M.e.r.-beoordelingsbesluit schelpenwinning Waddenzee, Rijkswaterstaat

BEKENDMAKING BESLUIT

De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt als bevoegd gezag, gelet op artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, het volgende bekend.

Op 18 juni 2013 is een aanvraag voor een besluit, op grond van de Ontgrondingenwet, ontvangen van Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. te Harlingen. De aanvraag betreft het winnen van 128.000 m3 schelpen per jaar in de Waddenzee en de Noordzeekustzone.

Voor dezelfde activiteit zijn tevens twee andere aanvragen binnengekomen. Het betreft hier de aanvraag van Visserijbedrijf De Rousant B.V. voor 16.000 m3 per jaar, op 2 juli 2013 ontvangen en ingenomen onder Wtw 13238, met kenmerk RWS-2013/34701. En de aanvraag van Testamare Holding B.V. voor 16.000 m3 per jaar, op 8 juli 2013 ontvangen en ingenomen onder Wtw 13407, met kenmerk RWS-2013/36140.

Procedure

Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en onderdeel D 29.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is de winning van mineralen door afbaggering van de zee-, meer- of rivierbodem dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 50 hectare of meer en plaatsvindt in een gevoelig gebied, m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Besluit

Bij besluit van 23 juli 2013, nummer RWS-2013/38686, heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu geoordeeld dat voor de activiteit, het winnen van schelpen in de Waddenzee en de Noordzeekustzone, geen milieueffectrapport dient te worden opgesteld, aangezien de m.e.r.-beoordelings-notitie voldoende informatie bevatte om te kunnen beoordelen of er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

Inzage

Het m.e.r-beoordelingsbesluit en de m.e.r.-beoordelingsnotitie liggen met ingang van 31 juli 2013 gedurende zes weken ter inzage bij:

– Rijkswaterstaat Noord-Nederland;

– Provincie Noord-Holland;

– Provinsje Fryslân;

– Gemeente Den Helder;

– Gemeente Hollands Kroon;

– Gemeente Texel;

– Gemeente Harlingen;

– Gemeente Vlieland;

– Gemeente Terschelling;

– Gemeente Schiermonnikoog.

Bezwaarschrift ten aanzien van het m.e.r.-beoordelingsbesluit

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbeslissing in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen zelfstandig bezwaar of beroep mogelijk is, tenzij een belanghebbende door dit besluit rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. In dat geval kan een bezwaarschrift worden ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Milieu, afdeling Werkenpakket, Postbus 2301, 8901 JH Leeuwarden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd van de afdeling Vergunningverlening, J.M. Weststeijn

Naar boven