Verkeersbesluit instelling regeling gebruik Rietbaan en Strooppot

22 maart 2012

Nr. RWS/DZH-2012/2249

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Verkeersbesluit te water

De Hoofdingenieur-Directeur van de Rijkswaterstaat dienst Zuid-Holland maakt namens de Minister van Infrastructuur en Milieu bekend dat voornoemde Minister het besluit heeft genomen voor de Rietbaan en Strooppot een regeling in te stellen voor het gebruik.

Begripsbepalingen

In dit verkeersbesluit wordt verstaan onder:

1. De ‘Hoofdingenieur-directeur’, de Hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Dienst Zuid-Holland, bezoekadres:

Boompjes 200 (3011 XD) Rotterdam, postadres: Postbus 556, 3000 AN Rotterdam;

2. Het ‘hoofd waterdistrict Merwede en Maas’:

het hoofd van het waterdistrict Merwede en Maas van Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland, bezoekadres: Van Leeuwenhoekweg 20, (3316 AV) Dordrecht, postadres: Postbus 556, 3000 AN Rotterdam;

3. ‘Svw’:

de Scheepvaartverkeerswet;

4. ‘Bpr’:

het Binnenvaartpolitiereglement;

5. ‘Awb’:

Algemene wet bestuursrecht.

Vereiste van besluit

  • Op grond van artikel 2 en 4 van de Svw ben ik bevoegd gezag op de Rietbaan en Strooppot, omdat deze in open verbinding staat met de Noord. Het beheer van de Rietbaan en Strooppot is bij het Rijk.

  • Krachtens artikel 4, eerste lid onder a van de Svw wordt bepaald dat regels worden gesteld met betrekking tot het deelnemen.

  • Artikel 4 tweede lid onder a Svw geeft aan de verplichtingen met betrekking tot het varen en het ligplaats nemen met schepen en andere vaartuigen.

  • Krachtens artikel 5, eerste lid van de Svw worden beslissingen met betrekking tot het aanbrengen of verwijderen van een verkeersteken genomen door het bevoegd gezag.

  • Krachtens artikel 5.02 van het Bpr heeft een verkeersaanwijzing prioriteit boven een gedragsregel en een verkeersteken.

Procedure

Door mij is geen voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb gevolgd. Reden hiervan is dat ik ervan uitga dat belanghebbenden door het nemen van dit besluit redelijkerwijs niet in hun rechten worden geschaad.

Belangenafweging en motivering

  • Dat in het belang van het doelmatig gebruik, alsmede in het belang van de veiligheid en de vlotheid van de scheepvaart ter plaatse;

  • Dat met belanghebbenden overleg is gevoerd;

  • De genoemde Rietbaan en Strooppot deel uitmaken van een vaarweg die in het beheer is bij het Rijk.

  • Dat ingevolge artikel 9.03, lid 1 juncto bijlage 14 sub a van het Binnenvaartpolitiereglement de Noord met inbegrip van de Rietbaan verboden is een ligplaats in te nemen dan wel te ankeren of te meren;

  • De overnachtingplaats, zijnde een ligplaats, langs de rechteroever van de Rietbaan bij de Sophiapolder met een lengte van 300 meter, waar (motor)schepen met een lengte tot 135 meter (CEMT-klasse Va), na verkregen toestemming, beperkt voor maximaal 1 x 24 uur, kunnen worden toegelaten met een ligplaatsbreedte van maximaal 35 meter conform artikel 7.04 lid 2 Bpr.

  • Dat een veersteiger, zijnde een ligplaats, langs de rechteroever van de Rietbaan bij de Sophiapolder, kilometerraai 977.820 en 977.870, aangeduid is voor vergunninghouders, waaraan één veerpont ligplaats kan nemen binnen de inkassing.

  • Dat vanaf de bovenmonding van de Rietbaan, met de Strooppot, tot aan de bovenstroomsezijde van de aan de linkeroever liggende insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.915, het toegestaan is met een schip te varen tot een lengte van 85 meter, breedte van 8,20 meter en diepgang van 2,70 meter (CEMT-Klasse III);

  • Dat vanaf de benedenmonding van de Rietbaan tot aan de benedenstroomsezijde van de aan de linkeroever liggende insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.965, het toegestaan is met een schip van 17 meter breed en 135 meter lang, te varen tot een diepgang van 4,00 meter (CEMT-Klasse Va);

  • Dat vanaf de benedenmonding aan de linkeroever van de Rietbaan tot aan de linkeroever liggende insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.965, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot een breedte van 35 meter;

  • Dat aan de linkeroever van de Rietbaan, vanaf de splitsing met de Strooppot tot aan de linkeroever liggende insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.915, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot een maximale breedte van 25 meter;

  • Dat aan beide oevers van de Strooppot, vanaf de splitsing met de Rietbaan, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot de vaargeul;

  • Dat de vaargeul met vrije doorvaartbreedte vanaf de bovenmonding tot aan de splitsing met de Strooppot 20 meter breedte bedraagt;

  • Dat de vaargeul met de vrije doorvaartbreedte, vanaf de splitsing met de Rietbaan, in de Strooppot 15 meter bedraagt;

  • Dat de vaargeul met vrije doorvaartbreedte, vanaf de splitsing met de Strooppot, tot aan de benedenmonding van de Rietbaan 40 meter bedraagt.

Besluit:

Op grond van vorenstaande overwegingen neem ik de volgende besluiten voor de Rietbaan en Strooppot:

  • 1. Het ligplaats nemen in de Rietbaan en Strooppot te verbieden.

  • 2. Dat vanaf de benedenmonding aan de linkeroever van de Rietbaan tot aan de linkeroever gelegen insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.965, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot een breedte van 35 meter;

  • 3. Dat aan de linkeroever van de Rietbaan, vanaf de splitsing met de Strooppot tot aan de linkeroever liggende insteekhaven, ter hoogte van kilometerraai 978.915, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot een maximale breedte van 25 meter;

  • 4. Dat aan beide oevers van de Strooppot, vanaf de splitsing met de Rietbaan, het toegestaan is binnen de verkregen ontheffing, ingevolge artikel 9.03 lid 6 van het binnenvaartpolitiereglement, met schepen af te meren tot de vaargeul met behoud van een vrije doorvaartbreedte van 15 meter;

  • 5. Het ligplaats nemen aan genoemde overnachtingplaats aan de rechteroever van de Rietbaan bij de Sophiapolder toe te staan indien dit geschiedt conform de geplaatste verkeerstekens genoemd onder punt 9 en onder de volgende voorwaarden:

    • a. Via marifoonkanaal 71 of per telefoon 0800-0236200 dient aan de Regionale Verkeerscentrale Dordrecht toestemming gevraagd te worden, waarbij de volgende gegevens dienen te worden verstrekt:

      • naam schip

      • afmeting schip

      • aard en hoeveelheid van de lading

      • verwacht tijdstip van vertrek

    • b. Het is aan de overnachtingplaats verboden:

      • langer dan één dag ligplaats te nemen;

      • een schip zonder voldoende en bekwaam personeel, uitrusting en voortstuwing gemeerd te laten liggen;

      • zich met een schip te bevinden in een zodanige toestand dan wel zodanig beladen dat milieuschadelijke stoffen daarvan te water kunnen geraken;

      • zich met een schip te bevinden groter dan 135 meter lengte en/of breder dan 17 meter;

      • de duwboot van een duwstel los te koppelen;

      • reparatie of onderhoudswerkzaamheden te verrichten waardoor een schip niet kan verhalen of vertrekken;

      • passagiers aan of van boord te zetten;

      • huishoudelijk afval op andere dan de daarvoor bestemde plaats te deponeren;

      • stoffen of voorwerpen achter te laten;

      • te ankeren en/of spudpalen te gebruiken;

      • te zwemmen of spelevaren.

  • 6. Het is een schip dat de overnachtingplaats aan de Rietbaan bezoekt of verlaat alleen toegestaan via de benedenmonding van de Rietbaan te varen en daarbij zich te melden aan de Regionale verkeerscentrale Dordrecht.

  • 7. Op grond van artikel 3, lid 1 en 2, van de Svw het instellen van een beperkte toelating van schepen voor het varen en innemen van een ligplaats aan de overnachtingplaats in de Rietbaan en Strooppot.

  • 8. Voor schepen en/of samenstellen die bepaalde stoffen vervoeren, bedoeld in het ADN, nr. 7.1.5.0 en 7.2.5.0 voorzien van een of meer blauwe kegels met de punt naar beneden of blauwe lichten het niet toegestaan is de Rietbaan met Strooppot en overnachtingplaats te bezoeken.

  • 9. De verkeersteken C.1 met aangegeven diepte van 400 centimeter, B.11 met onderbord F.3 melden RVC, E.7 met F.3 onderbord afmeerbreedte 35 meter en max 1 x 24 hr., F.2a met vermelding 300 meter, alsmede het bord E.7 met onderbord uitsluiten vergunninghouders uit de bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement te plaatsen op een wijze zoals hierna aangegeven.

    C.1 met aangegeven diepte 400; aan de

    benedenmonding van de Rietbaan op de rechteroever

    (Sophiapolder) t.h.v. KMR. 979.450;

    C.1 aan de bovenstroomsezijde van de

    overnachtingplaats langs de rechteroever van de

    Rietbaan (Sophiapolder) t.h.v. KMR. 978.900;

    B.11 langs de rechteroever in het midden van de

    overnachtingplaats (Sophiapolder);

    F.3 vermelding ‘Melden RVC’ als onderbord van

    B.11;

    E.7 langs de rechteroever in het midden van de

    overnachtingplaats(Sophiapolder);

    F.3 vermelding ‘Afmeerbreedte 35 m.’ en ‘Max 1 x

    24 hr’ als onderbord van E.7;

    E.7 met F.2a toestemming meren met afstand ‘300

    meter’ vermelding links en rechts t.h.v. de

    landbolders op de rechteroever bij de

    overnachtingplaats (Sophiapolder);

    E.7 met F.3 bij ligplaats veerpont aan de

    rechteroever van de Rietbaan (Sophiapolder) tussen

    KMR. 977.820 en 977.870.

  • 10. Dit verkeersbesluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Hoogachtend,

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze: het hoofd waterdistrict Merwede en Maas, W. Voorberg.

Naar boven