Splitsing opsporingsvergunning P18b

Procesverloop:

  • Oranje-Nassau Energie B.V. (hierna: ONE) en Taqa Offshore B.V. (hierna: Taqa) zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 23 november 2011 met kenmerk ETM/EM/11158701 (Stcrt. 2011, nr. 23555) verleende opsporingsvergunning, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 23 december 2011 met kenmerk ETM/EM/11177479 voor een deel van het blok P18 (P18b) van het Continentaal Plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart;

  • de vergunninghouder heeft per brief van 20 december 2011, aangevuld op 15 februari 2012, gevraagd om op grond van artikel 19, onder a, van de Mijnbouwwet de vergunning te splitsen, zodat twee nieuwe vergunningen zullen gelden voor respectievelijk blokdeel P18b en P18d;

  • TNO Adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 10 januari 2012 advies uitgebracht.

Overwegingen:

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen, dat de huidige vergunninghouder ONE en Taqa de vergunning wil laten splitsen in P18b en P18d;

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat ONE wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet voor zowel P18b als P18d;

  • op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit gelden na de splitsing van de opsporingsvergunning voor de nieuwe vergunningen dezelfde beperkingen en voorschriften, alsmede dezelfde tijdsduur, als voor de te splitsen vergunning;

  • de twee na splitsing ontstane vergunningen tezamen gelden voor hetzelfde gebied als waarvoor de te splitsen vergunning geldt. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 135, derde lid, van het Mijnbouwbesluit;

  • op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunninggebied er niet toe dat een voorkomen zich na splitsing in twee vergunninggebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136 van het Mijnbouwbesluit;

  • er bestaat geen reden de splitsing te weigeren op grond van artikel 141 van het Mijnbouwbesluit;

  • TNO heeft geadviseerd in te stemmen met de splitsing van de vergunningen, zoals door de vergunninghouder is voorgesteld en daar een nadere omschrijving aan gegeven.

Gelet op de artikelen 19, onder a en 22 van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, eerste lid en 142, eerste lid van het Mijnbouwbesluit en artikel 1.8.1. van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1 (splitsing van de opsporingsvergunning P18b)

Artikel 1

De opsporingsvergunning voor blokdeel P18b wordt gesplitst in twee opsporingsvergunningen, elk voor een apart deel (P18b en P18d) van het blokdeel.

Artikel 2

Het ene deel van de opsporingsvergunning P18b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel P18b.

Dit blokdeel wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, E-F en G-H, door de lengtecirkels tussen de puntenparen A-E, C-M, F-G en H-I, door de grootcirkels tussen de puntenparen B-C, I-J en K-L, door cirkelboog 1 door de punten J en K en door cirkelboog 2 door de punten L en M. De eerder genoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:

A

52° 00' 40,000" N.B.

03° 58' 27,000" O.L.

B

52° 00' 40,000" N.B.

03° 59' 13,000" O.L.

C

52° 00' 29,000" N.B.

04° 00' 00,000" O.L.

E

52° 00' 00,000" N.B.

03° 58' 27,000" O.L.

F

52° 00' 00,000" N.B.

03° 40' 00,000" O.L.

G

52° 10' 00,000" N.B.

03° 40' 00,000" O.L.

H

52° 10' 00,000" N.B.

03° 47' 00,000" O.L.

I

52° 04' 21,072" N.B.

03° 47' 00,000" O.L.

J

52° 04' 16,801" N.B.

03° 47' 16,385" O.L.

K

52° 06' 15,485" N.B.

03° 51' 32,620" O.L.

L

52° 06' 37,449" N.B.

03° 51' 40,829" O.L.

M

52° 04' 48,172" N.B.

04° 00' 00,000" O.L.

Cirkelboog 1 heeft een middelpunt met de coördinaten 52° 01' 30,000" N.B. en 03° 54' 00,000" O.L. en een straal van 5 zeemijl.

Cirkelboog 2 heeft een middelpunt met de coördinaten 52° 01' 46,000" N.B. en 03° 53' 34,000" O.L. en een straal van 5 zeemijl.

De ligging van bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

De oppervlakte van blokdeel P18b bedraagt 311,16 km2.

Artikel 3

Het andere deel van de opsporingsvergunning P18b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel P18d.

Dit blokdeel wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en D-E, door de lengtecirkels tussen de puntenparen A-E en C-D en door de grootcirkel tussen de punten B en C.

De eerdergenoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:

A

52° 00' 40,000" N.B.

03° 58' 27,000" O.L.

B

52° 00' 40,000" N.B.

03° 59' 13,000" O.L.

C

52° 00' 29,000" N.B.

04° 00' 00,000" O.L.

D

52° 00' 00,000" N.B.

04° 00' 00,000" O.L.

E

52° 00' 00,000" N.B.

03° 58' 27,000" O.L.

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

De oppervlakte van blokdeel P18d bedraagt 2,04 km2.

Artikel 2 (opsporingsvergunning P18b)

Artikel 1

Aan Oranje-Nassau Energie B.V. en Taqa Offshore B.V. (hierna: vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend. De vergunning geldt voor het blokdeel P18b, zoals voorgeschreven in Artikel 1, onder 2.

Artikel 2

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 16 juli 2010 ontvangen aanvraag met dien verstande dat uiterlijk in het tweede jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een boring wordt geplaatst.

Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat betrekking heeft op blokdeel P18b, zoals beschreven in Artikel 1, onder artikel 2.

Artikel 3

Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt eindigt op 4 januari 2015.

Artikel 3 (opsporingsvergunning P18d)

Artikel 1

Aan Oranje-Nassau Energie B.V. en Taqa Offshore B.V. (hierna: vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend. De vergunning geldt voor het blokdeel P18d, zoals aangegeven in Artikel 1, onder artikel 3.

Artikel 2

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 16 juli 2010 ontvangen aanvraag met dien verstande dat uiterlijk in het tweede jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een boring wordt geplaatst.

Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat betrekking heeft op blokdeel P18d, zoals beschreven in Artikel 1, onder artikel 3.

Artikel 3

Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt eindigt op 4 januari 2015.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (Alp: X/050). Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven