Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 28 augustus 2013, nummer WBV 2013/17, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/11 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea

11.1 Besluitmoratorium

Ten aanzien van Eritrea geldt geen besluit in de zin van artikel 43, aanhef en onder a, Vw.

11.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden

11.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
11.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND beschouwt Eritrea niet als land waarin sprake is van groepsvervolging.

11.3.2 Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND heeft met betrekking tot Eritrea geen risicogroepen aangewezen.

11.4 Foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de zin van artikel 3 EVRM
11.4.1 Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

In Eritrea is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM.

11.4.2 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

In Eritrea is geen sprake van systematische blootstelling aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.

11.4.3 Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

De IND heeft met betrekking tot Eritrea geen kwetsbare minderheidsgroepen aangewezen.

11.4.4 Dienstplichtigen en deserteurs

Vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan, komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

11.4.5 Illegale en legale uitreis

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een vreemdeling met de Eritrese nationaliteit, die illegaal Eritrea uitgereisd is.

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, indien de omstandigheden genoemd in de paragrafen C2/5 Vc en C2/6 Vc zich voordoen.

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een vreemdeling met de Eritrese nationaliteit, die legaal Eritrea uitgereisd is, tenzij er andere, individuele redenen zijn om de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw te verlenen.

11.5 Bescherming
11.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc

De IND acht het in ieder geval voor de volgende categorieën niet aannemelijk dat het voor de vreemdeling mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:

  • vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt vanwege hun geloofsovertuiging gegronde vrees voor vervolging te hebben;

  • vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor besnijdenis;

  • vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging, tenzij uit individuele verklaringen of algemene bron gebleken is dat wel bescherming kan worden ingeroepen;

  • vreemdelingen met een homoseksuele geaardheid.

11.5.2 Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc

In Eritrea wordt geen vestigingsalternatief aanwezig geacht voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor besnijdenis.

11.6 Klemmende redenen van humanitaire aard in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc
11.6.1 Traumatabeleid

Geen bijzonderheden.

11.6.2 Bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard

Geen bijzonderheden.

11.6.3 Specifieke groepen in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc

Ten aanzien van Eritrea zijn geen groepen aangewezen als specifieke groep in de zin van paragraaf C2/4.1 Vc.

11.7 Categoriale bescherming in de zin van paragraaf C2/4.2 Vc

Vreemdelingen uit Eritrea komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.

11.8 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van paragraaf B8/6 Vc.

11.9 Vertrekmoratorium

Ten aanzien van Eritrea geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.

11.10 Bijzonderheden

Gedwongen terugkeer van Eritrese vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. Aangenomen wordt dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een risico op schending van artikel 3 EVRM aanwezig is.

Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep zal dan ook niet op voorhand worden aangenomen dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van een schending van artikel 3 EVRM.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 28 augustus 2013

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze: de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

TOELICHTING

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft, naar aanleiding van de informatie in het ambtsbericht van april 2013 van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Eritrea, besloten om er niet langer van uit te gaan dat op voorhand adequate opvang voor afgewezen alleenstaande minderjarige asielzoekers uit Eritrea aanwezig is. Dit betekent dat het bestaan van adequate opvang individueel moet worden beoordeeld.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze: de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

Naar boven