Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 12 april 2013, nr. IENM/BSK-2013/69090 tot wijziging van de Waterregeling (vrijstelling watervergunningplicht voor activiteiten van ondergeschikt belang; wijziging kaarten 2013.2)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 3.1, eerste en tweede lid, juncto artikel 3.3 en de artikelen 6.12, tweede lid, aanhef en onder f, en derde lid en 6.13, tweede lid, van het Waterbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

De Waterregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6.10 komt te luiden:

Artikel 6.10

Artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit is niet van toepassing op kanalen.

B

In artikel 6.11, eerste lid, onderdeel e, wordt ‘kunstobjecten’ vervangen door: kunstobjecten, vlaggenmasten, tuin- en straatmeubilair.

C

In bijlage II. Kaart met grenzen van oppervlaktewaterlichamen en zijwateren waar het Rijk het waterkwaliteitsbeheer voert, en grenzen van drogere oevergebieden (bijlage bij artikel 3.2, eerste lid, en 3.3 van de Waterregeling) worden de kaarten met onderstaande nummers vervangen door de hieronder genoemde kaarten met gelijke nummers, opgenomen in bijlage A, behorend bij deze regeling:

Kaart:

kaartnummer:

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

051

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

162

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

244

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

299

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

317

Beheer waterkwaliteit en drogere oevergebieden

318

D

In bijlage III. Kaart met grenzen van oppervlaktewaterlichamen en zijwateren waar het Rijk het waterkwantiteitsbeheer voert (bijlage bij artikel 3.2, tweede lid, van de Waterregeling) worden de kaarten met onderstaande nummers vervangen door de hieronder genoemde kaarten met gelijke nummers, opgenomen in bijlage B, behorend bij deze regeling:

Kaart:

kaartnummer:

Beheer waterkwantiteit

317

Beheer waterkwantiteit

318

ARTIKEL II

Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A en B, een aanvraag om een watervergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet is ingediend voor een op grond van artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder f, van het Waterbesluit juncto artikel 6.11 of 6.12 van de Waterregeling, als gewijzigd door deze regeling, van de watervergunningplicht vrijgestelde activiteit van ondergeschikt belang, en daarvoor op dat tijdstip nog geen van kracht zijnde en onherroepelijke watervergunning was verleend, wordt de aanvraag als melding in de zin van artikel 6.14 van de Waterregeling aangemerkt. Artikel 6.15 van die regeling is van toepassing.

ARTIKEL III

1. Indien voor een op het tijdstip, onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C en D, bestaand werk of bestaande handeling, welk of welke op dat tijdstip niet strijdig was met de daarvoor krachtens de Waterwet geldende regels of voorschriften, als gevolg van een wijziging krachtens deze regeling van een in bijlage II of III van de Waterregeling opgenomen beheergrens een watervergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet vereist zou worden, blijft ten aanzien van dat werk of die handeling de watervergunningplicht buiten toepassing.

2. Het eerste lid blijft van toepassing totdat er een wijziging van dat werk of die handeling plaatsvindt die op zichzelf beschouwd grond vormt voor een watervergunningplicht.

3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, geldt de watervergunningplicht voor het gehele samenstel van werken of handelingen.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen A en B met de kaarten, die ter inzage worden gelegd op het Ministerie van Milieu en Infrastructuur, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, en tevens raadpleegbaar zijn op en te downloaden van www.waterwet.nl .

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen.

BIJLAGE A, BEHOREND BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL C, VAN DE REGELING TOT WIJZIGING VAN DE WATERREGELING (VRIJSTELLING WATERVERGUNNINGPLICHT VOOR ACTIVITEITEN VAN ONDERGESCHIKT BELANG; WIJZIGING KAARTEN 2013.2)

Deze bijlage ligt ter inzage op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, en is tevens raadpleegbaar op en te downloaden van www.waterwet.nl .

BIJLAGE B, BEHOREND BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL D, VAN DE REGELING TOT WIJZIGING VAN DE WATERREGELING (VRIJSTELLING WATERVERGUNNINGPLICHT VOOR ACTIVITEITEN VAN ONDERGESCHIKT BELANG; WIJZIGING KAARTEN 2013.2)

Deze bijlage ligt ter inzage op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, en is tevens raadpleegbaar op en te downloaden van www.waterwet.nl .

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling wijzigt de Waterregeling op de volgende redactionele en uitvoeringstechnische punten:

  • redactionele vereenvoudiging van artikelen die de vrijstelling van de watervergunningplicht regelen, in verband met een wijziging van het Waterbesluit per 1 juli 2013;

  • wijziging van kaarten met beheergrenzen.

De onderhavige wijziging heeft geen gevolgen voor de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven noch voor de bestuurlijke en uitvoeringslasten van de Waterregeling.

Artikel I, onderdeel A (wijziging artikel 6.10 Waterregeling)

Met ingang van 1 juli 2013 is de formulering van de vrijstellingen voor de watervergunning voor het gebruik van rijkswateren in artikel 6.12, tweede lid, onderdelen a en b, van het Waterbesluit, sterk vereenvoudigd (artikel VII, onderdeel E, van het Besluit van 25 maart 2013 tot wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met regels inzake bodemenergiesystemen en enkele technische verbeteringen (Stb 2013, 112). In de eerdere formulering werd (met de nodige uitzonderingen en aanvullingen) verwezen naar bijlage II van Besluit omgevingsrecht (Bor), waardoor het voor de initiatiefnemer alsmede voor Rijkswaterstaat als bevoegd gezag ondoorzichtig was te beoordelen of het plaatsen van een bouwwerk in de rijkswateren vergunningplichtig was of niet. Deze verwijzing is vervangen door een concrete aanduiding van vergunningvrije bouwwerken. Onder de vrijstelling valt nu het bouwen van bouwwerken, voor zover de oppervlakte daarvan niet meer dan 30 m2 bedraagt (artikel 6.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Waterbesluit) of het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding (onderdeel b). In het eveneens gewijzigde derde lid van artikel 6.12 van het Waterbesluit wordt bepaald dat bij ministeriële regeling voor daarbij aan te wijzen categorieën oppervlaktewaterlichamen kan worden bepaald dat de vrijstelling van het tweede lid weer niet van toepassing is op daarbij aan te wijzen bouwwerken als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b.

Door de wijziging van het Waterbesluit is het noodzakelijk de bestaande uitzondering (op grond van artikel 6.12, derde lid, Waterbesluit) op de vrijstelling van de watervergunningplicht voor het plaatsen van bouwwerken in kanalen, zoals omschreven in artikel 6.10 van de Waterregeling en waarbij eveneens werd verwezen naar het Bor, anders te formuleren. In artikel 6.10 van die regeling, als gewijzigd door deze regeling, wordt nu bepaald dat de uitzondering op de vergunningplicht voor bouwwerken als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdelen a en b, van het Waterbesluit, niet geldt voor kanalen. Dat wil overigens niet zeggen dat alle bouwwerken bij kanalen vergunningplichtig zijn; vergunningvrije bouwwerken bij kanalen zijn als activiteiten van ondergeschikt belang benoemd in artikel 6.11 van de Waterregeling.

Artikel I, onderdeel B (wijziging artikel 6.11 Waterregeling)

Enkele objecten die genoemd zijn in bijlage II van het Bor, zoals vlaggenmasten en tuin- en straatmeubilair, zijn in aard en omvang vergelijkbaar met de reeds in artikel 6.11, lid 1, onderdeel e van de Waterregeling vermelde objecten. Deze objecten zijn daarom niet in het Waterbesluit benoemd, maar aan dit artikel toegevoegd. Het plaatsen van deze objecten is van ondergeschikt belang voor een veilige en doelmatige functievervulling van het waterstaatswerk.

Artikel I, onderdelen C en D (vervanging kaarten in bijlagen II en III Waterregeling)

Ingevolge deze onderdelen wordt een aantal kaarten met beheergrenzen vervangen in de bijlagen II en III van de Waterregeling.

  • bijlage II van de Waterregeling omvat de kaarten met grenzen van oppervlaktewaterlichamen en zijwateren waar het Rijk het waterkwaliteitsbeheer voert, en grenzen van drogere oevergebieden (bijlage bij artikel 3.2, eerste lid, en 3.3 van de Waterregeling).

  • bijlage III van de Waterregeling omvat de kaarten met grenzen van oppervlaktewaterlichamen en zijwateren waar het Rijk het waterkwantiteitsbeheer voert (bijlage bij artikel 3.2, tweede lid, van de Waterregeling).

    Deze regeling leidt ditmaal niet tot vervanging van kaarten in bijlage IV:

  • bijlage IV van de Waterregeling omvat de kaarten met grenzen van oppervlaktewaterlichamen en zijwateren waar het Rijk het waterstaatkundig beheer voert (bijlage bij artikel 3.2, derde lid, en artikel 6.7 van de Waterregeling).

De nieuwe kaarten bevatten gewijzigde grenzen voor het beheer.

De wijzigingen in de grenzen zijn veroorzaakt door:

  • verbeteringen van de eerste versie van de kaarten;

  • vastlegging van de met andere bevoegde gezagen (waterschappen, gemeenten, provincies) afgesproken aanpassingen van de beheergrenzen.

De kaarten zijn digitaal te raadplegen op en te downloaden van www.waterwet.nl .

Artikel II (overgangsrecht artikel I, onderdelen A en B)

Deze regeling heeft onmiddellijke werking. Dat wil zeggen dat deze tevens gaat gelden voor alle gevallen waarin nog geen onherroepelijk vergunning is verleend. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag om een watervergunning is ingediend in een geval dat op grond van artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder f, van het Waterbesluit juncto artikel 6.11 van de Waterregeling, als gewijzigd door deze regeling, is aangewezen als een van de vergunningplicht vrijgestelde activiteit van ondergeschikt belang, of daarvoor al een vergunning is verleend, maar deze nog niet van kracht en onherroepelijk is, vervalt de vergunningplicht en daarmee de eventuele vergunning. In dat geval wordt de eerdere aanvraag als melding aangemerkt (om dubbele administratieve lasten te voorkomen). Wel dient voldaan te worden aan de zorgplicht van artikel 6.15 Waterbesluit en de uitwerking daarvan in de artikelen 6.8 en 6.9 van de Waterregeling. Ook kunnen op grond van artikel 6.15 van de Waterregeling (dat van toepassing is) maatwerkvoorschriften worden gesteld. In gevallen waarin een vergunning reeds van kracht en onherroepelijk is maar een activiteit nog niet is voltooid, dient deze conform de verleende vergunning en eventuele toepasselijke algemene regels en maatwerkvoorschriften te worden voltooid.

Artikel III (overgangsrecht artikel I, onderdelen C en D)

Artikel III omvat de gebruikelijke overgangsbepaling bij wijziging van beheergrenzen voor ten tijde van het van kracht worden van deze regeling bestaande werken en handelingen. Deze worden niet watervergunningplichtig enkel door de wijziging van de beheergrenzen. Voorwaarde is wel dat deze werken en handelingen voorafgaand aan het van kracht worden van de gewijzigde beheergrenzen aan de krachtens de Waterwet gestelde regels en voorschriften voldoen (zorgplichten, algemene regels, maatwerkvoorschriften, meldingsplichten, informatieplichten enz.). Indien nadien een zodanige wijziging plaatsvindt dat deze zelfstandig grond vormt voor een watervergunningplicht, dient voor de handeling of het werk als geheel een watervergunning te worden aangevraagd.

Artikel IV (inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013. Voor zover de termijnen van de vaste verandermomenten onverhoopt niet (geheel) kunnen worden gevolgd (met name niet de periode van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding) is de reden daarvoor dat uitstel van inwerkingtreding zou leiden tot publieke en private nadelen vanwege dan optredend uiteenlopen van regelgeving in het Waterbesluit en de Waterregeling met complicaties in de uitvoering en onnodige administratieve en bestuurlijke lasten als gevolg.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen.

Naar boven