Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 4878 | Onteigeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 4878 | Onteigeningen |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Ingevolge de artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet kan onteigening uit kracht van een koninklijk besluit plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van een inpassingsplan.
Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening
Provinciale Staten van Limburg verzoeken Ons bij besluit van 8 oktober 2010, no. G-10-019-1, om ten name van die provincie over te gaan tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Venlo en Horst aan de Maas.
Op 23 december 2010 hebben Gedeputeerde Staten van Limburg het verzoek aan Ons ter besluitvorming voorgedragen.
Gelet op de status van de provincie Limburg als opdrachtgever, toekomstig eigenaar en beheerder van de weg, kunnen wij Provinciale Staten van Limburg aanmerken als meest gerede partij bij de gevraagde onteigening.
Planologische grondslag
De onroerende zaken waarop het verzoek van Provinciale Staten van Limburg (verder te noemen: verzoeker) betrekking heeft, zijn begrepen in het provinciale inpassingsplan ‘Greenportlane’ (verder te noemen: het inpassingsplan).
Het inpassingsplan is op 10 juli 2009 vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg en is vanaf 13 december 2010 onherroepelijk van kracht.
De in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaken zijn in het inpassingsplan aangewezen voor de bestemmingen ‘Verkeer (V)’ en ‘Verkeer-Railverkeer (V-RV)’, alsmede de dubbelbestemming ‘Leiding (hoogspanningsverbinding, olie en riool)’. In de door de provincie Limburg voorgestane wijze van planuitvoering wordt inzicht verschaft door het inpassingsplan met de daarbij behorende toelichting, regels en verbeelding.
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Overeenkomstig artikel 78, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zijn het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 79 van de onteigeningswet bedoelde stukken en gegevens met ingang van 26 augustus 2011 in de gemeenten Venlo en Horst aan de Maas en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu (locatie Rijnstraat 8 te Den Haag) ter inzage gelegd. Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb, hebben de burgemeesters van Venlo en Horst aan de Maas van het ontwerp koninklijk besluit en de terinzagelegging daarvan op 24 respectievelijk 25 augustus 2011 openbaar kennis gegeven in het plaatselijk verschijnende ‘E3 Journaal’ en ‘HALLO Horst aan de Maas ‘. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu (Onze Minister) heeft van het ontwerpbesluit enz. openbaar kennis gegeven in de Staatscourant van 24 augustus 2011, nummer 15294.
Verder heeft Onze Minister overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb het ontwerp koninklijk besluit met brief van 22 augustus 2011 (kenmerk BJZ 2011 051754) toegezonden aan belanghebbenden, waaronder verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid tot het naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren kunnen brengen van zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.
Overwegingen
Noodzaak en urgentie
Het inpassingsplan voorziet in de aanleg van een regionale verbindingsweg, de Greenportlane. Deze weg dient tevens ter ontsluiting van het zogenaamde Klavertje-4 gebied en van het terrein van de in 2012 in Venlo te houden wereldtuinbouwtentoonstelling ‘Floriade’. Op deze gronden is voorzien in de aanleg van verkeersinfrastructuur. De weg zal blijkens de overlegde stukken uitgevoerd worden als twee gescheiden enkele banen met tussenberm, brede bermen met bermsloten en diverse kunstwerken, zoals rotondes en viaducten. Met de tweede fase wordt de uitvoering van de weg afgerond. De werken die deel uitmaken van de tweede fase moeten per 1 april 2013 worden opgeleverd. Gezien deze strakke termijn wenst verzoeker zo spoedig met de realisering van het inpassingsplan na verwerving van de in het onteigeningsverzoek begrepen gronden te beginnen. Daarmee wordt voldaan aan het voor de beoordeling van de urgentie van de verzochte onteigening door Ons gehanteerde tijdvak van vijf jaar na de datum van dit besluit
Met de eigenaren van het in het onteigeningsverzoek begrepen onroerende zaken heeft de provincie Limburg overleg gevoerd om de eigendom minnelijk te kunnen verwerven. Op het moment van het verzoekbesluit was met een aantal eigenaren nog geen overeenstemming bereikt.
Omdat het ten tijde van het verzoek niet aannemelijk was dat het minnelijk overleg op afzienbare termijn alsnog zou leiden tot vrijwillige eigendomsoverdracht, hebben Provinciale Staten van Limburg tot hun verzoek besloten om de tijdige verwezenlijking van het inpassingsplan zeker te stellen.
Zienswijzen
Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerp koninklijk besluit zijn bij Ons tijdig zienswijzen naar voren gebracht door:
1. mr. P. Goumans namens de niet nader genoemde erven van M.H. Berkels, P.M. Berkels en P.G. Berkels per brief van 30 september 2011; verder te noemen: reclamanten 1.
2. mr. I.L. van Groningen namens mevrouw A.M. Hendrika Engels en Grubbenvorst VOF en haar vennoten KDG Venlo B.V., V.H.G. Venlo B.V. en Venlo TPN (gezamenlijk verder te noemen: Grubbenvorst VOF) per brief van 4 oktober 2011; verder te noemen: reclamanten 2.
3. ing. W.P.E. Gerrickens namens Reca-Berg Vastgoed B.V. per brief van 6 oktober 2011, verder te noemen: reclamante 3.
Overeenkomstig artikel 78, vierde lid, van de onteigeningswet zijn reclamanten in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen
Reclamanten 1 brengen in hun zienswijze naar voren dat zij steeds bereid zijn geweest tot minnelijk overleg. Vanuit die bereidheid is ook overeenstemming bereikt en de gemeente kan tijdig over de benodigde gronden beschikken. Het is de provincie Limburg die niet tot afwikkeling overgaat. Elke noodzaak tot onteigening ontbreekt dan ook.
Voorts stellen reclamanten 1 dat een actuele onderbouwing voor de behoefte aan gebiedsontwikkeling Klavertje 4 ontbreekt in het inpassingplan. Uit de toelichting en regels van het inpassingspan volgt dat de verkeerssituatie in het noordelijk deel van het Klavertje 4 pas in 2020 een knelpunt wordt. Voor de ontsluiting in het zuidelijk deel voldoet de bestaande weg nog. Van urgentie is geen sprake.
De zienswijze van reclamanten geeft Ons aanleiding tot de volgende overwegingen.
De in de zienswijze met naam genoemde overleden personen zijn blijkens het kadaster ieder voor 1/3 deel eigenaar van het perceel, kadastraal bekend gemeente Sevenum, sectie T, nummer 26, waarvan een gedeelte op de onteigeningslijst als grondplannummer 125 is opgenomen.
Wat de minnelijke verwerving betreft, overwegen Wij in het algemeen dat artikel 17 van de onteigeningswet bepaalt, dat de onteigenende partij hetgeen onteigend moet worden eerst door minnelijke overeenkomst in eigendom tracht te verkrijgen. Dit artikel heeft betrekking op de gerechtelijke fase van de onteigeningsprocedure. Het minnelijk overleg in de daaraan voorafgaande administratieve fase van de onteigeningsprocedure is echter één van de criteria waaraan door Ons kan worden getoetst bij de beoordeling van de noodzaak tot onteigening. Omdat onteigening als uiterste middel is bedoeld, zijn Wij van oordeel dat pas van dit middel mag worden gebruikgemaakt, als vóór het begin van de onteigeningsprocedure langs minnelijke weg niet of niet in de gewenste vorm tot overeenstemming is te komen. Aan deze voorwaarde is naar Ons oordeel in het kader van onteigeningen ingevolge Titel IV van de onteigeningswet in beginsel voldaan, indien vóór het verzoek aan de Kroon om een onteigeningsbesluit te nemen, is begonnen met de onderhandelingen over de minnelijke verwerving en dat op het moment van het verzoek voldoende aannemelijk is dat die onderhandelingen voorlopig niet tot de eigendomsoverdracht zullen leiden. Daarbij moet sprake zijn van een serieus minnelijk overleg. Doet zich deze situatie voor, dan kunnen Wij tot onteigening besluiten om daarmee een tijdige uitvoering van het inpassingsplan zeker te stellen.
Uit de overlegde stukken blijkt dat er al vanaf 2009 tussen de provincie en de erven of hun vertegenwoordigers wordt onderhandeld over minnelijke grondaankoop. Er zijn daarbij ook aanbiedingen gedaan per brieven van 1 mei 2009 en 19 april 2010. Uit het door Ons ingestelde onderzoek is voorts gebleken dat er in principe mondelinge overeenstemming is bereikt tussen partijen over de verkoop van het gehele perceel. Verzoeker moet daarmee echter nog formeel instemmen, maar die instemming is mede afhankelijk van een externe partij, de ontwikkelingsmaatschappij van Klavertje 4 (DCGV). DCGV dient namelijk gronden die niet direct nodig zijn voor de aanleg van de weg - waartoe deze onteigening strekt - over te nemen van de provincie. Zolang de formele instemming nog niet is verkregen en de koopovereenkomst nog niet getekend en notarieel is gepasseerd, is verwerving van de betrokken onroerende zaak nodig, teneinde de uitvoering van het inpassingsplan te borgen.
Ten aanzien van de door reclamanten aangevoerde zienswijze inzake het ontbreken van een actuele onderbouwing voor de behoefte aan gebiedsontwikkeling in Klavertje 4 in het inpassingsplan overwegen Wij het volgende. Reclamanten doelen voor wat betreft de gebiedsontwikkeling kennelijk op de aangrenzende geplande bedrijfsterreinen Trade Port Noord en Park Zaarderheiken. Dit onderdeel van de zienswijze is thans niet relevant, omdat het onderhavige verzoek ziet op onteigening voor de regionale weg Greenportlane (tweede fase). Voor de algemene beantwoording ten aanzien van noodzaak en urgentie van deze weg verwijzen Wij naar hetgeen Wij hiervoor hebben opgemerkt. De zakelijke beschrijving in het dossier geeft ondermeer nog aan: ‘De Greenportlane is primair een nieuwe regionale verbindingsweg met een regionale verkeersfunctie, welke secundair tevens dient als gebiedsontsluiting voor het Klavertje 4-gebied. Daarnaast dient de nieuwe weg ter ontsluiting van de Floriade 2012’. De noodzaak is dus aanwezig.
Voor zover deze zienswijze van planologische aard is en zich richt tegen het inpassingsplan merken wij op dat dit onderdeel naar voren gebracht had kunnen worden in de procedure van het inmiddels sedert 13 december 2010 onherroepelijke inpassingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
De weg zal volgens de provincie Limburg worden opgeleverd in 2013. De urgentie van de onteigening is derhalve evident.
Alles overziende geeft de zienswijze van reclamanten 1 Ons geen aanleiding om het verzoek om onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
Reclamanten 2 brengen in hun zienswijze naar voren dat aan Grubbenvorst VOF als belanghebbende geen afschrift is gezonden van het ontwerpbesluit tot onteigening, terwijl het de gemeente genoegzaam bekend was dat zij economisch eigenaar is van het perceel sectie X, nummer 94. Dat is in strijd met artikel 3:13 Awb en reclamante voelt zich in haar belangen geschaad, doordat zij pas op een laat moment op de hoogte kwam van het ontwerpbesluit.
Reclamanten 2 menen voorts dat er geen urgentie en noodzaak tot onteigening is. Genoemd perceel ligt in een gedeelte van het bestemmingsplan bedrijventerrein Trade Park Noord en Park Zaarderheiken waaraan goedkeuring is onthouden. Het tweede gedeelte van de Greenportlane waarvoor thans onteigend wordt, is niet direct nodig voor de Floriade tentoonstelling die op 7 oktober 2012 sluit en de onroerende zaak is ook niet nodig, noch urgent voor de ontsluiting van het Klavertje 4 gebied. Ook bestaat er geen duidelijkheid over de inrichting van dit gebied.
Ook brengen reclamanten 2 naar voren dat er geen dan wel onvoldoende minnelijke onderhandelingen hebben plaatsgevonden. Van de reclamanten 2 heeft mevrouw Engels ruim vijf jaar geleden een brief ontvangen (verzonden op 7 september 2006) van de gemeente Venlo, die evenwel niet onteigent. Het bovenstaande is in strijd met artikel 17 van de onteigeningswet. Genoemde brief zag bovendien op onteigening ter realisatie van het bestemmingsplan bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken en niet op de realisatie van Greenportlane. Er is dus geen aanbod gedaan in het kader van de huidige onteigeningsprocedure. In de brief van 2006 ging het op de aankoop van drie hele percelen, waaronder het betrokken perceel X 94, en niet op het te onteigenen gedeelte van dit laatste perceel. Voorts heeft de gemeente een te lage prijs geboden. Door de vaststelling op 10 juli 2009 van het inpassingsplan is er sprake van een dwangbestemming. Daardoor is de eliminatieregel uit artikel 40 c van de onteigeningswet van toepassing. Niet de bestemming verkeersdoeleinden moet als uitgangspunt dienen voor de waardebepaling, maar de waarde van overige gronden in het aangrenzende gebied.
Uit het ontwerp koninklijk besluit tot onteigening volgt dat 00.66.98 ha van het perceel X 94 onteigend wordt. Welk perceelsgedeelte dit is blijkt niet uit het besluit; een duidelijke kaart ontbreekt. Ook is onduidelijk of een noordelijk overhoekje van het perceel X 94 gelegen boven de Greenportlane niet kleiner wordt dan 10 are. Indien dit wel het geval is, dient die grond op grond van artikel 38, lid 2, onteigeningswet eveneens onteigend te worden.
De zienswijze van reclamanten 2 geeft Ons aanleiding tot de volgende overwegingen.
Mevrouw A.M.H. Engels is blijkens de gegevens van het kadaster eigenaar van het perceel, kadastraal bekend Venlo, sectie X, nummer 94, waarvan een gedeelte als grondplannummer 113 in de onteigening is opgenomen. Grubbenvorst VOF is aldus de zienswijze economisch eigenaar. In de zienswijze wordt aangegeven dat Grubbenvorst VOF ten onrechte geen afschrift heeft ontvangen van de stukken. In het koninklijk besluit van 31 augustus 2010, nummer 11.002044 hebben Wij aangegeven dat een economisch eigenaar niet geldt als belanghebbende als bedoeld in artikel 3.13 Awb, zodat hem geen afschrift van de stukken gezonden behoeft te worden.
Reclamanten 2 verwijzen in de zienswijze ten onrechte naar de gemeente Venlo en de (onteigening)procedure ter realisatie van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Trade Port Noord en Park Zaarderheiken. Het onderhavige verzoek ziet immers alleen op onteigening ten behoeve van de Greenportlane. Voor de algemene beantwoording van dit onderdeel verwijzen Wij naar hetgeen bij de noodzaak en urgentie is opgemerkt en naar het daarover gestelde bij reclamanten 1.
Voor wat betreft de minnelijke verwerving overwegen eerst Wij in het algemeen naar wat is opgemerkt daarover bij reclamanten 1.
De zienswijze verwijst, zo is Ons uit het ingestelde onderzoek gebleken, (ten onrechte) alleen naar de onderhandelingen die zijn gevoerd door de gemeente Venlo. Het is correct dat de gemeente Venlo in haar onderhandelingen tevens op verzoek van de provincie aanbiedingen heeft gedaan voor het benodigde gedeelte voor de Greenportlane. De provincie Limburg heeft echter met brieven van 19 mei 2010 en 5 oktober 2010 ook zelf schriftelijke aanbiedingen gedaan aan mevrouw Engels. Voorts heeft de provincie Limburg ten overvloede ook rechtstreeks overleg gehad met de contactpersonen van de VOF Grubbenvorst. Tussentijds is verder geregeld afstemmingsoverleg geweest met de gemeente Venlo in verband met dit aankoopdossier. Er zijn dus zowel met de juridisch als met de economisch eigenaar onderhandelingen gevoerd. De inspanningen hebben tot op heden niet tot resultaat geleid.
Wat de hoogte van de schadeloosstelling betreft, merken Wij het volgende op. In de zienswijze wordt gesproken over een gemiddelde prijs van € 13,50 per vierkante meter. Verzoeker vindt niet dat op basis van deze gemiddelde prijs de geboden prijs te laag is. De gemeente Venlo heeft nadat de plannen van de provincie bekend waren, in overleg met de provincie Limburg, een gedifferentieerd bedrag aangeboden. Voor het gedeelte van het perceel dat benodigd is voor de Greenportlane heeft ook de gemeente Venlo een aanbod gedaan van € 6,50 per vierkante meter. Voor de overige gronden heeft de gemeente Venlo een hoger aanbod gedaan aangezien deze benodigd zijn voor een toekomstig bedrijventerrein in plaats van een regionale weg. De provincie meent hiermee een serieus minnelijk aanbod te hebben gedaan. Wij merken verder in dit verband op dat de hoogte van de schadeloosstelling in het kader van onderhavige administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling voor ligt. Bij uitblijven van een minnelijke overeenstemming zal de hoogte van de schadeloosstelling in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure worden vastgesteld door de burgerlijke rechter op grond van artikel 40 van de onteigeningswet.
Wat de vermeende onduidelijkheid betreft in de tekeningen merken Wij op dat het ontwerpbesluit en alle bijbehorende stukken bij de gemeenten Venlo en Horst aan de Maas ter inzage hebben gelegen. Uit het aan belanghebbenden toegezonden ontwerp koninklijk besluit tot onteigening samen met de lijst en grondtekening kan, anders dan reclamanten menen, genoegzaam worden vastgesteld op welke perceelsgedeelten de onteigening ziet. Ten aanzien van de overhoek van het betrokken perceel merken Wij op dat een mogelijk beroep op artikel 38, lid 2, van de onteigeningswet eerst gedaan kan worden in het kader van de gerechtelijke procedure.
Alles overziende geeft de zienswijze van reclamanten 2 Ons geen aanleiding om het verzoek om onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijze.
Reclamante 3 brengt in haar zienswijze samengevat naar voren dat het niet is toegestaan is een administratieve onteigeningsprocedure te voeren op basis van artikel 4 van de onteigeningswet ten name van de Provincie Limburg voor de realisering van het inpassingsplan. Ook mag een gerechtelijke onteigening pas plaatsvinden alvorens het inpassingsplan onherroepelijk is. Ook is er geen schriftelijke kennisgeving gestuurd aan alle belanghebbenden en het ontwerp besluit is niet tijdig gepubliceerd. Reclamante brengt vervolgens diverse onderdelen naar voren die betrekking hebben op een voorgaande onteigeningsprocedure uit 2009 - 2010 betreffende de eerste fase Greenportlane. Reclamante 3 vindt voorts dat er onvoldoende sprake is van een ruimtelijk of volkshuisvestingsbelang of van de noodzaak en urgentie voor de tweede fase van de Greenportlane.
Ook heeft de provincie Limburg zich onvoldoende ingespannen om te komen tot een minnelijke verwerving van de benodigde grond. Het laatste jaar heeft de provincie reclamante niet meer benaderd voor aankoop van de grond. Reclamante 3 heeft daarenboven de grond al enkele jaren geleden te koop aangeboden aan de gemeente Venlo op basis van een Wvg-procedure, welke thans bekend is bij de Rechtbank Roermond. Onderdeel van die procedure is de waardebepaling welke voorlopig nog niet is afgerond. De kaarten behorende bij het ontwerpbesluit tot onteigening stemmen niet overeen met het inpassingsplan.
De zienswijze van reclamante 3 geeft Ons aanleiding tot de volgende overwegingen.
Reca-Berg Vastgoed B.V. is blijkens de gegevens van het kadaster eigenaar van het perceel, kadastraal bekend Venlo, sectie X, nummer 97, waarvan een gedeelte als grondplannummer 112 in de onteigening is opgenomen.
Artikel 4 van de onteigeningswet noch de door reclamante wellicht bedoelde titel IV van de onteigeningswet staan toepassing van de lopende onteigeningsprocedure in de weg. De artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet vormen de basis van de wettelijke bevoegdheid. Het verzoek betreft de administratieve fase; de gerechtelijke fase van de onteigeningsprocedure is nog niet aan de orde. Het inpassingsplan, dat de rechtsbasis vormt van deze onteigening, is per 13 december 2010 onherroepelijk geworden. Alle eigenaren, bekende rechthebbenden en overige belanghebbenden zijn geïnventariseerd en op de belanghebbendenlijst opgenomen en door Onze Minister schriftelijk in kennis gesteld. Het ontwerp koninklijk besluit is ook overeenkomstig de voorschriften van de Awb gepubliceerd.
Wat het algemeen belang en de noodzaak en urgentie betreft, verwijzen naar hetgeen Wij hiervoor bij reclamanten 1 en 2 hebben opgemerkt.
Wat de minnelijke verwerving betreft, verwijzen Wij allereerst in het algemeen naar hetgeen daarover is opgemerkt bij reclamanten 1.
Uit het door Ons ingestelde onderzoek is gebleken dat er regelmatig met reclamante is onderhandeld. Uit de overlegde stukken blijkt dat er vanaf 2010 tussen de provincie en reclamante wordt onderhandeld over minnelijke grondaankoop. Er zijn daarbij ook aanbiedingen gedaan per brieven van 19 mei 2010, 5 oktober 2010 en 21 december 2010. Daarbij zijn ook diverse door reclamante geopperde mogelijkheden door de provincie onderzocht. Daarbij is tevens de medewerking van de gemeente Venlo en de ontwikkelingsmaatschappij van Klavertje 4 (DCGV) nodig. Hoewel het overleg nog steeds gaande is, heeft dat nog geen concrete resultaten opgeleverd. Indien minnelijke overeenstemming uitblijft, dan zal de hoogte van de schadeloosstelling in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure worden vastgesteld.
Reclamante geeft ook aan dat zij de grond enkele jaren geleden te koop heeft aangeboden aan de gemeente Venlo op basis van een Wvg- procedure. Wij merken hierover op dat de doelstelling van de Wet voorkeursrecht gemeenten een andere is dan die van de onteigeningswet. Procedures betreffende beide wetten dienen dan ook van elkaar te worden onderscheiden. De betreffende Wvg-procedure staat dan ook los van de noodzaak voor de provincie om tot onteigening over te gaan.
De kaarten behorende bij het ontwerpbesluit tot onteigening stemmen volgens reclamante niet overeen met het inpassingsplan. Wij merken hierover op dat uit de bij het verzoekbesluit gevoegde kaarten volgt dat er minder onteigend wordt dan mogelijk is volgens de plankaart. Volgens verzoeker heeft dat te maken met het feit dat op basis van de meest actuele inzichten er minder grond nodig is voor de uitvoering van het werk. Dat mindere is ook de basis geweest voor de onderhandelingen.
Alles overziende geeft de zienswijzen van reclamante 3 Ons geen aanleiding om het verzoek om onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
Overige overwegingen
Uit een namens verzoeker op 22 december 2011 verzonden e-mailbericht blijkt dat verzoeker wegens tussentijdse minnelijke verwerving niet langer prijs stelt op voortzetting van de onteigeningsprocedure voor zover deze ziet op grondplannummer 129. Wij zullen het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Uit het besluit van Provinciale Staten van Limburg blijkt dat de overige in het verzoek tot onteigening begrepen onroerende zaken bij de uitvoering van het inpassingsplan bezwaarlijk kunnen worden gemist.
Ons is overigens niet gebleken van feiten en omstandigheden die aan de toewijzing van het verzoek in de weg kunnen staan.
Het moet in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling worden geacht, dat de provincie Limburg de eigendom van het door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken verkrijgt.
Met inachtneming van hetgeen Wij hierboven hebben overwogen, kunnen Wij het verzoek tot het nemen van een besluit krachtens artikel 78, eerste lid, van de onteigeningswet, dan ook gedeeltelijk toewijzen.
Beslissing
Met inachtneming van de onteigeningswet,
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 december 2011, nr. RWSCD BJV 2011/1503, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische zaken en Vastgoed;
Gelezen het besluit van Provinciale Staten van Limburg van 8 oktober 2010, no. G-10-019-1;
Gelezen de brief van Gedeputeerde Staten van Limburg van 23 december 2010 en het e-mailbericht van 22 december 2011 (14;10);
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 9 februari 2012, no. W14.11.055/IV;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 20 februari 2012, nr. RWSCD BJV 2012/404, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische Zaken en Vastgoed.
Hebben Wij goedgevonden en verstaan:
Ten behoeve van de uitvoering van het inpassingsplan ‘Greenportlane’ van de provincie Limburg, ten name van die provincie ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaken, zoals aangeduid op de grondtekening (d.d. 8/10/2010, no. I0912_132 ) die ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet in de gemeenten Venlo en Horst aan de Maas en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu ter inzage heeft gelegen en voor zover die zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden gezonden.
Den Haag, 25 februari 2012
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Verzoekende instantie: Provincie Limburg
Naam onteigeningsplan: Greenportlane, 2e fase
|
Grondplan nr. |
De te onteigenen grootte |
Omschrijving volgens kadastrale registratie |
Perceelsgrootte volgens kadastrale registratie |
Kadastrale aanduiding: |
Tenaamstelling (zonder adres) volgens de kadastrale registratie met, indien van toepassing, vermelding van de op het perceel rustende rechten |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
ha |
a |
ca |
ha |
a |
ca |
Kad. gemeente |
sectie |
nummer |
|||
|
101 |
Vervallen |
||||||||||
|
102 |
00 |
38 |
67 |
Akkerbouw |
03 |
48 |
78 |
Venlo |
X |
142 |
1/1 eigendom van mevrouw C.G.M Stassen |
|
103 |
Vervallen |
||||||||||
|
104 |
Vervallen |
||||||||||
|
105 |
Vervallen |
||||||||||
|
106 |
Vervallen |
||||||||||
|
107 |
Vervallen |
||||||||||
|
108 |
Vervallen |
||||||||||
|
109 |
Vervallen |
||||||||||
|
110 |
Vervallen |
||||||||||
|
111 |
Vervallen |
||||||||||
|
112 |
00 |
88 |
09 |
akkerbouw |
03 |
48 |
25 |
Venlo |
X |
97 |
1/1 eigendom van Reca-Berg Vastgoed B.V. |
|
112 |
Opstalrecht nutsvoorzieningen op perceel Waterschap zuiveringschap Limburg |
||||||||||
|
113 |
00 |
66 |
98 |
akkerbouw |
01 |
80 |
62 |
Venlo |
X |
94 |
1/1 eigendom van mevrouw A.M.H Engels |
|
113 |
Opstalrecht nutsvoorzieningen op perceel Waterschap zuiveringschap Limburg |
||||||||||
|
114 |
Vervallen |
||||||||||
|
115 |
Vervallen |
||||||||||
|
116 |
Vervallen |
||||||||||
|
117 |
Vervallen |
||||||||||
|
118 |
Vervallen |
||||||||||
|
119 |
Vervallen |
||||||||||
|
120 |
Vervallen |
||||||||||
|
121 |
Vervallen |
||||||||||
|
122 |
Vervallen |
||||||||||
|
123 |
00 |
05 |
08 |
water |
00 |
39 |
90 |
Sevenum |
T |
13 |
1/1 eigendom van Waterschap Peel en Maasvallei |
|
124 |
Vervallen |
||||||||||
|
125 |
01 |
79 |
95 |
akkerbouw |
03 |
37 |
31 |
Sevenum |
T |
26 |
1/3 eigendom van de heer M.H. Berkels |
|
125 |
1/3 eigendom van mevrouw P.M. Berkels |
||||||||||
|
125 |
1/3 eigendom van de heer P.G. Berkels |
||||||||||
|
126 |
Vervallen |
||||||||||
|
129 |
Vervallen |
||||||||||
|
129 |
Vervallen |
||||||||||
|
132 |
Vervallen |
||||||||||
|
133 |
00 |
26 |
41 |
water |
00 |
74 |
54 |
Sevenum |
T |
76 |
1/1 eigendom van Waterschap Peel en Maasvallei |
|
136 |
Vervallen |
||||||||||
|
137 |
Vervallen |
||||||||||
|
138 |
Vervallen |
||||||||||
|
141 |
Vervallen |
||||||||||
|
142 |
Vervallen |
||||||||||
|
151 |
Vervallen |
||||||||||
|
201 |
Vervallen |
||||||||||
|
202 |
Vervallen |
||||||||||
|
203 |
Vervallen |
||||||||||
|
204 A |
Vervallen |
||||||||||
|
204 B |
Vervallen |
||||||||||
|
205 |
Vervallen |
||||||||||
|
206 |
Vervallen |
||||||||||
|
207 |
Vervallen |
||||||||||
|
208 |
Vervallen |
||||||||||
|
209 |
Vervallen |
||||||||||
Behoort bij koninklijk besluit van 25 februari 2012, nr. 12.000405
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-4878.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.