Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2013, 14956Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 3 juni 2013, nr. 385084 tot wijziging van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en de Regeling wapens en munitie in verband met de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L316)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de artikelen 6, tweede lid, 6a, 7a, eerste lid en 8, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, de Verordening van het Europees parlement en de Raad betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone van 16 november 2011 (EU Nr. 1214/2011) en artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de Wet wapens en munitie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder vervanging van een punt door een puntkomma aan de lijst van definitiebepalingen toegevoegd:

j. verordening:

Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316).

B

Na artikel 23k wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

11d. Bijzondere bepalingen voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten

Artikel 23l (toepasselijke vervoersregelingen verordening)

De vervoersregelingen die worden genoemd in de artikelen 17, 18 en 20 van de verordening zijn op Nederlands grondgebied toegestaan.

Artikel 23m (medisch attest)

De eisen die gelden voor het medisch attest, bedoeld in artikel 6a van de wet, zijn de volgende:

  • 1. Leden van het bewakingspersoneel van grensoverschrijdend transport van eurocontanten beschikken over een verklaring van medische geschiktheid.

  • 2. De verklaring van geschiktheid wordt afgegeven door een gecertificeerde Arbodienst of een geregistreerde bedrijfsarts.

  • 3. De leden, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de in artikel 2 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 bedoelde eisen van lichamelijke en geestelijke gesteldheid, voor zover deze betrekking hebben op de in artikel 1, aanhef en onder b, van die regeling genoemde categorieën van rijbewijzen.

  • 4. De vragen die tijdens de medische keuring ten aanzien van de gezondheid mogen worden gesteld, alsmede de medische onderzoeken die mogen worden verricht, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

Artikel 23n (aanwijzing autoriteit artikel 12, tweede lid, verordening)

De korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, is de autoriteit, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet.

Artikel 23o (initiatieopleiding artikel 5, eerste lid, onder c, en bijlage VI verordening)
  • 1. Als initiatieopleiding beschikken de leden van het bewakingspersoneel over het diploma Beveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties en de Stichting Ecabo.

  • 2. Naast de in het eerste lid genoemde initiatieopleiding dienen de leden van het bewakingspersoneel een aanvullende opleidingsmodule volledig te volgen en te voltooien. Deze module omvat tenminste de in bijlage VI bij de verordening opgesomde opleidingsonderdelen.

C

Na bijlage 6 bij de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

BIJLAGE 7 BIJ REGELING PARTICULIERE BEVEILIGINGSORGANISATIES EN RECHERCHEBUREAUS

Vragen welke ten aanzien van de gezondheid van bewakingspersoneel van grensoverschrijdend transport van euro’s mogen worden gesteld en medische onderzoeken die mogen worden worden verricht (artikel 23m Rpbr)
Vragen over de gezondheid
  • 1. Hebt u last van of last gehad van de epileptische aanvallen, flauwvallen, aanvallen van abnormale slaperigheid overdag of andere bewustzijnsstoornissen?

  • 2. Hebt u last van of last gehad van evenwichtsstoornissen of ernstige duizelingen?

  • 3. Bent u onder behandeling of onder behandeling geweest voor een psychiatrische stoornis, een hersenziekte – zoals een beroerte – of een ziekte van het zenuwstelsel?

  • 4. Maakt u misbruik van of hebt u misbruik gemaakt van alcohol, geneesmiddelen, drugs of andere geestverruimende of bedwelmende middelen of bent u daarvoor ooit medisch onderzocht of onder behandeling geweest?

  • 5. Wordt of werd u behandeld voor inwendige ziekten als suikerziekte, hart- en vaatziekten, verhoogde bloeddruk, nierziekte of longziekte? Of hebt u een hart- of vaatoperatie ondergaan?

  • 6. Kunt u een arm, een hand of uw vingers niet of slechts beperkt gebruiken?

  • 7. Kunt u een been of voet niet of slechts beperkt gebruiken?

  • 8. Ziet u minder goed met één of beide ogen, zelfs als u gebruik maakt van een bril of contactlenzen?

  • 9. Wordt of werd u behandeld door een oogarts? Of hebt u een oogoperatie of een laserbehandeling van de ogen ondergaan?

  • 10. Gebruikt u medicijnen die volgens de bijsluiter de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, zoals slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, antidepressieve middelen, antipsychotische middelen of opwekmiddelen?

  • 11. Hebt u nog andere aandoeningen, ziekten of functiebeperkingen die het besturen van motorrijtuigen moeilijker maken?

Medische onderzoek

Het onderzoek bestaat uit een gesprek over de algemene gezondheid, oogonderzoek, bloeddruk- en polsmeting, urine- of bloedsuikertest, alsmede een oriënterend lichamelijk/psychisch onderzoek.

ARTIKEL II

De Regeling wapens en munitie wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 18a wordt een artikel 18b ingevoegd, luidende:

Artikel 18b

  • 1. Van het verbod van artikel 13, eerste lid, artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, en artikel 26, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan bewakingspersoneel van geldtransporten als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van de Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L316) voor het doen binnenkomen en doen uitgaan, het vervoeren en het voorhanden hebben van wapens van categorie I, II, III en IV en de bijbehorende munitie tijdens grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg als bedoeld in artikel 1, onder b, van de genoemde verordening, voor zover het recht van de lidstaat van herkomst, bedoeld in artikel 1, onder e, van de verordening, de lidstaat van doorvoer, bedoeld in artikel 1, onder g, van de verordening, of de lidstaat van ontvangst, bedoeld in artikel 1, onder f, van de verordening, toestaat of verplicht dat genoemd bewakingspersoneel wapens draagt.

  • 2. De vrijstelling van het eerste lid geldt slechts, voor zover:

    • a. de wapens bij betreding van Nederlands grondgebied aan boord van het geldtransportvoertuig, bedoeld in artikel 1, onder j, van de verordening, worden opgeborgen in een brandkast voor wapens die voldoet aan de norm, genoemd in artikel 6, tweede lid, van de verordening en;

    • b. de wapens gedurende het gehele transport op Nederlands grondgebied ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel, bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 21 maart 2013 tot wijziging van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in verband met de implementatie van de Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316) (Stb. 2013, 110) in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juni 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten.

TOELICHTING

Algemeen

Met deze regeling wordt de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Rpbr) aangepast aan de wijziging van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Wpbr). De wet is gewijzigd naar aanleiding van de implementatie van de Verordening betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone van 16 november 2011 (Nr. 1214/2011) (hierna: de verordening).

De verordening heeft tot doel professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen deelnemende lidstaten mogelijk te maken onder omstandigheden die de beveiliging van de transactie, de veiligheid van het betrokken bewakingspersoneel van geldtransporten en het publiek en het vrije verkeer van eurocontanten te waarborgen. De aanpassing van de Rpbr betreft ten eerste de keuze van de in de verordening aan de lidstaten overgelaten opties voor grensoverschrijdend transport van eurobankbiljetten en muntstukken die op grond van artikel 13 van de verordening worden toegelaten op Nederlands grondgebied (artikel 6, tweede lid, van de Wpbr). Ten tweede gaat het om de nadere uitwerking van de eisen gesteld aan het medisch attest, waarover het bewakingspersoneel van geldtransporten dient te beschikken (artikel 6a van de Wpbr). De derde aanpassing ziet op de aanwijzing van de autoriteit waaraan – in het kader van het toezicht – voorafgaand aan het grensoverschrijdend transport informatie over dat transport dient te worden verstrekt (artikel 7a, eerste lid, van de Wpbr). Tot slot gaat het om de uitwerking van de in de verordening opgenomen opleidingseis voor het bewakingspersoneel van geldtransporten (artikel 8, tweede lid, van de Wpbr).

De verordening regelt in artikel 6 voorts het dragen van wapens door bewakingspersoneel van grensoverschrijdend transport van eurocontanten.

Kort gezegd wordt daarin bepaald dat bewakingspersoneel zich voor at betreft het dragen van wapens en het maximaal toegestane kaliber houdt aan het recht van het land van herkomst, doorvoer en ontvangst. Omdat in Nederland het dragen van wapens door dergelijke bewakingspersoneel niet is toegestaan, dient artikel 6 van de verordening in de Regeling wapens en munitie (hierna: de Rwm) te worden uitgewerkt.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel B

Artikel 23l van de Rpbr

In dit artikel is bepaald welke opties op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, van de verordening toegestane opties op Nederlands grondgebied zijn toegelaten. Elke lidstaat dient op grond van artikel 13 van de verordening de in die bepaling genoemde opties voor het grensoverschrijdende transport toe te laten, onder de voorwaarden zoals in artikel 13 genoemd. Voor Nederland geldt dat het gaat om de opties onder artikel 17 (transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met IBNS), artikel 18 (transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS) en artikel 20 (transport van muntstukken in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is). Voor deze opties is gekozen omdat deze aansluiten bij de eisen betreffende bepantsering en herkenbaarheid van het geldtransportvoertuig die in Nederland reeds worden gesteld aan geldtransporten op grond van artikel 6, aanhef en onder a, van de wet.

Artikel 23m van de Rpbr

De leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten moeten op grond van artikel 5, eerste lid, onder b, van de verordening beschikken over een medisch attest, waaruit blijkt dat zij lichamelijk en geestelijk geschikt zijn om hun taak te vervullen. De verklaring van geschiktheid is gebaseerd op de zogeheten eigen verklaring van betrokkene waarin vragen worden gesteld over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Naast deze eigen verklaring is een geneeskundig verslag vereist dat naar aanleiding van een medische keuring door een arts is opgesteld. De werkzaamheden van het bewakingspersoneel bestaan uit het vervoer, maar ook de bescherming van de inhoud van het voertuig. Veelal gaat het daarbij om het vervoer met een zwaardere categorie motorvoertuigen. Om die reden, alsmede gelet op de aard van de werkzaamheden van bewakingspersoneel van geldtransporten en de overeenkomsten tussen hun werkzaamheden en die van beroepschauffeurs van vrachtauto’s en bussen, wordt voor de medische keuring aangesloten bij de eisen die gelden voor de afgifte van een zogenoemde verklaring van geschiktheid die is vereist voor het besturen van van motorrijtuigen van categorie C (vrachtauto’s en bussen), zoals uitgewerkt in de Regeling eisen geschiktheid 2000 van de Minister van Infrastructuur en Milieu. Het betreft de in die Regeling gestelde eisen aan bestuurders met rijbewijzen van groep 2, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b. Deze eisen zijn derhalve van overeenkomstige toepassing verklaard.

Het vaststellen van de geestelijke en lichamelijke geschiktheid is daarmee het doel van de medische keuring. De vragen die ter gelegenheid van deze keuring mogen worden gesteld, alsmede de medische onderzoeken die mogen worden verricht, zijn opgenomen in de bijlage bij de Regeling.

Artikel 23n van de Rpbr

In artikel 12, tweede lid, van de verordening is bepaald dat een onderneming die voornemens is grensoverschrijdend transport van contanten uit te voeren, de door de lidstaat van ontvangst aangewezen relevante autoriteit of autoriteiten van tevoren van informatie voorziet over het type of de types van transport dat c.q. die zij gaat gebruiken, de namen van de personen die dergelijk transport kunnen uitvoeren en het type van gedragen wapens. Artikel 7a, eerste lid, van de Wpbr biedt een grondslag de autoriteit aan te wijzen. Met het oog op het toezicht is het van belang dat de politie beschikt over informatie over het type vervoer, de personen die het transport kunnen uitvoeren en de wapens die mogelijk aan boord van het buitenlandse voertuig, zijn opgeborgen. De korpschef van het landelijke politiekorps wordt daarom aangewezen als de autoriteit waaraan deze informatie moet worden verstrekt. Hiervoor is bij de politie een mailbox ingericht: infodesk@klpd.politie.nl.

De korpschef zal vervolgens de regionale en, indien nodig, de landelijke eenheden inlichten.

Artikel 23o van de Rpbr

De verordening schrijft voor dat bewakingspersoneel van geldtransporten zowel met succes de passende initiatieopleiding moet hebben gevolgd waarin wordt voorzien door de nationale referentieregelgeving als een aanvullende opleidingsmodule dient te volgen en voltooien.

Op grond van de nationale regelgeving moeten medewerkers van geld- en aardetransportbedrijven beschikken over het diploma Beveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties en de Stichting Ecabo.

Dit betreft een diploma op het niveau van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en de opleiding die uitmondt in dit diploma vormt een passende opleiding voor personeel van geldtransporten dat grensoverschrijdend vervoer van eurocontanten verricht als bedoeld in de verordening. Hiermee wordt voldaan de in de artikel 5, eerste lid, aanhef en onder c, van de verordening genoemde eis dat bewakingspersoneel van geldtransporten met succes een specifieke initiatieopleiding van ten minste 200 uren dienen te hebben gevolgd.

Naast deze initiatieopleiding is bewakingspersoneel van geldtransporten een verplicht een aanvullende opleidingsmodule te volgen en te voltooien. Deze module omvat tenminste de onderdelen zoals genoemd in Bijlage VI bij de verordening.

Artikel II

Artikel 18b Rwm

Artikel 18b van de Rwm geeft uitvoering aan artikel 6 van de verordening, waarin het dragen van wapens door het bewakingspersoneel van geldtransporten wordt geregeld. Het uitgangspunt van artikel 6 houdt in dat het bewakingspersoneel van geldtransporten zich voor wat betreft het dragen van wapens en het maximaal toegelaten kaliber houdt aan het recht in de lidstaat van herkomst, de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst van de getransporteerde eurocontanten.

Gezien de bestaande verschillen tussen de lidstaten op dit punt, bevat artikel 6 de regeling dat wapens, bij het betreden van het grondgebied van een lidstaat waarvan het recht niet toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten is gewapend, dienen te worden opgeborgen in een brandkast voor wapens. Nederland is een lidstaat waarvan het recht niet toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt. Dat betekent dat in de Nederlandse Rwm ter uitvoering van artikel 6 van de verordening aan bewakingspersoneel afkomstig uit lidstaten waarvan het recht het dragen van wapens wel toestaat, een vrijstelling dient te worden verleend voor het voorhanden hebben, het doen binnenkomen, doen uitgaan en het vervoeren van wapens van de categorieën I tot en met IV en bijbehorende munitie. Indien bewakingspersoneel van geldtransporten bewapend is, is bij het betreden van Nederlands grondgebied immers sprake van het doen binnenkomen en uitgaan, voorhanden hebben en vervoeren van wapens van de categorieën I tot en met IV en bijbehorende munitie. Dat is in de artikelen 13, 14, 22 en 26 van de Wet wapens en munitie verboden. De verordening specificeert niet om welke categorieën wapens het gaat. De vrijstelling ziet om die reden op alle categorieën wapens. Hetzelfde geldt voor de bijbehorende munitie. Ook deze is onder de vrijstelling gebracht, omdat geldtransportbedrijven daar anders consenten en verloven voor zouden moeten aanvragen.

De vrijstelling voor het bewakingspersoneel van geldtransporten en de voorwaarden waaronder deze geldt, wordt in artikel 18b van de Regeling wapens en munitie geregeld. Het betreft een vrijstelling van het verbod van respectievelijk de artikelen 13, eerste lid (doen binnenkomen en uitgaan, vervoeren en voorhanden hebben van wapens van de categorie I) 14, eerste lid (het doen binnenkomen en uitgaan van wapens van de categorie II en III) 22, eerste lid (het voorhanden hebben daarvan) en 26, eerste lid (het vervoeren daarvan) van de Wet wapens en munitie.

De voorwaarden waaronder de vrijstelling geldt, zijn geregeld in het tweede lid van artikel 18b van de Rwm. Deze zijn rechtstreeks ontleend aan artikel 6, tweede lid, van de EU-verordening. Deze houden, kort gezegd, in dat de wapens bij het betreden van Nederlands grondgebied in een brandkast voor wapens worden opgeborgen. De wapens moeten gedurende de gehele transport over Nederlands grondgebied ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel.

De brandkast mag enkel door interventie van het controlecentrum van het geldtransportvoertuig op afstand worden geopend en pas nadat de exacte locatie van het voertuig is gelokaliseerd.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten.