TOELICHTING
Algemeen
Deze regeling komt voort uit het bestuursakkoord, dat de staatssecretaris op 22 november
2011 gesloten heeft met de werkgeversorganisatie MBO Raad, namens de leden. Binnen
dit bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt voor het realiseren van verdere professionalisering
van medewerkers in het mbo. Dit op basis van de volgende professionaliseringsstappen
zijnde bekwaamheid van het management, professionalisering van het onderwijspersoneel
en kwaliteitsverbetering van het HRM-beleid. In de regeling worden middelen beschikbaar
gesteld aan ROC’s, vakinstellingen en AOC’s (exclusief het vo-deel). Instellingen
zullen een afzonderlijke brief ontvangen met een verdere uitleg van de gemaakte afspraken
in het bestuurakkoord en wat dit voor de instellingen betekent en wat van de instellingen
wordt verwacht.
Administratieve Lasten
Bij de voorbereiding van deze ministeriële regeling is nagegaan of sprake is van administratieve
lasten voor instellingen. Daarbij is de regeling intern ter beoordeling voorgelegd
voor toetsing op administratieve lasten. OCW voorziet voor deze regeling in verband
met de monitor binnen de regeling (2012), de evaluatie (2013) en de verantwoording
in de jaarrekening en de jaarverslaglegging een lichte verhoging van het administratieve
lastenbedrag ten opzichte van de huidige situatie. Door aan te sluiten bij de reguliere
systematiek blijft de verhoging van de administratieve lasten tot een absoluut minimum
beperkt.
Artikelsgewijs
Artikel 2 Doelomschrijving
In het bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt tussen de staatssecretaris en de MBO
Raad, namens de leden, over de (verdere) invulling van bekwaamheid van het management,
professionalisering van het onderwijspersoneel en kwaliteitsverbetering van het HRM-beleid
binnen de instellingen. Door middel van een plan van aanpak dienen instellingen invulling
te gegeven aan de eerder genoemde afspraken.
a. Bekwaamheid van het management
In 2012 wordt door de MBO Raad een competentieprofiel ontwikkeld voor het management.
In dit profiel komen de specifieke mbo-aspecten tot uiting, zowel de beheersmatige
als de onderwijskundige, waaronder in ieder geval leiderschap. Aan de hand van dit
profiel zullen uiterlijk 1 oktober 2012 door de MBO Raad voor alle managers de onderhoudseisen
worden vastgesteld. Alle instellingen scholen hun managers op basis van deze onderhoudseisen.
Hiermee wordt zo snel mogelijk gestart in 2012.
b. Professionalisering van onderwijspersoneel
Vanaf 2011 nemen alle instellingen in hun plan van aanpak op hoe en met welk resultaat
zij hun onderwijspersoneel in de periode 2012-2015 in staat zullen stellen zich verder
te professionaliseren.
c. Kwaliteitsverbetering HRM-beleid
Instellingen verbeteren hun HRM-beleid door het structureel voeren van functionerings-,
beoordelings- en contextgesprekken en het onderhouden van bekwaamheidsdossiers. In
2013 is er op dit punt een toename van 18% naar 50%.
In de plannen van aanpak wordt kwaliteitsontwikkeling binnen en tussen teams en instellingen
vormgegeven. Onder meer door middel van peer review en kennismanagement.
De begeleiding van beginnende leraren is in 2013 aantoonbaar verbeterd.
Artikel 3 Beschikbare middelen
In de regeling zijn twee subsidieplafonds. In 2012 zal in totaal een bedrag van € 15.240.000,–
beschikbaar worden gesteld voor de aanvullende bekostiging van de in artikel 2 genoemde
afspraken uit het bestuursakkoord in de mbo-sector. Binnen dit bedrag wordt voor
AOC’s (exclusief het eventuele VO-deel) het bedrag van € 600.000,– vrijgemaakt. In
2013 zal in totaal een bedrag van € 21.040.000,– beschikbaar worden gesteld. Binnen
dit bedrag wordt voor AOC’s (exclusief het eventuele VO-deel) het bedrag van € 900.000,–
vrijgemaakt.
Voor beide totaalbedragen geldt dat een derde van bovengenoemde middelen bestemd is
voor het verbeteren van de bekwaamheid van het management en de kwaliteitsverbetering
van het HRM-beleid. Tweederde van de middelen is bestemd voor verdere professionalisering
van het onderwijspersoneel in de mbo-sector. Het is mogelijk om van deze onderverdeling
af te wijken als maatwerk op instellingsniveau dit vraagt. Instellingen kunnen het
gebruik van een andere onderverdeling toelichten in hun plan van aanpak (zie toelichting
artikel 8).
Gedurende de periode van de regeling zal er een monitor/evaluatie plaatsvinden om
zicht te houden of de beoogde resultaten worden behaald (zie toelichting artikel 7).
Het al dan niet beschikbaar stellen van middelen na 2013 is afhankelijk van de behaalde
tussenresultaten. Financiering na 2013 zal plaatsvinden door middel van de prestatiebox.
Artikel 5 Betaling
In mei 2012 zal het bedrag van het betreffende jaar aan de instellingen betaalbaar
worden gesteld. Het beschikbaar te stellen bedrag in 2013 zal in maandelijkse gelijke
termijnen betaalbaar worden gesteld. Vanaf 2014 zal het dan beschikbaar te stellen
bedrag worden opgenomen in het betaalritme van de prestatiebox.
Artikel 6 Verantwoording
Overeenkomstig de Regeling overige OCW-subsidies en de Regeling jaarverslaggeving
onderwijs wordt de aan het verslagjaar toe te rekenen aanvullende bekostiging in de
jaarrekening herkenbaar als bate verantwoord, en worden de lasten verwerkt binnen
de daartoe bestemde posten. Omdat sprake is van een niet-geoormerkte aanvullende bekostiging
is een afzonderlijke specificatie van de lasten naar kostensoorten niet noodzakelijk.
Artikel 7 Monitor en evaluatie
In aanvulling op de financiële verantwoording van de besteding van de aanvullende
bekostiging en met het oog op de monitor, is informatie gewenst over het bereikte
resultaat. Daarom is hierover een afzonderlijk artikel in de regeling opgenomen.
De in artikel 2 beschreven professionaliseringsafspraken zijn gericht op maatwerk
per instelling. Er zal, naast het sectorniveau, ook op instellingsniveau bekeken worden
of instellingen in het plan van aanpak voldoende invulling geven aan eerder genoemde
afspraken. Door instellingen wordt momenteel invulling gegeven aan het actieplan MBO.
Instellingen rapporten hierover aan MBO15-Kwaliteit. In het verlengde hiervan zal
MBO15-Kwaliteit het eerder genoemde plan van aanpak beoordelen en rapporteren over
de realisatie van de professionaliseringsplannen. Medio 2012 en medio 2013 rapporteert
MBO15-Kwaliteit aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de aanpak
en de resultaten tot dan toe. Aan de hand van onder meer de monitor zal worden beslist
over (eventuele bijstelling van) vervolgfinanciering.
Artikel 8 Informatieplicht
Instellingen dienen, als onderdeel van het onderzoek dat rond het bestuursakkoord
en deze regeling wordt uitgevoerd, voor 15 mei 2012 een gedegen en ambitieus plan
van aanpak in bij MBO15-Kwaliteit. In dit plan geven instellingen aan wat hun uitgangssituatie
is en hoe en met welk resultaat zij hun onderwijspersoneel in de periode 2012-2015
in staat zullen stellen zich verder te professionaliseren, de bekwaamheid van het
management en het HRM-beleid verbeteren. Dit plan van aanpak wordt beoordeeld door
MBO15-Kwaliteit. Afhankelijk van het plan voert MBO15-Kwaliteit indien nodig aanvullende
gesprekken met de betreffende instellingen en rapporteert daarover aan het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Instellingen verplichten zich MBO15-Kwaliteit te voorzien van de juiste informatie
ten aanzien van de professionaliseringsdoelstellingen, zodat MBO15-Kwaliteit in staat
is tot het maken van een rapportage welke medio 2012 en medio 2013 aan het ministerie
van Onderwijs Cultuur en Wetenschap wordt aangeboden.
Artikel 9 Inwerkingtreding
De middelen die zijn gemoeid met deze regeling worden verstrekt op grond van een tijdelijke
regeling. Doelstelling is, afhankelijk van de behaalde resultaten, om de middelen
in 2014 op te nemen in binnen de prestatiebox. De inwerkingtredingdatum van de regeling
wijkt af van de vaste verandermomenten die gelden voor nieuwe regelingen. Hiervoor
is gekozen om de middelen zo spoedig mogelijk beschikbaar te stellen aan de instellingen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
H. Zijlstra.