Ontheffing van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen

Datum: 19 juni 2013

Nummer: ILT-2013/18371

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing ontvangen op 30 mei 2013 van Sky helicopter service. Adres: Lindberghstraat 4, 7903 BN Hoogeveen. Telefoonnummer: +31611350538; e-mail: harold@skyhelicopterservices.nl;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het maken van luchtopnames van het dancefestijn ‘Defqon’ te Biddinghuizen;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de helikopters van het type Robinson R44 Raven II met registratie PH-SBH, Eurocopter EC-120B met registratie PH-KGJ of AS 355 Aerospatiale Twinstar F2 met registratie PH-HHJ, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter, in gebruik bij Sky Helicopter Services waarmee luchtopnames worden gemaakt nabij Biddinghuizen voor het dancefestijn ‘Defqon’.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van de helikopters, bedoeld in artikel 1, wordt van 21 tot en met 23 juni 2013 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3. vee niet wordt verstoord;

    • 4. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, etc. worden gemeden;

    • 5. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;

  • e. de gezagvoerder stelt zich van tevoren ter plaatse op de hoogte van de plaatselijke obstakelsituatie en plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • f. vóór en ná de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke Politie, afdeling Luchtvaart of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de fotovlucht, anders dan benodigd voor het maken van de luchtopnames;

  • h. deze ontheffing geldt voor een van de helikopters genoemd in artikel 1 tegelijk;

  • i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke politie, afdeling Luchtvaart (tel. 020-5025693 of fax: 020-5025699 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • naam gezagvoerder, registratie en model/type helikopter;

    • route en periode van de voorgenomen vlucht;

  • j. voor het maken van beeldopnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag; e-mail: indussec@mindef.nl; fax: 070-4419204.

Artikel 3

De aanvrager voert bij de voorbereiding van de vluchten een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte.

Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 4

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 2, 3 en 4, kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 21 juni 2013 en vervalt met ingang van 24 juni 2013, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Team Juridische Zaken

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven