Wet milieubeheer
Burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik maken op grond van artikel 7.17 lid
4 van de Wet milieubeheer bekend dat zij hebben besloten dat bij de voorbereiding
van het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning voor de inrichting gelegen aan
de Zuidzijdseweg 142a te Polsbroek, ten behoeve van het veranderen van de inrichting
voor het in werking hebben van een melkveebedrijf en kaasmakerij, geen milieu-effectrapport
behoeft te worden opgesteld.
Het voornemen is om binnen de inrichting 500 melkkoeien en 50 stuks jongvee te houden
voor het produceren van melk en het verwerken hiervan tot kaas. Er zal een nieuwe
stal voor de huisvesting van de melkkoeien gebouwd gaan worden, alsmede een nieuwe
loods voor het jongvee. De bestaande ruwvoeropslag (sleufsilo's) worden verplaatst
en voor de opslag van mest dient er een vaste mestopslag en een 2-tal mestsilo's te
worden gecreeerd. Tevens zal er een loods gebouwd worden voor de opslag van hooi,
sto en de benodigde grondstoffen. Op het kavel rust een rechtsgeldige omgevingsvergunning
voor het houden van melkkoeien, jongvee en vleesvarkens. Het gaat dus om het wijzigen
van een installatie (en daarmee van een inrichting als bedoeld in het Besluit milieu-effectrapportage
1994). De beoordelingsnotitie is ingediend omdat de aan te vragen activiteiten krachtens
artikel 7.2, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer zijn aangewezen in bijlage
D, categorie 14 van het Besluit milieueffectrapportage.
Na beoordeling van de milieu-effecten van de activiteiten is besloten dat er geen
milieueffectrapport moet worden opgesteld.
Bij het nemen van dit besluit is rekening gehouden met de kenmerken van de activiteiten,
de plaats waar de activiteiten wordt verricht en de kenmerken van de potentiële effecten
van de activiteiten. Uit de beoordeling van de voorgenomen activiteiten blijkt dat
er geen sprake is van bijzondere nadelige gevolgen voor het milieu (als bedoeld in
artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer). Er is geen bijzondere omstandigheid
die het uitvoeren van een m.e.r. noodzakelijk maakt.
Inzage
Het m.e.r.-beoordelingsbesluit ligt met de daarbij behorende stukken met ingang van
30 januari 2013 t/m 12 maart 2013 ter inzage in het gemeentehuis van Lopik op de afdeling R.O.B., Raadhuisplein 1 te
Lopik, van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 uur en 12.00 uur.
Rechtsmiddelen
Een m.e.r.-beoordelingsbesluit is een zogenaamd voorbereidingsbesluit. Dit betekent
dat op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht alleen belanghebbenden
die door het m.e.r.-beoordelingsbesluit rechtstreeks (dus los van het voor te bereiden
besluit, in dit geval de omgevingsvergunning) in hun belang worden getroffen, bezwaar
kunnen maken. Dit kan door binnen de bovenstaande termijn een bezwaarschrift in te
dienen bij Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lopik. Andere belanghebbenden
kunnen bezwaren tegen dit besluit te zijner tijd kenbaar maken in de procedure van
het uiteindelijke besluit, te weten de omgevingsvergunning op grond van de Wel algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo).