Vrijstelling minimum vlieghoogte oefengebied De Peel (oefening Challenge week 37)

27 augustus 2013

Nr. MLA/196/2013

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de commandant van het Defensie Helikopter Commando van 11 juli 2013;

Gelet op artikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Challenge (week 37) van het Defensie Helikopter Commando wordt vrijstelling verleend van de minimum VFR-vlieghoogte verleend binnen het oefengebied De Peel, een cirkelvormig gebied met een straal van 6,5 nautische mijlen met als middelpunt coördinaat 51°30'56.59"N 005°50'21.61"E (zie figuur).

  • 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van kracht op de volgende dagen en tijden:

    dinsdag 10 september 2013 van 08:00 uur tot 20:00 uur lokale tijd;

    donderdag 12 september 2013 van 08:00 uur tot 20:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 13 september 2013 van 08:00 uur tot 20:00 uur lokale tijd.

    oefengebied De Peel

    oefengebied De Peel

Artikel 2

Binnen het oefengebied bedraagt de toegestane minimum vlieghoogte 100 voet of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is. Binnen de oefengebieden gelden voorts de volgende regels:

  • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor helikopters van het Commando Luchtstrijdkrachten;

  • b. vluchten worden uitgevoerd conform zichtvliegvoorschriften;

  • c. aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden;

  • d. vogelconcentratiegebieden (in het Mil AIP ENR 5.6 bird sanctuaries genoemd) dienen te worden vermeden of, indien dat uit operationele noodzaak niet mogelijk is, dient een minimale hoogte van 1000 voet te worden aangehouden;

  • e. Natura 2000-gebieden dienen te worden vermeden of, indien dat uit operationele noodzaak niet mogelijk is, dient een minimale hoogte van 1000 voet te worden aangehouden;

  • f. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 14 september 2013.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,w.g. S.H.P.M. Pellemans, Kolonel

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienst-verlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Grondgebonden eenheden van 11 Luchtmobiele Brigade worden veelal ingezet voor specifieke opdrachten waarbij voor de verplaatsing van deze eenheden gebruik wordt gemaakt van helikopters. De oefening Challenge in week 37 beoogt het oefenen van zogeheten air assault- en raid-operaties waarbij zowel transport- als gevechtshelikopters worden ingezet. Gedurende deze operaties worden verschillende tactische manoeuvres uitgevoerd.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water. In het kader van deze oefening kan in het aangewezen oefengebied zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Dit betekent dat niet continu laag wordt gevlogen.

Naar boven