Toestemming overdracht winningsvergunning Q16a

Nr. ETM/EM / 12007832

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Oranje-Nassau Energie Nederland B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland B.V. zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) van 17 november 1992 met kenmerk E/EMA/92079461 (Staatscourant 1992, nr. 227) verleende winningsvergunning voor een deel van het blok Q16 (Q16a), van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart. De winningsvergunning is laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 12 juli 2011 met kenmerk ETM/EM/11102519;

  • bij brief van 20 januari 2012, ontvangen op 31 januari 2012, heeft de vergunninghouder gevraagd om toestemming voor overdracht, op grond van artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet, van de winningsvergunning Q16a aan Oranje-Nassau Energie B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland B.V.

Overwegingen:

  • deze winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid, onder c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet;

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder vraagt om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Q16a, zodanig dat Oranje-Nassau Energie B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland B.V. gezamenlijk vergunninghouder worden van deze winningsvergunning, waarbij Oranjassau Energie B.V. de persoon blijft die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder geven geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht van de winningsvergunning aan de beoogde vergunninghouder. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • de beoogde vergunninghouder heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 25 eerste lid, van de Mijnbouwwet blijk gegeven van een gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet.

Gelet op artikel 20, eerste en derde lid, en artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning Q16a, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 17 november 1992 met kenmerk E/EAM/92079461 wordt toestemming verleend tot overdracht van de vergunning zodat Oranje-Nassau Energie B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland gezamenlijk houder zullen worden van de winningsvergunning Q16a.

Artikel 2

Oranje-Nassau Energie B.V. is de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en EBN B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: Y. Peters, MT-lid directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks is betrokken bij dit besluit, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven