Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 10 december 2012 , met kenmerk RWS/SDG-2012/2165/133794, tot wijziging van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De directeur-generaal Rijkswaterstaat stelt de in het eerste lid genoemde diensten en directies in en kan deze nader onderverdelen.

2. Het derde lid vervalt.

3. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid.

  • 4. In het derde lid (nieuw) vervalt de zinsnede “en de direct onder hen ressorterende leidinggevende functionarissen”.

B

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat is, voor zover één en ander aan de minister van Infrastructuur en Milieu is opgedragen, belast met de navolgende hoofdtaken en daarmee samenhangende activiteiten:

  • a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van rijkswaterstaatswerken;

  • b. de uitvoering van beleid met betrekking tot milieu en leefomgeving, mobiliteit en klimaat voor zover dit niet bij of krachtens de wet aan anderen is opgedragen of gemandateerd;

  • c. het verrichten dan wel bevorderen van onderzoek en het adviseren van de minister van Infrastructuur en Milieu over hetgeen dienstig kan zijn voor de uitvoering van de taken genoemd in onderdelen a en b;

  • d. het adviseren over en het toetsen van de uitvoerbaarheid van nieuwe wet- en regelgeving, die voor de uitvoering van de taken genoemd in onderdelen a en b, van belang is;

  • e. de vergunningverlening en handhaving van wet- en regelgeving, voor zover dat niet uitdrukkelijk aan een ander onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is opgedragen, verband houdende met de uitvoering van de taken genoemd in onderdeel a, waarvoor de minister van Infrastructuur en Milieu bevoegd gezag is;

  • f. de toetsing van de uitvoerbaarheid van plannen, regelingen en projecten van andere bestuursorganen die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van taken genoemd in onderdeel a;

  • g. de uitvoering van de Belemmeringenwet Privaatrecht en de onteigeningswet, en

  • h. de uitvoering van opdrachten in naam van en voor rekening van tweeden en derden.

ARTIKEL II

1. De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • a. Besluit mandaat, volmacht en machtiging Agentschap NL Afvalstoffen;

  • b. Mandaatbesluit Agentschap NL Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen;

  • c. Mandaatbesluit Agentschap NL Regeling gefluoreerde broeikasgassen hoogspanningsschakelaars;

  • d. Mandaatbesluit Agentschap NL Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties;

  • e. Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-generaal Uitvoering Bodem+ 2012.

2. Artikel 4 Van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Stichting Landelijk Meldpunt Afvalstoffen vervalt.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 10 december 2012

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, mw.drs. M.H. Schultz van Haegen

TOELICHTING

Onderhavig besluit wijzigt het Instellingsbesluit van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat van 18 december 2009.

Aanleiding voor de wijziging is de overkomst van taken op het gebied van milieu en leefomgeving, mobiliteit en klimaat vanuit het Agentschap NL. Het gaat om taken die betrekking hebben op opdrachten vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, die voorheen bij het Agentschap NL lagen en nu uitgevoerd zullen worden door de directie RWS Leefomgeving binnen de Dienst Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat. Het betreft onder andere uitvoeringstaken ten aanzien van bodembescherming, bodembeheer en het examineren en diplomeren van personen en het certificeren van bedrijven die handelingen verrichten waarbij gefluoreerde broeikasgassen dan wel gereguleerde stoffen vrij kunnen komen. Het gaat daarnaast ook om de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van het Kenniscentrum InfoMil, het Landelijk Meldpunt Afval (LMA), het uitvoeren van opdrachten bijvoorbeeld op het gebied van schoner en stiller transport, klimaat en het uitvoeren van opdrachten van andere overheden.

Voor de uitvoering van deze taken is de directie RWS Leefomgeving binnen de Rijkswaterstaat - Dienst Verkeer en Scheepvaart gevormd met bijbehorende functionarissen, waaraan bevoegdheden in mandaat worden verleend. Reden voor de vorming van een nieuwe directie is het besluit van de Bestuursraad van het ministerie van Infrastructuur en Milieu om een herkenbare eenheid RWS Leefomgeving in te richten.

De in artikel 3 genoemde hoofdtaken vormen in hoofdzaak het werkterrein van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat. Daaronder vallen alle daarmee samenhangende activiteiten, zoals het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van beroep op genoemd werkterrein.

Tevens wordt de bevoegdheid tot het instellen van diensten en de bedoelde directies neergelegd bij de directeur-generaal Rijkswaterstaat en vervalt de bepaling dat alleen de directeur-generaal de bevoegdheid heeft om leidinggevende functionarissen onder een directeur in diensten en directies aan te wijzen. Met de wijziging van deze bepaling is de hoofdingenieur-directeur daartoe bevoegd.

De op de bovenstaande taken en bevoegdheden betrekking hebbende mandaatbesluiten Agentschap NL worden ingetrokken.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, mw.drs. M.H. Schultz van Haegen

Naar boven