Waterwet en MER
De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt, ter voldoening aan de Algemene wet
bestuursrecht, het volgende bekend.
Bij besluit van 23 juli 2013, RWS-2013/37188 (WTW12678), is een Projectplan in de
zin van artikel 5.4 van de Waterwet vastgesteld. Het betreft een Projectplan in het
kader van het project Stroomlijn voor het verwijderen van vegetatie in de Hedelsche
Bovenwaard (gemeente Maasdriel).
Naast dit Projectplan is eveneens een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie
is een voorbereidingsbeslissing in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht,
waartegen geen zelfstandig bezwaar of beroep mogelijk is. Belanghebbenden kunnen hun
bezwaren tegen de notitie kenbaar maken in de vaststellingsprocedure van dit Projectplan
Waterwet.
Terinzagelegging
Het besluit, met bijbehorende stukken, ligt vanaf 29 juli 2013, voor een periode van
zes weken, op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur (na telefonische afspraak) ter
inzage op het adres:
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden, gedurende een periode
van zes weken vanaf de dag na bekendmaking, tegen deze besluiten een bezwaarschrift
indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Hoofdingenieur-Directeur van
Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, Postbus 90157, 5200 MJ Den Bosch.
De indiener van het bezwaarschrift kan in het bezwaarschrift verzoeken om rechtstreeks
beroep bij de administratieve rechter. Indien ik met een dergelijk verzoek instem,
kan de bezwaarprocedure op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht
worden overgeslagen en zend ik het bezwaarschrift onverwijld door aan de bevoegde
rechter.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan
de Voorzieningenrechter van de sector Bestuursrecht van de rechtbank binnen het rechtsgebied
waarvan de indiener zijn woonplaats heeft. Voor het treffen van een voorlopige voorziening
is eveneens een griffierecht verschuldigd.
Crisis- en herstelwet
Op het Projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van
toepassing. Dit betekent dat belanghebbenden in hun bezwaarschrift gemotiveerd moeten
aangeven welke bezwaargronden worden aangevoerd. Na afloop van de beroepstermijn kunnen
geen bezwaargronden meer worden aangevoerd.
Inlichtingen
Voor nadere informatie, of voor het maken van een afspraak, kunt u tijdens kantooruren
contact opnemen met de heer J. Metsemakers van de afdeling Vergunningverlening, telefoon
06 – 31 01 13 31.