Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Centrum PublieksparticipatieStaatscourant 2013, 10437Overig

Windenergie op land, ministerie van Infrastructuur en Milieu en ministerie van Economische Zaken

Van 19 april tot en met 30 mei 2013 liggen de ontwerp-Structuurvisie Windenergie op land en het Milieueffectrapport ter inzage. U kunt tijdens deze periode hierop reageren.

Windenergie op land vormt een belangrijke bron om in 2020 16% van onze energie duurzaam op te wekken. Met het oog op het klimaat en de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen is een overgang naar een duurzame energiehuishouding nodig. Het Rijk wil ruimte bieden voor grootschalige windparken om de doorgroei naar ten minste 6.000 megawatt (MW) windenergie op land in 2020 te realiseren. Naast grootschalige windparken blijven ook kleinschalige initiatieven (< 100 MW) noodzakelijk om de 6.000 MW windenergie op land in 2020 te halen. De Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken hebben met de provincies afspraken gemaakt over de realisatie van 6.000 MW in 2020.

Ontwerp-Structuurvisie en Milieueffectrapport

In de ontwerp-Structuurvisie Windenergie op land geven de Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken aan in welke gebieden de ontwikkeling van grootschalige windenergie mogelijk is (zie kaartje) en met welke aandachtspunten rekening moet worden gehouden. De gebieden in de ontwerp-Structuurvisie zijn in overleg met de provincies aangewezen.

Naast het aanwijzen van gebieden wordt ingegaan op het nut en de noodzaak voor het reserveren van ruimte voor grootschalige windmolenparken en zijn de uitgangspunten voor het nieuwe beleid beschreven.

De Structuurvisie vormt het ruimtelijk toetsingskader voor initiatieven voor grootschalige windmolenparken van 100 MW of meer.

Voor deze ontwerp-Structuurvisie is een onderzoek naar de milieueffecten uitgevoerd. De effecten van grootschalige windenergie voor het milieu, de natuur en het landschap in de onderzoeksgebieden zijn beschreven in het Milieueffectrapport. De Commissie voor de m.e.r. wordt om advies gevraagd over het Milieueffectrapport.

Hoe kunt u reageren?

U kunt reageren op de ontwerp-Structuurvisie, het Milieueffectrapport en de onderliggende stukken. We stellen het op prijs als u specifiek aangeeft op welk onderdeel van de plannen u reageert en uw zienswijze onderbouwt met argumenten. Zo kunt u bijvoorbeeld aangeven als, naar uw mening, er feitelijke onjuistheden in de ontwerp-Structuurvisie en/of het Milieueffectrapport staan.

Van 19 april tot en met 30 mei 2013 heeft u de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Wij ontvangen uw zienswijze bij voorkeur digitaal. Dat kan via www.centrumpp.nl. U kunt ook een brief sturen naar Centrum Publieks-participatie, t.a.v. SWOL, Postbus 30316, 2500 GH Den Haag. Wilt u uw zienswijze mondeling geven? Dat kan via het Centrum Publieksparticipatie, telefoon 070 456 96 00.

Waar vindt u meer informatie?

Informatie over de ontwerp-Structuurvisie en het Milieueffectrapport is beschikbaar op www.centrumpp.nl onder het kopje ‘actuele zienswijzeprocedures’. Hier vindt u ook de documenten, de visiekaart en de wettelijke procedure (Wet milieubeheer en Algemene wet bestuursrecht).

De ontwerp-Structuurvisie vindt u ook op ruimtelijkeplannen.nl (identificatie: NL.IMRO.0000.IMsvWindOpLand-2000).

Inzien

De ontwerp-Structuurvisie en het Milieueffectrapport kunt u van 19 april tot en met 30 mei 2013 inzien op de volgende locaties:

de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken in Den Haag en bij alle provinciehuizen.

Meer informatie?

Hebt u na het bezoeken van de websites nog vragen over de ontwerp-Structuurvisie en/of het Milieueffectrapport? Voor vragen over de procedure kunt u terecht bij het Centrum Publieksparticipatie, telefoon 070 456 96 00.

Voor overige vragen kunt u mailen naar: structuurvisiewindopland@minienm.nl.

Vervolg

De zienswijzen worden, waar mogelijk, betrokken bij de definitieve Structuurvisie Windenergie op land. In het najaar van 2013 zullen de ministers de definitieve Structuurvisie vaststellen. Tegen de Structuurvisie kan niet in beroep worden gegaan.