Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren onder de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, alsmede in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

10 januari 2012

Nr. IENM/IVW-2011/14641

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 14 december 2011 van Fugro Aerial Mapping B.V., contactpersoon: D. Heuckelbach, adres: Dillenburgsingel 69, 2363 HW Leidschendam, telefoon: 070-317 07 82, e-mailadres: d.heuckelbach@fugro.com;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitvoeren van surveyvluchten met als doel via laseraltimetrie gegevens te verzamelen ten behoeve van het leveren van digitale hoogtebestanden in opdracht van het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, KLPD en energiemaatschappijen;

dat de ontheffing zich beperkt tot gebieden buiten aaneengesloten bebouwing, omdat het betrokken vliegtuig 1-motorig is;

dat de ontheffing zich beperkt tot plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden (CTR’s), omdat laagvliegen voor onder andere het inmeten van dijken, wegen, waterkeringen en andere infrastructurele werken al is geregeld in de Vrijstellingsregeling LVR;

Gelet op artikel 44, vijfde lid en artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op een vliegtuig van het type Cessna T-207 A met registratie PH-OTJ, of een vergelijkbaar vervangend vliegtuig, in gebruik bij Fugro Aerial Mapping B.V. waarmee surveyvluchten worden uitgevoerd.

Artikel 2 MINIMUM VFR-VLIEGHOOGTE

Aan de gezagvoerder van het vliegtuig, bedoeld in artikel 1, wordt van 7 januari 2012 tot en met 31 december 2012 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren die plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied beneden de minimum VFR-vlieghoogte, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2. er wordt niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3. vee niet wordt verstoord;

    • 4. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, etc., worden gemeden;

    • 5. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;

  • e. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door het Korps Landelijke Politiediensten of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • f. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de surveyvlucht, anders dan benodigd voor het uitvoeren van de surveyvlucht;

  • g. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied; de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst is niet verantwoordelijk voor het vrij blijven van bebouwing;

  • h. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie (telefoon: 020-502 56 93, fax: 020-502 56 99 of e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • naam gezagvoerder, registratie en model/type luchtvaartuig;

    • route en periode van de voorgenomen vlucht;

  • j. vóór aanvang van de vlucht die gaat plaatsvinden in een militair plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, wordt gecoördineerd met de Supervisor van AOCS NM (telefoon: 0577-45 87 00); aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • k. vóór aanvang van de vlucht die gaat plaatsvinden in een civiel plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk, telefoon: 020-406 22 01, fax 020-406 36 72 of e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden.

Artikel 3 VFR-VLUCHTEN IN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENINGSGEBIEDEN MET KLASSE A

Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde vliegtuig wordt van 7 januari 2012 tot en met 31 december 2012 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de gezagvoerder is te allen tijde in staat en bevoegd de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften voort te zetten;

  • c. de vluchten worden slechts uitgevoerd indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1.500 m en verticaal 300 m bedraagt;

  • d. het luchtvaartuig is uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften (OPS 1.865).

Artikel 4

Aan de gezagvoerder van het vliegtuig die de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoert, wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. voor deze vluchten wordt de procedure gevolgd voor ‘Survey projects’, zoals die is gepubliceerd op de site van de Operationele Helpdesk LVNL: http://www.lvnl-ohd.nl/;

  • b. vóór aanvang van een vlucht worden de volgende gegevens ter informatie naar aviation-approvals@ivw.nl (vanaf medio januari 2012 aviation-approvals@ilent.nl) gestuurd:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon,

    • het maatschappelijk belang van de opdracht,

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving),

    • gewenste vlieghoogten,

    • tijdsduur van opdracht,

    • periode waarbinnen opdracht moet zijn gevlogen,

    • het door de Operationele Helpdesk LVNL verstrekte projectformulier;

  • c. de aanvraag wordt pas door de Operationele Helpdesk LVNL in behandeling genomen wanneer deze vergezeld gaat van een ondertekende opdracht(verklaring); deze ondertekende opdracht bevat minimaal de informatie, genoemd in onderdeel b; voor het invullen van deze gegevens is een formulier beschikbaar; dit formulier is op te vragen bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • d. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn/haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag; e-mailadres: indussec@mindef.nl, fax: 070-441 92 04;

  • e. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren.

Artikel 5

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 6

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de desbetreffende opdrachtgevers.

Artikel 7

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 8

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten met een klein en langzaam vliegtuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A waarin normaliter alleen IFR-vluchten worden uitgevoerd door grote en snelle vliegtuigen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 9

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 10

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 7 januari 2012 en vervalt op 1 januari 2013, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: de Inspecteur IVW/Luchtvaart, M. van Velzen.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven