Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2012, 26858Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 13 december 2012, nr. 331067, houdende wijzigingen van verschillende rechtspositieregelingen in verband met technische en terminologische aanpassingen naar aanleiding van de invoering van de Politiewet 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 2012, artikel 3, derde lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, artikel 3a Wet wapens en munitie, de artikelen 7, eerste lid, onderdelen b, c en d, 10, derde lid, 12, tiende lid, 12a, derde lid, 58, vierde lid, 62, eerste lid, onder c, 67, vijfde lid, 88, achtste lid, 88a, vijfde lid, en artikel 88b, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 3 van het Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies en de artikelen 7, tweede lid, 21 en 48 van het Besluit bezoldiging politie en artikel 4, onder b, c en d van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;

Besluit:

ARTIKEL I

De AFUP-garantieregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt, onder vervanging van de puntkomma door een punt aan het slot van onderdeel ee, onderdeel ff.

B

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Werkgevers in de sector politie zijn:

  • a. de Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de korpschef;

  • b. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij de politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b van de Politiewet 2012;

  • c. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • d. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • e. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche.

C

In artikel 14 wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

ARTIKEL II

Het Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2010–2014 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b vervalt, onder verlettering van onderdelen c en d tot onderdelen b en c.

2. In onderdeel b (nieuw) wordt ‘de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

3. Onderdeel c komt te luiden:

c) VenJ:

het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘de regiokorpsen, het Korps landelijke politiediensten, de Politieacademie, de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en BZK’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Politiewet 2012, de Politieacademie en VenJ.

2. In het derde lid wordt ‘door BZK’ vervangen door: door VenJ.

C

In artikel 6, eerste lid, wordt ‘de regiokorpsen, het Korps landelijke politiediensten, de Politieacademie, de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en BZK’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Politiewet 2012, de Politieacademie en VenJ.

D

Artikel 7, eerste lid, komt als volgt te luiden:

  • 1. De Politiediversiteitsraad kent de volgende samenstelling:

    • de portefeuillehouder diversiteit van het korps Nationale Politie, welke tevens fungeert als voorzitter;

    • één of meerdere politiechefs;

    • een regioburgemeester;

    • de directeur Bedrijfsvoering Politie van VenJ;

    • externe leden, waaronder een vertegenwoordiger vanuit het COC (Cultuur- en OntspanningsCentrum, belangenbehartiger homoseksuelen) en de wetenschap.

E

In artikel 9, eerste lid, wordt ‘met uitzondering van de korpschefs en de directeur Politie en Veiligheidsrisico’s van BZK’ vervangen door: met uitzondering van de vertegenwoordigers, aangewezen door de korpschef en de directeur Bedrijfsvoering Politie van VenJ.

ARTIKEL III

Artikel 1 van het Instellingsbesluit commissie werktijdenmodaliteiten sector Politie wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

2. In onderdeel b wordt ‘het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

ARTIKEL IV

Artikel 1 van de Regeling aanstellingseisen politie 2002 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie

2. In onderdeel b wordt ‘de korpsbeheerder’ vervangen door ‘de korpschef’ en wordt ‘een regionaal politiekorps’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

ARTIKEL V

In artikel 2 van de Regeling aanwijzing administratief-technische functies wordt ‘het regionale politiekorps’ vervangen door: het desbetreffende onderdeel van de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

ARTIKEL VI

De Regeling bezwarenprocedure functiewaardering politie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. ambtenaar:

de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Besluit bezoldiging politie;

2. Onderdeel c komt te luiden:

c. functie:

de functie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel r, van het besluit, met dien verstande dat deze regeling niet van toepassing is op het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP;

3. Onderdeel d komt te luiden:

d. bevoegd gezag:

het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het besluit;

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een voorzitter, tevens lid, dan wel een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid, die worden benoemd door het bevoegd gezag na overleg met de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994;

2. Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. een lid dat wordt aangewezen door een groep van ten minste zes personen die worden benoemd door het bevoegd gezag op voordracht van de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het bevoegd gezag is bevoegd een benoeming in te trekken. Behoudens in het geval dat plaatsvindt op verzoek van de betrokkene, vindt een intrekking van de benoeming van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde personen plaats na overleg met de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994.

C

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdelen a en b, wordt ‘op voordracht van de gezamenlijke korpsbeheerders’ telkens vervangen door: op voordracht van de korpschef.

2. In het tweede lid, onderdelen a, b en c, het derde en het vierde lid wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken’ telkens vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

D

In artikel 12 wordt ‘het politiekorps’ vervangen door: het onderdeel van de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

ARTIKEL VII

In artikel 1, onderdeel a, van de Regeling bijzondere ontslaguitkering politie wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

ARTIKEL VIII

De Regeling detachering politie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘artikel 1, eerste lid, onder k’ vervangen door: artikel 1, eerste lid, onder l.

2. In onderdeel b wordt ‘artikel 1, eerste lid, onder h’ vervangen door: artikel 1, eerste lid, onder i.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘artikel 62, onderdelen a tot en met e’ vervangen door: artikel 62, onderdelen a tot en met c.

2. In onderdeel d wordt ‘een regionaal politiekorps, het korps landelijke politiediensten dan wel het LSOP’ vervangen door: een onderdeel van de politie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, dan wel het LSOP.

C

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Deze regeling berust op artikel 62, eerste lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

ARTIKEL IX

In artikel 4, onderdeel c, van de Regeling herbeoordelingsoperatie WAO sector Politie wordt ‘het regionaal politiekorps’ vervangen door: de regionale eenheid, de landelijke eenheid of de ondersteunende dienst.

ARTIKEL X

De Regeling ontslaguitkering vliegers KLPD wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel a, wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de korpschef.

B

In artikel 15 wordt ‘Regeling ontslaguitkering vliegers KLPD’ vervangen door: Regeling ontslaguitkering vliegers landelijke eenheid.

ARTIKEL XI

De Regeling studiefaciliteiten politie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel, e wordt ‘het politiekorps’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

B

In artikel 6, vierde lid, wordt ‘het eigen politiekorps’ vervangen door: de eigen regionale eenheid, landelijke eenheid, of ondersteunende dienst.

C

In artikel 8, onderdeel b, en 9, onderdeel b, wordt ‘het politiekorps’ vervangen door: de desbetreffende regionale eenheid, landelijke eenheid of ondersteunende dienst.

D

In artikel 11, tweede lid, wordt ‘De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: De Minister van Veiligheid en Justitie.

E

De bijlage bij artikel 10, eerste lid, onder a, van de Regeling studiefaciliteiten politie wordt vervangen door de bijlage, zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

ARTIKEL XII

De Regeling toetsing geweldsbeheersing politie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. ambtenaar:

de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c, en d, van de Politiewet 2012, die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen;

2. Onderdeel h komt te luiden:

h. bevoegd gezag:

bevoegd gezag, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

B

In de artikelen 2, vijfde lid, 3, eerste en derde lid, en 4 wordt ‘De korpsbeheerder’ onderscheidenlijk ‘de korpsbeheerder’ telkens vervangen door: ‘Het bevoegd gezag’ onderscheidenlijk ‘het bevoegd gezag’.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De korpsbeheerder’ vervangen door: Het bevoegd gezag.

2. In het tweede en derde lid wordt ‘Het regionale college’ telkens vervangen door ‘De korpschef’ en wordt ‘artikel 31 van de Politiewet 1993’ telkens vervangen door: artikel 36 van de Politiewet 2012.

D

Na artikel 7 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 7a

Deze regeling berust op artikel 3a van de Wet wapens en munitie en artikel 21 van de Politiewet 2012.

ARTIKEL XIII

In artikel 12 van de Regeling voorzieningen hondengeleiders politie wordt ‘het betreffende politiekorps’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Politiewet 2012.

ARTIKEL XIV

In artikel 3 van de Regeling vredesmissies politie wordt ‘de desbetreffende politieregio’ vervangen door: de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, en wordt ‘de politieregio’ vervangen door: de politie.

ARTIKEL XV

De Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie KLPD wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt:’Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie KLPD’ vervangen door: Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie landelijke eenheid.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. bevoegd gezag: de korpschef.

B

In artikel 4, eerste lid, wordt: ‘Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie KLPD’, vervangen door: Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie landelijke eenheid.

ARTIKEL XVI

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

BIJLAGE A BIJ ARTIKEL XI, ONDERDEEL E

Regeling studiefaciliteiten politie

Bijlage bij artikel 10, eerste lid, onder a, van de Regeling studiefaciliteiten politie

Verklaring

In te vullen door het bevoegd gezag:

   

Persoonlijke gegevens:

ACHTERNAAM:

   

VOORNAAM:

   

PERSONEELSNUMMER:

   

Werkgegevens:

   

FUNCTIE:

   

DISTRICT/BUREAU:

 

TEAM / AFDELING:

In te vullen door het bevoegd gezag:

Gegevens van de opleiding:

 

OPLEIDINGSINSTITUUT:

   

NAAM OPLEIDING:

   

STARTDATUM:

   

BEOOGDE EINDDATUM

   

Specificatie studiekosten: (indien van toepassing)

INSCHRIJFGELD:

 

LESGELD / OPLEIDINGSPRIJS:

 

STUDIEBOEKEN:

(verplichte literatuur)

EXAMENGELD:

(examen + diplomakosten)

BEGROTE REISKOSTEN:

 

(aantal dagen te reizen

à – kilometer x bedrag)

   

BEGROTE VERBLIJFKOSTEN :

 

(maaltijden en overnachtingen)

   

GESCHATTE TOTALE STUDIEKOSTEN:

 

In te vullen door het bevoegd gezag:

0

De opleiding is loopbaangericht met een hoog organisatiebelang

0

De opleiding is loopbaangericht met een laag organisatiebelang

0

De opleiding is niet-functiegericht

0

De opleiding betreft een loopbaangerichte zelfstudie-opleiding

0

De opleiding betreft een functiegerichte zelfstudie-opleiding

Eventuele aanvullende afspraken:

   
   
   
 
 

Door ondertekening van deze verklaring verklaart de medewerker dat hij/zij:

• bekend is met de terugbetalingsverplichting op grond van artikel 67 van het Besluit algemene rechtspositie politie1 en artikel 11 van de Regeling studiefaciliteiten politie2.

   

Datum:

 

Voor akkoord:

Voor akkoord:

   
   
   

De medewerker

Het bevoegd gezag

X Noot
1

Artikel 67 van het Besluit Algemene Rechtspositie Politie (BARP)

  • 1. Van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van het bevoegd gezag een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:

    • a. de opleiding niet met goed gevolg is afgerond door toedoen van de ambtenaar of in het geval het niet met goed gevolg afronden aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten;

    • b. de opleiding voortijdig wordt beëindigd door toedoen van de ambtenaar of in het geval de beëindiging aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten;

    • c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding de politie verlaat tenzij de ambtenaar het vertrek niet is toe te rekenen.

  • 2. In beginsel geldt de verplichting uit het eerste lid niet bij een ontslag op grond van artikel 91.

  • 3. Tot terugvordering van de kosten, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden overgegaan indien de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard bekend te zijn met de mogelijkheid van terugvordering en de kosten die voor de terugvordering in aanmerking kunnen komen.

  • 4. De terugvordering, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt binnen drie maanden na de datum waarop de ambtenaar de politie heeft verlaten. Bij de berekening van de terug te betalen kosten wordt rekening gehouden met het reeds verstreken deel van de periode van drie jaar.

  • 5. Onze Minister stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast.

X Noot
2

Artikel 11

  • 1. De terugbetalingsverplichting, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van Besluit algemene rechtspositie politie, wordt niet opgelegd bij functiegerichte opleidingen, met uitzondering van functiegerichte opleidingen waarvan de kennis niet specifiek de politie betreft en die meer dan € 12.500 per opleiding kosten.

  • 2. De Minister van Veiligheid en Justitie herziet iedere drie jaar de hoogte van het in het eerste lid genoemde bedrag.

  • 3. Het terug te betalen bedrag door de ambtenaar, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie, aan wie een terugbetalingsverplichting is opgelegd omdat hij binnen drie jaar na afronding van de opleiding de politie verlaat, wordt gesteld op 1/36 van het totaal aan hem vergoede bedrag voor elke maand die na het verlaten van de politie resteert van de bedoelde periode van drie jaar.

  • 4. In afwijking van het derde lid valt, indien sprake is van een in het eerste lid bedoelde terugbetalingsverplichting voor functiegerichte opleidingen waarvan de kennis niet specifiek de politie betreft, het aan de ambtenaar vergoede bedrag tot en met het in het eerste lid genoemde bedrag niet onder de terugbetalingsverplichting.

  • 5. De in artikel 67, eerste lid, bedoelde terugbetalingsverplichting wordt niet opgelegd indien de ambtenaar ontslag is verleend met recht op een pensioenuitkering.

  • 6. Het bevoegd gezag kan besluiten de toekenning van studiefaciliteiten te beëindigen, indien de ambtenaar volgens de normen van de onderwijsinstelling onvoldoende voortgang boekt of indien blijkt dat de ambtenaar de aan hem op grond van deze regeling toegekende aanspraken niet benut voor de opleiding.

TOELICHTING

De Regeling voorziet in een aantal wijzigingen van rechtspositieregelingen in verband met de invoering van de Politiewet 2012 per 1 januari 2013.

De wijzigingen zijn van technische aard. Voor de terminologie is aangesloten bij de Politiewet 2012. Het gaat – op hoofdlijnen – om de volgende wijzigingen:

De Minister van BZK is afhankelijk van de regeling vervangen door: Minister van VenJ of door de korpschef (regelingen in verband met voormalig KLPD).

De term ‘korpsbeheerder’ is steeds vervangen door: korpschef. Daarmee is steeds bedoeld: de korpschef, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Politiewet 2012. In dat artikel wordt verwezen naar artikel 27 van de Politiewet 2012, waaruit volgt dat de korpschef in de nieuwe constellatie is belast met de leiding en het beheer van de politie en hij de politie in en buiten rechte vertegenwoordigt.

Met ‘de politie, bedoeld in artikel 1, onder b, Politiewet 2012’ is bedoeld: het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25 van de Politiewet 2012. Dit korps bestaat volgens dat laatste artikel uit de volgende onderdelen:

  • Regionale eenheden;

  • Landelijke eenheden;

  • Ondersteunende diensten.

De aanduiding ‘regionaal korps’ is veelal vervangen door een verwijzing naar artikel 1, onderdeel b, of artikel 25 van de Politiewet 2012. Steeds is bedoeld dat het gaat om een onderdeel van het landelijke politiekorps.

Een aantal regelingen zal op korte termijn vervallen of worden ingetrokken. Omdat deze regelingen nog enige geldigheidsduur hebben, zijn zij wel meegenomen in deze wijzigingsregeling. Het gaat om de volgende regelingen:

  • AFUP-garantieregeling

  • Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2010–2014 (vervalt per 1 januari 2015)

  • Regeling bezwarenprocedure functiewaardering politie.

Tot slot is de grondslag van een aantal regelingen aangepast.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten