deelnemende gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S;

  • d. voor jachtvliegtuigen geldt in het BVG een minimum vlieghoogte van 1000 voet boven grond of water;

  • e. voor helikopters bedraagt de minimum vlieghoogte binnen het BVG 100 voet of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is;

  • f. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn waarbij aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria, mensenverzamelingen en dergelijke dienen te worden vermeden.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 12 september 2013.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans Kolonel-vlieger

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienst- verlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Op woensdag 11 september 2013 vindt er op het schietterrein Oldebroek een demonstratie plaats waarbij grondgebonden eenheden van het Commando Landstrijdkrachten in samenwerking met vliegende eenheden van het Commando Luchtstrijdkrachten onder andere Close Air Support (CAS) operaties zullen ensceneren.

Het is niet wenselijk dat vluchten ten behoeve van CAS-operaties worden uitgevoerd in gebieden waar ongecontroleerde burgervluchten kunnen plaatsvinden. Conform artikel 8 van het Luchtverkeersreglement kan de minister delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen als bijzondere verkeersgebieden met als doel het beschermen van het luchtverkeer ten opzichte van bepaalde soorten luchtverkeer of van bijzondere luchtverkeersactiviteiten. Het is dientengevolge noodzakelijk dat in verband met de veiligheid in de lucht als oefengebied bijzondere luchtverkeersgebieden worden ingesteld gedurende bekendgemaakte perioden. Het gebied met de aanduiding EHR 3 wordt separaat voor deze activiteiten gereserveerd en geactiveerd op de in de Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden en aanwijzing bijzondere luchtverkeersgebieden voorgeschreven wijze.

Naar boven