Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 16 april 2013, nummer WBV 2013/6, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf B9/7.1 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

7.1 Algemene verblijfsvoorwaarden

Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als:

  • 1. gedurende vijf jaren geen grond is geweest voor intrekking van de verblijfsvergunning;

  • 2. de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of hiervan is vrijgesteld of ontheven; en

  • 3. de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid, Vw, met uitzondering van de subcategorieën b, c en i.

Ad 1.

In aanvulling op artikel 3.51, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb verleent de IND de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart een verblijfsvergunning als:

  • het gezinslid onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag twee jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad bij de houder van de Europese blauwe kaart;

  • het gezinslid twee jaren heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning; en

  • het gezinslid op het tijdstip waarop de aanvraag voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ontvangen, of het besluit op deze aanvraag is genomen ten minste vijf jaar rechtmatig en onafgebroken verblijf heeft gehad op het grondgebied van een EU lidstaat.

Ad 2.

De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.

De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen.

Op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als:

  • a. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en minimaal 4 keer niet is geslaagd voor onderdelen van het inburgeringsexamen; of

  • b. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen; of

  • c. de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.

Vanaf 1 juli 2013 zal DUO advies geven of iemand voldoet aan de criteria genoemd onder a en b (naar aanleiding van de zogenaamde inspanningstoets). De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van de door de vreemdeling overgelegd advies van DUO. De vreemdeling die in aanmerking wil komen voor deze ontheffingsgrond moet deze inspanningstoets zelf aanvragen bij DUO. Voor het aanmeldformulier en meer informatie over deze procedure raadpleeg de website van DUO www.inburgeren.nl.

Overgangsregeling

In het kader van de overgangsregeling per 1 juli 2013 past de IND ook de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning de vreemdeling redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.

Hiervan is sprake als:

  • de vreemdeling niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal;

  • van de vreemdeling gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar; en

  • de vreemdeling de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald.

De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming.

De IND neemt het ROC-advies niet over als:

  • de IND constateert dat de vreemdeling in een vreemdelingrechtelijke procedure verklaringen heeft afgelegd die in tegenstrijd zijn met het advies; of

  • op een andere manier dan uit een vreemdelingrechtelijke procedure blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond.

Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule

De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclausule toe te passen op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb als de vreemdeling stelt:

  • geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening te hebben gekregen;

  • geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen;

  • geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen;

  • geen taalkennisvoorziening opgelegd heeft gekregen; of

  • nooit te hebben geweten het inburgeringsexamen te moeten behalen.

B

Paragraaf B9/13.1 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

13.1 Algemeen

Inburgeringsvereiste

De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit moet blijken dat de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsexamen als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan het inburgeringsvereiste.

De IND beschouwt conform het Besluit inburgering en de Wet inburgering als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is vrijgesteld van het afleggen van het inburgeringsexamen één van onderstaande bescheiden:

  • een diploma of getuigschrift van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen als de vreemdeling onderwijs heeft gevolgd in de Nederlandse taal en in het bezit is van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van een hiergenoemde opleiding;

  • een diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II als de aanvrager het Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, heeft afgelegd;

  • een Belgisch diploma of getuigschrift, behaald in Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands;

  • een Surinaams diploma, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands;

  • een diploma, certificaat of ander document afkomstig uit Aruba, Curaçao, of Sint-Maarten, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands;

  • een diploma, certificaat of ander document, van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius of Saba behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands;

  • een diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school (Trb 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald;

  • het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, als een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;

  • het inburgeringsdiploma van de Wet inburgering;

  • een certificaat Naturalisatietoets zoals dit luidde voor 1 april 2007 waaruit blijkt dat aanvrager is geslaagd voor de volgende zes onderdelen: kennis van staatsinrichting en maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid;

  • een certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering, wanneer uiterlijk 31 december 2006 het inburgeringstraject is afgerond, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat een profieltoets met de uitkomst voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2-2 is behaald, voor de onderdelen ‘lezen’ en ‘schrijven’ niveau NT2-1 en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;

  • een certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering, wanneer het inburgeringstraject doorliep in 2007 of 2008, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit moet blijken dat voor de onderdelen ‘luisteren’, ‘spreken’, ‘lezen’ en ‘schrijven’ ten minste niveau NT2-2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;

  • een Certificaat Inburgering Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2-2 is behaald en niveau NT2-1 voor de onderdelen ‘lezen’ en ‘schrijven’;

  • een document ‘Korte Vrijstellingstoets’ bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering zoals dat besluit luidde tot 1 januari 2013, waaruit blijkt dat aanvrager niveau B1 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen heeft gehaald;

  • een beschikking van het College van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma in het kader van de Wet Inburgering achterwege is gelaten omdat de vreemdeling de kennis, inzicht en vaardigheden in voldoende mate op andere wijze zou verwerven;

  • een beschikking van het College van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma in het kader van de Wet Inburgering achterwege is gelaten omdat een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, Wet Inburgering met goed gevolg is afgelegd;

  • een bewijs waaruit moet blijken dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals deze geldig was op 1 april 2003 is of was ontheven van de wettelijke verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen;

  • een brief van DUO waarin staat dat DUO vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen van de vreemdeling tot het oordeel komt dat het voor de vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden);

  • een brief van DUO waarin staat dat de vreemdeling door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden);

  • een brief van het College van B&W waarin staat dat het college vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen van de vreemdeling tot het oordeel komt dat het voor de vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden); of

  • een brief van het College van B&W waarin staat dat de vreemdeling door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden).

Als vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is gehaald, beschouwt de IND een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst, waaruit blijkt dat voor Nederlands een voldoende is behaald als bewijsmiddel hiervan.

De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de medische ontheffing:

  • een advies afgegeven door een arts die door het College van B&W van de woonplaats van de arts is aangewezen (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden);

  • als de vreemdeling is verhuisd: een advies afgegeven door een aangewezen arts uit de vorige woonplaats (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden); of

  • een advies afgegeven door een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onafhankelijk medisch adviseur (in geval van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden).

De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen af te leggen:

  • een door DUO afgegeven advies, waarin DUO aangeeft dat de vreemdeling ondanks de aangetoonde inspanningen het inburgeringsexamen niet kan halen; of

  • een verklaring van het ROC van Amsterdam, waarin deze aangeeft dat de vreemdeling analfabeet is en wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen binnen vijf jaar af te leggen; en

  • de door DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat ‘geslaagd’ (A2-niveau).

C

Paragraaf B12/2.1.2 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

2.1.2 Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule

Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.

In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/7.1, ad 2 Vc.

De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in artikel 3.96a, vierde lid, Vb gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij:

  • geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft gekregen;

  • geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;

  • geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;

  • geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of

  • nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 april 2013

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze, de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

TOELICHTING

Met ingang van 1 juli 2013 wordt het haalbaarheidsonderzoek van het ROC Amsterdam vervangen door een inspanningstoets. DUO geeft aan de hand van criteria een advies af waaruit blijkt of een vreemdeling ondanks aantoonbare inspanningen niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te halen.

Ontheffing op grond van aantoonbare inspanningen kan met ingang van 1 juli 2013 worden verleend in de volgende gevallen:

  • 1. de vreemdeling overlegt een beschikking van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waaruit blijkt dat hij op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet inburgering is ontheven van de inburgeringsplicht wegens aantoonbaar geleverde inspanning. Dit is een ontheffingsbeschikking van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. DUO is gemandateerd deze taak uit te voeren. Uit deze brief moet blijken dat de vreemdeling op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet inburgering is ontheven van de inburgeringsplicht wegens aantoonbaar geleverde inspanning om aan die plicht te voldoen.

  • 2. de vreemdeling overlegt een advies van DUO waaruit blijkt dat ondanks aantoonbaar geleverde inspanning van hem niet kan worden verwacht dat hij het inburgeringsexamen met succes aflegt. DUO geeft dit advies af, op verzoek van de vreemdeling, in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘humanitair niet-tijdelijk’ na vijf jaar gezinsvorming/hereniging of een aanvraag voor onbepaalde duur indien:

    • a. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en minimaal vier keer niet is geslaagd voor onderdelen van het inburgeringsexamen; of

    • b. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat hij de capaciteiten heeft om het inburgeringsexamen te halen.

Voor deelname aan de toets inzake het leervermogen (onder b) zijn kosten verbonden. Aan de beoordeling van de ontheffingsgrond zelf (onder a en b) bij DUO zijn geen kosten verbonden.

Voorts zijn enkele tekstuele wijzigingen aangebracht.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze, de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder

Naar boven