Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van PM, no. 269850, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij ten behoeve van enerzijds het mogelijk maken van vergunningverlening voor handmatige kokkelvisserij in bepaalde delen van de Waddenzee en anderzijds het sluiten van gebieden voor garnalen- en bodemberoerende visserij in de Waddenzee

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling visserij wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13, onder b, wordt de zinsnede ‘genoemd in bijlage 5’ vervangen door de zinsnede: genoemd in bijlage 3a en 5.

B

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. In het eerste lid, onder b, wordt de zinsnede ‘genoemd in bijlage 3 en 5’ vervangen door de zinsnede: genoemd in bijlage 3, 3a en 5.

3. In het eerste lid, onder c, wordt de zinsnede ‘genoemd in bijlage 6’ vervangen door de zinsnede: genoemd in bijlage 3a en 6.

4. Na het eerste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan wel een vergunning worden verleend voor het zonder mechanische hulpmiddelen vissen op kokkels in de gebieden, genoemd in bijlage 5a.

C

Het opschrift van Bijlage 3. Aanduiding van het referentiegebied in de Waddenzee, behorend bij de artikelen 11, 18, tweede lid, 34 en 35, onderdeel a en b, komt te luiden:

BIJLAGE 3. AANDUIDING VAN HET REFERENTIEGEBIED IN DE WADDENZEE, BEHOREND BIJ DE ARTIKELEN 11, 18, TWEEDE LID, 34 EN 35, EERSTE LID, ONDERDEEL A EN B.

D

Na bijlage 3 wordt bijlage A bij deze regeling ingevoegd.

E

Het opschrift van Bijlage 5. Aanduidingen van gebieden in de Waddenzee en de Oosterschelde, behorend bij de artikelen 13, 18, derde lid, 35, onderdeel b en 48, komt te luiden:

BIJLAGE 5. AANDUIDINGEN VAN GEBIEDEN IN DE WADDENZEE EN DE OOSTERSCHELDE, BEHOREND BIJ DE ARTIKELEN 13, 18, DERDE LID, 35, EERSTE LID, ONDERDEEL B EN 48.

F

Na bijlage 5 wordt bijlage B bij deze regeling ingevoegd.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 11 mei 2012

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker.

BIJLAGE A, BEDOELD IN ARTIKEL I, ONDERDEEL D

Bijlage 3a. Aanduidingen van gebieden in de Waddenzee, behorend bij artikel 35, eerste lid

I. Afsluitdijk, nr. 10

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

01 193

5

05 841

53

01 061

5

06 234

53

00 919

5

06 096

53

01 053

5

05 705

II. Afsluitdijk, nr. 11

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

00 768

5

09 075

53

00 813

5

09 523

53

00 615

5

09 569

53

00 607

5

09 121

III. Afsluitdijk, nr. 12

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

01 190

5

10 853

53

01 361

5

11 205

53

01 232

5

11 378

53

01 061

5

11 032

IV. Molenrak

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

10 300

5

19 055

53

10 300

5

20 411

53

10 030

5

20 411

53

10 030

5

19 055

BIJLAGE B, BEDOELD IN ARTIKEL I, ONDERDEEL F

Bijlage 5a. Aanduidingen van gebieden in de Waddenzee, behorend bij artikel 35, tweede lid

I. Terschellinger Wad

Het gebied dat wordt begrensd door de Waddenzeekust van Terschelling en de lijn lopend over de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

24 258

5

26 012

53

23 770

5

28 519

53

24 303

5

30 146

53

23 376

5

30 156

53

22 639

5

25 703

53

21 732

5

24 201

53

21 851

5

23 033

53

20 454

5

20 691

53

20 373

5

18 478

53

20 096

5

17 504

53

19 623

5

16 415

53

19 083

5

15 562

53

19 292

5

14 477

53

19 998

5

13 378

53

20 719

5

11 236

53

21 269

5

13 158

doch met uitzondering van de hierna genoemde drie gebiedjes:

  • 1). Het Groene strand, gelegen aan de Waddenzeekust;

  • 2). Havenkom, gelegen aan oostzijde van haven van West-Terschelling;

  • 3). Strook van 150 meter tussen de havenkom van West-Terschelling en de Boschplaat, gerekend vanaf Waddenzeekust.

II. Uithuizerwad

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

NB

 

OL

 

53

27 630

6

49 853

53

27 850

6

48 890

53

27 743

6

48 518

53

28 027

6

47 420

53

28 226

6

44 754

53

28 190

6

41 800

53

27 877

6

39 273

53

26 743

6

34 587

53

26 422

6

32 220

53

26 742

6

31 043

53

27 966

6

27 991

53

28 710

6

26 834

53

29 467

6

28 098

53

28 517

6

29 221

53

29 690

6

36 740

53

31 110

6

40 042

53

29 270

6

43 258

53

27 741

6

49 943

TOELICHTING

1 Inleiding

Met deze regeling wordt de Uitvoeringsregeling visserij (hierna: regeling) gewijzigd. Met deze wijziging wordt allereerst vergunningverlening voor handmatige kokkelvisserij in bepaalde gebieden van de Waddenzee mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt een viertal gebieden in de Waddenzee gesloten voor bodemberoerende visserij ten behoeve van effectenonderzoek van garnalenvisserij.

2 Aanleiding

Handmatige kokkelvisserij

In 2011 is een akkoord bereikt over een duurzame voortzetting van het handmatig kokkelvissen in de Waddenzee. Dit akkoord is overeengekomen door de verenigde handkokkelvissers ‘Op Handkracht Verder’, de in de ‘Coalitie Wadden Natuurlijk’ samenwerkende natuurorganisaties, de provincie Fryslân en ondergetekende.

Het akkoord regelt de continuïteit van het handkokkelen. De sector mag ook in jaren met minder kokkels een beperkte hoeveelheid (maximaal 2,5% van kokkelbestand) oogsten. De handkokkelvissers zullen meer verspreid gaan vissen en men laat altijd een flink percentage kokkels achter voor de vogels. De belangrijkste vogelgebieden, met name voor scholeksters, worden ontzien, terwijl in andere belangrijke gebieden beperkt zal worden gevist.

In het kader van de voornoemde meerjarenafspraken voor de handkokkelvisserij wordt uitgegaan van een verdeling van de Waddenzee in vier verschillende type gebieden:

  • A-gebieden : Gebieden die permanent voor de handkokkelvisserij gesloten zijn;

  • B-gebieden : Gebieden die zijn gesloten tijdens kokkelarme jaren en beperkt mogen worden bevist (max. 2 vaartuigen) tijdens kokkelrijke jaren;

  • C-gebieden : Gebieden die beperkt mogen worden bevist (max. 2 vaartuigen) tijdens kokkelarme jaren en ‘minder beperkt’ (max. 3 vaartuigen) mogen worden bevist tijdens kokkelrijke jaren;

  • D-gebieden : Gebieden waarin ten alle tijden, dus ook in kokkelarme jaren, door alle vergunninghouders kan worden gevist.

Met het oog op zowel een betere spreiding als een 'uitruil' met voor vogels waardevolle gebieden hebben partijen de intentie uitgesproken om in afstemming met belanghebbenden bepaalde (delen van de) vanaf 1993 gesloten gebieden in de Waddenzee (wederom) open te stellen voor de handkokkelvisserij. Het gaat hierbij om de gebieden, zoals beschreven in bijlage 5. Voor de Waddenzee betreft dit een 5-tal gebieden, die vanaf 1993 zijn gesloten voor de schelpdiervisserij (waaronder de handkokkelvisserij). Deze gesloten gebieden zijn destijds gekozen op grond van hun ongereptheid, de aanwezigheid van zeegrassen en droogvallende platen en de ligging van bestaande onderzoekslocaties. Het betreft hier onder meer het Waddengebied ten zuiden van Terschelling en het Waddengebied ten zuiden van Rottum. Op basis van het voornoemde akkoord hebben alle partijen ingestemd om zowel een deel van het gebied ten zuiden van Terschelling als een deel van het gebied ten zuiden van Rottum open te stellen voor de handkokkelvisserij en aan te merken als zgn. C-gebied. In ruil hiervoor zijn andere gebieden, die voorheen voor bevissing zijn opengesteld, inmiddels gesloten voor de handkokkelvisserij, aangezien deze gebieden zeer waardevol zijn voor vogels, met name scholeksters.

Effectenonderzoek van garnalenvisserij

In 2012 zal onderzoek starten naar de effecten van de garnalenvisserij op het bodemleven in de Voordelta, Noordzeekustzone en Waddenzee. Het doel van deze studie is informatie te verzamelen ten behoeve van de passende beoordeling ter voorbereiding van de vergunningverlening voor de garnalenvisserij vanaf 2014.

Voor het onderzoeksprogramma is het noodzakelijk dat er gebieden worden gesloten voor iedere vorm van bodemberoerende visserij. Voor de Waddenzee betreft het een drietal gebieden van elk 300 X 500 meter (15 ha.) in de nabijheid van de Afsluitdijk, alsmede een gebied in het Molenrak van 1.500 X 500 meter (75 ha.), dat relatief rijk is aan macrozoobenthos. Door middel van deze sluiting wordt onder meer onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van langlevende en kwetsbare benthossoorten, de effecten van garnalenvisserij op het bodemecosysteem en tenslotte de omvang en samenstelling van de bijvangst.

3 Inhoud van de regeling

Op grond van artikel 35, onderdeel b, van de regeling, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze regeling kon geen vergunning worden verleend voor het vissen met vistuigen geschikt voor het vangen van schelpdieren in de gebieden genoemd in de bijlagen 3 en 5 bij de regeling. In die gebieden kan derhalve geen vergunning worden verleend voor kokkelvisserij. Met de onderhavige regeling wordt vergunningverlening in een beperkt aantal van die gebieden mogelijk gemaakt, met dien verstande dat vergunningverlening slechts voor handmatige kokkelvisserij mogelijk is.

De essentie van de 'handkokkelvisserij' is dat met handkracht kokkels worden verzameld. Daarvoor wordt de kokkelbeugel of wonderklauw gebruikt. Dit vistuig bestaat uit een hark met daaraan verbonden een zakvormig net. De hark wordt door de achteruitlopende vissers door de bodem getrokken. Dit gebeurt uitsluitend wanneer er water op de plaat staat. Zand, kleine kokkels en andere organismen spoelen door het net en de grotere kokkels blijven in het net achter en worden in een bijboot verzameld.

Deze openstelling voor uitsluitend de handmatige kokkelvisserij vindt thans plaats voor een tweetal gebieden. Allereerst betreft dit het gebied ‘Terschellinger Wad’, gelegen ten zuiden van Terschelling. Daarnaast wordt ook het gebied ‘Uithuizerwad’ opengesteld, dat is gelegen ten zuiden van het Rottum.

Op grond van artikel 21 van de regeling is het verboden te vissen met garnalenvistuigen in onder meer de Waddenzee. Het zgn. referentiegebied nabij Rottum (bijlage 3 bij de regeling) is thans al gesloten voor alle vormen van visserij. Met deze regeling worden zowel de drie gebiedjes ten noorden van de Afsluitdijk als het gebied in het Molenrak gesloten voor de garnalenvisserij, als ook de bodemberoerende visserij, teneinde het benodigde effectenonderzoek naar de garnalenvisserij te laten uitvoeren.

4 Regeldrukeffecten

Deze regeling leidt niet tot een wijziging van de administratieve lasten en nalevingskosten.

Voor de handkokkelvissers geldt dat vóór deze wijziging de betreffende gebiedjes gesloten waren voor de schelpdiervisserij. Met deze aanpassing worden ze opengesteld voor handkokkelvisserij. De vissers behoeven in het kader van deze wijziging geen informatie aan de overheid te leveren. Er is evenmin een effect op de nalevingskosten. Deze regeling is relevant voor 31 handkokkelvissers.

De sluiting van het viertal gebieden ten behoeve van het garnalenonderzoek heeft betrekking op een oppervlakte van totaal 120 hectare, hetgeen overeenkomt met circa 0,05% van de gehele Waddenzee. De resultaten van dit onderzoek heeft de garnalensector zelf nodig bij het aanvragen van een nieuwe NB-wetvergunning vanaf 1 januari 2014. Er zijn geen effecten op de administratieve lasten of nalevingskosten. Om het effect op de omzet van de bedrijven te minimaliseren, zijn de vier gebieden in overleg met de garnalensector bepaald en vervolgens afgestemd met de mosselsector. Gelet hierop mag worden verondersteld dat bij de concretisering van deze maatregel gekozen is voor de minst belastende variant. Deze regeling is relevant voor 87 garnalenvissers.

5 Vaste verandermomenten

Ingevolge het kabinetsbesluit tot instelling van Vaste Verandermomenten zijn er vier momenten in het jaar dat ministeriële regelingen in werking kunnen treden en dienen regelingen minimaal twee maanden voor inwerkingtreding te worden gepubliceerd. Besloten is van deze termijnen af te wijken, omdat zowel de handkokkelsector als de garnalensector uitermate gebaat zijn bij een spoedige inwerkingtreding.

Voor de handkokkelsector is een aantal gebieden, die voorheen waren opengesteld voor de handkokkelvisserij, gesloten vanaf augustus 2011 (aanvang van het kokkelseizoen 2011/2012). Openstelling van de ‘uitruil-gebieden’ zou plaatsvinden na afstemming met belanghebbenden. Deze afstemming is pas begin maart 2011 afgerond, zodat de handkokkelsector al ruim een half jaar wacht op de uiteindelijke ‘uitruil’. Ook de sluiting van de gebieden ten behoeve van het effectenonderzoek van de garnalenvisserij dient snel afgerond te worden. Het betreffende onderzoek moet in het voorjaar van 2012 starten, opdat de resultaten van het 1e onderzoeksjaar noodzakelijk worden geacht in het kader van de aanvraag van een vergunning vanaf 2014.

6 Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdelen B, derde lid, en F

Door middel van de in onderdeel B opgenomen wijziging wordt een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 35 van de regeling. Dit lid vormt een uitzondering op onderdeel b van het eerste lid van dat artikel, op grond waarvan geen vergunning kan worden verleend voor het gebruik van vistuigen bedoeld voor het vissen op schelpdieren. Deze uitzondering geldt voor gebieden, genoemd in de door onderdeel F ingevoegde bijlage.

Met de zinsnede ‘zonder mechanische hulpmiddelen’ wordt mogelijkheid tot vergunningverlening beperkt tot handmatige kokkelvisserij.

Onderdelen C en E

Als gevolg van de nieuwe indeling van artikel 35 van de regeling, wordt door middel van de in deze onderdelen opgenomen wijzigingen het opschrift van bijlagen 3 en 5 bij de regeling die naar dat artikel verwijzen, geactualiseerd.

Onderdelen A, B, eerste en tweede lid, en D

Door middel van de in deze onderdelen opgenomen wijzigingen worden gebieden gesloten voor de garnalenvisserij (onderdeel B, eerste en tweede lid) en ook de bodemberoerende visserij (onderdeel A). Deze sluiting heeft betrekking op gebieden, genoemd in door onderdeel D ingevoegde bijlage.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker.

Naar boven