Besluit van de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 28 februari 2012, nr. WBV 2012/2, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C24/13 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

(13) Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust

1 Achtergrond

Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C22 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.

De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het thematisch ambtsbericht van de Minister van BuZa van september 2011 over de situatie in Ivoorkust (zie de website van het Ministerie van BuZa).

2 Besluitmoratorium

Ten aanzien van asielaanvragen van vreemdelingen afkomstig uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.

3 Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
3.1 Etnische groepen en minderheden

Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege zijn etnische afkomst te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.

3.2 Vrouwen
Algemeen

Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/3.3 is van toepassing.

(Seksueel) geweld tegen vrouwen

Vrouwen en meisjes die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging in Ivoorkust, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.

Genitale verminking

Indien een vrouw nog niet besneden is en dit in haar land van herkomst niet kan ontlopen, kan sprake zijn van een reëel risico voor een schending van artikel 3 EVRM. In die situatie kan op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.

3.3 Minderjarigen

Minderjarigen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging of andere mensenrechtenschendingen in Ivoorkust, kunnen conform het algemene beleid op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de minderjarigheid van betrokkene.

3.4 Homoseksuelen

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.10.2 is van toepassing. Homoseksualiteit is op zichzelf geen reden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Indien de vreemdeling zich beroept op discriminatie en deze discriminatie is aan te merken als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (zie C2/2.5), kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich heeft gewend tot de autoriteiten voor bescherming.

3.5 Dienstplichtigen en deserteurs

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.

4 Traumatabeleid

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.3 is van toepassing.

5 Categoriale bescherming

Asielzoekers uit Ivoorkust komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).

6 Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
6.1 Vlucht- en/of vestigingsalternatief

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.3.1 is van toepassing.

6.2 Veilig land van herkomst

Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.

6.3 Veilig derde land / land van eerder verblijf

Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig derde land.

6.4 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C10/1.

6.5 Algehele veiligheidssituatie

Er is in Ivoorkust geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 3 EVRM. De algemene situatie is niet zodanig dat ten aanzien van elke asielzoeker uit Ivoorkust zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat hij of zij bij terugkeer naar Ivoorkust enkel door zijn of haar aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt het slachtoffer te worden van een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM.

7 Opvangmogelijkheden Amv’s

Ten aanzien van Amv’s uit Ivoorkust kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.

8 Vertrekmoratorium

Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 28 februari 2012

De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, voor deze: de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

TOELICHTING

Algemeen

Op 29 september 2011 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een thematisch ambtsbericht over de situatie in Ivoorkust uitgebracht. Met het oog op een besluit over het al dan niet verlengen van het besluit- en vertrekmoratorium voor asielzoekers, werd in dit ambtsbericht met name ingegaan op de veiligheidssituatie alsmede op de recente politieke ontwikkelingen.

De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op basis van het ambtsbericht geconcludeerd dat in Ivoorkust niet langer sprake is van een situatie die een besluit- en vertrekmoratorium rechtvaardigt.

De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, voor deze: de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

Naar boven