Vrijstelling op grond van artikel 65 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden inzake koolstofdioxide

10 mei 2012

Nr. IenMbsk-201269716

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gezien het verzoek van Duke Faunabeheer van 23 april 2012 tot vrijstelling van het verbod op het gebruik van koolstofdioxide in verband met de bestrijding van ganzen rondom de luchthaven Schiphol.

Gelet op artikel 65, eerste, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 43 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

Besluit:

Artikel 1

In verband met de bestrijding van ganzen rondom de luchthaven Schiphol wordt vrijstelling verleend van:

  • het verbod, bedoeld in artikel 43 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, tot het op de markt brengen, het voorhanden of in voorraad hebben, en het gebruiken van het biocide koolstofdioxide, ten behoeve van de bestrijding van ganzen rondom de luchthaven Schiphol.

Artikel 2

Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 1, worden de beperkingen en voorschriften, opgenomen in de bijlage bij dit besluit, verbonden.

Artikel 3

Toegestaan is uitsluitend het gebruik van de stof koolstofdioxide, ten behoeve van de bestrijding van ganzen rondom de luchthaven Schiphol in het kader van het convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol.

Artikel 4

De vrijstelling wordt verleend voor de duur van 60 dagen.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Vrijstelling verbod koolstofdioxide, ten behoeve van de bestrijding van ganzen rondom de luchthaven Schiphol.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt 60 dagen na het tijdstip van inwerkingtreding.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J.J. Atsma.

BIJLAGE

Voorschriften en beperkingen

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel voor het doden van vogels.

Het middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.

Kooldioxide wordt toegepast om vogels, die overlast veroorzaken, te doden.

Het vervoer van levende vogels naar de container dient tot een minimum worden beperkt.

Algemene instructies bij de toepassing van kooldioxide bij het doden van vogels:

  • Controleer aan de druk van de gascilinder of er voldoende kooldioxide beschikbaar is.

  • Plaats de vogels in een afsluitbare container.

  • Sluit de container.

  • Voer met hiervoor geschikte doseer- en meetapparatuur kooldioxide toe, totdat de concentratie in deze ruimte minimaal 70% bedraagt. Hiervoor is een kooldioxide detector aan de buitenkant van de container geplaatst.

  • Sluit de toevoer van kooldioxide af en wacht minimaal 5 minuten.

  • Controleer of de dieren overleden zijn, via een observatieluik of -venster.

  • Indien de dieren overleden zijn, open dan de container in de buitenlucht of op een andere goed geventileerde plaats, zodat de kooldiode kan ontsnappen. Wacht tot de concentratie in de container gedaald is tot beneden 15000 ppm (1,5%).

  • Voer de dode vogels af naar de eindbestemming.

  • Nadere instructies voor de veiligheid van de werknemer:

  • Wordt de container in een gesloten ruimte geopend, dan dient het volume van deze ruimte minimaal 50 maal het volume van de container te bedragen, zodat de 15 minuten grenswaarde voor kooldioxide niet wordt overschreden.

  • Indien de container of de ruimte waarin de container staat tijdens of korte tijd na beëindiging van de werkzaamheden betreden moet worden, dient een meting van de kooldioxideconcentratie uitgevoerd te worden met een persoonlijke kooldioxidedetector, die voor bedrijfsveiligheidsdoeleinden is bestemd. Indien de concentratie kooldioxide de 15 minuten grenswaarde overschrijdt dienen geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt te worden.

  • Als grenswaarde voor het betreden van de ruimte worden de beroepsmatige blootstellingslimieten voor kooldioxide gehanteerd (MAC-TGG 15 minuten: 15000 ppm (27000 mg/m3) en MAC-TGG 8 uur: 5000 ppm (9000 mg/m3).

TOELICHTING

Op 23 april 2012 heeft Duke Faunabeheer per brief (kenmerk BSK 2012/60595) verzocht om een vrijstelling van de werkzame stof koolstofdioxide voor het doden van ganzen rondom de luchthaven Schiphol.

In het convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol van 16 april 2012 wordt als één van de maatregelen genoemd het realiseren van gewenste omvang van de populatie overzomerende ganzen. Duke Faunabeheer heeft begin dit jaar het traject in gang gezet voor een aanvraag in Europa en een toelating in Nederland van de stof koolstofdioxide als avicide. Daartoe is een dossier aangeleverd bij het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het is vanwege de tijd die het kost voor beoordeling door de instanties nog niet mogelijk om dit jaar CO2 te gebruiken onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb), terwijl het convenant wel aangeeft dat het nodig is om de ganzenpopulatie in de omgeving van Schiphol zo spoedig als mogelijk is te reduceren.

De Faunabeheereenheid Noord-Holland zal voor Duke Faunabeheer een verzoek voor een aanwijzing in het kader van de Flora- en Faunawet (art. 67) indienen bij de provincie Noord Holland.

Het gebruik van biocides als avicide wordt uitsluitend toegestaan in het belang van de luchtvaartveiligheid.

Het Ctgb heeft de beoogde toepassing beoordeeld ten aanzien van de aspecten humane toxiciteit, residuen, gedrag in het milieu en ecotoxiciteit. Het College komt tot de volgende constateringen:

Humane toxiciteit:

Vrijstelling voor dit middel is acceptabel.

Volksgezondheid:

Van CO2 worden geen relevante residuen via voedsel verwacht.

Gedrag in het milieu:

Vrijstelling voor dit middel is acceptabel.

Ecotoxiciteit:

Vrijstelling voor dit middel is acceptabel.

Het Ctgb acht het risico van een vrijstelling op grond van artikel 65 van de Wgb van de stof koolstofdioxide acceptabel, mits de in dit besluit voorgestelde risicoreducerende maatregelen in acht worden genomen.

Op grond van artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende bij dit besluit daartegen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient u te adresseren aan de Staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Postbus 20901, 2500 EX Den Haag

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J.J. Atsma.

Naar boven