Instelling bijzonder luchtverkeersgebied Havelte-West (Raven) (week 10)

24 februari 2012

Nr. MLA/038/2012

De Minister van Defensie,

Gelezen de verzoeken van 44 Pantserinfanteriebataljon, Regiment Infanterie Johan Willem Friso, van 13 december 2011 en van 43 Brigade Verkenningseskadron van 30 januari 2012;

Gelet op artikel 8 van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van het uitvoeren van vluchten met het Raven UA-systeem wordt als oefengebied het bijzondere luchtverkeersgebied (BVG) aangewezen, te noemen BVG Havelte-West, begrensd door de volgende coördinaten en hoogten:

    een cirkelvormig gebied met een straal van 1 nautische mijl met als middelpunt coördinaat 52°47’16.59"N 006°11’23.62"E, van grondniveau tot 600 voet AMSL (zie figuur 1).

    Figuur 1: BVG Havelte-West

    Figuur 1: BVG Havelte-West

  • 2. Het BVG Havelte-West, genoemd in het eerste lid, wordt ingesteld op de hieronder genoemde dagen en tijdstippen:

    Week 10:

    maandag 5 maart 2012 van 8:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    dinsdag 6 maart 2012 van 00:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    woensdag 7 maart 2012 van 00:00 uur tot 16:00 uur lokale tijd.

Artikel 2

Voor het gebruik van het BVG Havelte-West gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefeningen betrokken vluchten in het BVG Havelte-West is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. de uitvoerende eenheden zijn verantwoordelijk voor onderlinge afstemming van de vluchten met het Raven UA-systeem en voor separatie in tijd;

  • c. gedurende de uitvoering van de vluchten met het Raven UA-systeem dient te allen tijde contact mogelijk te zijn tussen de uitvoerende eenheden en AOCS NM LVL;

  • d. aanvang en beëindiging van de vluchten met het Raven UA-systeem worden gecoördineerd met AOCS NM LVL;

  • e. de vluchten met het Raven UA-systeem blijven binnen de grenzen van het militaire oefenterrein, waarbij een maximale hoogte wordt aangehouden van 500 voet AMSL;

  • f. het is niet toegestaan om boven het gebied gelegen boven en in de directe omgeving van de snelweg A32 (no fly-zone als vermeld in het ‘Operations Manual’) te vliegen.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 5 maart 2012 en vervalt op 8 maart 2012.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, C.J. Lorraine, Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Het opereren met onbemande luchtvaartuigen (Unmanned Aircraft Systems, UAS) wordt binnen de defensieorganisatie uitgevoerd door verschillende eenheden. Activiteiten waarbij UAS van het type Raven RQ 11B worden ingezet, zijn gebonden aan stringente regelgeving, verwoord in de Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen.

Een onbemand luchtvaartuig kan conform die regeling worden gebruikt in militaire plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden, restricted areas en bijzondere luchtverkeersgebieden (BVG’s). In deze beschikking is op grond van artikel 8 van het Luchtverkeersreglement een bijzonder luchtverkeersgebied als oefengebied aangewezen.

De maximale vlieghoogte van de Raven RQ 11B in het oefengebied is 150 meter (500 voet) boven gemiddeld zeeniveau (AMSL). Het BVG zelf heeft een hoogte van 600 voet boven gemiddeld zeeniveau (AMSL), zodat er een veiligheidsbuffer ten opzichte van overig niet-deelnemend verkeer is zeker gesteld.

In het gebied wordt door twee verschillende eenheden geoefend die met het oog op een veilige vluchtuitvoering onderlinge afspraken hebben gemaakt.

Luchtvaartuigen in gebruik bij de Dienst Luchtvaartpolitie en luchtvaartuigen ten behoeve van HEMS- en SAR-vluchten mogen het BVG Havelte-West binnenvliegen na toestemming van AOCS NM LVL.

Naar boven