Medegebruik militair luchtvaartterrein Eindhoven

28 November 2012

Nr. MLA/179/2012

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Gelezen: het verzoek van de Eindhovense Aero Club zweefvliegcombinatie van 27 augustus 2012;

Gelet op: artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de leden van de Eindhovense Aero Club zweefvliegcombinatie die optreden als gezagvoerder van luchtvaartuigen in beheer bij deze vereniging wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven op dagen en tijden zoals nader is overeengekomen met de commandant vliegbasis Eindhoven.

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant vliegbasis Eindhoven kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven niet wordt overschreden.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en vervalt op 1 januari 2014.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 28 November 2012

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, w.g. C.J. Lorraine Commodore

Hoofddorp, 28 November 2012

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Senior inspecteur ILT/Luchtvaart, w.g. A.E. Schurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister” wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister”, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In 1985 is het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) vastgesteld. In het SMT is bepaald dat de vliegbasis Eindhoven, tezamen met de andere militaire vliegvelden in Nederland, op de bestaande locaties worden gehandhaafd. Als beleid is aangegeven dat de vliegbasis Eindhoven de Main Operating Base is voor een squadron F-16 jachtvliegtuigen, dat bondgenootschappelijk medegebruik mogelijk is en dat sprake is van permanent burgermedegebruik en motorsportvliegen in clubverband. Met de brief van 26 januari 1994 aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal is dit beleid aangepast. De vliegbasis Eindhoven is de thuisbasis geworden van een squadron transportvliegtuigen, alsmede reservebasis en Dispersion Operating Base voor een squadron jachtvliegtuigen. Voorts is bondgenootschappelijk medegebruik mogelijk en is sprake van permanent commercieel burgermedegebruik en recreatief medegebruik in de vorm van motorsportvliegen en zweefvliegen in clubverband en vluchten met een algemeen maatschappelijk belang. In 2005 is het Tweede SMT vastgesteld. Daarin zijn de ligging, de belegging en het gebruik van de vliegbasis Eindhoven herbevestigd. In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De Eindhovense Aero Club zweefvliegcombinatie (EACz) is kort na de opening van het Vliegveld Welschap in 1932 opgericht. Sindsdien vindt er op het vliegveld zweefvliegen plaats. Tot het moment van de baanverdraaiing in 1982 vond het zweefvliegen plaats op basis van een beschikking ex artikel 34 Luchtvaartwet gericht aan de leden van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL). Met de verdraaiing van de baan in 1982 veranderde ook de contour van het luchtvaartterrein Eindhoven. De zweefvliegstrip lag weliswaar nog op het grondgebied van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven, maar was buiten het als luchtvaartterrein aangewezen gedeelte komen te liggen. Om het zweefvliegen vanaf deze zweefvliegstrip een juridische basis te geven is er destijds voor gekozen om het zweefvliegen te reguleren via het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen (BIGNAL). De basis voor dit besluit is gelegen in artikel 14 van de Luchtvaartwet.

Met het vaststellen van het Aanwijzingsbesluit ingevolge artikel 18 van de Luchtvaartwet tot het aanwijzen van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven (Staatscourant van 27 december 2007, nr. 250 / pag. 13) is opnieuw de contour van het luchtvaartterrein gewijzigd en is de zweefvliegstrip weer binnen het als luchtvaartterrein aangewezen gedeelte komen te liggen.

Hierdoor treedt ook verandering op in de juridische basis voor het zweefvliegen. Aangezien het luchtvaartterrein is aangewezen ten behoeve van de militaire luchtvaart kan alleen gebruik van dit luchtvaartterrein worden gemaakt als daar een ontheffing ex artikel 34 Luchtvaartwet voor is verleend. Deze ontheffing strekt daartoe.

Hoewel artikel 34 Luchtvaartwet is ingetrokken, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing nog gebaseerd is op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op het militaire luchtvaartterrein Eindhoven.

In overleg met het Commando Luchtstrijdkrachten is besloten het zweefvliegen op het militaire luchtvaartterrein te verlengen met een jaar tot 1 januari 2014. Wanneer ontwikkelingen in het kader van de Alderstafel Eindhoven in de loop van 2013 zullen leiden tot dermate grote verkeersvolumes op het luchtvaartterrein Eindhoven, en als gevolg hiervan de operationele druk op gemengd recreatief-commercieel verkeer toeneemt, behoudt defensie zich het recht voor een tussentijdse evaluatie uit te voeren of het nog langer mogelijk is zweefvliegactiviteiten op het militaire luchtvaartterrein te herbergen. De EACz en de provincie Noord-Brabant zullen, zoals staat vermeld in het plan van aanpak Alderstafel Eindhoven, in het kader van het verplaatsen van de zweefvliegclub gezamenlijk inspanningen verrichten voor het vinden van een geschikte locatie.

De zweefvliegactiviteiten dienen volgens aanwijzingen van commandant vliegbasis Eindhoven plaats te vinden. Aanwijzingen van de commandant ter zake dienen dan ook te worden opgevolgd.

Met deze beschikking wordt toestemming gegeven gebruik te maken van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven.

Naar boven