Herplaatsing Instemming gewijzigde winningsplan Barradeel II

Nr. ETM/EM/11175957

Bij de publicatie van dit besluit in de Staatscourant van 10 januari 2012, nr. 406, is het besluit tot instemming met een wijziging van het winningsplan Barradeel II per abuis onvolledig weergegeven.

Besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie:

1. Onderwerp aanvraag

Op 17 oktober 2011 is een aanvraag ontvangen, gedateerd 14 oktober 2011, van Frisia Zout B.V. (hierna genoemd Frisia) tot instemming met een wijziging van het winningsplan Barradeel II, ingevolge artikel 34, tweede lid, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw), met welk winningsplan is ingestemd bij besluit van de toenmalige minister van Economische Zaken van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464.

De belangrijkste redenen voor het wijzigen van het winningsplan betreffen:

  • verruiming van het toegestane tijdvak;

  • de aanleg van een nieuwe caverne (BAS-3-Original) ter vervanging van voortijdig verloren caverne BAS-3;

  • actualisatie van de hoeveelheid zout die gewonnen kan worden binnen de vigerende bodemdalingslimiet.

Bij het aantreden van het nieuwe kabinet, per 14 oktober 2010, zijn de Ministeries van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgeheven en is het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ingesteld. Met ingang van 14 oktober 2010 is de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (verder ook: EL&I) belast met de behartiging van alle aangelegenheden die voor die datum waren opgedragen aan de minister van Economische Zaken en aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Onderhavig besluit wordt dan ook door de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: de Minister) genomen.

De minister van EL&I is, ingevolge artikel 34, derde lid, Mbw, bevoegd te beslissen op deze aanvraag.

2. Adviezen naar aanleiding van de aanvraag

Staatstoezicht op de Mijnen (hierna genoemd SodM) en TNO Adviesgroep EZ (hierna TNO) hebben op 25 november 2011 gezamenlijk advies uitgebracht ten aanzien van de aanvraag (kenmerk: 11169687). SodM en TNO concluderen dat het gewijzigde winningsplan voldoet aan de vereiste volledigheid, en concluderen op basis van de thans beschikbare gegeven en onder de nader omschreven voorwaarden, dat het winningsplan in lijn is met de principes van planmatig beheer van de ondergrond.

SodM en TNO onderschrijven – met inachtneming van de nader omschreven voorwaarden – de door Frisia gepresenteerde prognoses omtrent het risico van schade ten gevolge van beweging van de aardbodem.

De Technische commissie bodembeweging (hierna: Tcbb) heeft overeenkomstig artikel 35, tweede lid, Mbw, op 2 december 2011 advies uitgebracht (kenmerk: TCBB/11171088).

De Tcbb onderscheidt in haar advies twee componenten die zich bij bodembeweging voordoen: bodemdaling en bodemtrilling. Met betrekking tot bodemdaling geeft de Tcbb aan dat zij kennis heeft genomen van het advies van SodM en TNO en de door Frisia verstrekte gegevens van het gewijzigde winningsplan Barradeel II. De Tcbb heeft geen aanmerkingen geuit naar aanleiding van de te verwachten bodemtrillingen.

Frisia geeft aan dat de productie zodanig kan worden ingeregeld dat de maximale bodemdaling binnen het winningsgebied Barradeel binnen de 35 centimeter blijft en dat binnen het winningsgebied Barradeel II de bodemdaling boven de cavernes maximaal 30 centimeter blijft. De Tcbb stemt hiermee in.

3. Beoordeling van de aanvraag

Het onderhavige gewijzigde winningsplan Barradeel II voor de winning van zout, wordt aangemerkt als een verzoek tot wijziging van mijn instemmingsbesluit van de toenmalige minister van Economische Zaken van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de toenmalige minister van Economische Zaken van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238.

Het ingediende gewijzigde winningsplan Barradeel II bevat de, in artikel 35, eerste lid, Mbw en artikel 24, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit (hierna: Mbb), voorgeschreven informatie.

SodM en TNO constateren dat het gewijzigde winningsplan Barradeel II, op basis van de thans beschikbare gegevens, in lijn is met de principes van planmatig beheer van delfstoffen.

Frisia verzoekt om instemming met aanpassing van de vigerende bepalingen van het huidige voorgeschreven tijdvak (1 juli 2013) voor de winning van zout en een vergroting van de huidige voorgeschreven hoeveelheid te winnen zout (12 miljoen ton) binnen de vigerende bodemdalingslimiet (artikel 1 instemmingsbesluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de toenmalige minister van Economische Zaken van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238).

Frisia heeft haar productieprognoses bijgesteld tegen de achtergrond van de actuele cijfers van bodemdaling. Binnen de gestelde bodemdalingslimiet kan de zoutwinning nu doorgaan tot het jaar 2022. Frisia verwacht een totale productie van 14 miljoen ton zout te kunnen realiseren en vermoedt dat dit nog 20% kan toenemen binnen de vigerende bodemdalingslimiet.

De door Frisia gepresenteerde kaart in bijlage 5 toont de verwachte eindsituatie van de bodemdaling als gevolg van productie uit de cavernes BAS-1, -2,-3, -3-Original en -4. De bodemdaling boven de cavernes in het gebied Barradeel II zal volgens deze prognose de 30 centimeter niet overschrijden.

Frisia verwacht geen schade aan opstallen ten gevolge van de geplande verlengde productie, omdat de uiteindelijke mate van bodemdaling niet veranderd is ten opzichte van de prognose in het huidige winningsplan en omdat de schadeanalyses ook niet veranderd zijn.

SodM en TNO hebben op 25 november 2011 advies gegeven over de wijziging van het winningsplan Barradeel II. SodM en TNO onderschrijven het in het winningsplan beschreven scenario van bodemdaling.

De Tcbb heeft eerder een instemmend advies uitgebracht voor het winningsplan Barradeel (Tcbb/1004919). De maximale bodemdalingsgrens wordt niet gewijzigd en zal niet worden overschreden. Frisia geeft aan dat schade aan opstallen niet wordt verwacht, daarnaast kan de productie zo worden ingeregeld, dat de maximale bodemdaling binnen het winningsgebied Barradeel binnen de 35 centimeter blijft en dat binnen het winningsgebied Barradeel II de bodemdaling boven de cavernes maximaal 30 centimeter blijft. SodM en TNO geven in hun advies aan, dat een op te stellen meet- en regelprotocol hiervoor kan worden gebruikt. De Tcbb stemt hiermee in.

Voorschriften van het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238, die inhouden dat bepaalde metingen moesten worden verricht zijn, op aangeven van SodM en TNO, vervangen door de hieronder genoemde voorschriften.

De gevraagde instemming wordt gegeven onder het stellen van de volgende – zakelijk weergegeven – voorschriften:

  • de instemming met het gewijzigde winningsplan Barradeel II is geldig vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en eindigt uiterlijk op 31 december 2021, met dien verstande dat:

    • de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning boven de cavernes BAS-3, BAS-3-Original en BAS-4 niet meer zal bedragen dan maximaal 30 centimeter, of;

    • de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning op enig plaats in het gebied van de winningsvergunning Barradeel niet meer zal bedragen dan maximaal 35 centimeter, of

    • de mijnmethode niet significant wijzigt;

  • Frisia stelt een meet- en regelprotocol op -ten genoegen van de Inspecteur-generaal der Mijnen- en overlegt dit aan de minister van EL&I. In het protocol is beschreven op welke wijze Frisia ervoor zorgt dat met grote mate van zekerheid, de door de winning te verwachten bodemdaling blijft binnen de gestelde bodemdalingslimiet;

  • in het meet- en regelprotocol wordt in elk geval opgenomen dat een onzekerheidsanalyse wordt uitgevoerd met verschillende scenario’s voor onder andere de reserve- en afsluitfase in verband met de beëindiging van de zoutwinning per 31 december 2021;

  • Frisia Zout B.V. actualiseert volgens het meet- en regelprotocol de prognose van de bodemdaling na elke waterpassing en in elk geval elke twee jaar, voor een zichtperiode van minimaal 100 jaar, en rapporteert de resultaten en stelt deze – ten genoegen van de Inspecteur-generaal der Mijnen – ter beschikking aan de minister van EL&I.

Het voorschrift van het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238 (artikel 3) dat regelt dat Frisia maandelijks druk- en temperatuurmetingen uitvoert en minimaal jaarlijks echo-, gamma ray- en vloeistofniveau-metingen uitvoert, wordt opnieuw verbonden aan het onderhavige besluit, omdat dit voorschrift onverminderd van toepassing is op de zoutwinning in het gebied genaamd Barradeel II.

Het voorschrift van het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238 (artikel 5), dat regelt dat Frisia gedurende een periode van vijf jaar, na aanvang van de zoutwinning in het gebied genaamd Barradeel II, maandelijks een bedrag 2.000,00 euro in een fonds brengt, ter dekking van onvoorziene kosten als gevolg van schade (zaakschade) die de zoutwinning mogelijk aan derden toebrengt. Frisia heeft aan dit voorschrift voldaan.

Voor mogelijke schade als gevolg van de zoutwinning in het gebied Barradeel II kennen de Mbw en het Burgerlijk Wetboek bijzondere voorschriften en bepalingen. Overwegende er voldoende voorzieningen bestaan voor mogelijke schade als gevolg van de zoutwinning in het gebied Barradeel II en Frisia reeds aan dit voorschrift heeft voldaan vervalt dit voorschrift.

Aan het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238, is met artikel 5 een beperking verbonden waarmee de minister de mogelijkheid heeft de instemming met het winningsplan Barradeel II in te trekken of te wijzigen indien de getroffen waterhuishoudkundige maatregelen niet of onvoldoende zijn om het risico op zaakschade door bodembeweging als gevolg van de zoutwinning voldoende te beperken. Deze beperking wordt opnieuw verbonden aan het onderhavige besluit, omdat deze beperking onverminderd van toepassing is op de zoutwinning in het gebied genaamd Barradeel II.

Het volgende voorschrift en de volgende beperking zijn – zakelijk weergegeven – aan onderhavig besluit verbonden:

Frisia Zout B.V. voert maandelijks druk – en temperatuurmetingen uit en minimaal jaarlijks echo-, gamma ray- en vloeistofniveau-metingen.

indien de getroffen waterhuishoudkundige maatregelen niet of onvoldoende zijn om het risico op zaakschade door bodembeweging als gevolg van de zoutwinning voldoende te beperken, kan de minister van EL&I de instemming intrekken of wijzigen. Inlichtingen daartoe worden ten minste eenmaal per jaar ingewonnen.

4. Conclusie

Gelet op de inhoud van het door Frisia ingediende gewijzigde winningsplan Barradeel II en de hierover ingewonnen adviezen, kan de gevraagde instemming worden gegeven onder het stellen van hierna genoemde beperkingen en voorwaarden.

Besluit:

De voorschriften en beperkingen verbonden aan het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238 worden vervangen door de volgende voorschriften en beperkingen:

Artikel 1

Het winningsplan, zoals gewijzigd bij brief van 14 oktober 2011, genaamd Barradeel II verkrijgt de instemming als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mbw. Deze instemming is geldig vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en eindigt uiterlijk op 31 december 2021, met dien verstande dat:

  • de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning boven de cavernes BAS-3, BAS-3-Original en BAS-4 niet meer zal bedragen dan maximaal 30 centimeter, of;

  • de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning op enig plaats in het gebied van de winningsvergunning voor het gebied genaamd Barradeel niet meer zal bedragen dan maximaal 35 centimeter, of;

  • de mijnmethode niet significant wijzigt.

Artikel 2

Frisia Zout B.V. stelt een meet- en regelprotocol op -ten genoegen van de Inspecteur-generaal der Mijnen en overlegt dit aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In het protocol is beschreven op welke wijze Frisia Zout B.V. ervoor zorgt dat met grote mate van zekerheid, de door de winning te verwachten bodemdaling blijft binnen de gestelde bodemdalingslimiet, zoals bepaald in artikel 1 van dit besluit.

Artikel 3

In het meet- en regelprotocol wordt in elk geval opgenomen dat er een onzekerheidsanalyse wordt uitgevoerd met verschillende scenario's voor onder andere de reserve- en afsluitfase in verband met de beëindiging van de zoutwinning per 31 december 2021.

Artikel 4

Frisia Zout B.V. actualiseert volgens het meet- en regelprotocol de prognose van de bodemdaling na elke waterpassing en in elk geval elke twee jaar, voor een zichtperiode van minimaal 100 jaar, en rapporteert de resultaten en stelt deze – ten genoegen van de Inspecteur-generaal der Mijnen – ter beschikking aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 5

Frisia Zout B.V. voert maandelijks druk- en temperatuurmetingen uit en minimaal jaarlijks echo-, gamma ray- en vloeistofniveaumetingen.

Artikel 6

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven