Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2013, 11910Interne regelingen

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 2013 DCB/CZW/S&B, houdende regels inzake een eenmalige bijzondere uitkering voor integrale projecten aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 92, vijfde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

b. bijzondere uitkering integrale projecten:

een eenmalige bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91, eerste lid, in samenhang met artikel 92, vijfde lid, van de wet, ten behoeve van integrale projecten op Bonaire, Sint Eustatius of Saba in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van de maatschappelijke participatie;

c. Minister:

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2. Doel bijzondere uitkering integrale projecten

  • 1. Een openbaar lichaam ontvangt over 2013 een bijzondere uitkering integrale projecten ten behoeve van activiteiten en diensten die ten doel hebben het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van de maatschappelijke participatie.

  • 2. Met deze bijzondere uitkering integrale projecten financiert het openbaar lichaam experimentele projecten in het kader van arbeidsmarktbeleid, kinderopvang, onderwijs, integrale wijkenaanpak, zorg, sport en jeugdbeleid.

  • 3. De Minister verstrekt aan een openbaar lichaam de bijzondere uitkering integrale projecten ten behoeve van de kosten van de in deze regeling bedoelde activiteiten en diensten.

Artikel 3. Totale bijdrage

Het bedrag van de bijzondere uitkering integrale projecten is voor 2013 maximaal USD 1.300.000.

Artikel 4. Aanvragen

  • 1. De middelen voor de bijzondere uitkering integrale projecten worden als projectgelden uitgekeerd. Om in aanmerking te komen voor deze gelden, dienen de bestuurscolleges van de openbare lichamen een of meerdere projectvoorstellen in bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het projectvoorstel heeft betrekking op de verwezenlijking van een of meerdere doelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 2. Voor het indienen van elk van de projectvoorstellen dienen de bestuurscolleges van de openbare lichamen gebruik te maken van een door de Minister ter beschikking gesteld formulier.

  • 3. De bestuurscolleges van de openbare lichamen kunnen in het tijdvak dat loopt van 1 januari tot en met 31 december 2013 projectvoorstellen indienen voor het kalenderjaar 2013.

  • 4. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist op de projectvoorstellen. Een voorstel voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in deze regeling en in het beleidskader ten behoeve van projecten integrale aanpak Caribisch Nederland. Dat beleidskader is als bijlage bij deze regeling gevoegd.

Artikel 5. Besteding

De bijzondere uitkering integrale projecten wordt door het openbaar lichaam uitsluitend besteed aan een in het ingediende projectvoorstel opgenomen doel als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 6. Niet of niet volledig bestede bijzondere uitkering integrale projecten

  • 1. Het openbaar lichaam kan de niet of niet volledig bestede bijzondere uitkering integrale projecten over het kalenderjaar 2013 eveneens besteden aan een in het projectvoorstel opgenomen doel ten behoeve van het kalenderjaar 2014.

  • 2. De niet in de kalenderjaren 2013 of 2014 aan een in het projectvoorstel opgenomen doel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestede bijzondere uitkering integrale projecten wordt in het kalenderjaar 2015 door de Minister teruggevorderd.

Artikel 7. Informatievoorziening

De openbare lichamen verstrekken desgevraagd aan de Minister de gegevens die hij voor de statistiek en de beleidsvorming met betrekking tot deze regeling nodig heeft. De gegevens worden kosteloos verstrekt.

Artikel 8. Verantwoording

  • 1. De openbare lichamen leggen over de besteding van de bijzondere uitkering integrale projecten verantwoording af aan de Minister via de jaarlijkse, door de openbare lichamen, op te stellen jaarrekening, bedoeld in artikel 31 van de wet.

  • 2. Het openbaar lichaam vermeldt in de jaarrekening, in de paragraaf verantwoordingsinformatie bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 21, derde lid, onder c, van het Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES, welk bedrag is besteed aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde doelen.

Artikel 9. Betaling

De middelen voor de bijzondere uitkering integrale projecten worden op grond van artikel 88, achtste lid, van de wet verstrekt uit de begroting van het BES-fonds. De betaling van de bijzondere uitkering integrale projecten geschiedt na goedkeuring door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het door de bestuurscolleges van de openbare lichamen ingediende projectvoorstel.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 april 2013

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk.

BIJLAGE BELEIDSKADER 2013, 2014, 2015 TEN BEHOEVE VAN PROJECTEN INTEGRALE AANPAK CARIBISCH NEDERLAND

1. Inleiding

In het Bestuurlijk Akkoord van 18 april 2010 tussen Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Nederland is geconstateerd dat voor het verbeteren van de welvaart op de eilanden het versterken van economische activiteiten, het vergroten van de leefbaarheid (met daarbij ook aandacht voor fysieke aspecten zoals verbetering van het ziekenhuiswezen, huisvestingsvraagstukken, woningbouwprojecten), het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt en het uitbreiden van werkgelegenheid van groot belang zijn. Binnen de sociaaleconomische context is sprake van een intrinsieke verknoping van beleidsterreinen als arbeidsmarkt, educatie en onderwijs, maatschappelijke zorg ((geestelijke) gezondheidszorg, waaronder (preventie van) verslavingsproblematiek, jeugdzorg en maatschappelijke hulpverlening), leefbaarheidsvraagstukken, sociale woningbouw en wijken. Een zo integraal mogelijke aanpak kan een extra impuls geven aan het aanpakken en oplossen van de op de eilanden aanwezige problematiek van (arbeids)participatie en leefbaarheid.

De Nederlandse departementen Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken hebben zich gezamenlijk verbonden met betrekking tot de genoemde integrale aanpak en stellen middelen ter beschikking voor de financiering van projecten ‘integrale aanpak Caribisch Nederland’.

Hoofddoel van de integrale aanpak is het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van maatschappelijke participatie op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In dit beleidskader wordt nader toegelicht welke activiteiten wenselijk of nodig zijn om dit doel te bereiken. Ingediende projectvoorstellen dienen bij te dragen aan het bereiken van het hoofddoel en dienen te bestaan uit meerdere van de in dit beleidskader beschreven activiteiten. Dit beleidskader dient als basis voor het door het Projectteam integrale aanpak Caribisch Nederland te ontwikkelen toetsingskader voor projectvoorstellen.

2. Projectaanvraag

Alleen projecten op Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen voor goedkeuring en financiering in aanmerking komen. Bij het honoreren van projectvoorstellen wordt gestreefd naar een zo evenredig mogelijke verdeling over de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Alleen de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen projectvoorstellen indienen. Voorstellen dienen te voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Ministeriële Regeling, houdende regels inzake een eenmalige bijzondere uitkering voor integrale projecten aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013).

  • Is de projectaanvrager het bestuurscollege van Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Voldoet het voorstel aan de eisen zoals gesteld in de hierboven genoemde Ministeriële Regeling?

3. Integrale aanpak

Met een integrale aanpak wordt het mogelijk de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van maatschappelijke participatie op de eilanden voortvarend ter hand te nemen. Er ontstaat meer ruimte om middelen te bundelen en combinaties mogelijk te maken. Het creëert daarmee meer mogelijkheden om een samenhangende aanpak te realiseren, afgestemd op en passend binnen de lokale praktijk, waarbij eigen afwegingen kunnen worden gemaakt wat betreft de nadruk op verschillende doelen. Door een integrale aanpak kunnen combinaties tot stand worden gebracht die de effectiviteit van de verschillende activiteiten kunnen versterken. Daarmee biedt een dergelijke aanpak ook kansen om efficiënter en effectiever te werken.

  • Draagt het projectvoorstel bij aan het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk of het bevorderen van maatschappelijke participatie op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Geeft het projectvoorstel blijk van samenwerking tussen organisaties en individuen op meerdere van hieronder beschreven beleidsterreinen of verknoping van doelstellingen op deze beleidsterreinen?

  • Is er in het projectvoorstel sprake van een sober en doelmatig gebruik van de middelen?

4. Arbeidsmarktbeleid

De beleidsinzet dient primair gericht te zijn op het tot stand komen van op arbeidsactivering en -bemiddeling en zelfstandig ondernemerschap1 gerichte activiteiten (waaronder job programs). Deze aanpak verbetert enerzijds de toeleiding naar werk en de matching tussen vraag en aanbod; onder meer door de verschillende interventiemogelijkheden toegankelijk en toepasbaar te maken. Anderzijds kan deze aanpak inspelen op zich in de praktijk voordoende knelpunten en probleemgroepen. Hierbij kan vanzelfsprekend ook worden gedacht aan activiteiten, gericht op specifieke groepen. Veelal zal sprake zijn van een situatie waarbij meerdere belemmeringen moeten worden weggenomen, voordat tot een succesvolle arbeidsparticipatie kan worden gekomen. De aanpak zal dan ook vaak niet alleen bestaan uit training in beroepsvaardigheden, maar ook uit begeleiding in algemene werknemersvaardigheden (attitude, op tijd komen, communicatie, probleemoplossend vermogen, werken in teamverband et cetera).

Een adequate werkgeversbenadering is een intrinsiek onderdeel van de aanpak om mensen naar werk te begeleiden, waarbij vraaggestuurde dienstverlening aan werkgevers het uitgangspunt is. Hierbij hoort onder meer een eenduidig aanspreekpunt voor werkgevers voor informatie en advies, zo simpel en transparant mogelijke administratieve procedures, maar ook een zo compleet mogelijk inzicht in de vacatures die voorhanden zijn en toereikende arbeidsmarktinformatie (te verwachten ontwikkelingen op korte en middellange termijn).

  • Draagt het projectvoorstel bij aan de arbeidsparticipatie van inwoners van Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Gaat het projectvoorstel uit van de vraag naar arbeidskrachten (en zijn werkgevers vanaf de start betrokken bij het project)?

  • Heeft het projectvoorstel aandacht voor de vaak multiproblematiek (waaronder de behoefte aan dag- en buitenschoolse opvang) van de beoogde deelnemers aan het project en is dit terug te vinden in de samenstelling van de projectpartners?

5. Kinderopvang

Gezien het hoge aantal alleenstaande moeders is kinderopvang in Caribisch Nederland buitengewoon belangrijk voor arbeidsparticipatie. Maar kinderopvang is ook van groot belang voor de ontwikkeling van het kind, met name in situaties waarin sprake is van een kwetsbare gezinssituatie. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de kwaliteit van de kinderopvang in veel situaties – naar normen van Europees-Nederland gemeten – volstrekt onvoldoende is. Ook op dit vlak moet de beoogde integrale aanpak soelaas kunnen bieden. Los van de kwaliteit van de kinderopvang heeft de wijze waarop de buitenschoolse opvang (in relatie ook tot de schooltijden) is geregeld in het bijzonder de aandacht. Belangrijk onderdeel van deze problematiek is dat jonge kinderen noodgedwongen op straat zouden hangen, met alle gevolgen van dien. Hiervan is ook de beschikbaarheid van andere voorzieningen, zoals in de sfeer van sportvoorzieningen, relevant.

  • Draagt het project bij aan verbetering van de kwaliteit van kinderopvang op de eilanden? Of worden er meer plaatsen gecreëerd in de kinderopvang van voldoende kwaliteit (naar de door het eilandsbestuur vastgestelde normen)? Of draagt het voorstel bij aan de betaalbaarheid van kinderopvang? Of draagt het bij aan de verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers in de kinderopvang?

6. Onderwijs

Uit analyses blijkt dat de opleidingsrichting en het opleidingsniveau van jongeren vaak niet of onvoldoende aansluit bij de vraag van werkgevers. Daarnaast verlaten te veel jongeren voortijdig het voortgezet onderwijs. Adequate mogelijkheden op het vlak van educatie en opleiding dienen dus uitdrukkelijk onderdeel uit te maken van een integrale aanpak, om daarmee ook vanuit educatie en vorming een bijdrage te kunnen leveren aan een integraal aanbod aan bijvoorbeeld werkgevers. In dat verband kan onder meer gewezen worden op de in 2010 van kracht geworden Wet sociale kanstrajecten jongeren BES. Doel van deze regeling is dat voortijdig schoolverlaters tussen de 18 en 25 jaar (onvoldoende startkwalificatie, geen betaald werk, niet ingeschreven staan als onderwijsdeelnemer) via deelname aan een Sociaal Kanstraject Jongeren (SKJ) alsnog in staat worden gesteld om een startkwalificatie te behalen of, als dat niet haalbaar is, passend werk te vinden. Het gaat hierbij om maatwerktrajecten, gericht op het verwerven en versterken van de basisvaardigheden en de sociale redzaamheid en op het ontwikkelen van de nodige attitudes en vaardigheden om zich in een werkkring te kunnen handhaven. De middelen voor de financiering van de trajecten worden toegewezen via een daarvoor in het leven geroepen bijzondere uitkering.

  • Draagt het projectvoorstel bij aan het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Bevat het projectvoorstel beoogde activiteiten die zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten?

7. Wijkaanpak

De wijkenaanpak die in 2007 in Nederland is gestart, is een integrale, gebiedsgerichte aanpak die er op gericht is om in de wijken met de grootste problemen achterstanden te verkleinen. In de langjarige aanpak wordt een verbinding gelegd tussen wonen, werken/participeren, leren, integreren, gezondheid en veiligheid. Een samenhangende mix van maatregelen en het centraal stellen van bewoners bij de opzet en uitvoering van plannen voor hun wijk, blijkt de effectiviteit van de aanpak te vergroten.

De ervaringen met de wijkenaanpak leren dat complexe problemen in aandachtswijken een meervoudig karakter hebben en niet kunnen worden opgelost vanuit één beleidsdomein of partij. Er bestaat een brede overeenstemming dat de samenhangende aanpak cruciaal is en dat daarvoor een nauwe samenwerking van verschillende partijen noodzakelijk is. Het nemen van de bewonerswensen als uitgangspunt blijkt een belangrijke succesfactor.

Hoewel de problematiek van Caribisch Nederland niet identiek is aan die in de aandachtswijken in Nederland, is focus en een langjarige, integrale aanpak wenselijk om achterstanden en complexe problemen aan te pakken. Ook op de eilanden is het belangrijk er voor te zorgen dat bewoners centraal staan, dat bewoners invloed hebben en zeggenschap, zowel bij de planvorming als bij de uitvoering. De aanpak vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de lokale partijen. Met betrekking tot dit laatstgenoemde punt hebben de eilanden aangegeven een geïntegreerde aanpak ten aanzien van de sociaaleconomische ontwikkelkansen te willen. BZK/WBI fungeert hierbij als inspirator en aanjager en zal in die rol de eilanden ondersteunen bij de uitvoering door onder andere kennisoverdracht en inzet van deskundigheid.

De inbreng van BZK zal met name tot doel hebben het ondersteunen en bevorderen van het tot stand komen van een systeem van integraal werken (het bijeen brengen van de benodigde partners voor de oplossing van problemen), om daarmee de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de sociaaleconomische positie van de bewoners in Caribisch Nederland kan worden verbeterd. Beoogde uitwerking hiervan is het vergroten van de maatschappelijke participatie via onder andere de aanpak van de sociale problematiek (multiprobleem gezinnen).

  • Is het projectvoorstel gericht op ontwikkelen van een integrale wijkaanpak op Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Vindt de aanpak plaats onder verantwoordelijkheid van de lokale partijen vanuit diverse beleidsterreinen?

  • Hebben bewoners uit de wijk invloed en zeggenschap in het project?

  • Draagt het projectvoorstel bij aan de zelfredzaamheid van burgers?

8. Zorg, sport en jeugdbeleid

Het doel is een beter toegankelijke, kwalitatieve, doelmatige en betaalbare zorg en jeugdzorg en het bevorderen van gezondheid en sociale samenhang, toegroeiend richting Nederlands niveau. De curatieve zorg, de langdurige zorg en de verslavingszorg vormen onderdeel van de wettelijke aanspraken conform de Zorgverzekering BES.

Bij de in dit kader voorgestane integrale aanpak van de sociaal economische problemen heeft met name het voorkomen van verslavingsproblemen prioriteit. Voor de aanspraak in de zorgverzekering van de verslavingszorg is door VWS reeds gekozen voor een integrale aanpak met justitie (forensische zorg), jeugd, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en lichte gehandicaptenzorg. Op deze dossiers wordt dus al in verre mate samenwerking met andere partijen verwezenlijkt. Deze aanspraken worden door VWS bekostigd. In dit kader dient derhalve de aandacht met name uit te gaan naar de preventie van verslavingsproblematiek.

De jeugdzorg in Caribisch Nederland staat in het teken van uitbreiding van voorzieningen, verhogen van kwaliteit, en de borging daarvan in de reguliere setting. Het gaat om het uitbreiden met een aantal nieuwe onderdelen van jeugdzorg en het verbeteren van de kwaliteit bij de verschillende voorzieningen. Inmiddels zijn op alle drie de eilanden Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) gevestigd. Jeugdzorg en Gezinsvoogdij CN werkt intensief samen op lokaal niveau met OCW (aansluiting jeugdzorg en onderwijs) en met V&J (versterken justitiële jeugdketen). Ook de lokale vrije tijdsvoorzieningen voor jongeren wordt in de ketensamenwerking betrokken. Stimuleren van sport activiteiten die bijdragen aan integrale wijkaanpak, sociale integratie en meer lichaamsbeweging is van belang.

Een andere belangrijke prioriteit in de integrale aanpak betreft de opzet en uitvoering van WMO-achtige activiteiten, voor zover nog niet ergens anders belegd op de eilanden. Hiermee wordt bedoeld het aanbieden van voorzieningen, hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking, zoals ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen. Het doel van deze aanpak is dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zoveel mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Enkele voorbeelden: aanpassingen in de woning, zoals een verhoogd toilet, vervoersvoorzieningen in de regio voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, ondersteuning aan vrijwilligers en mantelzorgers, rolstoel, (warme) maaltijdvoorziening, sociaal cultureel werk zoals buurthuizen en maatschappelijke opvang zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang.

  • Sluit het projectvoorstel aan bij reeds gerealiseerde samenwerking en uitvoering voor de beleidsterreinen zorg, jeugd en sport?

  • Draagt het projectvoorstel bij aan de preventie van verslavingsproblematiek op Bonaire, Sint Eustatius of Saba?

  • Is het voorstel gericht op WMO-achtige activiteiten, die nog niet ergens anders zijn belegd op de eilanden?

TOELICHTING

1. Inleiding

In het Bestuurlijk Akkoord van 18 april 2010 tussen Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Nederland is geconstateerd dat voor het verbeteren van de welvaart op de eilanden het versterken van economische activiteiten, het vergroten van de leefbaarheid (met daarbij ook aandacht voor fysieke aspecten zoals verbetering van het ziekenhuiswezen, huisvestingsvraagstukken, woningbouwprojecten), het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt en het uitbreiden van werkgelegenheid van groot belang zijn. Binnen de sociaaleconomische context is sprake van een intrinsieke verknoping van beleidsterreinen als arbeidsmarkt, educatie en onderwijs, sport, maatschappelijke zorg ((geestelijke) gezondheidszorg, waaronder (preventie van) verslavingsproblematiek, jeugdzorg en maatschappelijke hulpverlening), leefbaarheidsvraagstukken, sociale woningbouw en wijken. Een zo integraal mogelijke aanpak kan een extra impuls geven aan het aanpakken en oplossen van de op de eilanden aanwezige problematiek van (arbeids)participatie en leefbaarheid.

De besturen van de eilanden zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de integrale aanpak. De Nederlandse departementen Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken hebben zich gezamenlijk verbonden met betrekking tot de genoemde integrale aanpak en stellen middelen ter beschikking voor de financiering van projecten ‘integrale aanpak Caribisch Nederland’. Deze ministeriële regeling regelt het verstrekken van de middelen in 2013. Het streven is om de middelen voor 2014 en 2015 op dezelfde wijze te verstrekken. Indien hiertoe wordt besloten, zal dit eind 2013 door middel van een ministeriële regeling worden geformaliseerd.

Hoofddoel van de integrale aanpak is het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van de maatschappelijke participatie op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Projectvoorstellen dienen bij te dragen aan het bereiken van dit hoofddoel.

De middelen voor sociaaleconomische activiteiten zullen in 2013 worden verstrekt uit het BES-fonds. Artikel 88, achtste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba biedt de mogelijkheid om naast de vrije uitkering ook andere uitkeringen te verstrekken uit het BES-fonds. De reden om de middelen uit het BES-fonds te verstrekken hangt samen met het feit dat meerdere departementen betrokken zijn bij deze regeling. De keuze voor het BES-fonds betekent dat niet voor één departementale begroting hoeft te worden gekozen. Daarnaast zijn de administratieve lasten voor het verstrekken vanuit het BES-fonds laag, doordat de fondsbeheerder ook andere reguliere betalingen verricht aan de openbare lichamen (in het bijzonder de vrije uitkering). Ten slotte is vanuit de financiële verhouding bezien het ook overzichtelijk en handig om deze middelen te presenteren samen met de vrije uitkering uit het BES-fonds, gegeven de relatie van (een deel van) deze middelen met het referentiekader onderzoek.

Afgezien van het gebruik van hetzelfde begrotingshoofdstuk van het BES-fonds is er verder geen relatie met de vrije uitkering. De middelen zijn juridisch, begrotingstechnisch en financieel afgezonderd van de vrije uitkering en moeten worden beschouwd als een bijzondere uitkering in de zin van artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit betekent ook dat de juridische vormgeving van deze uitkering die ziet op nieuwe, innovatieve en integrale initiatieven binnen de openbare lichamen moet worden geregeld. Deze ministeriële regeling dient hiertoe.

2. Openbare lichamen

Nederland bekostigt diverse projecten in Caribisch Nederland op het gebied van arbeidsmarktbeleid, kinderopvang, onderwijs, integrale wijkaanpak, zorg, sport en jeugdbeleid. Tot 2013 heeft Nederland bij de bekostiging samengewerkt met de Stichting Antilliaanse Medefinancierings Organisatie (AMFO). Het gebruik van organisaties als AMFO past niet binnen het nieuwe stelsel sinds 10 oktober 2010. Nieuwe geldstromen vanuit het Rijk aan de openbare lichamen kunnen in overeenstemming met de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba slechts plaatsvinden door middel van vrije uitkeringen en/of bijzondere uitkeringen. Daarnaast kunnen eilandelijke taken worden bekostigd uit de eigen middelen. Hieruit volgt dat in principe geen gebruik meer wordt gemaakt van organisaties die de middelen ten behoeve van het Rijk en de openbare lichamen beheren. Dit principe is in het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 14 maart 2013 op verzoek van de eilandbestuurders nogmaals bevestigd. Nederland blijft de openbare lichamen op de genoemde beleidsterreinen ondersteunen. Zonder tussenkomst van de AMFO zullen de uitkeringen direct aan de besturen van de openbare lichamen worden toebedeeld. De besturen kunnen het budget vervolgens naar eigen inzicht inzetten voor de doelen die in deze regeling zijn genoemd.

3. Integrale projecten

De bijzondere uitkering wordt verstrekt ten behoeve van het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt en het vergroten van de werkgelegenheid, kinderopvang, onderwijs, integrale wijkaanpak, zorg, sport en jeugdbeleid. De uitkering kent daarbij geen schotten, zodat de openbare lichamen vrij zijn in het kiezen van projecten en diensten. Deze projecten en diensten dienen een integraal karakter te hebben. In de projecten dient samengewerkt te worden tussen organisaties en individuen op meerdere van de hieronder beschreven beleidsterreinen of blijk te geven van verknoping van doelstellingen op deze beleidsterreinen:

  • verbetering van de werking van de arbeidsmarkt, re-integratie naar duurzaam betaald werk, werkgeversbenadering of aanpak multiproblematiek;

  • verbetering van de kwaliteit van kinderopvang, creëren van kindplaatsen, verbeteren betaalbaarheid kinderopvang of verbetering arbeidsvoorwaarden medewerkers kinderopvang;

  • verbeteren van aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt of voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten;

  • integrale wijkaanpak, stimuleren van invloed en zeggenschap van burgers in de wijk of verbeteren van de zelfredzaamheid van burgers;

  • preventie van verslavingsproblematiek, sportactiviteiten die bijdragen aan integrale wijkenaanpak, sociale integratie en meer lichaamsbeweging en WMO-achtige activiteiten, voor zover nog niet ergens anders belegd op de eilanden (aanbieden van voorzieningen, hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking, zoals ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen).

Doelgroep

De doelgroep waarvoor de uitkering kan worden ingezet, kan door de openbare lichamen binnen het doel van de uitkering zelf worden bepaald. Het geeft daarmee de openbare lichamen optimale beleidsruimte om middelen voor projecten in te zetten voor diegenen, waarvoor zij dit noodzakelijk achten. Zoals aangegeven ligt het daarbij voor de hand dat uit de bijzondere uitkering integrale voorzieningen worden gefinancierd. Het is aan het openbaar lichaam om invulling te geven aan de beleidsvrijheid en de winst van maatwerk te verzilveren. De regering gaat er daarbij van uit dat de middelen doelmatig en doeltreffend zullen worden ingezet.

Totale bijdrage

Het bedrag ad EUR 980.000 (USD 1.300.000) is opgebouwd uit de volgende departementale bijdragen:

Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

EUR 260.000

Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

EUR 520.000

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:

EUR 200.000

De hierboven genoemde bedragen worden bij eerste suppletoire begrotingswet 2013 overgeboekt naar de begroting van het BES-fonds, zodat de fondsbeheerder de hieronder genoemde bedragen na goedkeuring van projectvoorstellen kan overmaken conform de in de regeling beschreven procedure.

Verdeling

De initiële verdeling van het totaalbedrag ad USD 1,3 miljoen weergegeven over Bonaire, Sint Eustatius en Saba is als volgt:

Bonaire:

USD 700.000

Sint Eustatius:

USD 325.000

Saba:

USD 275.000

Deze verdeling is in overeenstemming met de afspraken die de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de openbare lichamen heeft gemaakt in het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 11 oktober 2012. Hierbij is afgesproken dat indien in de toekomst generiek middelen aan de eilanden beschikbaar worden gesteld, in principe de 'CN-sleutel' geldt als uitgangspunt voor de verdeling. Deze sleutel is bij de verdeling van de middelen gehanteerd.

Verantwoording

De verantwoording van de bijzondere uitkering is in de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet wettelijk geregeld. Ten einde de administratieve lasten op de eilanden zo laag mogelijk te houden, zijn in de ministerraad afspraken gemaakt over de verantwoording van bijzondere uitkeringen, waaronder dus ook deze. Bij de verantwoording van de bijzondere uitkering integrale projecten dient de jaarrekening die de openbare lichamen jaarlijks opstellen en waarover accountantscontrole plaatsvindt, als uitgangspunt te worden genomen. Conform artikel 21, derde lid, onder c, van het Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES wordt het besteed bedrag door het openbaar lichaam jaarlijks opgenomen in een paragraaf bij de jaarrekening. Met behulp van deze verantwoordingsinformatie kan de bijzondere uitkering worden vastgesteld en worden de betreffende ministeries in staat gesteld zich te verantwoorden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hierdoor worden aparte informatie- en controlestromen voorkomen.

Niet of niet volledig bestede middelen

Om de openbare lichamen optimale flexibiliteit te bieden met hun beleidsinspanningen mag de niet of niet volledig bestede bijzondere uitkering integrale projecten eveneens worden besteed in het jaar daarna. In de jaarlijkse verantwoording dienen de openbare lichamen onder meer een opgave te verstrekken van de rechtmatig gemaakte kosten in het betreffende uitvoeringsjaar en aan te geven welk bedrag ze wensen te reserveren voor het volgende uitvoeringsjaar. De niet aan het doel van deze regeling bestede middelen zullen worden teruggevorderd.

Informatievoorziening

Geregeld wordt dat gegevens worden verstrekt die bedoeld zijn voor de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding en ontwikkeling van nieuw beleid. Met de openbare lichamen zullen nadere afspraken worden gemaakt over de inhoud van de gevraagde informatie, de periodiciteit en de vorm waarin de informatie wordt verstrekt. Uitgangspunt hierbij is om onnodige belasting van openbare lichamen te voorkomen. Zoveel mogelijk zal worden aangesloten bij reeds bestaande systemen en mogelijkheden.

Consultatie openbare lichamen

De openbare lichamen zijn geconsulteerd over de inhoud en tekst van deze regeling. Tijdens de week van Caribisch Nederland (de zogenaamde CN week) van 11 tot en met 15 maart 2013 is de nieuwe werkwijze voor 2013 bevestigd.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk.


X Noot
1

Vanuit beide Kamers van Koophandel in Caribisch Nederland kan ondersteuning worden geboden bij het starten van een eigen bedrijf, bijvoorbeeld door startersbegeleiding en microfinanciering (coaching). Door de garantieregelingen van het ministerie van EL&I wordt toegang tot ondernemingsfinanciering in het algemeen gesproken verbeterd en innovatie bevorderd via Innovatie- kredieten en prestatiecontracten.