Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2013, 18805Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 1 juli 2013, nr. IENM/BSK-2013/95847, tot wijziging van de Regeling zeevarenden (aanvulling inwerkingtredingsartikel)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 7, derde lid, 19, derde en vierde lid, 20, tweede lid, 21, 22, vierde en vijfde lid, 22a, vierde lid, 38, derde lid, 48, 48a, 55c, tweede lid, 55e, 66, 69a, tweede lid, en 69b, tweede lid, van de Wet zeevarenden, de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de artikelen 5, 6, tweede lid, 8, tweede lid, 103, eerste lid, 104, en 106, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart en artikel 29, eerste lid, van het Binnenvaartbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 9.1 van de Regeling zeevarenden wordt gewijzigd als volgt:

1. De bestaande tekst wordt aangeduid als eerste lid.

2. Toegevoegd wordt een lid, luidend:

  • 2. De overige bepalingen van deze regeling treden in werking met ingang van 20 augustus 2013.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

TOELICHTING

Inleiding

In artikel 9.1, het inwerkingtredingsartikel, van de Regeling zeevarenden was tot nog toe slechts de inwerkingtreding geregeld van een deel van die regeling, door verwijzing naar het tijdstip van inwerkingtreding van enkele bepalingen van de wet van 6 juli 2011 (Stb. 394) inzake implementatie van het op 23 februari 2006 te Geneve tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93). Thans wordt door aanvulling van artikel 9.1 van de Regeling zeevarenden vastgelegd dat de nog niet in werking getreden bepalingen van die regeling in werking treden op 20 augustus 2013. Alsdan zal het genoemde verdrag (verder aan te duiden als MAV) in werking treden en ook meteen voor Nederland van toepassing worden, nu de bekrachtiging eind 2011 heeft plaatsgevonden. Ook de nog niet in werking getreden bepalingen van de genoemde implementatiewet treden dan in werking.

Tweede fase inwerkingtreding

Artikel 9.1 van de Regeling zeevarenden, zoals die regeling met ingang van 1 april 2013 technisch is verbeterd, voorziet in inwerkingtreding van de paragrafen 1, 5 en 6, artikel 8.14, onderdeel H, en paragraaf 9 van die regeling. Deze inwerkingtreding van een deel van de regeling sluit aan bij de gedeeltelijke inwerkingtreding van de implementatiewet voor het MAV. De datum hiervan was 1 november 2012, ingevolge het Koninklijk besluit van 5 juli 2012 (Stb. 516), houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele bepalingen van die implementatiewet. Deze eerste fase van inwerkingtreding betrof met name de voorschriften over certificering van schepen, opdat de schepen onder Nederlandse vlag bij inwerkingtreding van het MAV gecertificeerd kunnen zijn.

In de toelichting bij meergenoemd artikel 9.1 is aangekondigd dat dat artikel in 2013 via een wijzigingsregeling nog zou worden aangevuld met inwerkingtredingsvoorzieningen voor de bepalingen waarvoor destijds nog geen exacte inwerkingtredingsdatum kon worden vastgesteld. Hoewel de datum 20 augustus 2013 al werd genoemd als tijdstip waarop het MAV van kracht zou worden, werd er rekening mee gehouden dat een aantal bepalingen van de implementatiewet – met de daarop berustende bepalingen van de Regeling zeevarenden – vóór 1 juli 2013 in werking zou moeten treden, omdat op de wijzigingen die daardoor worden aangebracht in de Zeevaartbemanningswet wordt voortgebouwd in een volgende wijziging van die wet die per 1 juli 2013 zou moeten zijn bewerkstelligd.

Dit laatste blijkt echter niet mogelijk. De laatstbedoelde wijziging is nog bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanhangig als voorstel van wet tot wijziging van de Wet zeevarenden, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Kamerstukken II 2012–2013, 33 442, nrs. 1–3). Dit voorstel van wet zal, nadat het tot wet zal zijn verheven, niet vóór 20 augustus 2013 in werking (kunnen) treden.

Inwerkingtreding per 20 augustus 2013

De voorliggende wijzigingsregeling voorziet zoals gezegd in inwerkingtreding van de nog niet in werking getreden bepalingen van de Regeling zeevarenden met ingang van 20 augustus 2013. Op dat tijdstip treden eveneens de meeste nieuwe bepalingen van de Zeevaartbemanningswet in werking, ingevolge een tweede koninklijk besluit krachtens artikel XVII van de genoemde implementatiewet voor het MAV. Daarbij wordt onder andere de wijziging van de citeertitel van die wet in ‘Wet zeevarenden’ van kracht.

Het zal, gelet op de verdragsrechtelijke achtergrond, duidelijk zijn dat voor de wijziging van artikel 9.1 van de Regeling zeevarenden de Nederlandse systematiek van de vaste verandermomenten niet kan worden gevolgd.

Geen externe nevengevolgen

De wijzigingsregeling omvat geen andere elementen dan aanvulling van een inwerkingtredingsartikel en veroorzaakt dan ook geen toe- of afname van bestuurslasten dan wel administratieve lasten of andere externe effecten.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.