TOELICHTING
I. Algemeen
1. Inleiding
De in deze regeling beschreven aanvullende bekostiging heeft tot doel de schoolbesturen
en samenwerkingsverbanden in het primair en het voortgezet onderwijs, de instellingen
cluster 1 en de instellingen cluster 2 i.o. te ondersteunen bij de invoering van passend
onderwijs. De regeling is een vervolg op de Regeling stimulering invoering passend
onderwijs in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en cluster 1 en 2 2012–2013.
In november 2012 is de wet passend onderwijs gepubliceerd in het Staatsblad (Wet van
11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening
van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs,
speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs;
Stb. 2012, nr. 533). De invoering is voorzien per 1 augustus 2014.
Dat betekent dat de samenwerkingsverbanden, de instellingen cluster 1 en de instellingen
cluster 2 i.o. nog één schooljaar hebben om passend onderwijs zowel inhoudelijk als
organisatorisch vorm te geven. Daarbij valt te denken aan het goed in kaart brengen
van de leerlingenpopulatie, het opstellen van een ondersteuningsplan, het tijdig betrekken
van – en afstemmen met – gemeente(n), ouders en leraren, etc.
2. Administratieve lasten
Om in aanmerking te komen voor de aanvullende bekostiging hoeft geen aanvraag te worden
ingediend. De middelen worden ambtshalve toegekend. Dit in tegenstelling tot de Regeling
stimulering invoering passend onderwijs in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs
en cluster 1 en 2 2012–2013. Voorliggende regeling kent dan ook geen administratieve
lasten.
Net als de vorige regeling, wordt er gezien de aard van de aanvullende bekostiging
geen inhoudelijke verantwoording gevraagd. De financiële verantwoording verloopt via
de jaarrekening van het samenwerkingsverband, het bevoegd gezag van de contactschool,
de instelling cluster 1 of het bevoegd gezag van de contactschool van de instelling
cluster 2 i.o.
3. Uitvoeringsgevolgen (Uitvoering en handhaving)
De ministeriële regeling is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan DUO, de Auditdienst
Rijk en de Inspectie van het Onderwijs. De regeling is door hen uitvoerbaar verklaard.
4. Financiële gevolgen
Er is maximaal € 25,3 miljoen beschikbaar voor de samenwerkingsverbanden in het primair
onderwijs, voor de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs, voor de instellingen
cluster 1 en voor de instellingen cluster 2 i.o.. De regeling kent een bedrag van
€ 10,00 per bekostigde leerling op een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs
of voortgezet onderwijs per samenwerkingsverband of een instelling cluster 1 of een
instelling cluster 2 i.o.
Over de inzet van de middelen worden afspraken gemaakt binnen het samenwerkingsverband
of binnen de instelling cluster 1 of de instelling cluster 2 i.o.. Het bedrag dat
het bevoegd gezag van het samenwerkingsverband of de instelling cluster 1 ontvangt,
heeft als doel de invoering van passend onderwijs te ondersteunen.
5. Verantwoording
De verantwoording over deze aanvullende bekostiging vindt conform artikel 13, eerste
lid, van de Regeling OCW-subsidies plaats in de jaarverslaglegging van het samenwerkingsverband,
het bevoegd gezag van de contactschool van het samenwerkingsverband in oprichting,
van de instelling cluster 1 of van het bevoegd gezag van de contactschool van de instelling
i.o., bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant
bij de jaarrekening bevat in dat geval tevens een oordeel over de rechtmatige besteding
van deze aanvullende bekostiging.
6. Informatie
De communicatie over deze regeling verloopt via de accountmanagers implementatie passend
onderwijs, die vanuit het ministerie van OCW fungeren als contactpersoon voor het
samenwerkingsverband. Verder wordt de regeling bekend worden gemaakt via de website
www.passendonderwijs.nl
. Ook wordt de regeling in de Staatscourant geplaatst.
7. Inwerkingtreding
Er wordt aangesloten bij de vaste verandermomenten van regelgeving.
II. Artikelsgewijs
Artikel 1
Deze regeling heeft betrekking op de samenwerkingsverbanden passend onderwijs die
binnen het primair en het voortgezet onderwijs gevormd zijn, de instellingen cluster
1 en de instellingen in oprichting cluster 2. Wat betreft het begrip samenwerkingsverband
wordt verwezen naar het samenwerkingsverband zoals bedoeld in het artikel 18a van
de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 17a van de Wet op het voortgezet
onderwijs zoals die artikelen komen te luiden na inwerkingtreding van de Wet van 11
oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening
van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs,
speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
(Stb. 2012, nr. 533) (hierna: wet passend onderwijs).
Wat betreft de instelling cluster 2 i.o., wordt verwezen naar artikel XXIII, van de
wet passend onderwijs.
Ook wat betreft het ondersteuningsplan en ondersteuningsplanraad wordt verwezen naar
de wet passend onderwijs (artikel 18a, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs,
respectievelijk artikel 17a, achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs)
en artikel 4a van de Wet medezeggenschap op scholen.
Artikel 3
In dit artikel wordt beschreven aan wie en wanneer de ambtshalve toekenning plaatsvindt.
De aanvullende bekostiging wordt in beginsel overgemaakt aan het samenwerkingsverband.
Voorwaarde hiervoor is dat het samenwerkingsverband is geregistreerd bij DUO in BRIN.
Het verzoek van het samenwerkingsverband tot registratie in BRIN moet uiterlijk 20 november
2013 bij DUO zijn ontvangen. Daarbij geldt dat het verzoek moet voldoen aan de daaraan
gestelde eisen, zoals genoemd in het speciaal voor dit doel opgestelde Programma van
Eisen.
Aan samenwerkingsverbanden die op 1 november 2013 niet bij DUO in BRIN zijn geregistreerd,
wordt de aanvullende bekostiging overgemaakt aan de school die in het kader van de
Regeling stimulering invoering passend onderwijs in het primair onderwijs, voortgezet
onderwijs en cluster 1 en 2 2012–2013 is aangewezen als contactschool.
Mocht een samenwerkingsverband een andere contactschool wensen, dan moet het BRIN-nummer
van de gewenste contactschool uiterlijk 20 september 2013 schriftelijk (en of per
mail) door een voor het samenwerkingsverband gemandateerde persoon aan de accountmanager
van OCW zijn gemeld.
Per samenwerkingsverband, instelling cluster 1 of 2 i.o. wordt maximaal één vergoeding
ambtshalve toegekend.
Er wordt uitgegaan van 76 samenwerkingsverbanden in het primair onderwijs en van 74
samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs zoals beschreven in de Regeling regio-indeling samenwerkingsverbanden passend onderwijs PO en VO (Stcrt. 2012, nr. 24914) en de 2 landelijke reformatorische samenwerkingsverbanden. Er zijn 4 instellingen
cluster 1 en 5 instellingen cluster 2 i.o..
Artikel 4
-
1. Voor deze regeling tellen de leerlingen die worden bekostigd op een basisschool, op
een speciale school voor basisonderwijs of op een school voor voortgezet onderwijs
per samenwerkingsverband mee voor de berekening van het bedrag voor de aanvullende
bekostiging, exclusief de leerlingen die staan ingeschreven op scholen voor (voortgezet)
speciaal onderwijs. Dit is naar analogie van de vaststelling van de omvang van het
budget voor zware ondersteuning na de invoering van passend onderwijs. Voor het primair
en voortgezet onderwijs betekent dit dat ten behoeve van de bekostiging wordt uitgegaan
van de telgegevens die op 1 juli 2013 in BRON staan geregistreerd.
-
2. Voor deze regeling tellen de leerlingen die worden bekostigd op een instelling cluster
1 of op één van de scholen behorend bij een instelling cluster 2 i.o. mee voor de
berekening van het bedrag voor de aanvullende bekostiging. Om het aantal leerlingen
te bepalen, wordt uitgegaan van de telgegevens die op 1 juli 2013 in BRON staan geregistreerd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker.